Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie "Tweede wereldoorlog"
Oorlogsvoorspellingen - een onderzoek m.b.t. proscopie in verband met het wereldgebeuren
(dr. W.H.C. Tenhaeff, Den Haag, 1948 [1947])
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

Oorlogsvoorspellingen...
Oorlogsvoorspellingen...

Oorlogsvoorspellingen - een onderzoek met betrekking tot proscopie in verband met het wereldgebeuren (dr. W.H.C. Tenhaeff, Den Haag, 1948 [1947])
Kort na de inval van de Duitsers in Nederland in mei 1940 vatte dr. Willem Heinrich Carl Tenhaeff (Rotterdam, 1894 - Utrecht, 1981), privaatdocent parapsychologie aan de universiteit van Utrecht, het plan op zo nauwkeurig mogelijk te onderzoeken wat in Nederland door paragnostisch begaafde personen met betrekking tot het uitbreken en het verloop van de oorlog was en werd "gezien" door middel van proscopie (het ervaren of waarnemen van toekomstige gebeurtenissen op buitenzintuiglijke wijze). Pas na de bevrijding in 1945 kon hij dit onderzoek grondig uitvoeren. In samenwerking met George Avetoom Marterus Zorab (Soerabaja, 1898 - Zoetermeer, 1990), parapsycholoog en secretaris van de Studievereniging voor Psychical Research, verzond hij vragenlijsten. Ruim honderd mensen vulden deze lijsten in. Tenhaeff paste twee opeenvolgende selecties toe en stelde uit het materiaal dat uiteindelijk overbleef, Oorlogsvoorspellingen - een onderzoek m.b.t. proscopie in verband met het wereldgebeuren samen. 
Oorlogsvoorspellingen... is ingedeeld in hoofdstukken over algemene voorspellingen over de oorlog, gedaan in vredestijd en oorlogstijd; proscopieën die aanleiding gaven een oorlog te verwachten; proscopieën tijdens de oorlog op oorlogshandelingen; voorspellingen van psychoscopisten aan cliënten waarin de oorlog werd aangekondigd of waaruit het oorlogsverloop kon worden afgeleid; fabulaties, onbewuste telepathische beïnvloeding en diverse onjuistheden; gefingeerde voorspellingen en de "voorspellingen" van Nostradamus; voorspellingen, gebaseerd op astrologie en chiromantie; en tenslotte spontane telepathie. 
Tenhaeff concludeerde dat de uitkomsten van zijn onderzoek naar proscopie in relatie tot het wereldgebeuren bevestigden wat de Franse parapsycholoog Eugène Osty in 1922-1925 had gepubliceerd in La connaissance supra-normale, namelijk dat veel algemene voorspellingen kunnen worden teruggebracht tot persoonlijke voorspellingen en dat men in de overgrote meerderheid ervan het lot van collectiviteiten slechts kan leren kennen uit de toekomstige levensomstandigheden en het toekomstige levensverloop van paragnosten die deel uitmaken van deze gemeenschappen. Deze paragnosten kunnen volgens Tenhaeff voorspellen, zij het meestal fragmentarisch. Tenhaeff kon de vraag of er algemene voorspellingen voorkomen die volkomen los staan van het individu, niet beantwoorden.[1]

 

Samenstelling hoofdstuk XI in Oorlogsvoorspellingen...
In Oorlogsvoorspellingen... zijn de Profetieën van Nostradamus (de Centuriën) besproken in hoofdstuk XI, getiteld "Voorspellingen" en propaganda.[2] Dit hoofdstuk is ingedeeld in twee paragrafen en een bibliografie.
In paragraaf 1 beschrijft Tenhaeff het fenomeen van de gefingeerde voorspellingen, voorspellingen die zijn opgesteld nadat de gebeurtenis zich heeft voorgedaan die in die voorspellingen staat.
Paragraaf 2 gaat over Nostradamus en de Centuriën. In deze paragraaf zijn ook twee nationaalsocialistische Centurie-commentaren aan de orde gesteld: Hoe zal deze oorlog eindigen?... ("Pasteur", Den Haag, 1940) en Voorspellingen die uitgekomen zijn... (De Tombre, Arnhem, 1941).
In de paragraaf Litteratuur heeft Tenhaeff de volgende geraadpleegde werken opgesomd:

  • De Fontbrune: Les prophéties de Nostradamus dévoilées. Parijs, 1937.

