Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie "Tweede wereldoorlog"
Informatie over Carl (Karl) Loog (1875-?)
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

Enkele feiten uit het leven en de loopbaan van Carl (Karl) Loog
Over Carl Loog, die zich tot aan 1930 Karl Loog noemde, is slechts weinig bekend. In de uitgave-1916 van de Rangliste der höheren Reichs-Post- und Telegraphenbeamten is vermeld dat hij geboren is in 1875 en in Kolberg in 1895 werkzaam raakte bij de telegrafie. In 1898 legde hij het eerste examen af voor de functie van Postpraktikant, een functie waarin hij in 1901 werd aangesteld. In 1905 werd hij bevorderd tot Ober-Postpraktikant; in 1914 tot Inspektor. Uit het Berliner Adressbuch blijkt dat hij van 1916 tot 1936 met tussenpozen woonachtig was in Berlijn. Tussen 1916 en 1931 woonde hij in de Berlinerstraße 10 (Berlijn-Wilmersdorf) en in 1934 en 1935 in Berlijn-Nikolassee (Von Lüdendorfstraße 32-34). Tot 1920 was hij werkzaam als Telegraph Inspektor; in 1921 was hij werkzaam als Telegraph Direktor (deze functie is ook vermeld op pagina 128 in Mysterien von Sonne und Seele [dr. H.-H. Kritzinger, Berlijn, 1922, geschreven in 1921]). In de uitgave van maart 1922 van de Verzeichnis der höheren Beamten der Reichs-Post und Telegraphenverwaltung was bij zijn naam de functie Postrat vermeld. Uit het feit dat deze functie ook is vermeld in het artikel Prophezeiungen - Eine Erwiderung von Postrat C. Loog, dat in het januarinummer van de jaargang 1922 van het maandblad Psychische Studien is gepubliceerd, kan worden geconcludeerd dat Loog eind 1921 tot Postrat werd bevorderd. In 1928 raakte Loog werkzaam bij het Reichspostzentralamt. In de uitgave van maart 1942 van de Verzeichnis der höheren Beamten der Deutschen Reichspost - nach dem Stand vom 15. Februar 1942 was bij de naam van Loog nog de rang van Postrat vermeld en het Reichspostzentralamt. Op de titelpagina van het exemplaar van Die Weissagungen des Nostradamus dat deel uitmaakt van de collectie Hitler Personal Library van de Brown University, Providence, Rhode Island, USA, staat de aantekening Oberpostrat in telegr. technischen Reichspostministeriums Berlin.
Op 15 september 1936 ging Loog met pensioen. In 1938 was hij woonachtig in Bad Schwartau; in 1939 ging hij wonen in Lüneburg. Zijn naam komt nog voor in de uitgave-1942 (15 februari) van de Verzeichnis der höheren Beamten der Deutschen Reichspost, de laatste uitgave van dit register tijdens de Tweede Wereldoorlog, waaruit kan worden geconcludeerd dat hij begin 1942 nog leefde. In de Verzeichnis der höheren Beamten der Deutschen Bundespost (1956), de eerste naoorlogse voortzetting van de Verzeichnis der höheren Beamten der Deutschen Reichspost, komt de naam van Loog niet meer voor. In Nostradamus - der Prophet der Weltgeschichte (Berlijn, 1953) heeft dr. phil. Alexander Max Centgraf, het pseudoniem dr. N. Centurio voerend, op de pagina's 158 en 159 over Loog geschreven dat deze het grote geheim van Nostradamus al lang in zijn graf had meegenomen. Helaas heeft Centgraf de overlijdensdatum van Loog niet vermeld. Uit deze aanwijzingen kan worden afgeleid dat Loog tussen 1942 en 1953 is overleden. De Franse Centurie-onderzoeker dr. Patrice Guinard houdt het jaar 1945 aan als overlijdensjaar, maar heeft de bron van deze informatie niet bekend gemaakt.
Twee artikelen die Loog over telegrafie heeft geschreven, maken deel uit van de collectie van de Deutsche Nationalbibliothek: het twaalf pagina's tellende artikel Pufferbetrieb, verschenen in Berlijn in 1927 in Telegraphen- und Fernsprech-Technik en het zeven pagina's tellende artikel Die selbsttätige Regelung des Pufferbetriebes mittels Relais-Stufenschaltung, verschenen in Berlijn in 1931, eveneens in Telegraphen- und Fernsprech-Technik.
In Duitsland zijn op naam van Loog drie patenten geregistreerd. Het vroegst gedateerde patent, daterend van 30 oktober 1919 en geregistreerd onder nr. 335608, draagt als titel Schaltung für die Stromversorgung von Mikrophonstromkreisen aus dem Starkstromnetz. Dit patent is ook geregistreerd in Frankrijk. Een tweede patent, daterend van 26 april 1929 en geregistreerd onder nr. 504120, draagt als titel Schaltungsanordnung zur selbsttätigen Regelung des Ladestromes einer Batterie, insbesondere für Fernsprechstromversorgungsanlagen, mittels eines Differentialrelais, dessen Wicklungen in die Lade- und Entladeleitung geschaltet sind. Dit patent is ook geregistreerd in België en Frankrijk. Een derde patent, daterend van 29 januari 1930 en geregistreerd onder nr. 514898, met een toevoeging, nr. 543689, draagt als titel Schaltungsanordnung für die Stromversorgung von Fernsprechanlagen mit selbsttätiger Regelung des Pufferstromes. Dit patent is ook geregistreerd in België, Engeland, Frankrijk en Nederland. 

