Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie "Tweede wereldoorlog"
Die Prophezeiungen des  Nostradamus 
(dr. E. Noelle, Deutsche Allgemeine Zeitung, Berlijn, 16 juni 1940)
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

E Noelle NeumannDe Duitse opinieonderzoekster Elisabeth Noelle-Neumann (1916-2010) heeft in een interview dat werd uitgezonden in 1998, verteld dat zij op grond van commentaren op de Profetieën van Nostradamus reeds in 1940 wist hoe de Tweede Wereldoorlog zou verlopen. Zij vertelde ook dat zij in 1940 een artikel had geschreven over Nostradamus, dat in gecensureerde vorm werd gepubliceerd in de buitenlandeditie van de Deutsche Allgemeine Zeitung. In 2003 heeft zij in een artikel in het dagblad Die Welt dit alles nogmaals beschreven. In het interview Was würden Sie am liebsten tanzen?, verschenen in oa Handelsblatt.com op 18 mei 2006, karakteriseerde Noelle-Neumann zichzelf als intuïtief. Volgens Katharina Slodczyk en Christoph Hardt, de interviewers, hoort daartoe ook een eigenschap die niet past bij een wetenschapper die zich beroepsmatig aan bewijsbare feiten en rationele criteria houdt: haar geloof in engelen en astrologie, in beschikking en geluksgetallen. Reeds in 1940 bijvoorbeeld had zij "geweten" dat de Duitsers de oorlog zouden verliezen, omdat zij een dergelijke voorspelling had gevonden tijdens een onderzoek naar de Renaissance-astroloog Nostradamus.
In dit artikel wordt het artikel besproken dat Noelle-Neumann in 1940 heeft geschreven, het interview uit 1998 en het artikel uit 2003, niet in de laatste plaats omdat het relaas dat Noelle-Neumann in 1998 heeft verteld, in een aantal opzichten verschilt van het artikel dat zij in 2003 heeft geschreven.

  

 

Die Prophezeiungen des Nostradamus  
Elisabeth Noelle, Deutsche Allgemeine Zeitung, 16 juni 1940
Koptekst "Die Prophezeiungen des Nostradamus"

In de Deutsche Allgemeine Zeitung (DAZ) van 16 juni 1940 is een artikel gepubliceerd, zonder vermelding van de auteursnaam, met als titel: Die Prophezeiungen des Nostradamus. Dit artikel is geschreven in het voorjaar van 1940 door de toen 23-jarige Elisabeth Noelle, die vanaf medio april 1940, na het slagen voor haar examen met betrekking tot haar proefschrift, tot september 1940 bij de DAZ werkzaam was als journalist-in-opleiding.[1] 
In Die Prophezeiungen des Nostradamus is beschreven wat Frankrijk volgens de Centuriën in 1940 te wachten zou staan. De Centuriën hebben in Frankrijk tot een zodanig defaitistische houding geleid dat Georges Mandel, de Franse minister van Binnenlandse Zaken, concludeerde dat in zijn land een Nostradamus-colonne was ontstaan, die gerekend moest worden tot Frankrijks meest grimmige vijanden. Die Prophezeiungen des Nostradamus besluit met een citaat uit Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit, een artikel, geschreven door Walsing en verschenen in de DAZ van 12 november 1925. Volgens dit citaat maakt Duitsland volgens de voorspellingen van Nostradamus ongeveer zeventig jaar na de oprichting van de republiek in Frankrijk een einde aan het "Grote Contract", het Verdrag van Versailles.[2] Nostradamus verwijt zijn vaderland Frankrijk dat het te ver is gegaan en met zich had moeten laten praten. De Duitsers zullen met onweerstaanbare vermetelheid een verrassend snelle en onverwacht sterke veldtocht voeren en Parijs veroveren. 
Nostradamus is in Die Prophezeiungen des Nostradamus gepresenteerd als een politiek profeet wiens voorspellingen in roerige tijden steeds opnieuw op verrassende wijze bewaarheid lijken te worden, in tegenstelling tot die van zijn vakbroeders. Over zijn leven en werk is geschreven dat hij een geducht bestrijder was van de pest, dat hij zich wegens onenigheid met collega-artsen toelegde op onderzoek en schrijven, dat Cathérine de' Medici, de echtgenote van de Franse koning Henri II, hem om raad vroeg en dat de Franse koning Charles IX hem bezocht. Nostradamus had in zijn huis in Salon een kamer ingericht om de sterrenhemel te observeren. Tijdens het observeren van het firmament zat hij op een bronzen stoel met voor zich een bekken, gevuld met water, dat de sterren weerspiegelde.

Over de Centuriën is geschreven dat ze zijn verschenen tussen 1555 en 1558 en in totaal duizend kwatrijnen bevatten waarin het politieke gebeuren is beschreven tot het jaar 3797. Bij het overlijden van de Franse koning Henri II in 1559 is voor het eerst hun kracht gebleken. Inmiddels zijn er ongeveer 300 kwatrijnen vervuld, waaronder kwatrijnen met voorspellingen over de Dertigjarige Oorlog, de onthoofding van de Engelse koning Charles I, over Cromwell, Louis XIV, de Franse Revolutie, Napoleon Bonaparte, Napoleon III en de Eerste Wereldoorlog. Ter illustratie zijn overeenkomsten besproken tussen een zevental kwatrijnen en het leven van Napoleon Bonaparte. De sleutel tot de kwatrijnen zal 500 jaar na 1555 worden gevonden.
In rustige tijden zijn de Centuriën volgens Die Prophezeiungen des Nostradamus een bonte, fantasierijke toekomstroman waarop men zijn voorstellingsvermogen kan uitleven. In roerige tijden blijken de Centuriën steeds weer een enorme uitwerking te hebben. Het citaat uit Ein Zukunftsroman der Menschheit illustreert dat in 1940 werkelijkheid wordt wat in 1925 een toekomstroman was.
Volgens Die Prophezeiungen des Nostradamus is het begrijpelijk dat men in Frankrijk gelooft niet alleen te moeten vechten tegen de Vijfde Colonne, maar ook tegen de Nostradamus-colonne.

 

Bibliografie, bronteksten
Aan het eind van Die Prophezeiungen des Nostradamus zijn de volgende geraadpleegde publicaties opgesomd:

  • Loog, C.: Die Weissagungen des Nostradamus: erstmalige Auffindung des Chiffreschlüssels und Enthüllung der Prophezeiungen über Europas Zukunft und Frankreichs Glück und Niedergang, 1555-2200. Pfullingen in Württemberg, 1921 (1920).

  • Walsing: Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit (DAZ. 12.11.1925, Nr. 534).
    In dit artikel is een kopie gebruikt van de versie, verschenen in de DAZ-Reichsausgabe nr. 534/535 dd. 13 november 1925, getiteld Ein Zukunftsroman der Menschheit.

  • Winkler, dr. B.: Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert. Görlitz, 1939.

  • Winkler, dr. B.: Englands Aufstieg und Niedergang nach den Prophezeiungen des großen französischen Sehers Michel Nostradamus aus den Jahren 1555 und 1558. Leipzig, 1940.

  • Wöllner, dr. Chr.: Das Mysterium des Nostradamus. Leipzig, 1926.

 

Loog 1921
Loog (1921)

Wöllner 1926
Wöllner (1926)

Winkler 1939
Winkler (1939)

Winkler 1940
Winkler (1940)

In Die Prophezeiungen des Nostradamus is alleen verwezen naar Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit in de DAZ van 12 november 1925. Er zijn geen paginaverwijzingen naar de boeken van Loog, Wöllner en Winkler.
Tijdens de studie die aan deze bespreking ten grondslag ligt, is gebleken dat de Duitstalige kwatrijnteksten in Die Prophezeiungen des Nostradamus zijn ontleend aan Winklers Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert. Aan dit boek is ook de bespreking ontleend van overeenkomsten tussen een zevental kwatrijnteksten en het leven van Napoleon Bonaparte.
[3] Er zijn geen passages gevonden die kunnen worden teruggevoerd op Loog-1921, Wöllner-1926 en Winkler-1940.