  • Kemmerich, M.: Prophezeiungen. München, 1925.

  • Kiesewetter, K.: Nostradamus und seine Prophezeiungen. In: Sphinx, 1887-I.

  • Kniepf: Echte und gefälschte Prophezeiungen des Nostradamus. In: Psychische Studien, 1909.

  • Pelletier, A. le: Les Oracles de M. de Nostradamus. Parijs, 1867.

  • Pierson, J.: The Prophecies of Nostradamus. In: Journal of the Am.S.P.R., vol. XXXIII.

  • Price, J.: Nostradamus. In: Journal of the Am.S.P.R., vol. XXXI.

  • Tombre, A. de: Staat onze toekomst vast? Voorspellingen van Nostradamus uit het jaar 1558 over het verloop van den huidigen oorlog. Arnhem. 
    Op deze website is voor dit boek niet de omslagtitel gebruikt, maar de titel die gedrukt is op de titelpagina: Voorspellingen die uitgekomen zijn...

  • Torné-Chavigny: Histoire prédite et jugée par Nostradamus. Bordeaux, 1860-62.

  • Vignois, E. du: Notre histoire raconté a l'avance par Nostradame. Parijs, 1910.

  • Vreede, W.L.: De profetieën van Nostradamus. Den Haag.

  • Hoe zal deze oorlog eindigen? Een belangwekkende en actueele beschouwing op grond der voorspellingen van Michel Nostradamus gegeven in "Les vrayes Centuries et Prophéties. Samengesteld uit de nagelaten geschriften van J.F. Pasteur. Den Haag, 1940.

In hoofdstuk XI in Oorlogsvoorspellingen... is ook verwezen naar of geciteerd uit: 

  • Dessoir, M.: Vom Jenseits der Seele - die Geheimwissenschaften in kritischer Betrachtung. Stuttgart, 1917.

  • Dietz, P.A..: een niet nader aangeduid artikel in Tijdschrift voor parapsychologie IX, p.157.

  • Flaubert, E.: Eclaircissement des Véritables Quatrains de Maistre Michel Nostradamus. 1656.

  • Garencières, T. de: The true Prophecies or Prognostications of Michael Nostradamus. 1672.

  • Huizinga, prof.: Homo Ludens. Haarlem, 1938.

  • Kiesewetter, K.: Geschichtliche Prophezeiungen. In: Sphinx, september 1890.

  • Tenhaeff, dr. W.H.C.: Parapsychologie en ontwikkelingspsychologie. In: Tijdschrift voor Parapsychologie, XIV, p.14 e.v.

  • Zorab, G: De zogenaamde voorspellingen van Djojobojo, den Javaanschen Nostradamus. In: Tijdschrift voor Parapsychologie, XIV, p.146.

 

