Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie "Tweede wereldoorlog"
Informatie over Frans (Franz) Eduard Farwerck alias B.J. van der Zuylen (1889-1978)
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

Enkele feiten uit het vooroorlogse deel van het leven van Frans Eduard Farwerck
Frans (Franz) Eduard Farwerck werd geboren in Amsterdam op 4 maart 1889. Zijn vader, Franz Otto Richard Heinrich Farwerck, geboren op 24 februari 1856 in Schöppingen (Pruisen), van beroep koopman, was Duitser en kreeg op 28 april 1904 de Nederlandse nationaliteit; zijn moeder, Elise Dorothea Struve, geboren op 1 mei 1850, was Nederlandse. Frans Eduard had één broer, Carl Wilhelm, geboren op 10 september 1892 in Amsterdam. Op 7 december 1920 trad hij in het huwelijk met Johanna Borrius, geboren te Amsterdam op 3 mei 1901. Uit dit huwelijk werden drie zonen geboren. Voor zover mij bekend, is Frans Eduard ongehuwd gebleven.
Frans Eduard Farwerck bezocht de 3-jarige HBS en de Openbare Handelsschool in Amsterdam en volgde daarna een handelsopleiding in Duitsland, Engeland en Frankrijk. In 1909 kwam hij in dienst bij het bijkantoor van de NV Bruinkolen-briketten-handel in Rotterdam, waarvan zijn vader president-directeur was. Na twee jaar werd hij directeur van dit bijkantoor. In 1912 richtte hij in Hilversum een tapijtfabriek op, die in de jaren erna door fusies uitgroeide. In 1933 werd de NV Verenigde Nederlandsche Tapijtindustrie opgericht, met Farwerck als directeur.
Naast zijn directoraat van de NV Verenigde Nederlandsche Tapijtindustrie bekleedde Farwerck een aantal nevenfuncties. Zo was hij president-commissaris van het Hilversumsch Bankierskantoor en de Glasfabriek Leerdam. Hij was één van de stichters van het Goois Museum en eerste penningmeester bij de Hilversumse Rotary Club, waarvan hij één van de oprichters was. Tot aan de jaren '30 deed hij ook veel maatschappelijk werk.
Over zijn vrijetijdsbesteding in deze periode is bekend dat hij de paardensport beoefende en oudheidkundige voorwerpen verzamelde.[1]

 

Le Droit Humain
Le Droit Humain

Nostrodamus
Nostrodamus

De Vrijmetselarij
In 1918 sloot Farwerck zich aan bij de Vrijmetselarij. Van 1923 tot 1933 was hij Grootmeester van de Nationale Raad van de Nederlandse Federatie van de in Parijs zetelende Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij "Le Droit Humain", waarin, in tegenstelling tot andere vrijmetselaarsordes, niet alleen mannen actief waren, maar ook vrouwen, en wel op gelijkwaardige basis.[2]
Uit de periode waarin Farwerck lid was van de Vrijmetselarij, stammen diverse publicaties.[3] In 1920 verscheen bij de Maçonnieke Uitgevers Maatschappij, gevestigd aan de Keizersgracht 133 in Amsterdam, de brochure Oordeel. Bij deze uitgeverij verscheen in dat jaar op naam van J. Farwerck-Borrius, Farwerck's schoonzuster, de brochure De vrouw in de Vrijmetselarij.
Onder het pseudoniem B.J. van der Zuylen verscheen in 1927 bij de Maçonnieke Uitgevers Maatschappij Farwercks boek Mysteriën en inwijdingen in de oudheid. Met het pseudoniem B.J. van der Zuylen verwees hij naar zijn lidmaatschap van en werkzaamheden voor de Vrijmetselarij. De initialen B en J stonden voor Boaz en Jachin, de linker- en rechter zuil van het portaal van de Tempel van Salomo. De achternaam Zuylen was eveneens een verwijzing naar de Tempel van Salomo.[4] Eveneens onder het pseudoniem B.J. van der Zuylen verscheen in 1929 in nummer 2 van het tijdschrift Bouwsteenen - voor een veelzijdige harmonische levens- en wereldbeschouwing: driemaandelijksch tijdschrift gewijd aan wijsheid en schoonheid van alle tijden, een artikel over Nostradamus en zijn voorspellingen, getiteld Nostrodamus, een a-politiek artikel waarin Farwerck probeerde met concrete bewijzen aan te tonen dat het mogelijk was om voorspellingen te doen en dat Nostradamus de gave van zienerschap bezat, wat bleek uit het feit dat hij de toekomst tot in detail in zijn voorspellingen beschreven had. Bouwsteenen was een uitgave van de eerder genoemde Maçonnieke Uitgevers Maatschappij. Deze uitgeverij, die actief was tot 1932, bracht Nostrodamus later ook in brochurevorm in omloop. 
In 1931 verscheen bij de Maçonnieke Uitgevers Maatschappij De Hiram mythe en het 3e Rituaal
In 1934 beëindigde Farwerck zijn lidmaatschap van de Vrijmetselarij. Volgens sommigen werd hij vanwege zijn lidmaatschap van de NSB uit de Vrijmetselarij gezet.[5] 

