Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie "Tweede wereldoorlog"
Weissagungen
(H. Rehwaldt, MŁnchen, 1939)
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

Weissagungen (Rehwaldt, 1939, 2e druk)Bibliografische informatie
In 1939 verscheen bij Ludendorffs Verlag GmbH in MŁnchen, de uitgeverij van de Bund fŁr deutsche Gotterkenntnis, het boek Weissagungen, geschreven door Hermann Rehwaldt (1896-1972), ťťn van hun voornaamste auteurs, met medewerking van een zekere Hedwig Hentschen.[1]  
Weissagungen is voorzien van tabellen en zwart/wit illustraties. De eerste druk had een omvang van 153 pagina's. De tweede druk, eveneens verschenen in 1939, had een omvang van 188 pagina's. De totale oplage van beide drukken was 17.000 exemplaren. Ten behoeve van dit artikel is de kritiek van Rehwaldt op Nostradamus bestudeerd, zoals gepubliceerd op de pagina's 100 t/m 106 in hoofdstuk 8 in de tweede druk van Weissagungen. Op de voorplaat van deze druk was een wereldbol afgebeeld met daaromheen de Dierenriemtekens, die elk over een tijdperk van 2100 jaar heersen.
[2]  
In Weissagungen trok Rehwaldt van leer tegen voorspellingen waarin de ondergang van de wereld werd aangekondigd. In boeken als Das schleichende Gift - Der Okkultismus, seine Lehre, Weltanschauung und Bekšmpfung (MŁnchen, 1935) en Die kommende Religion - Okkultwahn als Nachfolger des Christentums (MŁnchen, 1936) fulmineerde hij tegen occultisme. Zijn aanvallen op het occultisme en voorspellingen over de ondergang van de wereld lagen in het verlengde van complottheorieŽn van Mathilde Ludendorff (1877-1966), de leidende kracht achter de Bund fŁr deutsche Gotterkenntnis, die stelde dat de Communistische Internationale, de JezuÔeten, de Joden, de Rooms-katholieke Kerk en de vrijmetselaars op internationaal niveau de handen ineen hadden geslagen om de wereldheerschappij te bemachtigen en Duitsland en andere landen in het verderf te storten. 

 

Erich en Mathilde Ludendorff en de Bund fŁr deutsche Gotterkenntnis
Mathilde Ludendorff was de echtgenote van Erich Ludendorff (1865-1937), die in de Eerste Wereldoorlog de hoogste generaal was in het Duitse leger. In november 1923 probeerden Ludendorff en Hitler de regering van de Weimar-republiek omver te werpen (de Bierkellerputsch). Deze poging tot staatsgreep mislukte. Hitler werd veroordeeld tot een gevangenisstraf. Ludendorff werd tegen zijn zin vrijgesproken vanwege zijn verdiensten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Van 1924 tot 1928 was hij afgevaardigde in de Reichstag van de Nationalsozialistische Freiheitspartei
Bij de presidentsverkiezingen in 1925 vergaarde Ludendorff in de eerste ronde slechts 1,1 procent van de stemmen. Hij kreeg geen steun van Hitler. Deze, nog in gevangenschap verkerend, riep zijn aanhangers op in de tweede ronde op Hindenburg te stemmen. In 1928 brak Ludendorff met de nazi's, die hij eveneens tot de samenzwerende krachten in de wereld rekende. Hij was inmiddels beschermheer geworden van de Tannenbergbund, een extreemrechtse organisatie die onder de leiding van zijn echtgenote Mathilde in toenemende mate paganistische ideeŽn ontwikkelde en allerlei complottheorieŽn over internationale samenzweringen tegen Duitsland. Hoewel dit soort theorieŽn ook in nazi-kringen de ronde deden, distantieerden de nazi's zich van het echtpaar Ludendorff, omdat zij hun ideeŽn te radicaal en te transcendent vonden. 
In 1933 verboden de nationaalsocialisten de Tannenbergbund en de in 1930 door het echtpaar Ludendorff opgerichte politiek-wereldbeschouwelijke beweging Deutschvolk. Kort voor zijn dood in 1937 kreeg Ludendorff, die tot dan toe iedere vorm van rehabilitatie door Hitler had afgewezen, van Hitler toestemming een nationale religieuze vereniging op te richten: de Bund fŁr deutsche Gotterkenntnis
In 1951 werd de Bund fŁr deutsche Gotterkenntnis opnieuw opgericht. In 1961 werd de bond verboden omdat zij staatsvijandig gezind zou zijn en een voedingsbodem zou zijn van antisemitisme. Wegens procedurefouten werd dit verbod in 1977 opgeheven, maar sindsdien wordt de bond door de Verfassungsschutz nauwlettend in de gaten gehouden.
[3] 