 

Loog-1921 (1920)Die Weissagungen des Nostradamus (1921 [1920])
Over Nostradamus heeft Loog één boek geschreven: Die Weissagugen des Nostradamus: erstmalige Auffindung des Chiffreschlüssels und Enthüllung der Prophezeiungen über Europas Zukunft und Frankreichs Glück und Niedergang, 1555-2200, onder gebruikmaking van de letter C als initiaal van zijn eerste naam, wat eveneens het geval was in het artikel in Psychische Studien. Die Weissagungen des Nostradamus verscheen in 1921 in Pfullingen in Württemberg bij uitgeverij Johannes Baum, een uitgeverij die gespecialiseerd was in occulte literatuur. 
In Die Weissagungen des Nostradamus, dat in de loop van 1920 tot stand was gekomen, had Loog een aantal kwatrijnen geordend aan de hand van een codesleutel, die hij had afgeleid uit Latijnse passages in de brieven die de Centuriën vergezellen. Op grond van deze kwatrijnen deed hij uitspraken over verleden, heden en toekomst van Europa tot aan het jaar 2200. In Magische Kräfte - Geheimnisse der menschlichen Seele heeft dr. Hans-Hermann Kritzinger, in de jaren '20 een vooraanstaand persoon op paranormaal gebied die in 1922/23 redacteur was van Psychische Studien, geschreven dat Loog in de Eerste Wereldoorlog de codesleutel uit de brieven aan César en Henri II had afgeleid. Karl Drude, die na de Tweede Wereldoorlog de ideeën van Loog verder uitwerkte, heeft in Das magische Quadrat des Nostradamus een opmerking van Loog geciteerd, waaruit blijkt dat dit tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog is geweest.[1]  
Met Die Weissagungen des Nostradamus wilde Loog, zo bleek uit het nawoord bij de vierde druk, (a) de aandacht vestigen op "het merkwaardige verschijnsel van helderziendheid", (b) bewijzen te leveren voor het bestaan ervan en (c) zijn lezers opmerkzaam maken op wat hem bij zijn amateuronderzoek naar de Provençaalse ziener als merkwaardig en interessant opgevallen was. 
Bij het schrijven van Die Weissagungen des Nostradamus heeft Loog als brontekst Le Pelletiers Les Oracles de Michel de Nostredame (Parijs, 1867) gebruikt. Hieruit heeft hij ook een aantal koppelingen overgenomen, zoals de koppeling van kwatrijn 01-35 aan het overlijden in 1559 van Henri II en de koppeling van kwatrijn 09-20 aan de arrestatie in 1791 van Louis XVI.
Van Die Weissagungen des Nostradamus verschenen in 1921 vijf drukken en in 1922 drie. In 1931 was de prijs van de achtste druk 1.80 Mark. De eerste druk van Die Weissagungen des Nostradamus bevatte een nawoord van uitgeverij Johannes Baum. Hierin stond dat Loog het door hem gebruikte sleutelwoord op 22 oktober 1920 onder strikte geheimhouding aan de uitgever had overhandigd. Vanaf de vierde druk was in Die Weissagungen des Nostradamus een nawoord van Loog zelf in opgenomen, daterend uit oktober 1921. Hierin lichtte Loog enkele elementen van zijn codesleutel nader toe en verweerde hij zich tegen critici. Dit nawoord werd in meer uitgebreide vorm gepubliceerd in het januarinummer van de jaargang 1922 van het maandblad Psychische Studien – Monatliche Zeitschrift vorzüglich der Untersuchung der wenig gekannten Phänomene des Seelenlebens gewidmet en droeg als titel: Prophezeiungen - eine Erwiderung von Postrat C. Loog. Uit deze uitgebreide versie bleek dat Loogs weerwoord gericht was tegen kritiek van met name Carl Ludwig Friedrich Otto Graf von Klinckowstroem op zijn sleutel, gepubliceerd op de pagina´s 580/585 van het oktobernummer van de jaargang 1921 van Psychische Studien, getiteld Prophezeiungen - Eine kritische Betrachtung. Von Klinckowstroem had twijfels aangaande Loogs codesleutel, onder andere omdat Loog volgens hem bij het afleiden van deze sleutel uit de Centuriën niet alleen de 942 authentieke Centurie-kwatrijnen had gebruikt, maar ook de 27 kwatrijnen uit de "nalatenschap", waarvan volgens Von Klinckowstroem de authenticiteit allerminst vaststond. In zijn weerwoord benadrukte Loog alleen de 942 authentieke kwatrijnen te hebben gebruikt. Aansluitend op Loogs weerwoord was Von Klinckowstroems reactie erop weergegeven; Loog had hem niet kunnen overtuigen.