 

Kanttekeningen

a. Nostradamus als politiek profeet
Nostradamus is afgeschilderd als een politiek profeet en de Centuriën als een verzameling van ongeveer 1000 kwatrijnen, waarin het politieke gebeuren is beschreven tot het jaar 3797. In Winklers Nostradamus und seine Prophezeiungen... staat op p.47: Aus den Prophezeiungen, deren Inhalt wir bis jetzt zu deuten versuchten, haben wir gesehen, daß die Vorschau des Sehers eine politische Schau ist. Noelles karakterisering van Nostradamus als politiek profeet lijkt te kunnen worden teruggevoerd op deze karakterisering van Winkler. Echter, in de kwatrijnen die deel uitmaken van de Centuriën staan niet alleen voorspellingen over politieke verwikkelingen, maar ook over aardbevingen, epidemieën, hongersnood, overstromingen en het naderend wereldeinde. In een groot aantal voorspellingen in de Almanachs van Nostradamus en diens Pronostications is ook geschreven over epidemieën, hongersnood en natuurrampen. De lezer van Die Prophezeiungen des Nostradamus wordt over deze facetten van de voorspellingen van Nostradamus niet geïnformeerd en wordt, als hij/zij geen kennis heeft van het oeuvre van Nostradamus, op het verkeerde been gezet.

b. Hitler, het nationaalsocialisme en de toestand in Europa vanaf 1918
Winkler heeft in Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert kwatrijnen besproken die volgens hem in de periode 1559-1936 in vervulling zijn gegaan. Volgens hem is in kwatrijn 01-47 de onmacht van de Volkenbond voorspeld en in kwatrijn 03-58 de geboorte van Hitler. In de kwatrijnen 04-15 en 05-79 is volgens Winkler Hitlers binnenlandse politiek beschreven. In Englands Aufstieg und Niedergang... heeft hij kwatrijn 03-57 gekoppeld aan de Duitse inval in Polen in september 1939.[4]  
In Die Prophezeiungen des Nostradamus zijn een aantal kwatrijnen besproken die tussen 1559 en 1918 in vervulling zouden zijn gegaan, waarbij veel materiaal is overgenomen uit Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert.
Er is een opsomming gegeven van de Dertigjarige Oorlog, de onthoofding van de Engelse koning Charles I, Cromwell, Louis XIV, de Franse Revolutie, Napoleon Bonaparte, Napoleon III en de Eerste Wereldoorlog. Er is echter geen enkel woord gewijd aan de onmacht van de Volkenbond, de geboorte van Hitler en diens binnenlandse politiek of de inval in Polen. In Die Prophezeiungen des Nostradamus zijn de jaren vanaf 1918 in nevelen gehuld. Dit geldt ook voor de toestand waarin Europa zich bevond sinds september 1939. Winkler, die de Eerste Wereldoorlog heeft aangeduid met der Weltkrieg, heeft in Englands Aufstieg und Niedergang ... de woorden den gegenwärtigen Krieg gebruikt voor de tijd sinds september 1939.[5] In Die Prophezeiungen des Nostradamus is de Eerste Wereldoorlog eveneens aangeduid met der Weltkrieg. In verwijzingen naar de toestand sinds september 1939 is niet het begrip "oorlog" gebruikt, maar bewoordingen als "de huidige tijd", "verschuiving van het politieke zwaartepunt", tijden die politiek gezien "roerig zijn" of "rijk aan gebeurtenissen" en (Walsing) "een veldtocht", welke gevechtshandeling is toegespitst op Frankrijk. De inhoud van Die Prophezeiungen des Nostradamus is geconcentreerd op Frankrijk. Wat in andere Europese landen gaande was, is niet aangestipt.

c. De Nostradamus-colonne  
Die Prophezeiungen des Nostradamus is afgesloten met de opmerking dat het begrijpelijk is dat men in Frankrijk gelooft niet alleen te moeten vechten tegen de Vijfde Colonne, maar ook tegen de Nostradamus-colonne, die volgens de Franse minister van Binnenlandse Zaken tot Frankrijks meest grimmige vijanden moet worden gerekend. Volgens het artikel is het defaitisme in Frankrijk veroorzaakt door het feit dat de Centuriën de toekomst van Frankrijk in het duister laten. In Voorspellingen die uitgekomen zijn... staat op p.56 dat een aantal Fransen op grond van de Centuriën van Nostradamus hun stem verhieven tegen de oorlog die Frankrijk in 1940 zo jammerlijk zou verliezen. Het resultaat van deze waarschuwing was dat Mandel, de Franse minister van Binnenlandse Zaken, deze "Colonne van Nostradamus" liet vervolgen.
In werkelijkheid is het defaitisme in Frankrijk veroorzaakt door de Duitse paniekpropaganda, waarvan de Nostradamus-campagne een onderdeel was. Reeds in november/december 1939 had Goebbels in een geheime dagelijkse propagandabespreking op zijn Propagandaministerie uiteengezet hoe de Centuriën van nut konden zijn in de psychologische oorlogvoering.
Hij beschouwde ze als een bron die langdurig kon worden gebruikt en gaf instructies aangaande het ontwerpen van een illegaal ogende kettingbrief, waarin Zenturie 33, een profetisch vers, moest worden verwerkt. Mondeling moest de treffende overeenstemming tot uitdrukking komen tussen deze Zenturie en het machtsovernamejaar 1933 met als uitleg: nieuwe ordening in Europa door Groot-Duitsland, tijdelijke bezetting van Frankrijk, Groot-Duitsland brengt het duizendjarige rijk en de duizendjarige vrede. Deze volgens Goebbels ongehoorde onzin moest via een radiozender bekend worden in Frankrijk. De betekenis van de "grote vorst uit Armenië" die in Zenturie 33 was vermeld, moest achter de hand worden gehouden totdat Stalin uit Georgië Duitsland de oorlog zou verklaren of Duitsland Stalin.
[6] In de propagandabespreking van 17 mei 1940 is aan de geheime radiozender opgedragen in Frankrijk met alle mogelijke middelen, waaronder het protesteren tegen nalatigheden van de Franse regering en het oppakken en verspreiden van geruchten die in Frankrijk de ronde deden, in het bijzonder geruchten over een voorgenomen vlucht van de regering-Reynaud, een paniekstemming teweeg te brengen. Verder moest de radiozender de Franse bevolking indringend waarschuwen tegen de gevaren van de Vijfde Colonne, waarvan alle Duitse emigranten die in Frankrijk woonden, ook Duitse Joden, deel uitmaakten. Willi A. Boelcke, die in 1966 de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen op het Propagandaministerie in de periode 1939-1941 heeft voorzien van commentaar, heeft opgemerkt dat de Vijfde Colonne-campagne die het Propagandaministerie voerde, vooral in Frankrijk voet aan de grond kreeg. Het gevaar van de Vijfde Colonne werd in de Franse pers breed uitgemeten. Mede door deze campagne nam in Frankrijk de nervositeit toe.[7]
In de propagandabespreking van 24 mei 1940 is aan de geheime radiozender opgedragen veelvuldig te werken met voorspellingen. Goebbels wijst op een voorspelling van een  monnik (diens naam is niet vermeld in de notulen), op sagen die over de Loretto-Hoogte gaan en raadt het gebruik aan van de "Nostradamus-brochure".
[8]
In de propagandabespreking van 26 mei 1940 is aan de geheime radiozender opgedragen in Frankrijk de reeds goed werkende Nostradamus-profetieën nog verder te verspreiden.[9]  Goebbels schrijft in zijn dagboek over 26 mei 1940 dat in Frankrijk de paniekpropaganda erg succesvol is en dat Nostradamus-aanhangers de "zesde colonne" worden genoemd. Dit is voor hem een teken dat deze propaganda werkt en reden de propaganda-activiteiten op te voeren.[10] In de propagandabespreking van 27 mei 1940 is aan Hans Fritzsche, hoofd van de afdeling Duitse Pers in het Propagandaministerie, opgedragen de Duitse pers te instrueren niets meer over de Profetieën van Nostradamus en aanverwante zaken te publiceren, om de campagnes in het buitenland niet te verstoren.[11]
De woorden "Nostradamus-colonne" in Die Prophezeiungen des Nostradamus wijzen op hetzelfde verschijnsel als de woorden "zesde colonne" in de aantekeningen in het dagboek van Goebbels. Het defaitisme dat in Frankrijk in 1940 is ontstaan, is niet veroorzaakt door het feit dat de Centuriën de toekomst van Frankrijk in het duister laten, zoals in Die Prophezeiungen des Nostradamus is gesuggereerd, maar door de nationaalsocialistische Nostradamus-campagne, die onderdeel was van een grootschalige psychologische oorlogvoering van de kant van Duitsland.