 

De NSB
Ten tijde van zijn activiteiten in de Hilversumse Rotary Club ontmoette Farwerck dominee Gerrit van Duyl, die later spreker zou worden bij de NSB. Of deze ontmoeting ten grondslag heeft gelegen aan Farwercks lidmaatschap van en werk voor de NSB, is mij niet duidelijk. Op 28 november 1931, nog in de periode dat hij Grootmeester was bij de Nederlandse tak van de Vrijmetselaarsorde "Le Droit Humain" zou in Utrecht de oprichting plaatsvinden van het Nederlands Ario-Germaans Genootschap, een pendant van het in 1925 in Duitsland opgerichte Edda-genootschap, dat aan de hand van Arische literatuur en archeologie een einde wilde maken aan de onwetendheid in Nederland over afstamming en geschiedenis. De leden van dit genootschap zagen de oer-Arische cultuur als de bron van alle latere ook nu nog bekende culturen. Farwerck was één van de ondertekenaars van de folder waarin de oprichting van het Nederlandsch Ario-Germaansch Genootschap kenbaar werd gemaakt, maar trok zich daags voor de oprichtingsbijeenkomst terug.[6] 
In 1933, het jaar waarin Hitler in Duitsland aan de macht kwam, werd Farwerck lid van de NSB. Het is niet ondenkbaar, gelet op zijn betrokkenheid bij het Nederlandsch Ario-Germaansch Genootschap, dat hij in de voorliggende jaren tot de overtuiging was geraakt dat niet de Vrijmetselarij, maar de Arische cultuur het fundament was waarop de wereld was gebaseerd en waaraan hij verder moest bouwen. Zijn lidmaatschap van de NSB leidde tot zijn royement in de Nederlandse tak van de Vrijmetselaarsorde "Le Droit Humain". 
In de beginjaren van zijn lidmaatschap van de NSB werd Farwerck één van de meest invloedrijke adviseurs van ir. Anton Adriaan Mussert, de Algemeen Leider van de NSB. De belangrijkste functie die hij in die jaren bekleedde, was die van propagandaleider. Hij richtte de propaganda in de eerste plaats op de arbeiders en de boeren en in de tweede plaats op de middenstand. Voor zover mij bekend, heeft hij geen propaganda gevoerd op basis van de Centuriën.
In juli 1937 richtte Farwerck de stichting Der Vaderen Erfdeel op, gemodelleerd naar de Duitse SS-organisatie Ahnenerbe, die zich tot doel had gesteld het archeologische, germaanse verleden van Dietsland (Groot-Nederland) in kaart te brengen. Het "werkgebied" van deze stichting is overeenkomstig dat van het Nederlandsch Ario-Germaansch Genootschap, waarvan Farwerck zich vlak voor de oprichting, eind 1931, zich terug had getrokken. Het uit 1936 daterende maandblad De wolfsangel - Strijdblad voor Nederlandsch volksbewustzijn, dat artikelen bevatte over runentekens, opgravingen en oude gebruiken, werd in 1937 het officiële orgaan van de stichting Der Vaderen Erfdeel. Op voorstel van Farwerck, die strijd en oorlogsvoering verheerlijkte, werd de wolfsangel het embleem van de WA, het "leger" van de NSB. Farwerck voerde in de NSB ook het gebruik in van volkse namen voor de maanden, zoals louwmaand, sprokkelmaand en wintermaand. 
In 1937, herdrukt in 1943, verscheen bij uitgeverij Nenasu onder het auteurspseudoniem F. van Schoping de door Farwerck geschreven brochure Het volksche element in het nationaal-socialisme. Onder de vlag van de stichting Der Vaderen Erfdeel verschenen in 1938 twee publicaties van Farwerck onder zijn eigen naam: Het is anders dan men ons leerde en Levend verleden, waarvoor hij veel reizen maakte waarin hij onderzoek deed naar plaatselijke folklore, mythen en verhalen en veel voorwerpen fotografeerde die van belang waren voor zijn onderzoek.[7] In 1940 verscheen de brochure Onze voorvaderen lieten hun stempel om den goudsberg.