 

Een recensie uit 1922
In 1922 is in de Theosophisch-Okkulte Bücherschau een recensie van Die Weissagungen des Nostradamus gepubliceerd. Uit een citaat van deze recensie blijkt dat de recensent aan Loogs commentaar op de Centuriën met betrekking tot de situatie waarin Duitsland na de Eerste Wereldoorlog verkeerde, hoop ontleende. Volgens die recensent bleek uit Die Weissagungen des Nostradamus namelijk dat de Fransman Nostradamus had voorspeld dat Volkenbond ten onder zou gaan, het Verdrag van Versailles zou worden verscheurd en dat er een Groot-Duits rijk zou ontstaan. Uit het citaat blijkt ook dat Die Weissagungen des Nostradamus in 1922 zowel binnen als buiten Duitsland veel opzien baarde.
De oorspronkelijke tekst van dit citaat luidt als volgt: 

Wie zu erwarten, hat Loogs neues Nostradamus-Werk in und außer Deutschland größtes Aufsehen erregt, denn es ist ja der Franzose, der u. a. den Bruch des Völkerbundes, die Vernichtung des Versailler Vertrages und den Aufstieg Groß-Deutschlands prophezeit.

 

Een bespreking uit 1927
Von Klinckowstroem, die in 1921/'22 in Psychische Studien over Die Weissagungen des Nostradamus een discussie had gevoerd met Loog, heeft in het artikel Rund um Nostradamus, gepubliceerd in de rubriek Originalarbeiten in deel II van het Zeitschrift für kritischen Okkultismus und Grenzfragen des Seelenlebens (p.97-104) opnieuw aandacht besteed aan Die Weissagungen des Nostradamus. Ook nu was Von Klinckowstroem er niet van overtuigd dat Loog de sleutel had gevonden waarmee de Centuriën konden worden ontraadseld. Von Klinckowstroem stelde vast dat Loog weliswaar elementen van zijn sleutel aan de openbaarheid had prijsgegeven, maar niet de sleutel zelf, waardoor anderen er niet mee konden werken. Hij onderschreef de kritiek van Johann Illig in Historische Prophezeiungen (Pfullingen in Württemberg, 1922, p. 68) dat Loog het duistere karakter van de Centuriën niet had kunnen verbreken. Ten slotte merkte hij op dat als Nostradamus bij het schrijven van de Centuriën de sleutel had gebruikt die Loog eruit had afgeleid, de tekst van alle kwatrijnen, het Voorwoord aan César en de Brief aan Henri II reeds in 1555 vast hadden moeten staan. Dat was volgens Von Klinckowstroem niet het geval; de Brief aan Henri II was volgens hem op 14 maart 1557 geschreven, een datum, genoemd in de eerste helft van de Brief. Daar kwam bij dat de diverse vroeg verschenen edities ongelijk van samenstelling waren. De editie-Bareste-1850 van de Centuriën bevatte vier centuriën met in centurie 04 de kwatrijnen 04-01 t/m 04-53. Een editie-Antwerpen-1590, die een nadruk zou zijn van een editie-Avignon-1555, bevatte daarentegen zeven centuriën, met in centurie 07 de kwatrijnen 07-01 t/m 07-35. Van de centuriën 08 t/m 10 bestonden slechts drukken die uit 1568 of later dateerden. In de ogen van Von Klinckowstroem stond of viel het systeem van Loog met het aantal kwatrijnen dat hij had gebruikt. Von Klinckowstroem herhaalde dan ook zijn kritiek in Psychische Studien dat Loogs sleutel, vanwege het onjuiste aantal kwatrijnen, niet bruikbaar was.

 

Die Weisssagungen des Nostradamus als bewijs voor de helderziendheid van Nostradamus (1931)
In 1931 verscheen in de serie Die okkulte Welt, uitgegeven door de Johannes Baum Verlag in Pfullingen in Württemberg, deel 187, getiteld Nostradamus und das zweite Gesicht, geschreven door Prof. d. Dr. E. Dennert (1861-1942), natuurkundige, filosoof en oprichter en voorzitter van de Keplerbund. In een tijd waarin volgens Dennert de belangstelling voor het occulte toenam en waarin in diverse landen parapsychologisch onderzoek van de grond kwam, vroeg hij zich af of kon worden vastgesteld of Nostradamus, wiens persoon vaak in het belachelijke werd getrokken, over de gave van helderziendheid had beschikt. In Nostradamus und das zweite Gesicht stelde Dennert diverse Centurie-commentaren aan de orde, met name Loogs Die Weissagungen des Nostradamus. Dit boek was voor Dennert interessant, omdat Loog met behulp van een sleutel (die Dennert uitvoerig besprak) de kwatrijnen op volgorde van vervulling meende te kunnen zetten. Over Loogs commentaren met betrekking tot de toekomst schreef Dennert dat de kwatrijnen dermate raadselachtig zijn, dat ze niet veel zekerheid bieden. Over Loogs commentaren met betrekking tot gebeurtenissen in het verleden schreef Dennert dat hiermee onomstotelijk is vast komen te staan dat Nostradamus in een groot aantal kwatrijnen gebeurtenissen heeft beschreven die zich tussen 1555 en 1920 hebben voorgedaan. Dit bracht Dennert tot de conclusie dat de gave van helderziendheid een reëel iets is, waaruit wat hem betreft blijkt de mens meer is dan een verzameling atomen en dat er een het materialisme overstijgende helderheid is, die de schoonheid van de stoffelijke wereld en de diepgang van de wetenschappelijke kennis verbleekt.

 

Loogs aanhoudende interesse in de Centuriën
Uit een aantal boeken en tijdschriften blijkt dat Loog zich tot in de Tweede Wereldoorlog bezig hield met het bestuderen van de Centuriën en het bekendheid geven aan zijn bevindingen.

1922 [1921]: berichten over een nieuw boek van Loog
In Mysterien von Sonne und Seele (Berlijn, 1922 [1921]) heeft Kritzinger een aantal opmerkingen gemaakt waaruit blijkt dat hij in die tijd uitvoerig met Loog van gedachten wisselde over Nostradamus en de opbouw van de Centuriën en van plan was een nieuw, door Loog geschreven Centurie-commentaar uit te geven. Voorzover bekend is dit plan niet ten uitvoer gebracht. In Todesstrahlen und Wünschelrute - Beitrage zur Schicksalskunde (Leipzig, 1929) schreef Kritzinger over Loogs ideeën dat ze te gewaagd waren en Nostradamus in diskrediet brachten.[2]   