d. Het citaat uit Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit

Koptekst "Ein Zukunftsroman der Menschheit"

In Ein Zukunftsroman der Menschheit heeft Walsing een commentaar besproken van - niet nader genoemde - Zweedse Centurie-onderzoekers, die op grond van de Brief aan Henri II tot een reeks dateringen en gebeurtenissen kwamen, beginnend vanaf 1815. Volgens Walsing hebben deze onderzoekers voor 1940 voor Europa een oorlog beschreven tussen Duitsland en Frankrijk, zonder inmenging van de andere Europese landen. Volgens hen doet een grootschalige oorlog in Europa zich niet eerder voor dan in 2000. 
Uit Ein Zukunftsroman der Menschheit kan niet worden opgemaakt dat in de Brief aan Henri II volgens de Zweedse onderzoekers de oorlogssituatie is voorspeld die zich vanaf september 1939 in Europa zou voordoen.

 

Ein Zukunftsroman der Menschheit
(Walsing, DAZ-Reichsausgabe, 13 november 1925)

Die Prophezeiungen des Nostradamus
(Noelle, DAZ, 16 juni 1940)

Etwa siebzig Jahre nach der Errichtung der Republik in Frankreich, also gegen 1940, wird Deutschland "dem großen Kontrakt" von Versailles ein Ende machen. "Frankreich, Du bist zu weit gegangen! Du hättest mit Dir reden lassen sollen!" ruft Nostradamus seinem Vaterlande zu. Deutschlands Feldzug wird mit überraschender Schnelligkeit, unvermuteter Kraft und unwiderstehlicher Kuhnheit geführt werden. Paris wird erobert, und die französische Hauptstadt muss nach dem Suden Frankreichs verlegt werden. Ein alter Staatsman, der schon früher am Ruder war, wird Frankreich zwanzig Monate blutig und tyrannisch regieren; sein Nachfolger jedoch macht große politische Fehler, und ein Abkommling des alten Königshaus besteigt den Thron. Die anderen europäischen Staaten mischen sich nicht in die deutsch-französischen Auseinandersetzung, denn alle haben koloniale Sorgen, hauptsachlich infolge des Erstarkens des Islam. England und Frankreich haben bedeutende, teilweise kriegerische Differenzen. Die katholische Kirche nimmt ständig zu an Macht, während die griechisch-katholische an Ansehen verliert.

"Etwa siebzig Jahre nach der Errichtung der Republik in Frankreich, also gegen 1940, wird Deutschland dem großen Kontrakt (von Versailles) ein Ende machen. "Frankreich, Du bist zu weit gegangen! Du hättest mit Dir reden lassen sollen!" ruft Nostradamus seinem Vaterlande zu. Deutschlands Feldzug wird mit überraschender Schnelligkeit, unvermuteter Kraft und unwiderstehlicher Kuhnheit geführt werden. Paris wird erobert werden."


Noelle heeft in Die Prophezeiungen des Nostradamus de bevindingen van de Zweedse onderzoekers slechts ten dele verwerkt. Zij heeft niet vermeld dat deze onderzoekers voor 1940 alleen een oorlog tussen Duitsland en Frankrijk verwachtten, waar de andere Europese landen zich buiten zouden houden. Zij heeft het haar lezers - gewild of ongewild - mogelijk gemaakt de woorden Deutschlands Feldzug te betrekken op de Westfeldzug, de invallen van Duitsland in België, Frankrijk, Luxemburg en Nederland, en eventueel ook op de invallen in Polen in september 1939 en in Denemarken en Noorwegen in april 1940. Zij heeft - gewild of ongewild - ten onrechte de indruk gewekt dat de Tweede Wereldoorlog op deze wijze is voorspeld in de Centuriën.

 

Die Erschaffung der Demoskopie 
Wolfgang Hagen in gesprek met Elisabeth Noelle-Neumann, 1998 (1996)
Radio Bremen

Noelle-Neumann werd op 25 en 26 maart en 28 oktober 1996 geïnterviewd door de Duitse mediawetenschapper Wolfgang Hagen. Het interview is uitgezonden op 4 juni 1998 op Radio Bremen; de tekst ervan is gepubliceerd op Hagens website onder de titel Die Erschaffung der Demoskopie.[12] 
Nostradamus kwam
in dit interview, dat over het ontstaan van opinieonderzoek ging, zijdelings ter sprake. Noelle-Neumann vertelde dat zij op 15 april 1940, na het behalen van haar doctoraat filosofie, op vrijwillige basis als journalist ging werken bij de DAZ. Omstreeks 30 april 1940 kreeg zij van haar opleidingsredacteur een briefkaart overhandigd waarop een knipsel over Nostradamus was geplakt, afkomstig uit de jaargang 1925 van de DAZ. In opdracht van haar redacteur ging zij op onderzoek uit. In de Pruisische Staatsbibliotheek in Berlijn las zij in Nostradamuscommentaren dat in de Centuriën Hitlers geboorte was voorspeld, dat tussen Duitsland en Rusland een oorlog zou uitbreken, dat Duitsland de oorlog zou verliezen en dat Hitler daarbij zou omkomen. Nostradamus stelde de Duitsers in het vooruitzicht dat het er zo erg aan toe zou gaan, dat hij iedereen slechts kon aanraden zich te verbergen in het woud.
Naar aanleiding van haar bevindingen in de Pruisische Staatsbibliotheek schreef Noelle-Neumann een artikel, dat werd voorgelegd aan de afdeling Censuur van het Propagandaministerie. De afdeling Censuur gaf toestemming voor publicatie van het artikel, zij het alleen in de buitenlandeditie van de DAZ. Er mocht alleen informatie in staan over voorspellingen die reeds in vervulling waren gegaan. Noelle-Neumann had geschreven dat de Franse regering zou vluchten naar Bordeaux. Dit mocht niet worden gepubliceerd; al het andere dat Noelle-Neumann had geschreven, mocht wel worden gepubliceerd.
In het interview heeft Noelle-Neumann twee keer de inval van de Duitsers in Frankrijk aangehaald. De eerste keer zei zij dat de Duitsers Frankrijk binnenvielen ten tijde van het drukken van het artikel . Even later zei zij dat die inval plaatsvond terwijl zij bezig was het artikel te schrijven.
De inval van de Duitsers in Rusland in juni 1941 kwam voor Noelle-Neumann niet onverwacht, vanwege wat zij er in 1940 over had gelezen in de Pruisische Staatsbibliotheek, maar zij verkeerde wel in vertwijfeling over de gevolgen ervan. Alle propaganda die deze inval vergezelde, ging aan haar voorbij, omdat zij door Nostradamus wist hoe het werkelijk was.