Dr. L. de Jong heeft in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog Farwerck in diens hoedanigheid van lid van de NSB getypeerd als een ascetische en ongemeen ijverige vrijgezel, een der meest ontwikkelden in het NSB-milieu, die zich niet op de voorgrond drong, een duidelijk overwicht had op Mussert, door velen werd bewonderd en door velen benijd. Tegenover het feit dat Farwerck één van de meest invloedrijke adviseurs van Mussert was, stond dat hij in conflict raakte met mr. Meinoud Marinus Rost van Tonningen, die zich in 1936 bij de NSB aansloot. Rost van Tonningen was een verklaard tegenstander van Mussert en diens vertrouwelingen, waarvan Farwerck, van wie hij wist dat hij vroeger lid was geweest van de Vrijmetselarij, er één was.[8]
De Duitse nationaalsocialisten beschouwden de Vrijmetselarij als een volksvijandige organisatie, die samen met de Joden op wereldmacht uit was. Wie, hoe kort ook, lid was geweest van de Vrijmetselaars, was volgens de Duitse nationaalsocialisten voor de rest van zijn leven besmet. Ondanks deze opvattingen konden oud-Vrijmetselaars lid worden van de NSB. Binnen de NSB waren de meningen over dit lidmaatschap echter sterk verdeeld. Kort na zijn toetreden tot de NSB ging zijn verleden als Vrijmetselaar Farwerck parten spelen. Uiteindelijk leidde het tot zijn val. Op 14 november 1935 verscheen in de Nieuwe Tilburgsche Courant het artikel Het Fascisme der N.S.B. - onder leiding der Vrijmetselarij, waarin werd onthuld dat in La Franc-Maçonnerie feminine... (N. Smitkow, Parijs, 1933) was vermeld dat de vertegenwoordiger van de Nederlandse Federatie F. Farwerck was, wat volgens de krant betekende dat de leiding van de NSB-propaganda aan de Vrijmetselarij was toevertrouwd. De krant vroeg zich dan ook af of christenen nog wel lid konden zijn van een fascistische beweging die door Vrijmetselaars werd geleid en of fascisten nog wel lid konden zijn van de NSB. In 1937 bereidde Van Duyl in het geheim een campagne tegen de Vrijmetselarij voor met als kennelijk doel Farwerck ten val te brengen. Voor zover mij bekend is deze campagne niet ten uitvoer gebracht. Eind 1937 moest Van Duyl zelf het veld ruimen na het mislukken van een complot om Mussert buiten spel te zetten. In de editie van 21 januari 1939 maakte de Nieuwe Tilburgsche Courant op grond van Rondschrijven IV, een intern manifest van NSB-ers die de harde lijn voorstonden, gewag van agitatie in de NSB tegen de top van de Beweging (Mussert, Van Geelkerken en Van Bilderbeek) die in plaats van kameraadschap en fatsoen, verraad en laster in dienst van het volkse beginsel zouden stellen. Volgens Rondschrijven IV was de geest van geheimdoenerij, door Farwerck, voormalig grootmeester der Vrijmetselarij, in de Beweging gebracht, volksvreemd. 
In de zomer van 1940 werden plannen gemaakt voor de oprichting van de Nederlandsche Kultuurraad, een instituut dat wetenschappelijk en cultureel Nederland gelijk moest schakelen. Farwerck was één van de kandidaten voor deze Raad. Toen echter aan zijn lidmaatschap van de Vrijmetselarij ruchtbaarheid werd gegeven, mogelijk door toedoen van Rost van Tonningen, waarmee de uit 1936 daterende vijandschap tussen Farwerck en Rost van Tonningen tot uitbarsting zou zijn gekomen, werd zijn woning doorzocht door de Sicherheitsdienst, die een aan Farwerck gerichte brief van de Nationale Raad der Vrijmetselarij vond. Mussert zag zich gedwongen Farwerck te laten vallen. Dit viel hem zwaar. De stichting Der Vaderen Erfdeel werd overgedragen aan de Volksche Werkgemeenschap, een orgaan, verbonden aan de Nederlandse SS. Ondanks deze gang van zaken bleef Farwerck, hoewel verbitterd, lid van de NSB en ageerde af en toe tegen Rost van Tonningen.[9] Onder zijn auteurspseudoniem F. van Schoping verscheen in 1941 bij uitgeverij Volk en Bodem de brochure Wien Neêrlandsch bloed... het rassenvraagstuk en zijn beteekenis voor Nederland