dr. W.H.C. Tenhaeff
dr. W.H.C. Tenhaeff

Tenhaeff over Nostradamus en de Centuriën
Tenhaeff neemt de Centuriën niet serieus. Dit blijkt uit de titel van hoofdstuk XI, die luidt: "Voorspellingen" en propaganda. Onder de titel staat een citaat uit Vom Jenseits der Seele - die Geheimwissenschaften in kritischer Betrachtung (Max Dessoir, Stuttgart, 1917): Das Wunder bei Nostradamus ist nicht sein Text, sondern die Auslegekunst seiner Erklärer. Het blijkt ook uit de titel van paragraaf 2 van hoofdstuk XI, waarin de Centuriën worden besproken: De "voorspellingen" van Nostradamus.
Tenhaeff begint paragraaf 2 met een beknopte levensbeschrijving van Nostradamus. Over diens betekenis schrijft hij dat Nostradamus een legendarische figuur is geworden, over wie verhalen in omloop zijn gekomen die de toets van nauwgezet historisch onderzoek zeker niet kunnen doorstaan, aan wie voorspellingen zijn toegeschreven die hij nooit heeft gedaan en die (ten rechte of ten onrechte) grote bekendheid heeft verworven als ziener en astroloog. Tenhaeff kenschetst de Centuriën als voorspellingen die geschreven zijn in een bijna onbegrijpelijke orakeltaal. Naarmate de eeuwen zijn verstreken, is het steeds moeilijker geworden de betekenis ervan te doorgronden.
Tenhaeff geeft voorbeelden van gebruikte anagrammen zoals Chyren Selim, dat een anagram zou zijn voor de Franse koning Henri III, en van versluierde begrippen zoals Les Razes, dat betrekking zou hebben op de Turken. Volgens Tenhaeff hing het gebruik in de Centuriën van anagrammen en versluierde bewoordingen samen met de gewoonte in de Middeleeuwen en de Renaissance om de lezers poëtische raadsels voor te leggen. Alleen de tijdgenoten van Nostradamus zouden deze anagrammen en versluierde begrippen gemakkelijk kunnen begrijpen. Anderzijds was het de bedoeling van Nostradamus dat slechts een aantal ingewijden zijn voorspellingen zouden kunnen begrijpen en niet de grote massa.
In paragraaf 2 begint Tenhaeff zijn bespreking van de Centuriën met het stellen van de vraag of er voorspellingen van Nostradamus zijn die de toets van een parapsychologische kritiek kunnen doorstaan. Hij bespreekt in dit verband de kwatrijnen 01-35 en 10-100. 
Kwatrijn 01-35 is door commentatoren als Theophilus de Garencières gekoppeld aan het overlijden van de Franse koning Henri II in 1559. Volgens De Garencières staan in dit kwatrijn veel details van dit overlijden en wat eraan voorafging. Tenhaeff vraagt zich af of met deze koppeling het overtuigende bewijs is geleverd dat Nostradamus deze voorspelling in 1555 heeft gepubliceerd. De bewering dat er een uitgave van de voorspellingen van Nostradamus bestaat die het jaar 1555 als jaar van verschijning vermeldt, bewijst voor Tenhaeff geenszins dat deze (eerste) uitgave inderdaad in dat jaar het licht zag. Hij acht de kans verre van denkbeeldig dat er sprake is van een vervalsing.[3] 
