Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie "Tweede wereldoorlog"
Nostrodamus
(B.J. van der Zuylen [F.E. Farwerck], Amsterdam, 1929)
- T.W.M. van Berkel -

English verison
 

brochure Nostrodamus
brochure Nostrodamus

De brochureversie van een artikel in een tijdschrift 
De N.V. Maçonnieke Uitgevers Maatschappij Nederland, die gevestigd was aan de Keizersgracht 133 in Amsterdam en die voor zover valt na te gaan actief is geweest tussen 1911 en 1932, heeft op naam van B.J. van der Zuylen een ongedateerde brochure uitgegeven, getiteld Nostrodamus.
[1] De naam "B.J. van der Zuylen" is het auteurspseudoniem van Frans (Franz) Eduard Farwerck (1889-1978), van 1923 tot 1933 grootmeester van de Nationale raad van de Nederlandse Federatie van de Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij "Le Droit Humain".
[2]
De inhoud van de brochure Nostrodamus is oorspronkelijk in artikelvorm verschenen in nummer 2 van de jaargang 1929 van het eveneens door de N.V. Maçonnieke Uitgevers Maatschappij uitgegeven tijdschrift Bouwsteenen - voor een veelzijdige harmonische levens- en wereldbeschouwing: driemaandelijksch tijdschrift gewijd aan wijsheid en schoonheid van alle tijden.[3]
In dit artikel wordt de brochureversie van Nostrodamus besproken, waarvan ondergetekende aanneemt dat deze versie qua inhoud identiek is aan de versie in nummer 2 van de jaargang 1929 van Bouwsteenen.
De brochure Nostrodamus is een niet-geïllustreerde, geniete brochure op A5 formaat. De tekst van deze brochure omvat 13 pagina's en is niet in hoofdstukken of paragrafen ingedeeld. Het aantal tekstpagina's is hetzelfde als het aantal pagina's van de oorspronkelijke publicatie in het tijdschrift Bouwsteenen.
In Nostrodamus staat geen overzicht van geraadpleegde werken. In een voetnoot op pagina 13 heeft Farwerck de lezers, die nieuwsgierig waren naar die voorspellingen van Nostradamus die reeds in vervulling waren gegaan, verwezen naar een aantal publicaties, waarvan hij de titels als volgt weergaf: 

  • Les oracles de Michel Nostrodamus (Anatole le Pelletier, Paris, 1867);

  • Prophezeiungen (dr. Max Kemmerich, München, 1924);

  • Das Schicksalbuch der Weltgeschichte (Eduard Rösch, Pfullingen, Württemberg, ± 1920);

  • Le secret de Nostrodamus (P.V. Phiobb, Paris 1927).[4] 

 

Inhoud
Nostrodamus
is een betoog waarin Farwerck met concrete bewijzen heeft willen aantonen dat (a) voorspellen mogelijk was en (b) Nostradamus de gave van een ziener had die zelfs wat namen betreft, nauwkeurig kon aangeven wat tientallen jaren na zijn dood zou gebeuren. 
Slechts enkelen hebben volgens Farwerck de moed om tegen de heersende opvattingen in te stellen dat voorspellen mogelijk is; hijzelf was één van hen. Ter onderbouwing maakte hij onderscheid tussen voorspellingen waarbij de toevalskans een rol speelt bij het in vervulling gaan en voorspellingen waarbij de toevalskans klein tot uitermate klein is. Aan de hand van verhalen die over Nostradamus de ronde doen, een passage in de Brief aan Henri II waarin het jaartal 1792 ter sprake komt en een aantal kwatrijnen concludeerde Farwerck dat een aantal voorspellingen van Nostradamus tot in detail in vervulling zijn gegaan, waarbij het feit dat ze in het midden van de zestiende eeuw zijn gedrukt, vervalsingen uitsloot. 
Over de Centuriën in hun algemeenheid merkte Farwerck op dat Nostradamus de voorspellingen erin oorspronkelijk in prozavorm en chronologische volgorde geschreven had, ze vervolgens had omgezet in verborgen taal en daarna in versvorm geboekstaafd had, waarbij hij de chronologische volgorde losliet. Dit leidde hem (Nostradamus) tot de opmerking in een zesregelig vers dat in zijn "geheel van duizend duistere rijmen" een lange reeks van dingen is opgetekend, die men pas zal herkennen als het feit is geschied. Deze opmerking werd door Farwerck beaamd, vanwege het feit dat de voorspellingen geschreven zijn in een mengeling van Latijn, woorden uit het Languedoc dialect en allerlei moeilijke, soms door Nostradamus zelf vervaardigde woorden.
Voor Farwerck staat het vast dat Nostradamus de toekomst heeft gekend en vormt het feit dat een aantal van zijn voorspellingen reeds in vervulling zijn gegaan, een fundament voor verder onderzoek naar de manier waarop voorspellen mogelijk is.