 

Kanttekeningen

a. De publicatiedatum en opvolgende gebeurtenissen
Noelle-Neumann heeft verteld dat zij vanaf medio april 1940 werkzaam was bij de DAZ. Zij heeft niet verteld op welke datum haar artikel over Nostradamus werd gepubliceerd. Haar verwijzingen naar de inval van de Duitsers in Frankrijk duiden erop dat Die Prophezeiungen des Nostradamus werd geschreven dan wel gedrukt rond 10 mei 1940. Het artikel is echter gepubliceerd op 16 juni 1940, de dag waarop Philippe Pétain, Frankrijks vice-premier, de Duitsers, die op 14 juni 1940 Parijs hadden veroverd, om een wapenstilstand vroeg. Waarschijnlijk heeft Noelle-Neumann haar artikel na 26 mei 1940 geschreven, de datum waarover Goebbels in zijn dagboek een aantekening maakte met betrekking tot de "zesde colonne", in Die Prophezeiungen des Nostradamus de "Nostradamus-colonne" genoemd.
Wellicht had Noelle-Neumann tijdens het gesprek met Hagen niet alle feiten omtrent haar artikel uit 1940 paraat. Desondanks is het opvallend dat zij in dit gesprek heeft gedoeld op een publicatie rond 10 mei 1940 en opvolgende gebeurtenissen heeft genoemd die plaatsvonden op 10 mei 1940.

b. De besluiten van de afdeling Censuur
In het gesprek met Hagen heeft Noelle-Neumann verteld welke relatie er was tussen de Duitse pers en de afdeling Censuur van het Propagandaministerie. Volgens haar stond de Duitse pers niet voortdurend onder censuur. Het was aan de redacties om in eerste instantie te bepalen wat in een voor publicatie bestemd artikel in overeenstemming was met "het nationaalsocialisme" en wat er nader moest worden bezien. De censuur keek dus niet mee over de schouders van de redacties, de redacties wendden zich op eigen initiatief tot de censuur. Het was de redactie van de DAZ die Noelles artikel over Nostradamus voorlegde aan de afdeling Censuur.
De afdeling Censuur had volgens Noelle-Neumann bepaald dat in haar artikel over Nostradamus alleen die voorspellingen van Nostradamus mochten staan, die reeds waren vervuld. Zij vertelde dat alles wat zij in haar artikel had geschreven mocht worden gepubliceerd, met uitzondering van de toespeling op de vlucht van de Franse regering naar Bordeaux. De Franse regering zetelde immers nog in Parijs.
In Ein Zukunftsroman der Menschheit staat: Paris wird erobert,
und die französische Hauptstadt muss nach dem Suden Frankreichs verlegt werden. In Die Prophezeiungen des Nostradamus staat: Paris wird erobert werden; het tweede deel van de zin komt in het citaat in Die Prophezeiungen des Nostradamus niet voor. Dit zou het gevolg kunnen zijn geweest van het besluit van de afdeling Censuur. Echter, ten tijde van het schrijven van het artikel (of dit nu in mei 1940 was of in juni 1940) was Parijs nog niet veroverd. Ook toen de afdeling Censuur zich over het artikel boog (of dit nu in mei 1940 was of in juni 1940) was Parijs nog niet veroverd. De vraag is waarom in Die Prophezeiungen des Nostradamus de voorspelling van de verovering van Parijs is blijven staan, in tegenstelling tot de voorspelling van de vlucht van de Franse regering naar Bordeaux. Over de voorspelling van de vlucht van de Franse regering naar Bordeaux kan trouwens worden opgemerkt dat een dergelijke voorspelling niet voorkomt in de publicaties van Loog, Winkler en Wöllner. In Ein Zukunftsroman der Menschheit staat dat de Franse hoofdstad naar het zuiden van Frankrijk moet worden verplaatst. Walsing heeft de plaatsnaam Bordeaux niet genoemd.
Volgens Noelle-Neumann had de afdeling Censuur ook bepaald dat haar artikel alleen mocht verschijnen in de buitenlandeditie van de DAZ. De DAZ zetelde in Berlijn onder redactie van Karl Silex. In 1940 verscheen de DAZ dagelijks, ook op zondag. Voor Berlijn werd een ochtendeditie geproduceerd en een avondeditie. Voor West- en Zuid-Duitsland werd in Frankfurt am Main een Reichsausgabe geproduceerd, een samenvatting van de Berlijnse ochtend- en avondeditie. De mogelijkheid bestond om zich van buiten Duitsland op de DAZ te abonneren. Echter, voorzover bekend bij het Institut für Zeitungsforschung in Dortmund is de DAZ niet verschenen in de vorm van een buitenlandeditie.[13] Die Prophezeiungen des Nostradamus is gepubliceerd in een gewone DAZ-editie, in strijd met wat de afdeling Censuur daarover had bepaald en in strijd met wat Noelle-Neumann erover in 1996 heeft verteld. De vraag is waarom de afdeling Censuur heeft besloten publicatie alleen toe te staan in de DAZ-buitenlandeditie, terwijl die editie niet bestond. 

c. De lotgevallen van Hitler en het verloop van de Tweede Wereldoorlog
Noelle-Neumann heeft verteld dat zij in 1940 in de Pruisische Staatsbibliotheek in Nostradamuscommentaren had gelezen dat in de Centuriën de geboorte van Hitler was voorspeld. De herinnering aan de laatste regel van dit kwatrijn (kwatrijn 03-58) stond haar helder voor ogen: Niemand wird wissen, wie er geendet hat. Hitler was volgens haar van deze voorspelling op de hoogte en had ene Sieburg
en anderen steeds opnieuw naar Frankrijk gestuurd om informatie over Nostradamus in te winnen. In die Nostradamuscommentaren stond ook dat Duitsland en Rusland met elkaar in oorlog zouden raken, waarbij Hitler zou omkomen. In Die Prophezeiungen des Nostradamus is dit alles niet ter sprake gekomen.
Tijdens de studie die aan deze bespreking ten grondslag ligt, is nagegaan welke schrijvers die zijn vermeld in de bibliografie van Die Prophezeiungen des Nostradamus, deze uitspraken hebben gedaan. Winkler heeft in Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert (1939) geschreven dat de geboorte van Hitler is voorspeld in kwatrijn 03-58; Loog, Walsing en Wöllner hebben dit kwatrijn niet besproken.
[14]  
Ruim 50 jaar na het schrijven van haar artikel koppelt Noelle-Neumann kwatrijn 03-58 aan de geboorte van Hitler en vertelt zij dat Hitler dit kwatrijn heeft gekend en dat zij van ene Sieburg heeft gehoord dat hij en anderen voor Hitler keer op keer
informatie over Nostradamus moesten inwinnen.[15] Uit de dagboeken van Goebbels blijkt echter niet dat Hitler zo sterk geïnteresseerd was in de Centuriën. Goebbels heeft op 22 november 1939 een gesprek met hem gevoerd over Nostradamus, waarschijnlijk vanwege zijn plannen om in het kader van de psychologische oorlogvoering Nostradamus-campagnes te ontketenen. Goebbels heeft aangetekend dat Hitler het een interessant onderwerp vond, maar er niets over wilde lezen.[16] In een gesprek met Hitler op 30 maart 1940 kwam Nostradamus opnieuw ter sprake, waarschijnlijk vanwege de voortgang van de inmiddels gestarte Nostradamus-campagnes. Goebbels heeft aangetekend dat Hitler het erg interessant vond, maar uit niets blijkt dat Hitler inmiddels een bovenmatige belangstelling had gekregen voor de Centuriën.[17] 
De oorlog tussen Duitsland en Rusland die Nostradamus volgens Noelle-Neumann heeft voorspeld en waarbij Hitler zou omkomen, is niet terug te vinden in de commentaren van Loog, Walsing, Winkler of Wöllner. De koppeling van kwatrijnen aan de lotgevallen van Hitler en het verloop van de Tweede Wereldoorlog is wel beschreven in een naoorlogs commentaar, namelijk in Nostradamus - der Prophet der Weltgeschichte (Berlijn, 1953). Hierin heeft de Duitse commentaarschrijver dr. phil. Alexander Max Centgraf, alias dr. N. Centurio, kwatrijn 03-58 gekoppeld aan de geboorte van Hitler en kwatrijn 02-55 aan de inname van Berlijn door het Russische leger en Hitlers zelfmoord.
[18]  