1922: lezing Die Entschlüsselung der Prophezeiungen des Nostradamus
Op de pagina's 169 en 170 van het maartnummer van de jaargang 1922 van Psychische Studien is verslag gedaan van een lezing die Loog op 23 januari 1922 heeft gehouden voor het Berlijnse Psychische-Studien-Gesellschaft. Deze lezing, getiteld Die Entschlüsselung der Prophezeiungen des Nostradamus, werd gehouden in de Guttmann-zaal, Bülowstraße 104 in Berlijn, de vaste locatie waar het Psychische-Studien-Gesellschaft haar bijeenkomsten hield. Er was gelegenheid voor discussie. 
Na in het kort de inhoud van Die Weissagungen des Nostradamus te hebben besproken, ging Loog in op de polemiek tussen hem en Von Klinckowstroem die in Psychische Studien was gepubliceerd. 
Boeiende politieke uitspraken met betrekking tot de actuele politieke situatie van toen deden volgens de anonieme recensent de wens opkomen dat Loog meer over zijn onderzoek naar de Centuriën zou publiceren. Desgevraagd gaf Loog aan dat men binnen enkele jaren meer van hem kon verwachten. Helaas heeft de recensent de aard en inhoud van Loogs politieke uitspraken niet beschreven. Over het Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog had Loog
in Die Weissagungen des Nostradamus onder andere geschreven dat in kwatrijn 10-46 was voorspeld dat Duitsland op een zeker moment geen republiek meer zou zijn, maar dat er een keurvorst zou komen en misschien een keizer. Ook zou Duitsland het voor haar zo vernederende Verdrag van Versailles opzeggen. Loog zag in dit verdrag een herhaling van wat zich afspeelde na het Verdrag van Westfalen dat in 1648 werd gesloten, waarbij Duitslands welvaart teloor ging en Duitsland 200 jaar nodig had om zich te herstellen. Gerekend vanaf 1919, het jaar waarin het Verdrag van Versailles van kracht werd, zou Duitsland opnieuw bijna 200 jaar nodig hebben om weer de status van grootmacht te bereiken. Vanaf 1939 zou Engeland in verval raken, Frankrijk zou rond die tijd een periode van vrede kennen. De volgende wereldoorlog zou volgens Loog rond 2100 zou uitbreken, met Duitsland en Frankrijk als strijdende partijen.

1939: een nieuw, voltooid manuscript
In de Tweede Wereldoorlog raakte Kritzinger betrokken bij het opstellen van nationaalsocialistische propaganda, gebaseerd op de Centuriën en Centurie-commentaren. In 1961 vertelde hij aan de Britse onderzoeker Ellic Howe dat Loog hem in december 1939 een manuscript had gegeven; Loog had de Centuriën opnieuw vertaald en van commentaar voorzien. Kritzinger vertelde dat hij het manuscript niet had doorgespeeld aan het Propagandaministerie; hij achtte het niet geschikt voor propagandadoeleinden. Het is niet duidelijk wat hij er verder mee heeft gedaan.
[3] 

1940: een repliek in Der Reichswart: Prophete rechts - Prophete links - war Nostradamus wirklich Scharlatan und Betrüger?
Eind 1940 publiceerde het nationaalsocialistische weekblad Der Reichswart een brief van Loog over Nostradamus en de Centuriën onder de titel
Prophete rechts - Prophete links - war Nostradamus wirklich Scharlaten und Betrüger?. Op deze website is de werktitel van dit artikel: Nostradamus Scharlatan? In zijn brief reageerde Loog op een sceptisch artikel over Nostradamus en de Centuriën dat een maand eerder in Der Reichswart was gepubliceerd. Aan de hand van zijn commentaren in Die Weissagungen des Nostradamus, waarover Loog schreef dat het al jaren uitverkocht was, wilde hij het gelijk van Nostradamus aantonen door kwatrijnen te bespreken die volgens hem in de voorgaande jaren tot aan 1940 toe in vervulling waren gegaan.[4] Loog verwees niet naar andere publicaties van zijn hand. Dit wijst erop dat er tussen 1921 en 1940 geen ander boek van Loog over Nostradamus is uitgegeven en dat het manuscript dat hij in 1939 aan Kritzinger gaf, niet in omloop is gebracht.