 

Ere wie ere toekomt
Aan Nostrodamus kan een zekere mate van methodiek niet worden ontzegd. In zijn discussie over het al of niet mogelijk zijn van het doen van voorspellingen heeft Farwerck onderscheid gemaakt tussen (a) voorspellingen op grond van wetmatigheden en de kennis van de oorzaken die aan die wetmatigheden ten grondslag liggen, (b) voorspellingen waarvan de vervulling op toeval berust en (c) voorspellingen waarbij de toevalskans uitermate klein is. De voorspellingen van Nostradamus vallen wat hem betreft onder de laatste groep, zeker door hun gedetailleerdheid wat betreft namen en plaatsen.
De studie van de brochure Nostrodamus die aan dit artikel ten grondslag ligt, heeft bij ondergetekende de vraag doen rijzen wát Farwerck heeft onderzocht. Veel van de inhoud van Nostrodamus kan vrijwel woordelijk worden teruggevoerd op de vierde druk van Kemmerichs Prophezeiungen - Alter Aberglaube oder neue Wahrheit?. De uiteenzetting op pagina 4 van Nostrodamus over de kans op het in vervulling gaan van een voorspelling aan een dertigjarige man dat hij binnen een jaar zal sterven, of de kans dat dit binnen een maand of de volgende dag zal gebeuren, dit alles om te illustreren in welke mate het toeval de voorspeller in het gelijk kan stellen, valt vrijwel woordelijk terug te vinden op pagina 162 in hoofdstuk 3 (Unsere Beweisführung Einwände und deren Widerlegung) van Prophezeiungen... De volgorde van de in Nostrodamus besproken kwatrijnen 01-35 en 06-75, Présage 58 (in Nostrodamus foutief aangeduid als kwatrijn 03-58) en de kwatrijnen 09-18 en 09-34 komt overeen met de volgorde waarin ze in Prophezeiungen... in hoofdstuk 10 (Michel Nostradamus) besproken zijn. De vertalingen in Nostrodamus van kwatrijnen en de commentaren op de kwatrijnen kunnen woordelijk terug worden gevoerd op de vertalingen en de commentaren van Kemmerich, zoals uit het onderstaande blijkt:

Farwerck (brochure Nostrodamus, p.8)

Kemmerich (Prophezeiungen... 1924, p.364)

De vertaling daarvan [kwatrijn 06-75] is:

De groote piloot zal door den koning met een ambt worden bekleed.
Hij zal den vloot verlaten om tot hoogeren rang op te klimmen:
Na zeven jaar zal hij smokkelaar worden (dus tegen de wetten ingaan)
Een barbaarsch leger zal Venetië schrik aanjagen.

De Coligny werd in 1552 door Hendrik II tot admiraal bevorderd. Na zeven jaar, bij den dood van Hendrik II nam hij ontslag en werd partijhoofd der Calvinisten. Hij werd hun eerste Luitenant-Generaal en organiseerde den burgeroorlog tegen de regeering. Deze duurde tot 1570 toen Protestanten en Katholieken te St. Germain vrede sloten. Deze gebeurtenissen vielen samen met het opdringen der Turken onder Selim II, die in 1570 Cyprus aan Venetië ontrukten.

Wollen wir sie [kwatrijn 06-75] zunächst übersetzen und mit Le Pelletier kommentieren 1).

Der große Pilot wird vom König mit einem Amt betraut werden [...]
Er wird die Flotte verlassen, um zu einem noch höheren Range emporzusteigen:
Sieben Jahre nachher wird er Schleichhändler sein (d.h. sich gegen die legitimen Gewalten auflehnen),
eine barbarische Armee wird Venedig Furcht einjagen.