Vervolgens bespreekt Tenhaeff de commentaren van De Garencières, J. Pierson (The Prophecies of Nostradamus, in: Journal of the American Society for Psychical Research, nr. XXXIII) en Dietz (in: Tijdschrift voor Parapsychologie IX, p.157) op kwatrijn 10-100, waarin wordt voorspeld dat Engeland gedurende meer dan 300 jaar een wereldmacht zal zijn. Zij allen zijn van mening dat het hier een echte voorspelling betreft, omdat het in de tijd van Nostradamus ondenkbaar was dat Engeland een wereldmacht zou worden.[4] Tegenover deze commentaren stelt Tenhaeff het commentaar in De Tombre's Voorspellingen die uitgekomen zijn... Volgens De Tombre begint het einde van Engelands suprematie in 1939. De verwijzing in de vierde regel naar de Lusitains is volgens De Tombre een verwijzing naar de Portugezen, die in de beginjaren '40 hun garnizoenen op de Azoren versterkten om een Amerikaanse invasie te voorkomen.[5] Tenhaeff onderkent het propagandistisch karakter van Voorspellingen die uitgekomen zijn... maar wijst erop dat een voorspelling die zoveel ruimte laat voor een andere mening, niet bevredigend is voor een parapsycholoog.
Als tweede voorbeeld van uiteenlopende commentaren bespreekt Tenhaeff de commentaren van De Garèncieres en Pierson op kwatrijn 01-47, waarin in de eerste regel is gezinspeeld op "de redevoeringen bij het Meer van Genève". Volgens De Garencières heeft dit kwatrijn betrekking op Calvijn, die in Genève zijn Hervorming liet beginnen. Volgens Pierson staat in dit kwatrijn een duidelijke voorspelling van de Volkenbond en zijn uiteindelijke mislukking. Tenhaeff, die ook De Tombre's koppeling van kwatrijn 01-47 aan de Volkenbond heeft genoemd,[6] stelt vast dat kwatrijn 01-47 evenals zoveel andere kwatrijnen voor meer dan één uitleg vatbaar is. Voor een parapsycholoog acht hij dergelijk materiaal waardeloos.
Vervolgens staat Tenhaeff stil bij De Fontbrune's Les Prophéties de Nostradamus Dévoilées (Parijs, 1937) en bij Hoe zal deze oorlog eindigen? ("Pasteur", Den Haag, 1940), dat volgens de subtitel "een actuele verklaring bevat, mede op grond van een studie van de Franse Nostradamus-kenner Dr. de Fontbrune". Tenhaeff bestempelt Hoe zal deze oorlog eindigen? als een verkapt nationaalsocialistisch propagandageschrift. Volgens hem heeft De Fontbrune hierin aangekondigd dat het Britse Rijk volkomen vernietigd zal worden door het steeds machtiger wordende Groot-Duitse Rijk van Adolf Hitler. Hoe waardevol deze voorspelling was, bleek toen Duitsland in 1945 capituleerde.
Tenhaeff concludeert dat een ziener, wiens voorspellingen voor zo velerlei uitleg vatbaar blijken te zijn als die van Nostradamus, misschien waardering kan vinden in de kringen van hen die belangstelling hebben voor kruiswoordraadsels en legkaarten. In kringen van hen die wetenschappelijk onderzoek nastreven van paragnostische vermogens van mensen en andere paranormale vermogens, kan het zich bezighouden met de geschriften van Nostradamus en zijn commentatoren slechts als niet te verantwoorden tijdverlies worden aangemerkt.