 

Nostradamus und ich - der Prophet und die meinungsforscherin
E
lisabeth Noelle-Neumann, Die Welt, 24 april 2003

"Nostradamus und ich"
Nostradamus und ich

Noelle-Neumanns artikel Nostradamus und ich, dat is gepubliceerd in Die Welt op 24 april 2003, valt uiteen in twee gedeelten en een kadergedeelte. In het eerste gedeelte schrijft Noelle-Neumann over de confrontatie in 1940 met Nostradamus en de Centuriën en over aangelegenheden met betrekking tot Die Prophezeiungen des Nostradamus. Dit gedeelte begint met een opmerking van Noelle-Neumann dat zij in 1940 in de Pruisische Staatsbibliotheek heeft gelezen dat de oorlog die na de twee wereldoorlogen zou komen, een oorlog zou zijn met de Arabieren. In het tweede gedeelte bespreekt zij het roemruchte karakter van de Centuriën en een aantal uitgekomen voorspellingen. Noelle-Neumann sluit dit gedeelte af met de opmerking dat de roem van Nostradamus door de eeuwen heen heeft standgehouden en dat wij vandaag de dag zijn beland in de oorlog met de Arabieren. In het kadergedeelte, getiteld Der Arzt als Hellseher, beschrijft zij het leven en werk van Nostradamus.[19]
Over wat in 1940 bij de DAZ is gebeurd, schrijft Noelle-Neumann dat zij in juni van dat jaar van Hans Eberhard Friedrich, haar opleidingsredacteur, een briefkaart overhandigd kreeg, waarop een knipsel was geplakt, afkomstig uit de DAZ van 12 november 1925. De schrijver van de briefkaart deelde mee dat Duitsland volgens Nostradamus in het voorjaar van 1940 in oorlog zou zijn met Frankrijk en Parijs zou veroveren. Friedrich droeg haar op een en ander na te trekken in de Pruisische Staatsbibliotheek. Daar las zij de originele tekst van Nostradamus waarop de schrijver van de briefkaart zich had gebaseerd. Men zou kunnen zeggen: daar las zij Walsings Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit.
Noelle-Neumann nam Nostradamus door en Nostradamuscommentaren en schreef een artikel, dat vanwege het netelige karakter van het onderwerp werd voorgelegd aan de afdeling Censuur van het Propagandaministerie. De Censuur besloot dat het artikel mocht worden gepubliceerd, zij het alleen in de buitenlandeditie van de DAZ en alleen voorzover voorspelde gebeurtenissen reeds hadden plaatsgevonden. Het artikel verscheen op 16 juni 1940. Enkele dagen later veroverden de Duitsers Parijs en vluchtte de Franse regering naar Bordeaux, precies zoals Nostradamus had voorspeld.
In Nostradamus und ich schreef Noelle-Neumann dat zij destijds bij Nostradamus ook had gelezen over aangelegenheden over de Eerste Wereldoorlog en over het verschrikkelijke einde van de Tweede Wereldoorlog: Nostradamus raadde de vaders aan zich met hun dochters te verbergen in het woud.
Noelle-Neumann heeft met betrekking tot haar bevindingen omtrent Nostradamus ook verwezen naar een opmerking van haar in een televisieportret dat prof. dr. Guido Knopp, een Duitse historicus, in 1996 van haar maakte, ter gelegenheid van haar tachtigste verjaardag.
Op zijn vraag wanneer het haar in de Tweede Wereldoorlog duidelijk was geworden dat de oorlog zou uitdraaien op verlies voor Duitsland, antwoordde Noelle-Neumann enigszins geërgerd: "ik heb u toch al verteld dat ik dat al in 1940 bij Nostradamus had gelezen in de Pruisische Staatsbibliotheek."[20] 

 

Kanttekeningen

a. Nostradamus als politiek profeet
Anno 2003 heeft Noelle-Neumann de tekst over het roemruchte karakter van de Centuriën, de uitgekomen voorspellingen en het leven van Nostradamus vrijwel letterlijk overgenomen uit Die Prophezeiungen des Nostradamus en op slechts een paar punten gewijzigd. Zij heeft Nostradamus opnieuw afgeschilderd als een politiek profeet en de Centuriën als een verzameling van ongeveer 1000 kwatrijnen, waarin het politieke gebeuren is beschreven tot het jaar 3797 en waarvan inmiddels meer dan 300 kwatrijnen zijn vervuld, onder andere met betrekking tot de twee wereldoorlogen. 

b. De publicatiedatum en opvolgende gebeurtenissen
Noelle-Neumann heeft geschreven dat de Duitsers enkele dagen na 16 juni 1940, de datum waarop Die Prophezeiungen des Nostradamus werd gepubliceerd, Parijs veroverden en dat de Franse regering naar Bordeaux vluchtte, "precies zoals Nostradamus het had beschreven". Deze gebeurtenissen vonden plaats tegen het einde van de veldtocht tegen Frankrijk. In het gesprek met Hagen voerde Noelle-Neumann het begin van de veldtocht tegen Frankrijk op als gebeurtenis die volgde op de publicatie van Die Prophezeiungen des Nostradamus.
De verwijzingen naar de verovering van Parijs en de vlucht van de Franse regering naar Bordeaux zijn niet juist. De Duitsers hebben Parijs veroverd op 14 juni 1940, twee dagen vóór de publicatie van Die Prophezeiungen des Nostradamus, niet enkele dagen erna. De Franse regering zetelde tot 13 juni 1940 in Parijs, van 13 tot 15 juni 1940 in Tours en vanaf 15 juni 1940 in Bordeaux, niet vanaf enkele dagen na 16 juni 1940.

c. De besluiten van de afdeling Censuur
In Nostradamus und ich heeft Noelle-Neumann geschreven dat het artikel dat zij in 1940 in opdracht van Friedrich had geschreven, werd voorgelegd aan de afdeling Censuur van het Propagandaministerie, vanwege het netelige thema, en geeft zij over de besluiten van de afdeling Censuur dezelfde informatie als in het gesprek met Hagen: publicatie alléén in de DAZ-buitenlandeditie en alléén voorzover voorspelde gebeurtenissen reeds hadden plaatsgevonden. Noelle-Neumann licht in Nostradamus und ich niet toe welke passages uit haar artikel moesten worden geschrapt.
De vragen die zijn gerezen ten aanzien van Noelle-Neumanns mededelingen aan Hagen, gelden ook voor de informatie die zij heeft gegeven in Nostradamus und ich. In beide gevallen verklaren haar mededelingen niet waarom in Die Prophezeiungen des Nostradamus de voorspelling is blijven staan dat Parijs zal worden veroverd. Immers, ten tijde van het schrijven van het artikel dan wel het voorleggen ervan aan de afdeling Censuur was die verovering nog geen feit. In beide gevallen verklaren haar mededelingen ook niet dat de afdeling Censuur heeft besloten publicatie alleen toe te staan in de DAZ-buitenlandeditie, terwijl die editie niet bestond.