  

De lotgevallen van Loogs commentaar in 1921 op kwatrijn 03-57
In de studie over de lotgevallen in de Tweede Wereldoorlog van de Centuriën en Centurie-commentaren neemt het commentaar van Loog op kwatrijn 03-57 een belangrijke plaats in. In Die Weissagungen des Nostradamus had Loog het begin van de looptijd van 290 jaar van dit kwatrijn gekoppeld aan het jaar 1649, waarin de Engelse koning Charles I werd onthoofd. Hij had deze koppeling stilzwijgend overgenomen uit Merckwürdige Fata Der Groß-Britanischen Crone Sint der Zeit da die Religion reformiret worden (D.D. = Dietrich von Dobbeler, Hamburg, 1714). Voor 1939, het jaar waarin de looptijd van kwatrijn 03-57 zou eindigen, voorzag Loog de laatste en meest ernstige crisis in Engeland in een serie van zeven, begonnen met de onthoofding van Charles I in 1649, en gelijktijdig een crisis in Polen. Kritzinger heeft in Mysterien von Sonne und Seele dit commentaar aangehaald. Na de inval van Duitsland in Polen in september 1939 werd dit commentaar uit zijn verband gerukt en aan dit wapenfeit gekoppeld. Deze koppeling was voor dr. Paul Joseph Goebbels, de Duitse minister van Propaganda, aanleiding zich te verdiepen in de Centuriën. Hij besloot ze te gebruiken in de psychologische oorlogvoering omdat op die manier het alom levende bijgeloof kon worden uitgebuit.[5] Uit Nostradamus Scharlatan? blijkt dat Loog van mening was dat de gebeurtenissen in Polen in september 1939 aansloten bij hetgeen hij in Die Weissagungen des Nostradamus op grond van kwatrijn 03-57 over 1939 had geschreven.

 

Politieke denkbeelden
Uit Die Weissagungen des Nostradamus blijkt dat Loogs politieke ideeën nationalistisch waren. Hij heeft zich in dit boek verzet tegen het gebruik van de Centuriën voor politieke doeleinden.[6] Volgens Kritzinger, die Loog in december 1939 vroeg of hij voor Goebbels de Centuriën wilde bewerken ten behoeve van psychologische oorlogvoering, wilde Loog niets met dergelijke praktijken te maken hebben.[7]
Loogs Nostradamus Scharlatan? is naar mijn mening niet propagandistisch van aard, maar een brief die een uitvloeisel is van Loogs verdere onderzoek van de Centuriën. Uit Nostradamus Scharlatan? blijkt dat Loog er ook in 1940 van overtuigd was dat de Centuriën in vervulling zouden gaan, dat hij een sleutel had afgeleid waarmee ze van commentaar konden worden voorzien en dat hij het in Die Weissagungen des Nostradamus vaak bij het rechte eind had gehad. 
Loog is geen lid geweest van de NSDAP. In het NSDAP-ledenbestand dat wordt bewaard in het Bundesarchiv komt zijn naam niet voor.


 