 

Aanvullingen en kanttekeningen
Tenhaeff gaat er van uit dat Voorspellingen die uitgekomen zijn... en Hoe zal deze oorlog eindigen?... geschreven zijn door Nederlanders en uitgegeven zijn in 1940, na de meidagen, dat wil zeggen kort na de capitulatie van Nederland op 15 mei 1940. De literatuurstudie die ten grondslag ligt aan de artikelen die worden gepubliceerd in de substudie "Tweede Wereldoorlog", wijst anders uit. Hoe zal deze oorlog eindigen? is in november - december 1939 in opdracht van Goebbels samengesteld door medewerkers van zijn Propagandaministerie en in diverse talen uitgegeven, waaronder het Nederlands. De Nederlandse uitgave verscheen rond 12 april 1940, waarschijnlijk samen met de Zwitserse (Franstalige) uitgave.[7] In Voorspellingen die uitgekomen zijn... is in het commentaar op kwatrijn XI-XCIX het Driemogendhedenpact van Duitsland, Italië en Japan besproken, "als tegenactie tegen het Bolsjewisme". Dit pact werd gesloten op 27 september 1940. In het commentaar op kwatrijn VIII-LXXII staat een verwijzing naar de Duitse aanval op Rusland, die plaatsvond op 22 juni 1941. Dit betekent dat Voorspellingen die uitgekomen zijn... is voltooid ná 22 juni 1941 en waarschijnlijk vóór de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941.[8] De Duitse Centurie-onderzoeker Ulrich Maichle beschikt over concrete aanwijzingen dat Voorspellingen die uitgekomen zijn... oorspronkelijk is geschreven door  de Duitser dr. phil. Alexander Max Centgraf alias dr. N. Alexander Centurio.[9] Hiermee komt de opmerking van Tenhaeff dat de Duitsers en het Nederlandse Departement van Volksvoorlichting en Kunsten erin hebben toegestemd dat Voorspellingen die uitgekomen zijn... en Hoe zal deze oorlog eindigen? in Nederland werden uitgegeven, op losse schroeven te staan.
Tenhaeff schrijft dat in Voorspellingen die uitgekomen zijn... met opzet niets is geschreven over de Joodse afkomst van Nostradamus. Tenhaeff heeft niet vermeld dat "Pasteur" hier evenmin iets over heeft geschreven. Ten aanzien van het biografisch materiaal dat is opgenomen in de publicaties van De Tombre en Pasteur moet worden opgemerkt dat veel ervan is overgenomen uit de Brief Discovrs sur la vie de m. Michel Nostradamus, dat oorspronkelijk is gepubliceerd in Ianus François (De Chavigny, 1594) en later is opgenomen in bijvoorbeeld de editie-Amsterdam-1668, die in de vorm van de kopie-Piobb-1938 als brontekst heeft gefungeerd voor de Duitse grondtekst van Hoe zal deze oorlog eindigen?. In de vertaling-Vreede-1941, die in Tenhaeffs bibliografie staat, is ook niets geschreven over de Joodse afkomst van Nostradamus, zoals dat ook niet is gebeurd in Wöllner-1926 of Winkler-1937. Dat De Tombre en "Pasteur" niets hebben geschreven over de Joodse afkomst van Nostradamus, kan zijn veroorzaakt door het feit dat hierover niets stond in de door hen overgenomen teksten.
Volgens Tenhaeff verwijst De Tombre in zijn bespreking van kwatrijn 10-100 op p.25  van Voorspellingen die uitgekomen zijn... naar kwatrijn 03-13, dat Tenhaeff verderop in hoofdstuk XI bespreekt vanwege het feit dat dit kwatrijn volgens De Tombre op grote hongersnood in Engeland wijst als gevolg van de activiteiten van de Duitse onderzeeboten, terwijl dit kwatrijn volgens "Pasteur" wijst op het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en de ondergang van de Engelse kruiser Hampshire, waarbij de Engelse opperbevelhebber de dood vond.[10] Terecht signaleert Tenhaeff dat deze twee nationaalsocialistische commentaren met elkaar strijdig zijn. De Tombre's verwijzing naar "een ander couplet van Nostradamus" waaruit zou blijken dat vanaf 1939 de suprematie van Engeland ten einde loopt, is echter geen verwijzing naar kwatrijn 03-13, maar naar kwatrijn 03-57, onder vermelding van "de omwenteling van Cromwell" tot aan "de tegenwoordige oorlog".
Tenhaeff bespreekt een aantal facetten van De Fontbrune's Les Prophéties de Nostradamus Dévoilées (1937) om vervolgens in te gaan op een aantal opmerkingen van De Fontbrune die zijn opgenomen in Hoe zal deze oorlog eindigen?... In Hoe zal deze oorlog eindigen?... zijn echter passages overgenomen uit De Fontbrune's Les Prophéties de Maistre Michel Nostradamus. Expliquées et commentées (Sarlat, 1939, 5e druk), te weten uit hoofdstuk XXII, waarin De Fontbrune inderdaad kenbaar maakt dat hij op grond van de Centuriën verwacht dat Engeland zowel vloot als wereldrijk zal verliezen. Op grond van kwatrijn 03-57 (zeven veranderingen in Engeland in 290 jaar) verwacht De Fontbrune dat de zevende verandering in Engeland zich zal voltrekken in de vorm van een oorlog, waarin Engeland zich schaart aan de zijde van de vijanden van Frankrijk. Hij neemt aan dat het jaar 1657 het begin is van de periode van 290 jaar die in kwatrijn 03-57 is genoemd en verwacht de oorlog rond 1947.[11] In de hoofdstukken XIV-XVII heeft De Fontbrune echter niet alleen de opkomst beschreven van het fascisme en nationaalsocialisme maar ook de ondergang ervan, wat voor het Vichy-bewind reden was om Les Prophéties de Maistre Michel Nostradamus. Expliquées et commentées en het zetsel in november 1940 uit roulatie te nemen en te verbieden.[12] In Hoe zal deze oorlog eindigen?... is De Fontbrune's commentaar uit zijn verband gerukt, zoals dat ook is gebeurd met het commentaar van Loog op kwatrijn 03-57 (1921) en met het commentaar van Zweedse onderzoekers, besproken in Walsing's Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit (1925).[13]

 