 

Datering van Weissagungen
Op pagina 105 van Weissagungen heeft Rehwaldt geschreven dat een aantal kwatrijnen is gekoppeld aan de Wereldoorlog en de jaren erna. Met de "Wereldoorlog" bedoelde hij de Eerste Wereldoorlog, de enige actuele gebeurtenis die Rehwaldt in relatie tot de CenturiŽn heeft besproken. 
Het Duitse leger viel Polen binnen op 1 september 1939. Kort erna werd Loogs commentaar in Die Weissagungen des Nostradamus dat Nostradamus in kwatrijn 03-57 voor 1939 gelijktijdig crises had voorzien voor Engeland en Polen, uitgelegd als de vervulling van kwatrijn 03-57 in de vorm van de Duitse inval in Polen in september 1939. 
Rehwaldt heeft Loogs koppeling van kwatrijn 03-57 aan crises in Engeland en Polen in 1939 en de latere koppeling van dit kwatrijn aan de Duitse inval in Polen niet bekritiseerd. Hij heeft wel kritiek gegeven op Loogs koppeling van kwatrijn 07-35 aan het feit dat Henri III in 1574 het koningschap over Polen neerlegde. Dit kan betekenen dat het Duitse leger ten tijde van het voltooien van Weissagungen Polen nog niet was binnengevallen. In dit artikel wordt dan ook aangenomen dat Rehwaldt Weissagungen vůůr 1 september 1939, de datum waarop het Duitse leger Polen binnenviel, heeft voltooid.

 

Bronmateriaal
Volgens eigen opgave heeft Rehwaldt Die Weissagungen des Nostradamus: erstmalige Auffindung des ChiffreschlŁssels und EnthŁllung der Prophezeiungen Łber Europas Zukunft und Frankreichs GlŁck und Niedergang, 1555-2200 (C. Loog, Pfullingen in WŁrttemberg, 1921 [1920]) geraadpleegd en Prophezeiungen - Alter Aberglaube oder neuer Wahrheit? (dr. M. Kemmerich MŁnchen, 1911).[4]

 

Rehwaldt versus de CenturiŽn
Rehwaldt heeft Nostradamus, de CenturiŽn en Centurie-onderzoekers aangevallen met antisemitische uitspraken, beschimpingen, complottheorieŽn en taalkundige argumenten. Hij bestempelde de CenturiŽn als een duistere aangelegenheid van een halfjoodse Franse astroloog en kwakzalver die pretendeerde helderziend te zijn en een goed gevoel voor zaken had. Rehwaldt voegde hieraan toe dat Nostradamus een bijzondere vriendschap had met "de strengkatholieke en occulte koningin Cathťrine de' Medici", die hem de horoscopen van haar vier zonen liet uitleggen. Tijdgenoten van Nostradamus, te weten zijn medeburgers in Salon-de-Provence, hielden Nostradamus volgens Rehwaldt voor een bedrieger, evenals Rehwaldt zelf, die hem op ťťn lijn stelde met de Duitser Hanussen en de Italiaan Cagliostro, die hun tijdgenoten voor de gek hadden gehouden met het voorwendsel dat zij over occulte gaven beschikten.[5]  
Volgens Rehwaldt was Nostradamus een vooraanstaand lid van een geheim genootschap, die in occulte kringen als een van de grootste profeten en ingewijden gold.
Om de zienersgave van hun medebroeder Nostradamus aannemelijk te maken, had het netwerk van helpers van geheime genootschappen het overlijden in 1559 van de Franse koning Henri II willens en wetens gekoppeld aan kwatrijn 01-35, terwijl er volgens Rehwaldt geen enkele aanwijzing was dat het overlijden van Henri II in dit kwatrijn was voorspeld.
Tegenover zijn aanname dat de CenturiŽn
in de tijd waren verschenen waarin Nostradamus leefde en geen voorspellingen bevatten die aansluitend op de erin beschreven gebeurtenissen waren opgesteld, stelde Rehwaldt dat ze zo duister zijn dat velen niet weten wat zij eraan hebben, met uitzondering van commentatoren als Kemmerich en Loog, die volgens hem altijd manieren vonden om een kwatrijn aan een gebeurtenis te koppelen. Rehwaldt beschuldigde hen ervan de kwatrijnen niet op een voor de hand liggende manier te hebben vertaald, maar aan Nostradamus neologismen te hebben toegedicht en het gebruik van anagrammen om op die manier een koppeling van een kwatrijn aan een bepaalde gebeurtenis te forceren. Hij bekritiseerde de koppeling door Kemmerich en Loog van kwatrijn 01-35 aan enerzijds het overlijden van Henri II en anderzijds het ten einde lopen van het Huis Valois. Verder bekritiseerde hij Loogs koppeling van kwatrijn 07-35 aan de manier waarop in Polen in de zestiende eeuw de troonopvolging was geregeld en diens koppeling van kwatrijn 09-20 aan de vlucht in 1791 van de Franse koning Louis XVI en zijn arrestatie in Varennes. Uit Weissagungen komt naar voren dat Rehwaldt juist deze drie commentaren had gekozen omdat het om naar zijn mening beroemde kwatrijnen ging waarin Nostradamus tot in het kleinste detail voorspellingen zou hebben gedaan. Kwatrijn 01-35 had Nostradamus bij leven in ťťn klap beroemd gemaakt. Rehwaldts kritiek moest aan deze roem voorgoed een einde maken. 