Gaspard de Coligny wurde vom König Heinrich II. zum Admiral befördert im Jahre 1552. Er dankte im Jahre 1559, beim Tode des Königs, ab, um als Parteihaupt der Kalvinisten tatsächlich eine mächtigere Stellung einzunehmen. Hier wurde er in Jahre 1562 zum ersten General-Leutnant ernannt. Im Jahre 1567, also sieben Jahre nach seinem Ausscheiden aus dem königlichen Dienst, stand er auf der Höhe als Organisator des Bürgerkrieges (Contrebandé). In die Jahre 1567 bis 1569 fallen die drei großen von den Protestanten gelieferten Schlachten bei Saint-Denis, Jarnac und Moncantour. In der letzten war Coligny Höchtstkommandierender. Diese Ereignisse fielen zeitlich zusammen met dem bedrohlichen Vordringen der Waffen des Sultans Selim II., der Venedig im Jahre 1570 die Insel Zypern abnahm. In gleichen Jahre 1570 schlossen die Protestanten und Katholiken zu St.-Germain Frieden.

 

1) Les Oracles de Nostradame, I, p. 87f.

Het grote verschil tussen Kemmerich en Farwerck is dat Kemmerich, zoals uit bovenstaande passage blijkt, zijn bronnen consequent kenbaar maakt (in dit geval: Le Pelletier, 1867, deel I, pp.87 vv), terwijl Farwerck dit consequent niet doet. Nergens in Nostrodamus staan opmerkingen in de trant van "Mijn onderzoek naar de waarde van de voorspellingen van Nostradamus hebben de conclusie van onderzoekers als Le Pelletier en Kemmerich dat voorspellen mogelijk is en dat Nostradamus de gave van zienerschap had, bevestigd." of "Natrekken mijnerzijds van het onderzoek van Le Pelletier en Kemmerich naar de waarde van de voorspellingen van Nostradamus heeft uitgewezen dat hun bevindingen juist zijn, zodat ik hun mening onderschrijf dat voorspellen mogelijk is en dat Nostradamus de gave van zienerschap had." Integendeel. De inhoud van Nostrodamus wekt de indruk dat Farwerck de kwatrijnen zelf heeft onderzocht en op grond van de resultaten van zijn onderzoek tot de conclusie is gekomen dat voorspellen mogelijk is en dat Nostradamus de gave van zienerschap bezat. In werkelijkheid heeft hij, zonder ervoor uit te komen, teksten van Kemmerich en Faber overgenomen en bewerkt, en wellicht ook teksten van Le Pelletier en Piobb. De op pagina 13 van Nostrodamus gepresenteerde lijst van aanbevolen literatuur over Nostradamus en de Centuriën lijkt in werkelijkheid een lijst van publicaties te zijn waaruit hij bij het schrijven van Nostrodamus heeft geput. De bespreking van de inhoud en strekking van Nostrodamus laat zich dan ook samenvatten met het motto "Ere wie ere toekomt!". 

 

De toekomst
In Nostrodamus heeft Farwerck geprobeerd aan te tonen dat het doen van voorspellingen mogelijk is en dat Nostradamus over de gave van zienerschap beschikte en de toekomst tot in detail kon voorspellen. Over hoe de toekomst er volgens de Centuriën uit ziet, heeft Farwerck niets geschreven, evenmin als Kemmerich. Naar de reden hiervan kunnen we slechts gissen. Misschien heeft Farwerck zijn vingers niet willen branden aan raadselachtige bewoordingen waarvan de betekenis pas duidelijk wordt als de in raadselachtige bewoordingen beschreven gebeurtenis zich heeft voltrokken. Misschien is het uitblijven van een beschrijving van de toekomst de uiting van de mogelijkheid dat Farwerck de Centuriën niet zelf heeft onderzocht. In ieder geval heeft Farwerck niets geschreven over voorspellingen in de Centuriën waarin op de Eerste Wereldoorlog is gezinspeeld of de ontwikkelingen erna. Dit in tegenstelling tot Kemmerich, die in Prophezeiungen... aan het einde van hoofdstuk 12 (Der Weltkrieg in der Prophetie) het toekomstperspectief voor Duitsland, beschreven door Frau de Ferriëm, een Duitse helderziende, dat Duitsland onder de "grote monarch", een nieuwe Cromwell, tot ongekende bloei komt, onderschrijft en daar in 1924 aan toevoegt dat Duitsland binnen twintig jaar als leidende macht van Europa zal schitteren als nooit tevoren.[5]  