Bespreking
Kort na de Tweede Wereldoorlog heeft de Nederlandse parapsycholoog dr. W.H.C. Tenhaeff een onderzoek uitgevoerd naar proscopie, om vast te stellen of en in hoeverre op basis van paranormale waarnemingen voorkennis mogelijk is over het wereldgebeuren. Volgens Tenhaeff is een aantal paragnosten door middel van proscopie in staat te voorspellen, zij het meestal fragmentarisch.
Tenhaeff heeft in zijn onderzoek ook aandacht geschonken aan de Centuriën, waar hij uiterst sceptisch tegenoverstaat. Hij heeft commentaren onderzocht van onder andere Dietz, De Garencières en Pierson en geconstateerd dat deze commentaren onderling strijdig zijn. Volgens Tenhaeff wijst dit erop dat de Centuriën voor velerlei uitleg vatbaar zijn en om die reden niet geschikt voor parapsychologisch onderzoek. Sterker: hij acht parapsychologisch onderzoek van de Centuriën een vorm van onverantwoord tijdverlies. Verder heeft hij de nationaalsocialistische commentaren van De Tombre en "Pasteur" mee laten wegen in zijn oordeelsvorming.
Naar mijn mening kunnen er bij Tenhaeffs bespreking van de Centuriën drie kanttekeningen worden geplaatst. 
De eerste kanttekening is dat Tenhaeff commentaren op de Centuriën heeft bestudeerd in plaats van de Centuriën zelf. Hij heeft niet bediscussieerd of, en zo ja in hoeverre de Centuriën elementen bevatten die wijzen op proscopie. 
De tweede kanttekening is dat Tenhaeff bij het bespreken van de strijdigheid van commentaren zich niet heeft beperkt tot de bespreking van non-propagandistische commentaren, maar dat hij de propagandistische commentaren van De Tombre en "Pasteur" er ook bij heeft betrokken als zou het gaan om eenzelfde soort commentaren. Aan het einde van paragraaf 1 stelt hij dat uit paragraaf 2 zal blijken dat men zich van Duitse zijde ook heeft bediend van de "voorspelling" als propagandamiddel. Uit paragraaf 2 blijkt echter meer hoe Tenhaeff denkt over de Centuriën dan dat hij duidelijk maakt hoe de Centuriën door de Duitsers zijn gebruikt voor propaganda. 
De derde kanttekening is dat Tenhaeff zich onvoldoende heeft verdiept in de publicaties van De Tombre en "Pasteur" en de publicaties die daarin ter sprake zijn gekomen. Dit blijkt uit de verschijningsdata die hij geeft, de onjuiste verwijzing naar kwatrijn 03-13, de onjuiste bespreking van het commentaar van De Fontbrune en het feit dat Tenhaeff, die schrijft dat de bewoordingen Les Razes betrekking zouden hebben op de Turken, niet heeft besproken dat De Tombre in zijn commentaar op kwatrijn 07-13 de woorden La teste raze heeft vertaald in het leidende ras, te weten: de Duitsers.[14]

 

Conclusie
Tenhaeffs onderzoek van de Centuriën beantwoordt niet aan het doel dat hij zich heeft gesteld. Hij heeft niet onderzocht in hoeverre in de Centuriën proscopieke elementen staan, maar heeft uit commentaren (non-propagandistisch en propagandistisch) de conclusie getrokken dat de Centuriën nutteloos zijn voor parapsychologisch onderzoek. Hij is daarbij niet ingegaan op de vraag hoe de Duitsers de Centuriën hebben gebruikt voor propagandadoeleinden en heeft de methodische fout gemaakt propagandistisch getinte commentaren te betrekken in een discussie over of de Centuriën zich lenen voor parapsychologisch onderzoek.

 

De Meern, 4 oktober 2005
T.W.M. van Berkel

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Tenhaeff, p.11-14. Dr. Wilhelm Heinrich Carl Tenhaeff (Rotterdam, 18 januari 1894 - Utrecht, 9 juli 1981) kreeg op 17-jarige leeftijd belangstelling voor het paranormale. Tijdens zijn studie  psychologie aan de universiteit van Utrecht werd hij gestimuleerd door prof. F.M.J.A. Roels, experimenteel psycholoog, om zijn onderzoek van het paranormale voort te zetten. Tenhaeff promoveerde in 1933 in de psychologie en kreeg dat jaar toestemming om als privaatdocent lessen te geven in parapsychologie. Samen met dr. P.A. Dietz, die in 1932 in Leiden privaatdocent was geworden, richtte hij in 1928 het Tijdschrift voor Parapsychologie op en blies hij de Studievereeniging voor Psychical Research, opgericht in 1920, nieuw leven in. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hief de Duitse bezetter het tijdschrift en de vereniging op en moest Tenhaeff onderduiken op verdenking van illegale activiteiten.
    In 1953 werd Tenhaeff benoemd tot bijzonder hoogleraar in de parapsychologie aan de universiteit van Utrecht. Hij heeft veel gepubliceerd op paranormaal gebied, veel lezingen gehouden en zich ingespannen voor het praktisch gebruik van parapsychologie, zoals de hulp van paragnosten bij het opsporingswerk van de politie. Bovennatuurlijke verschijnselen moesten naar zijn mening worden bestudeerd vanuit de algemene psychologie. In zijn publicaties over onder andere geestverschijningen, wichelroede lopen en telepathie wekte hij belangstelling op voor deze fenomenen en evalueerde hij ze kritisch.
    Vanaf zijn benoeming in 1953 tot bijzonder hoogleraar in de parapsychologie is Tenhaeff's wetenschappelijke integriteit regelmatig ter discussie gesteld. Dit leidde onder andere tot een afscheiding in 1960 van een aantal leden van de Studievereniging voor Psychical Research. De regeling van zijn opvolging in 1964 werd een slepende kwestie door twijfel aan de wetenschappelijke waarde van zijn werk. Tenhaeff bleef tot 1978 aan als bijzonder hoogleraar, maar de parapsychologie ontwikkelde zich in een andere richting dan hij voorstond. In de laatste jaren van zijn hoogleraarschap had Tenhaeff vooral belangstelling voor religieuze aspecten van de parapsychologie, zoals het vraagstuk van de reïncarnatie (deze gegevens zijn ontleend aan H. van der Hoeven: Tenhaeff, Wilhelm Heinrich Carl (1894-1981), Internet: www.inghist.nl). [tekst]