d. De lotgevallen van Hitler, het verloop van de Tweede Wereldoorlog en de oorlog met de Arabieren
Noelle-Neumann heeft in Nostradamus und ich geschreven dat zij in 1940 in de Pruisische Staatsbibliotheek bij Nostradamus had gelezen over de Eerste Wereldoorlog en over het verschrikkelijke einde van de Tweede Wereldoorlog. Haar mededeling dat Nostradamus de vaders aanraadde zich met hun dochters te verbergen in het woud, stemt in hoofdlijnen overeen met hetgeen zij hierover heeft verteld aan Hagen. Ter illustratie beschrijft zij in Nostradamus und ich dat de vader van een bij haar in 1960 in dienst getreden secretaresse zich op die manier had schuilgehouden. Noch Loog, noch Walsing, noch Winkler, noch Wöllner maken gewag van een dergelijke waarschuwing in de Centuriën.
In Nostradamus und ich heeft Noelle-Neumann niets geschreven over de koppeling van kwatrijn 03-58 aan de geboorte van Hitler of over de oorlog die zou uitbreken tussen Duitsland en Rusland, waarbij Duitsland zou verliezen en Hitler zou omkomen. Wel brengt zij Knopps televisieportret ter sprake en haar opmerking dat zij in 1940 in de Pruisische Staatsbibliotheek bij Nostradamus had gelezen dat de oorlog op verlies zou uitdraaien.
Nostradamus und ich, gepubliceerd op 24 april 2003, twee jaar en zeven maanden na de aanslag op het World Trade Center in New York, begint met de opmerking van Noelle-Neumann dat zij in 1940 in de Pruisische Staatsbibliotheek had gelezen dat de oorlog die na de beide wereldoorlogen zou volgen, een oorlog zou zijn met de Arabieren. Zij schreef dat zij zich daar in 1940 niets bij kon voorstellen. Aan het einde van Nostradamus und ich heeft zij geschreven dat de reputatie van Nostradamus door de eeuwen heen overeind is gebleven, en dat wij nu dus zijn beland bij de oorlog met de Arabieren. Tijdens de studie die aan deze bespreking ten grondslag ligt, is nagegaan welke schrijvers die zijn vermeld in de bibliografie van Die Prophezeiungen des Nostradamus, deze uitspraak hebben gedaan. Noch Loog, noch Winkler, noch Wöllner hebben zich in deze zin uitgesproken. Loog verwachtte een tweede wereldoorlog pas rond 2100 in de vorm van een strijd tussen Duitsland en Frankrijk, waarbij Duitsland de overwinning zou behalen.
[21] Met het bespreken van het verloop van deze oorlog eindigt Loog zijn bespreking van de periode 1555-2200. Hij heeft niets geschreven over een oorlog met Arabieren.
Wöllner heeft uit de Brief aan Henri II een reeks gebeurtenissen afgeleid die zich zouden voordoen tussen 1792 en 2000. Zonder jaartallen te noemen heeft hij geschreven dat in deze periode de heersers van Germanië, Romanië en Spanje een eerste driemanschap vormen en daarna in onderlinge strijd verwikkeld raken, waarbij geheel Europa siddert. Als zij zich weer met elkaar hebben verzoend, bezet de heerser van Germanië Nederland, trekt de heerser van Romanië over de Pyreneeën en heeft de heerser van Spanje, die de Kerk steunt, het geluk aan zijn kant in zijn strijd tegen de Moren. Deze heerser doet afbreuk aan de Islam; zijn rijk zal zich in het zuiden uitstrekken tot aan Afrika en in het oosten tot aan Hongarije.[22] Wöllner schrijft echter niet dat de oorlog die na de twee wereldoorlogen volgt, een oorlog is met de Arabieren.
Tijdens het schrijven van Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert verwachtte Winkler op grond van kwatrijn 05-94 dat Duitsland niet eerder in een oorlog belandt dan rond 2000.
[23] Hij heeft niets geschreven over een opvolgende oorlog met de Arabieren. In Englands Aufstieg und Niedergang... schrijft hij niet dat de oorlog die na de twee wereldoorlogen volgt, een oorlog is met de Arabieren.
Volgens Walsing verwachtten de Zweedse onderzoekers wier commentaar hij heeft besproken, niet voor 2000 een grootschalige oorlog in Europa, waarbij de Islam zich in drie grote machtscentra zou gaan concentreren: West-Afrika, Arabië/Syrië/Mesopotamië en Turkije. Dan ontketenen de Islamieten een veldtocht, waarin zij Frankrijk en Spanje veroveren en oprukken tot aan de Rijn.
Het lijkt het meest waarschijnlijk dat Noelle-Neumann haar uitspraken over een oorlog met de Arabieren heeft gebaseerd op de opmerkingen in Walsings Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit. Zij tekent daarbij echter niet aan dat Walsing geen grootschalige oorlog in Europa heeft aangeduid die tussen 1918 en 2000
zou plaatsvinden.

e. Het voorhanden zijn van de Deutsche Allgemeine Zeitung van 12 november 1925 in de Pruisische Staatsbibliotheek
In haar gesprek met Hagen in 1996 heeft Noelle-Neumann verteld dat zij in 1940 in de Pruisische Staatsbibliotheek Nostradamusliteratuur heeft bestudeerd. Uit hetgeen zij toen vertelde, bleek niet of zij in die bibliotheek ook Walsings Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit heeft gelezen. 
In het artikel in Die Welt schrijft Noelle-Neumann dat zij in 1940 in de Pruisische Staatsbibliotheek het artikel van Walsing heeft gelezen, zoals gepubliceerd in de DAZ van 12 november 1925. Zowel de Groß-Berliner Ausgabe van de DAZ als de Reichsausgabe hebben deel uitgemaakt van de collectie van de Pruisische Staatsbibliotheek. In deze collectie bevindt zich een exemplaar van de Reichsausgabe-editie 534/535 van 12/13 november 1925, waarin het artikel van Walsing is gepubliceerd. De mededeling van Noelle-Neumann dat zij in 1940 in de Pruisische Staatsbibliotheek het artikel van Walsing heeft gelezen, kan dus op waarheid berusten.[24]

 

Bespreking
Noelle-Neumann heeft Die Prophezeiungen des Nostradamus (1940) geschreven in opdracht van Hans Eberhard Friedrich, haar opleidingsredacteur, die haar een briefkaart overhandigde waarop een fragment was geplakt uit Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit, een artikel, verschenen in de DAZ van 12 november 1925. In Die Prophezeiungen des Nostradamus is de lezers voorgehouden wie Nostradamus is, wat de aard is van zijn voorspellingen, hun treffendheid in het verleden en hun treffendheid anno 1940. Wat betreft 1940 heeft Noelle-Neumann een tekst besproken uit Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit
In Die Erschaffung der Demoskopie (1998 [1996]) heeft Noelle-Neumann verteld dat zij op grond van Nostradamuscommentaren die zij in 1940 had gelezen, reeds toen wist dat Duitsland Rusland zou aanvallen en de oorlog uiteindelijk zou verliezen, en dat Hitler daarbij zou omkomen. Zij vertelde ook dat de geboorte van Hitler was voorspeld in de Centuriën.
In Nostradamus und ich (2003) heeft Noelle-Neumann de treffendheid van de voorspellingen van Nostradamus geïllustreerd door te stellen er anno 2003 sprake is van "een oorlog met de Arabieren", over welke oorlog zij in 1940 had gelezen dat Nostradamus had voorspeld dat deze oorlog zou uitbreken na de twee wereldoorlogen.