 

Keerpunten in het leven van Farwerck
In 1933 sloot Farwerck zich aan bij de NSB (Nationaalsocialistische beweging). Binnen de NSB bekleedde hij diverse functies, waarvan de belangrijkste die van propagandaleider was, en werd één van de belangrijkste adviseurs van ir. Anton Adriaan Mussert, de Leider van de NSB. Rond 1937 richtte hij de stichting Der Vaderen Erfdeel op, die zich tot doel had gesteld het archeologische, germaanse verleden van Dietsland (Groot-Nederland) in kaart te brengen.
In 1940 raakte Farwerck bij de NSB in diskrediet toen bekend werd dat hij in de jaren ervoor lid was geweest van de Vrijmetselarij. De stichting Der Vaderen Erfdeel werd vervangen door de Volksche Werkgemeenschap.
Voorzover mij bekend heeft Farwerck in de tijd dat hij lid was van de NSB en betrokken was bij nationaalsocialistische activiteiten, de Centuriën niet gebruikt voor propagandadoeleinden.
Na de Tweede Wereldoorlog heeft Farwerck nog enkele boeken geschreven over Noord-Europese (Germaanse) mystiek, een enkele maal onder het pseudoniem B.J. van der Zuylen. Sommige van zijn vooroorlogse boeken zijn na de oorlog herdrukt. Voor zover ik kan nagaan, heeft hij na de oorlog niets aangaande Nostradamus geschreven of gepubliceerd.[6]

 

De Meern, 3 juli 2011
T.W.M. van Berkel

 

Dankwoord
De schrijver dankt de heer R. Dijkstra, bibliothecaris van de Theosofische Vereniging Nederland, voor het toezenden van een fotokopie van de brochure Nostrodamus en voor het geven van informatie over het tijdschrift Bouwsteenen

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Op de omslag en in de tekst van de brochure staat voortdurend de naam Nostrodamus vermeld in plaats van de naam Nostradamus, ook in de titels van de boeken waarnaar op pagina 13 van de brochure is verwezen. [tekst]

  2. Van Berkel: Informatie over Frank Eduard Farwerck alias B.J. van Der Zuylen. [tekst]

  3. R. Dijkstra (bibliothecaris Theosofische Vereniging Nederland) aan Van Berkel, 8 juni 2011. 
    Van het tijdschrift Bouwsteenen zijn van 1926 tot 1932 zeven jaargangen verschenen. Alhoewel voortkomend uit de Vrijmetselarij, was Bouwsteenen niet het orgaan van de Nederlandse Federatie van de Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij "Le Droit Humain" of de loge "Grootoosten der Nederlanden". De verantwoordelijkheid voor de artikelen in Bouwsteenen berustte volledig bij de redactie (M. van Marion, webcorrespondent Nederlandse Federatie "Le Droit Humain" aan Van Berkel, 30 juni 2011). [tekst]  

  4. De juiste titels etc. van de publicaties waarnaar Farwerck heeft verwezen, luiden als volgt:
    - Les Oracles de Michel de Nostredame (Anatole le Pelletier, Parijs, 1867);
    - Prophezeiungen - Alter Aberglaube oder neue Wahrheit? 4. verbesserte und vermehrte Auflage mit einem Kapitel über den Weltkrieg und die deutsche Zukunft (dr. Max Kemmerich, München, 1925 [1924]);
    - Das Schicksalsbuch der Weltgeschichte. Die Prophezeiungen des Nostradamus in der deutschen Übersetzung von Edouard Rösch neu herausgegeben von dr. W. Faber (dr. W. Faber, Pfullingen in Württemberg, 1922);
    - Le secret de Nostradamus et de ses célèbres prophéties du XVIe siècle (P.V. Piobb, Parijs, 1927). [tekst

  5. Kemmerich, p.462. [tekst]

  6. Van Berkel: Informatie over Frank Eduard Farwerck alias B.J. van Der Zuylen. [tekst]

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top