 
Karl Drude
Karl Drude

De lotgevallen van Die Weissagungen des Nostradamus
De achtste druk van Die Weissagungen des Nostradamus was tevens de laatste vooroorlogse druk. In 1940 kwamen herdrukken in omloop van de vijfde en zesde druk, kennelijk zonder medeweten van Loog, gezien zijn opmerking eind 1940 in Nostradamus Scharlatan dat zijn boek al jaren uitverkocht was. 
In 1941 nam de Gestapo in het kader van de Aktion-Heß, een razzia onder astrologen en occultisten in Duitsland na de overtocht naar Engeland op 10 mei 1941 van Rudolf Heß, Hitlers plaatsvervanger, alle astrologische en occulte literatuur in beslag. De uitgevers ervan moesten hun zaken sluiten. Zodoende werd Die Weissagungen des Nostradamus uit roulatie genomen en moest uitgeverij Johannes Baum haar activiteiten staken.
Na de Tweede Wereldoorlog hervatte uitgeverij Johannes Baum haar bedrijfsvoering, maar Die Weissagungen des Nostradamus is niet opnieuw uitgegeven. 
De Duitse Centurie- onderzoeker Karl Drude, die tijdens gevechten in de Tweede Wereldoorlog invalide werd door een schotwond aan zijn knie, heeft de aanwijzingen van Loog over de sleutel waarmee de kwatrijnen op volgorde zouden kunnen worden gezet, verder uitgewerkt. In 1962 verscheen in München Das magische Quadrat des Nostradamus. Hierin presenteerde Drude een magisch vierkant, samengesteld uit de tekst van de Latijnse regels in het Voorwoord aan César en de Brief aan Henri II, die hij op een bepaalde manier aan elkaar had verbonden. In 1963 verscheen, eveneens in München, Nostradamus - ein Leben in der bedeutendsten Zeitwende des Abendlandes und seine Auferstehung. Hierin ging Drude in op onder andere het leven van Nostradamus en de lotgevallen van de Centuriën in de loop der eeuwen. In 1969 verzorgde hij een heruitgave van de editie-J.Ribou-1668 van de Centuriën en schreef hij daarvoor een uitvoerige inleiding.

 

Hitler en Die Weissagungen des Nostradamus
Volgens een artikel van Pieter van Os en Sander Pleij, gepubliceerd in de editie van 7 februari 2004 van het weekblad De Groene Amsterdammer troffen militairen van de Amerikaanse 101st Airborne Division in het voorjaar van 1945 in een zoutmijn vlakbij Berchtesgaden, waar Hitler zijn hoofdkwartier had, ruim 3000 boeken aan, afkomstig uit Hitlers bibliotheek. Welke van deze boeken hij gelezen heeft, is een vraag die niet met zekerheid kan worden beantwoord. Ze werden overgebracht naar de American Library of Congress. De ongeveer 1200 boeken waarin het ex-libris van Hitler stond, werden in één collectie ondergebracht, de Third Reich Collection. De andere boeken kwamen in de schappen van de algemene collectie van de American Library of Congress terecht of werden, als de bibliotheek ze reeds in bezit had, verkocht.
Tenminste twee auteurs melden dat Die Weissagungen des Nostradamus zich in de boekenverzameling van Hitler bevond. Eén van deze auteurs is de Duitse historicus Michael Hesemann. In
Hitlers Religion - die fatale Heilslehre des Nationalsozialismus (München, 2004, Nederlandse vertaling: Hitlers religie, Soesterberg, 2007), schreef hij over Die Weissagungen des Nostradamus dat daarin op grond van kwatrijn 03-58 de opkomst van Hitler was voorspeld. Van de hand van de historicus Timothy W. Ryback, gespecialiseerd in de Holocaust, verscheen in 2008 in New York Hitler's private library - the books that shaped his life (Nederlandse vertaling: Hitlers privébibliotheek, Amsterdam, 2008). Ryback had een lijst opgesteld van 16.000 boeken die in het bezit van Hitler waren geweest en die op verschillende locaties werden bewaard. Eén van die boeken was Die Weissagungen des Nostradamus. Het exemplaar waar het om ging, maakt tegenwoordig deel uit van de collectie van de Brown University, Providence, Rhode Island. Volgens Ryback stond in dit 120 pagina's tellende boek dat in 1939 een Tweede Wereldoorlog zou plaatsvinden. Uit het feit dat de bladzijden waarop dit stond niet waren opengesneden, leidde Ryback af dat Hitler die voorspelling niet had gelezen.