Naar mijn mening vertoont Die Prophezeiungen des Nostradamus propagandistische trekjes. In dit artikel staan een aantal onjuistheden en halve waarheden, die op subtiele wijze ten goede lijken te komen aan "de Duitse zaak". Zo is bijvoorbeeld de morele situatie in Frankrijk in 1940 onjuist weergegeven. De defaitistische houding in Frankrijk, zich uitend in een "Nostradamus-colonne", zou het gevolg zijn van het feit dat de Centuriën de toekomst van Frankrijk in het duister laten. In werkelijkheid is deze houding teweeggebracht door de door Goebbels in Frankrijk ontketende paniekpropaganda, waarvan de Nostradamus-campagne een onderdeel was.
Noelle-Neumann heeft, door het selecteren en het uit de context halen van een bepaald fragment uit Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit, gesuggereerd dat in de Centuriën de Duitse inval in mei 1940 in Frankrijk was voorspeld. In werkelijkheid is in Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit voor 1940 een oorlog tussen Duitsland en Frankrijk in het vooruitzicht gesteld zonder dat andere Europese landen zich ermee zouden inlaten. Gerekend vanaf 1914-1918 verwachtten de Zweedse onderzoekers van de Centuriën, wier boek door Walsing werd besproken, de eerstvolgende grootschalige oorlog in Europa pas in 2000.
In Die Prophezeiungen des Nostradamus is Nostradamus ten onrechte afgeschilderd als politiek profeet en zijn de Centuriën ten onrechte afgeschilderd als een verzameling politieke voorspellingen. 

Noelle-Neumann heeft in 1996 op een andere publicatiedatum geduid van Die Prophezeiungen des Nostradamus dan in 2003. Voor een deel kan dit zijn veroorzaakt door het feit dat Nostradamus in het gesprek in 1996 met Hagen min of meer zijdelings ter sprake kwam. Dit verklaart echter niet waarom zij in 1996 de Duitse inval in Frankrijk heeft genoemd als gebeurtenis, die volgde op de publicatie van Die Prophezeiungen des Nostradamus, en in 2003 de verovering van Parijs en de vlucht van de Franse regering naar Bordeaux als opvolgende gebeurtenissen. Bij haar mededelingen die zij in 2003 deed, kan als kanttekening worden geplaatst dat zowel de verovering van Parijs als de vlucht van de Franse regering hebben plaatsgevonden vóórdat Die Prophezeiungen des Nostradamus werd gepubliceerd.
Noelle-Neumann heeft zowel in 1996 als in 2003 meegedeeld dat de afdeling Censuur had besloten dat Die Prophezeiungen des Nostradamus alléén in een DAZ-buitenlandeditie mocht worden gepubliceerd en alleen die voorspellingen die reeds waren vervuld. Echter, er heeft geen DAZ-buitenlandeditie bestaan en de voorspelling over de verovering van Parijs was tijdens het schrijven van Die Prophezeiungen des Nostradamus dan wel het censureren ervan nog niet vervuld.
De mededeling van Noelle-Neumann dat zij in 1940 reeds wist hoe de oorlog zou verlopen en dat Hitler daarbij zou omkomen, laat zich niet bevestigen uit de geraadpleegde publicaties die in Die Prophezeiungen des Nostradamus staan vermeld. Een commentaar van die strekking staat wél in Nostradamus - der Prophet der Weltgeschichte, een naoorlogse publicatie.
Ook Noelle-Neumanns mededeling in 2003 dat zij in 1940 uit Nostradamuscommentaren kon opmaken dat na de twee wereldoorlogen een oorlog met de Arabieren zou uitbreken, laat zich niet bevestigen uit
de geraadpleegde publicaties die in Die Prophezeiungen des Nostradamus staan vermeld.

 

Scepsis
De feiten die boven water zijn gekomen tijdens de literatuurstudie die ten grondslag ligt aan dit artikel, doen bij mij sterke twijfels rijzen over de ontstaansgeschiedenis van Die Prophezeiungen des Nostradamus die Noelle-Neumann heeft geschetst. Ik sluit de mogelijkheid niet uit dat zij in 1940 van haar redacteur Friedrich de opdracht kreeg de vooruitzichten voor Frankrijk te beschrijven en dat Die Prophezeiungen des Nostradamus werd gepubliceerd in de DAZ van 16 juni 1940, zonder dat het was voorgelegd aan de afdeling Censuur van het Propagandaministerie. Het voorleggen aan de Censuur was immers niet verplicht en de afdeling Censuur was, naar men mag aannemen, goed op de hoogte van de verschijningsvormen van de DAZ. De DAZ-redactie had het zich, naar men mag aannemen, niet kunnen permitteren het publicatiebesluit van de afdeling Censuur te negeren.
Met betrekking tot Noelle-Neumanns wetenschap over het verloop van de Tweede Wereldoorlog, de dood van Hitler en de oorlog met de Arabieren, is de vraag of de opsomming van publicaties in Die Prophezeiungen des Nostradamus volledig is geweest. Het is niet uitgesloten dat zij destijds ook andere publicaties heeft gelezen. Niettemin is het opvallend dat de door haar gememoreerde feiten niet terug te vinden zijn in de door haar genoemde publicaties. Ik sluit niet uit dat haar voorkennis over het in de Centuriën geschetste verloop van de Tweede Wereldoorlog en de dood van Hitler uit een naoorlogs commentaar stamt, bijvoorbeeld dat van Centgraf alias Centurio, en dat van een soortgelijke situatie sprake is in het geval van haar voorkennis over de oorlog met de Arabieren.

In Die Erschaffung der Demoskopie en Nostradamus und ich heb ik geen aanwijzingen kunnen vinden dat Noelle-Neumann afstand heeft genomen van haar weergave in Die Prophezeiungen des Nostradamus van het moreel in Frankrijk in 1940 of van haar uitspraak, op grond van een uit de context gehaald fragment uit Ein Zukunftsroman der europäischen Menschheit, dat Nostradamus de inval van Duitsland in Frankrijk heeft voorspeld.

 

De Meern, 15 december 2005
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 5 mei 2007


Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Naar alle waarschijnlijkheid is het artikel Die Prophezeiungen des Nostradamus gepubliceerd in de bijlage Zeitbildern van de DAZ-editie van zondag 16 juni 1940. Het artikel staat los van het gelijknamige deel 18 in de nationaalsocialistische serie Informations-Schriften.
    Noelle promoveerde op 17 september 1940; op 14 maart 1940 werd zij mondeling geëxamineerd over haar proefschrift.
    Zie ook het artikel Informatie over dr. E. Noelle (prof. dr. dr. h.c. E. Noelle-Neumann). [tekst]

  2. Met de oprichting in Frankrijk van "de republiek" doelt Walsing op de oprichting in 1870 van de Derde Republiek. [tekst]

  3. Winkler (1939), p.26-27. [tekst]

  4. Winkler (1939), p.37-41 (NB: kwatrijn 03-58 is in dit boek foutief genummerd als kwatrijn II-58); Winkler (1940), p.23-25. [tekst]