Kwatrijn 01-35 
Rehwaldt stelde de koppeling van kwatrijn 01-35 aan het overlijden van Henri II en het ten einde lopen van het Huis Valois ter discussie. Volgens hem hadden Kemmerich en Loog de vierde regel van kwatrijn 01-35 gekoppeld aan het ten einde lopen van het Huis Valois op grond van de vertaling van het woord chasses in deze regel in breuk. In de ogen van Rehwaldt hadden zij voor deze onwaarschijnlijke vertaling gekozen omdat een vertaling in het meer voor de hand liggende jachtpartijen niet tot een koppeling aan een gebeurtenis zou leiden. 

Kwatrijn 07-35
Loog koppelde dit kwatrijn aan de kroning in 1573 van de Hertog van Anjou tot koning van Polen en de gebeurtenissen erna op grond van een duiding van de woorden La grande pesche in de eerste regel. Volgens Loog had Nostradamus het woord Pesche uit het Griekse woord pessikos  (dobbelsteen) gevormd. Nostradamus zou hiermee hebben willen zinspelen op de manier waarop in Polen het koningschap was geregeld (verkiezingen, omkoperijen).[6] Rehwaldt stelde dat geen enkel woord in kwatrijn 07-35 op Polen duidt of een koningschap. Een letterlijke vertaling van de tekst van dit kwatrijn was volgens hem niet mogelijk omdat in modern Frans niet het woord Pesche voorkomt maar het woord pÍche (vistuig, visserij); de accent-circonflex boven de -e- is een samentrekking van de letters -e- en -s- in pesche. Een vertaling in vistuig of visserij zou echter niet leiden tot de koppeling van kwatrijn 07-35 aan een gebeurtenis, wat volgens hem voor de occultisten, in dit geval Loog, reden was om het fenomeen "woordcreatie" er met de haren bij te slepen om zo een koppeling tot stand te brengen tussen kwatrijn 07-35 en de gebeurtenissen in Polen in 1574.

Kwatrijn 09-20
Loog had kwatrijn 09-20 gekoppeld aan de vlucht in 1791 van de Franse koning Louis XVI naar Varennes. Volgens hem was het Franse woord Forest in de eerste regel van kwatrijn 09-20 een afgeleide van het Latijnse woord fores (deur); het woord pars in de tweede regel een verkorte weergave van partes matrimonii (echtgenoten); betekende het woord vaultorte in dezelfde regel dwaalweg en was het woord Herne ontstaan uit het woord reine (koningin); was het woord moyne in de derde regel een afgeleide van het Griekse woord monos (alleen, verlaten); het woord noir in dezelfde regel een omkering van roi (koning) en het woord Cap. in de vierde regel een afkorting van het Huis Capet.[7] Volgens Rehwaldt had Loog door allerlei vondsten (anagrammen, neologismen enz.) zijn vertaling toegesneden op de gebeurtenis in 1791 die hem voor ogen stond, zodat hij kon aantonen dat de oude ziener Nostradamus ook in het geval van dit kwatrijn alles precies en tot in dťtail had voorspeld, zoals de grijze mantel die Louis XVI ten tijde van zijn vlucht droeg.Een beangstigend gegeven, zo schertste Rehwaldt; de gelovige occultisten moesten toch de koude rillingen over hun rug voelen lopen.