De opmerking van Hesemann over kwatrijn 03-58 klopt niet. In Die Weissagungen des Nostradamus heeft Loog aan dit kwatrijn totaal geen aandacht geschonken, hij heeft het zelfs niet eens gedeeltelijk geciteerd. De eerste Centurie-onderzoeker die kwatrijn 03-58 aan de geboorte en opkomst van Hitler koppelde, was dr. Bruno Winkler in Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert (Görlitz, 1939 [1938], p.37-38). De vraag is uit welke publicatie Hesemann de koppeling van kwatrijn 03-58 aan de opkomst van Hitler heeft overgenomen en aan Loog heeft toegeschreven.
De mededelingen van Ryback kloppen evenmin. De Brown University is in het bezit van de vierde dan wel vijfde druk van Die Weissagungen des Nostradamus. Deze uitgaven tellen 138 pagina's en niet 120, zoals Ryback schrijft. Verder is het zo dat Loog over 1939 schreef dat in dat jaar in Engeland de laatste en ernstigste crisis van onbekende aard van een serie van zeven zich zou voltrekken, en tegelijkertijd een in Polen. De eerstvolgende wereldoorlog waarbij Duitsland zou zijn betrokken, zou rond 2100 AD uitbreken. In Die Weissagungen des Nostradamus heeft Loog niets geschreven over een wereldoorlog die in 1939 zou uitbreken. Misschien heeft Ryback de door Loog in het vooruitzicht gestelde crises in Engeland en Polen opgevat als een voorspelling van de Duitse inval in Polen. In dat geval heeft hij niet of niet genoeg nagegaan in welke context Loog deze uitspraak deed. In ieder geval mist de opmerking van Ryback relevantie; hij versterkt de mythe dat Hitler een hang zou hebben naar het occulte.
Het is niet voor het eerst dat verhalen de ronde doen over Hitlers hang naar het occulte, die bij nader inzien niet kloppen. In Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte (Berlijn, 1953, p.79-80) schreef de Duitse Centurie-onderzoeker en voormalig nationaalsocialistisch propagandist dr. Alexander Max Centgraf onder het pseudoniem Centurio dat Hitler kwatrijn 03-58 hoogstwaarschijnlijk had gekend. Toen Centgraf in 1939 in de Preussische Staatsbibliothek, de latere Staatsbibliothek zu Berlin, een exemplaar van de bij Pierre Rigaud in 1568 gedrukte uitgave van de Centuriën in handen kreeg, vertelde de aanwezige bibliothecaris dat dit boekje zojuist terug was gekomen uit de Reichskanzlei, dat tussen de pagina's 58 en 59 een bladwijzer lag en dat kwatrijn 03-58 van een merkteken was voorzien. Volgens Nostradamus - Prophetische Weltgeschichte (Centurio [Centgraf], Bietigheim, 1968, p.197-198), de herziene versie van Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte, was kwatrijn 03-58 van een rood merkteken voorzien. Op pagina 260 van Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte en pagina 262 van Nostradamus - Prophetische Weltgeschichte heeft Centgraf geschreven dat het exemplaar dat hij in de Preussische Staatsbibliothek had gezien (catalogusnummer Na 7590), in de tussenliggende jaren zoek was geraakt. Tegen de beweringen van Centgraf kan worden ingebracht dat in het exemplaar waar hij op doelde en dat heden ten dage onder nummer Na 7590 wordt bewaard in de Staatsbibliothek zu Berlin, kwatrijn 03-58 niet van een (rood) merkteken is voorzien.