  5. Winkler (1940), p.22). [tekst]

  6. Sommerfeldt, p.56-57. Zenturie 33 is een op twee punten gewijzigde weergave van de vertaling die Bruno Noah in 1928 in Nostradamus - prophetische Weltgeschichte von 1547 bis gegen 3000 heeft gemaakt van de kwatrijnen 05-94 en 10-42 (Noah, 2005 [1928], p.179 en 207). Zie ook Van Berkel: Das Oberkommando der Wehrmacht gibt bekannt (M.H. Sommerfeldt, DE, 1952). [tekst]

  7. Boelcke (1966), p.353. Met de Vijfde Colonne zijn politieke groepen bedoeld die bij oorlogen of internationale conflicten de territoriale defensie van hun eigen land van binnenuit ondermijnen door (meestal heimelijke) samenwerking met de vijand, o.a. in de vorm van spionage en sabotage. Boelcke heeft de conclusie overgenomen van de Nederlandse historicus dr. Lou de Jong dat de Duitse Vijfde Colonne dikwijls een propagandistisch schrikbeeld was (Boelcke [1966], p.187). [tekst]

  8. Boelcke (1966), p.363. Met de "Nostradamus-brochure" is een brochure bedoeld die is gemaakt door het Propagandaministerie en is uitgebracht in verschillende talen, waaronder het Frans en het Nederlands. Met betrekking tot 25 maart 1940 schreef Goebbels in zijn dagboek dat deze brochure was ondergebracht in enkele neutrale landen, waaronder Frankrijk (Fröhlich, p.368. NB: Goebbels werkte zijn dagboeken altijd een dag later bij. De gebeurtenissen van 25 maart 1940 zijn beschreven op 26 maart 1940). De titel van de Nederlandse vertaling luidde: Hoe zal deze oorlog eindigen?. Deze vertaling verscheen omstreeks 12 april 1940 bij uitgeverij W.J. Ort in Den Haag. [tekst]

  9. Boelcke (1966), p.365. [tekst]

  10. Richter, p.136. [tekst]

  11. Boelcke (1966), p.366. [tekst]

  12. Wolfgang Hagen, geboren in 1950, is privaatdocent voor mediawetenschappen aan de Humboldtuniversiteit in Berlijn en geeft leiding aan de afdelingen Cultuur en Muziek in Deutschlandradio Kultur. Van 1992 tot 2002 gaf hij leiding bij het radioprogramma Radio Bremen Vier bij Radio Bremen. Hagen heeft talrijke publicaties op zijn naam staan op het gebied van computertheorieën, media en radio. Internet: www.whagen.de. [tekst]

  13. G. Toepser-Ziegert (Institut für Zeitungsforschung, Dortmund) aan Van Berkel, 4 augustus 2005. [tekst]

  14. Winkler (1939), p.37-38 (kwatrijn 03-58 is in dit boek foutief genummerd als kwatrijn II-58). [tekst]

  15. De Duitse commentaarschrijver dr. phil. Alexander Max Centgraf (alias dr. N. Centurio) heeft in 1953 eveneens geschreven dat Hitler zeer waarschijnlijk op de hoogte was van de inhoud van kwatrijn 03-58. Centgraf schreef dat hij in 1939 in de Pruisische Staatsbibliotheek in Berlijn het enige exemplaar in handen heeft gehad van de editie-Pierre Rigaud-1568 van de Centuriën, geregistreerd onder catalogusnummer Na 7590. Dit boek zou volgens de bibliothecaris afkomstig zijn uit de Reichskanzlei. Volgens Centgraf lag tussen de pagina's 58 en 59 een bladwijzer en was kwatrijn 03-58 aangestreept. In het hoofdstuk Bibliographische Angaben schreef hij dat deze uitgave een afbeelding bevatte van een houtsnede, voorstellende Nostradamus, en dat onder diens naam was vermeld: Arts van koning Charles IX en een van de beste astronomen die ooit hebben geleefd. Anno 1953 zou dit exemplaar niet meer terug te vinden zijn (Centurio, p.80 en 260).
    Naspeuringen van de Duitse Nostradamus-onderzoeker Ulrich Maichle, schrijver van Die verlorene Welt der Planetenengel & die Prophezeiungen des Michel Nostradamus (München, 2004), die claimt over veel aanwijzingen te beschikken dat Centgraf heeft gewerkt voor de nazi's, hebben uitgewezen dat diens mededelingen niet kloppen. De editie die Centgraf in handen heeft gehad bevindt zich nog steeds in de Berlijnse Staatsbibliotheek en heeft nog steeds het catalogusnummer Na 7590. In deze editie, die dateert uit 1649, staat ook materiaal dat in 1568 niet in omloop was, zoals de Centuriën 11 en 12, de Présages en de Sixains. In het Berlijnse exemplaar van deze editie zijn 14 kwatrijnen gemarkeerd met potlood, maar niet kwatrijn 03-58, dat in deze editie niet op pagina 58 staat, maar op pagina 30 (Maichle aan Van Berkel, 16 augustus 2005).
    Benazra heeft de editie waarnaar Centgraf verwijst, in 1990 geregistreerd als nr. 67 van de Centuriën, daterend uit 1649. In deze editie staat dat hij in Lyon in 1568 is uitgegeven. Een uitgeversnaam is niet vermeld. In het overzicht van bibliotheken die een exemplaar bezitten van deze editie, is de Berlijnse Staatsbibliotheek vermeld en het catalogusnummer NA 7590 R (Benazra, p.207-210, in het bijzonder p.207-208).
    Chomarat en Laroche hebben een editie-Pierre Rigaud beschreven, uitgegeven in 1649. In het overzicht van bibliotheken die een exemplaar bezitten van deze editie, is de Berlijnse Staatsbibliotheek niet vermeld. Het is niet duidelijk of zij op dezelfde editie doelen als de editie die Benazra heeft geregistreerd als nr. 67 (Chomarat/Laroche, p.114).  
    In de facsimile-Chomarat-2000, een facsimile-uitgave van een uit twee delen bestaande editie-Benoist Rigaud-1568, staat kwatrijn 03-58 op de pagina die oorspronkelijk was genummerd als p.58 (facsimile-Chomarat-2000, p.82). [tekst]

  16. Fröhlich, p.207. [tekst]

  17. Fröhlich, p.371. [tekst]

  18. Centurio, p.58 en 79-80. [tekst]

  19. Met uitzondering van het kadergedeelte staat de tekst van Nostradamus und ich op onder andere de website van Die Welt (www.welt.de). [tekst]

  20. Hans Eberhard Friedrich, geboren in Greifswald op 25 juni 1907 en woonachtig in Berlijn-Grünewald, heeft ook gedichten geschreven en gepubliceerd op religieuswetenschappelijk en cultuurpolitiek gebied (Fiebig [Berlijnse Staatsbibliotheek] aan Van Berkel, 14 februari 2007).
    Prof. dr. Guido Knopp, geboren in 1948 in Treysa (DE), heeft geschiedenis gestudeerd, politiek en journalistiek. Aansluitend op zijn promotie werd hij redacteur bij de Burda-Verlag. In 1977 kreeg hij de leiding over de buitenlandafdeling van Welt am Sonntag; later werd hij buitenlandredacteur bij de Frankfurter Allgemeine Zeitung
    Sinds 1978 werkt Knopp bij de ZDF, waarvoor hij onder andere historische documentaires heeft geproduceerd en leiding heeft gegeven bij de productie van de serie Fragen der Zeit. Sinds 1984 heeft hij de verantwoording over de serie Zeitgeschichte. [tekst]

  21. Loog (1921), p.86-92. [tekst]

  22. Wöllner, p.121-122. [tekst]

  23. Winkler (1939), p.44-45. [tekst]

  24. Fiebig aan Van Berkel, 13 december 2005. [tekst]

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top