Kwatrijn 03-01
Rehwaldt heeft Loogs vertaling van en commentaar op kwatrijn 03-01 geciteerd. Volgens Loog heeft dit kwatrijn onmiskenbaar betrekking op Engeland, gezien de aanduiding "Neptunus" in de eerste regel. Volgens Loog zou Engeland aan het einde van de Eerste Wereldoorlog op het hoogtepunt van haar macht verkeren. Hij betwijfelde echter of de woorden Der rote Gegner wird vor Furcht bleich werden wenn er das Weltmeer in Schrecken versetzt zouden verwijzen naar de angst van de Duitse sociaal-democratie vanwege de gevolgen van de duikbootoorlog en de Engelse blokkade. Rehwaldt bestempelde dit commentaar van Loog als verbluffend eenvoudig.

 

Enkele kanttekeningen bij de kritiek van Rehwaldt
Rehwaldt is niet de enige die Nostradamus een bedrieger en oplichter heeft genoemd en die kritiek heeft op de koppelingen die zijn gelegd tussen sommige kwatrijnen en bepaalde gebeurtenissen. Tijdgenoten van Nostradamus als Laurens Videl, de schrijver van Dťclaration des abus ignorances et seditions de Michel Nostradamus (Lyon, 1558 [1557]) hebben hem behalve van oplichterij ook van een gebrek aan astrologisch vakmanschap beschuldigd. In 1863 schreef de Franse Centurie-onderzoeker Buget dat voorzover hij kon beoordelen geen enkel woord in kwatrijn 01-35 van toepassing was op het overlijden van Henri II. In tegenstelling tot de inhoud van het kwatrijn voerden noch Henri II, noch de graaf van Montgomery, zijn opponent, een leeuw als embleem en de helm die Henri II droeg was niet van goud of verguld.
[8] De kritiek van mensen als Buget en Videl is inhoudelijk van aard. Rehwaldts kritiek daarentegen is gefundeerd op de antisemitische gedachte dat Nostradamus een halfjood was, wat betekende dat hij een oplichter was en een bedrieger. Onder het voorwendsel helderziend te zijn had deze slimme Jood de raadselachtige CenturiŽn in omloop gebracht, een handige manier om geld te verdienen. Rehwaldts antisemitische kritiek is niet steekhoudend. Iemands gave, integerheid of talent kan niet worden beoordeeld op grond van ras of geloof. Met dergelijke kritiek kan evenmin worden vastgesteld of de voorspellingen in de CenturiŽn in vervulling kunnen gaan of niet.
Volgens Rehwaldt was Nostradamus een vooraanstaand lid van een geheim genootschap en hebben zijn medebroeders er alles aan gedaan om hem beroemd te maken. Rehwaldt heeft niet vermeld van welk geheim genootschap Nostradamus lid was; hij heeft hieromtrent in Weissagungen een complottheorie gelanceerd zonder concrete bewijzen aan te dragen.
Rehwaldt heeft de CenturiŽn niet alleen willen ontkrachten door ze te categoriseren als het product van een oplichter, maar ook door te beschrijven welke volgens hem belachelijke huzarenstukjes Kemmerich en Loog hadden uitgehaald om kwatrijnen aan gebeurtenissen te koppelen en aannemelijk te maken dat Nostradamus tot in het kleinste detail voorspellingen had gedaan. Naar zijn mening was de koppeling door Kemmerich en Loog van de vierde regel van kwatrijn 01-35 aan het einde van het Huis Valois geforceerd: het woord chasses in deze regel was vertaald in breuk in plaats van in jachtpartij. Dit argument is niet steekhoudend: in de vierde regel van kwatrijn 01-35 staat niet het woord chasses, maar het woord classes. Kemmerich heeft de vertaling van het woord classes in breuk ontleend aan de Franse Centurie-onderzoeker Anatole le Pelletier, die heeft verwezen naar het Griekse woord klasis (fractuur, vertakking); Loog schrijft eveneens over een breuk.
[9]
Rehwaldt heeft ook Kemmerichs commentaar aangevallen op de voorspelling van Nostradamus aan Cathťrine de' Medici dat drie van haar zonen koning zouden worden. Hij meende dat Kemmerich - die hij voortdurend professor noemde terwijl Kemmerich een doctorsgraad voerde - zich had vergaloppeerd door te schrijven dat Nostradamus wijselijk had verzwegen dat de troonsbestijging door de ťne broer het gevolg zou zijn van de dood van de andere broer; voor Rehwaldt stond het allerminst vast dat de kennis van Nostradamus zo ver reikte. In de ogen van Rehwaldt verschilde deze voorspelling van die in de CenturiŽn omdat Nostradamus zijn voorspelling aan Cathťrine de' Medici gebaseerd had op horoscopen, terwijl hij de CenturiŽn had geschreven onder voorwending van helderziendheid.