 

Artikelen op deze website over publicaties van Carl Loog

 

Dankbetuiging
De schrijver dankt de Deutsche Post AG - Zentrale - Corporate Real Estate (53250 Bonn) voor fotokopieën van relevante pagina's uit de Rangliste der höheren Reichs-Post und Telegraphenbeamten (1916 en 1919), de Verzeichnis der höheren Beamten der Reichs-Post und Telegraphenverwaltung (1922) en de Verzeichnis der höheren Beamten der Deutschen Reichspost (1928, 1938, 1939 en 1942) met betrekking tot de loopbaan van Carl Loog. 

 


De Meern, 2 oktober 2006
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 7 juli 2012

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Kritzinger-1922b, p.147; Drude-1962, p.100. [tekst]
  2. Kritzinger-1922a, p.127-128. [tekst]
  3. Howe, p.223. [tekst]
  4. Volgens Willi A. Boelcke was Die Weissagungen des Nostradamus in 1940 in omloop in de vorm van een herdruk van de vijfde druk. Boelcke-1966, p.304. [tekst]
  5. Van Berkel: Kwatrijn 03-57 en Die Weissagungen des Nostradamus (C. Loog, Pfullingen in Württenberg, 1921 [1920]). [tekst]
  6. Loog-1921, p.109. [tekst]
  7. Howe, p.223. [tekst]
 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top