  2. Tenhaeff, p.216. [tekst]

  3. Met deze uitspraak grijpt Tenhaeff terug op paragraaf 1 van hoofdstuk XI, waarin hij het artikel Geschichtliche Prophezeiungen aanhaalt van Karl Kiesewetter, gepubliceerd in september 1890 in het tijdschrift Sphinx. In dit artikel heeft Kiesewetter erop gewezen dat een aantal politieke voorspellingen niet authentiek zijn, maar zijn opgesteld nádat de gebeurtenissen zich hadden voltrokken. [tekst]

  4. Bij deze voorspelling tekent Tenhaeff aan dat het woord copies in de derde regel is afgeleid van het Latijnse woord copiae, dat zowel "rijkdommen" betekent als "hulptroepen". In de meeste commentaren wordt dit woord uitgelegd in militaire betekenis. [tekst]

  5. De Tombre, p.24-26. [tekst]

  6. De Tombre, p.42-44. [tekst]

  7. Richter, p.72. Zie ook: Van Berkel: Was bringt das Jahr 1940?. Uit de naoorlogse rechtspleging blijkt dat de afdeling Ausland van het Propagandaministerie na de capitulatie van Nederland op 15 mei 1940 opdracht gaf tot het drukken en verspreiden van een tweede oplage, ter grootte van 3.000 exemplaren. Deze oplage werd in met name juli en augustus 1940 verspreid, wat de datering van Tenhaeff kan verklaren (Van Berkel: Hoe zal deze oorlog eindigen?). [tekst]

  8. De Tombre, p.84-86. Het kwatrijn dat in Voorspellingen die uitgekomen zijn... is genummerd als XI-XCIX, is in werkelijkheid kwatrijn 01-99 en het kwatrijn dat is genummerd als VIII-LXXII is in werkelijkheid kwatrijn 08-77. [tekst]

  9. Maichle aan Van Berkel, 9 juli 2005. [tekst]

  10. Kwatrijn 03-13 is in Voorspellingen die uitgekomen zijn... besproken op p.78-79 en in Hoe zal deze oorlog eindigen? op p.21-22. [tekst]

  11. "Pasteur", p.42 (noot 15). In Hoe zal deze oorlog eindigen?... zijn de geselecteerde teksten uit De Fontbrune-1939 letterlijk overgenomen in het Frans en letterlijk vertaald in het Nederlands. In Les Prophéties... zijn de voorspellingen over Engeland beschreven op p.258. [tekst]

  12. Van Dis: Nostradamus, een profeet voor duistere tijden, in: NRC Handelsblad, 19 februari 1982. Zie ook: Benazra, p.486.  [tekst]

  13. - Van Berkel: Kwatrijn 03-57 en Die Weissagungen des Nostradamus (C. Loog, Pfullingen in Württenberg, 1921 [1920]);
    - Van Berkel: Die Prophezeiungen des Nostradamus (dr. E. Noelle, Deutsche Allgemeine Zeitung, Berlijn, 16 juni 1940 [1998 en 2003]). [tekst]

  14. De Tombre, p.75. [tekst]

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top