 

Contrasten
In dit artikel wordt ervan uitgegaan dat toen Weissagungen in 1939 werd uitgegeven, het Duitse leger Polen nog niet was binnengevallen. Anders gezegd: ten tijde van de uitgave van Weissagungen werden er nog geen propagandistische Nostradamus-campagnes gevoerd. Tussen deze Nostradamus-campagnes en de inhoud van Weissagungen met betrekking tot Nostradamus en de CenturiŽn bestaan een aantal verschillen.
Rehwaldts aanval op Nostradamus en de CenturiŽn maakte geen deel uit van een kruistocht tegen bijgeloof, maar van een kruistocht tegen de door de Bund fŁr deutsche Gotterkenntnis veronderstelde internationale netwerken van Joden, Rooms-katholieken en vrijmetselaars die uit zouden zijn op de wereldheerschappij. In november 1939, nŠ de Duitse veldtocht in Polen en de koppeling ervan aan kwatrijn 03-57, vatte dr. Paul Joseph Goebbels, minister van Volksvoorlichting en Propaganda in nazi-Duitsland, het plan op de CenturiŽn te gebruiken voor psychologische oorlogvoering. Hiermee wilde hij het bijgeloof uitbuiten dat onder zijn tegenstanders leefde, om hen zo te demoraliseren. De raadselachtige bewoordingen van de CenturiŽn zouden de campagnevoerders in staat stellen ze naar believen uit te leggen.
Voor de nationaalsocialistische Nostradamus-campagnevoerders was de joodse afkomst van Nostradamus geen beletsel om de CenturiŽn te gebruiken voor psychologische oorlogvoering. In een notitie die vermoedelijk uit eind juni 1940 dateert, schreef dr. Werner Wilmanns, die de Zwitserse astroloog/statisticus Karl Ernst Krafft in mei 1940 had gevraagd een Nostradamusbrochure te schrijven, dat dr. Heinrich Fesel, hoofd van Amt VII van het Reichssicherheitshauptamt, van mening was dat het doelmatig was om de CenturiŽn te gebruiken voor psychologische oorlogvoering en dat Nostradamus hooguit een halfjood was.[10] Aan een voor Zwitserland bestemde versie van Kraffts brochure Nostradamus sieht die Zukunft Europas zouden een aantal alinea's toe moeten worden gevoegd waaruit zou blijken dat Nostradamus een halfjood was. Deze versie is voorzover bekend niet in omloop gekomen. In de vertalingen van Nostradamus sieht die Zukunft Europas die in 1941 in omloop zijn gekomen, is over de joodse afkomst van Nostradamus niets vermeld. In de vertalingen van de Duitse grondtekst van een Nostradamusbrochure, geschreven in november-december 1939 door Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld, Leopold Gutterer en prof. dr. Karl BŲmer, is Nostradamus beschreven als een Fransman, evenals in de door dr. phil. Alexander Max Centgraf geschreven Duitse grondtekst van Voorspellingen die uitgekomen zijn... en de Nostradamus-brochures in de serie Informations-Schriften.