 

Mysteriën en inwijdingen in de oudheid
Herdruk van 
M
ysteriën en inwijding 
in de oudheid

De jaren na 1945
Na de Tweede Wereldoorlog heeft Farwerck een aantal publicaties over Noord-Europese mystiek geschreven. Onder het pseudoniem B.J. van der Zuylen verschenen in 1953 bij uitgeverij Thule in Hilversum Noord-Europese Mysteriën en Inwijdingen in de Oudheid en Noord-Europa, een der bronnen van de Maçonnieke Symboliek. Bij Thule verscheen in 1953 eveneens het boekje Het teken van dood en herleving en het raadsel van het Angelsaksische runenkistje, op naam van Farwerck zelf, die in het voorwoord had geschreven dat dit boekje een uitwerking was van Van der Zuylens Noord-Europese Mysteriën en Inwijdingen in de Oudheid, alsof hij een boek van een andere auteur verder had uitgewerkt. Eveneens onder zijn eigen naam verscheen in 1960 bij Thule het boek De Mysteriën der Oudheid en hun inwijdingsriten.
In de periode 1955-1960 verschenen in het driemaandelijks tijdschrift Nehalennia regelmatig artikelen van Farwerck over onderwerpen als weerwolven en het "wilde heir".
In 1970, herdrukt in 1978, verscheen bij uitgeverij Ankh-Hermes in Deventer het boek Noordeuropese mysteriën en hun sporen tot heden, dat gezien kan worden als Farwercks voltooiing van het materiaal dat hij hierover na de oorlog had gepubliceerd. In Noordeuropese mysteriën en hun sporen tot heden reconstrueert hij op grond van literatuur, archeologie en volkskunde Germaanse geheime leringen en erediensten zoals inwijdingsriten en begrafenisdiensten.
In 1976 verscheen bij uitgeverij Schors in Amsterdam een herdruk van het uit 1927 daterende boek Mysteriën en inwijdingen in de oudheid, dat hij destijds onder het pseudoniem B.J. van der Zuylen had geschreven.
Voorzover ik kan nagaan, heeft Farwerck na de oorlog geen publicaties gewijd aan Nostradamus en/of de Centuriën.

In 1978 is Farwerck overleden.

   

Publicaties van Farwerck over Nostradamus, besproken op deze website

Nostrodamus (brochureversie van een artikel, oorspronkelijk verschenen in nummer 2 van de jaargang 1929 van Bouwsteenen - voor een veelzijdige harmonische levens- en wereldbeschouwing: driemaandelijksch tijdschrift gewijd aan wijsheid en schoonheid van alle tijden (Amsterdam).

 

De Meern, 3 juli 2011
T.W.M. van Berkel

 

Dankwoord
De schrijver dankt de heer R. Dijkstra, bibliothecaris van de Theosofische Vereniging Nederland, voor het toezenden van een fotokopie van de brochure Nostrodamus en voor het geven van informatie over het tijdschrift Bouwsteenen

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Bronnen: Frans Eduard Farwerck (http://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_Eduard_Farwerck) en een beknopt biografisch artikel over Farwerck in zijn hoedanigheid van directeur van de NV Verenigde Nederlandsche Tapijtindustrie (http://www.iisg.nl/ondernemers/pdf/pers-0466-01.pdf). Biografische gegevens van Farwercks familie zijn overgenomen van http://www.humanitarisme.nl/personen/index.php?m=family&id=I16790. [tekst]

  2. Deze vrijmetselaarsloge bestaat vandaag de dag nog steeds (http://www.droit-humain.org/paysbas). [tekst]

  3. Bronnen voor de publicaties van Farwerck: http://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_Eduard_Farwerck en www.kb.nl. [tekst]

  4. Zie: http://euro-synergies.hautetfort.com/archive/2011/01/20/frans-eduard-farwerck.html. [tekst]

  5. Zie: http://euro-synergies.hautetfort.com/archive/2011/01/20/frans-eduard-farwerck.html. [tekst]

  6. Dagblad Het Vaderland, 18 en 27 november 1931. Online op http://kranten.kb.nl, evenals de Nieuwe Tilburgsche Courant. [tekst]

  7. Zie: http://euro-synergies.hautetfort.com/archive/2011/01/20/frans-eduard-farwerck.html. [tekst]

  8. De Jong-1972, 4-II, pp.582. [tekst]

  9. De Jong-1972, 4-II, pp.581-582. [tekst]

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top