 

De Meern, 22 juli 2007
T.W.M. van Berkel

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. In de Tweede Wereldoorlog heeft Rehwaldt niet alleen onder zijn eigen naam gepubliceerd, maar ook onder het pseudoniem H. Janow. Na de Tweede Wereldoorlog heeft hij gepubliceerd onder het pseudoniem German Pinning. Onder die naam zijn in 1999-2000 ook een aantal van zijn publicaties uit de jaren 1938-1941 herdrukt. [tekst]

  2. De precessietijdperken, beter bekend als astrologische tijdperken, hebben een duur van ongeveer 2150 jaar. De constructie van deze tijdperken berust op de "precessie van de Equinox", de achterwaartse beweging van het Lentepunt door de siderische Dierenriem. In deze constructie komt na het Vissentijdperk,dat tot ongeveer 2100 AD duurt, het Watermantijdperk. De tijdperken op de voorplaat van Weissagungen zijn geordend in voorwaartse richting; na een Vissen-tijdperk (1950 vChr - 150 AD) volgt een Ramtijdperk (150 AD - 2250 AD). [tekst]

  3. Zie: Wikipedia. [tekst]  

  4. In de studies op deze website is gebruik gemaakt van de zesde druk van Die Weissagungen des Nostradamus
    Van Prophezeiungen - Alter Aberglaube oder neue Wahrheit? zijn vier drukken verschenen: de eerste in 1911, de tweede in 1916, de derde in 1924 en de vierde in 1925. Rehwaldt heeft niet vermeld welke druk hij heeft gebruikt, wel dat Kemmerich de Eerste Wereldoorlog voorzichtigheidshalve buiten beschouwing had gelaten. Dit betekent dat Rehwaldt de eerste druk van Prophezeiungen - Alter Aberglaube oder neue Wahrheit heeft geraadpleegd; Kemmerich had aan de tweede druk het hoofdstuk Der Weltkrieg in der Prophetie toegevoegd, dat ook deel zou uitmaken van de derde en vierde druk. [tekst]

  5. Hanussen: Erik Jan Hanussen, pseudoniem van Hermann Chajm Steinschneider, geboren in Wenen op 2 juni 1889, een oplichter die in de latere jaren van zijn leven voorwendde occulte gaven te bezitten. Ondanks dat zijn voorspellingen niet uitkwamen, verwierf hij een grote faam. Hij gaf een eigen weekblad uit, de Hanussen bonte Wochenschau, maskeerde zijn joodse afkomst, ondersteunde het nationaalsocialisme en kreeg in nationaalsocialistische kringen vooraanstaande vrienden door onder andere hun speelschulden te financieren. Op 8 april 1933 werd zijn stoffelijk overschot gevonden in een bos in het zuiden van Berlijn. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat hij in de nacht van 24 op 25 maart 1933 door drie leden van de SA was vermoord in een politiebureau in Berlijn (bron: Wikipedia). 
    Cagliostro: Alessandro Graf von Cagliostro, pseudoniem van Giuseppe Balsamo (1743-1795), een Italiaans avonturier die zich bezighield met het occulte, voorgaf alchemist te zijn en de kost verdiende met de verkoop in Europa van schoonheidsmiddelen en wonderdrankjes en het uitoefenen van de geneeskunst. In 1776 werd hij ingewijd in een vrijmetselaarsloge in Londen. Later richtte hij Egyptische vrijmetselaarsloges op in Engeland, Duitsland, Rusland en Frankrijk. Toen hij in 1791 een loge in Rome wilde oprichten, werd hij gearresteerd door de Italiaanse Inquisitie. Tegenover de Inquisitie deed hij het voorkomen alsof vrijmetselaars een internationale groep samenzweerders vormden die de heersende macht omver wilden werpen. In latere jaren werd deze complottheorie verweven in antisemitische propaganda (bron: Wikipedia).
    [tekst] 

  6. Loog-1921 (1920), p.14-15. [tekst]

  7. Loog-1921 (1920), p.31-32. [tekst] 

  8. Buget, 1863, p.455, in Leoni, p.576. [tekst]  

  9. Kemmerich-1926, p.355-356; Le Pelletier, boek I, p.72; Loog-1921 (1920), p.13. Brind'Amour heeft gesignaleerd dat in een klein aantal publicaties in plaats van het woord classes het woord playes staat, hij heeft niets geschreven over het woord chasses (Brind'Amour 1996 [1994], p.99). [tekst]

  10. Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942. [tekst]

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top