Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie "Tweede wereldoorlog"
Die Kolonne des Nostradamus 
(dr. Th.Fr. Böttiger, Völkischer Beobachter, Berlijn, 27 mei 1940)
- T.W.M. van Berkel -

 English version
 

Eerste pagina Völkischer Beobachter, 27 mei 1940 In dit artikel worden onder andere de begrippen "Colonne van Nostradamus" en "Zesde Colonne" onder de loep genomen en wordt aandacht besteed aan diverse nationaalsocialistische propaganda-aspecten, waaronder propaganda rond de verovering van Parijs.

 

 

Koptekst "Die Kolonne des Nostradamus"Die Kolonne des Nostradamus 
In de Völkischer Beobachter, de partijkrant van de NSDAP, is op 27 mei 1940 het artikel Die Kolonne des Nostradamus gepubliceerd. Hierin zette dr. Theodor Fr. Böttiger, een diplomatiek correspondent, zich af tegen Engeland en probeerde hij de Franse bevolking op te hitsen tegen haar regering door te stellen dat Fransen, die waarde hechtten aan de voorspelling van Nostradamus dat Parijs in 1940 zou worden verwoest en Engeland zou worden vernietigd (Mandel, de Franse minister van Binnenlandse Zaken, noemde hen de Colonne van Nostradamus of Zesde Colonne), de werkelijkheid beter aanvoelden dan de Franse premier Reynaud, die vertrouwde op generaal Weygand, die het Franse leger moest gaan leiden in de strijd tegen de Duitsers.[1] 
In Die Kolonne des Nostradamus hield Böttiger zijn lezers voor dat Engeland sinds het uitbreken van de oorlog meer en meer in de hoek werd gedreven en van hulp verstoken bleef. Om de Engelsen onder controle te houden, vaardigde premier Winston Churchill volgens Böttiger draconische maatregelen uit, zoals omvangrijke arrestaties en standrechtelijke executies. 
Volgens Böttiger was Engeland, vanwege het onheil dat haar overkwam, op zoek naar een zondebok. Georges Mandel, de Franse minister van Binnenlandse Zaken, had inmiddels de Colonne van Nostradamus, ook wel Zesde Colonne genoemd, tot zondebok bestempeld. Uit een artikel dat was verschenen in het Franse blad Oeuvre bleek volgens Böttiger dat in Frankrijk deze Colonne van Nostradamus gemaand werd te zwijgen omdat zij het Franse moreel ondermijnde, en desnoods zwaar moest worden gestraft.[2] Volgens Oeuvre was het noodzakelijk om minder standvastige Fransen te beschermen tegen de stommiteiten van een aantal van hun landgenoten. Böttiger echter kende meer realiteitszin toe aan die Fransen die waarde hechtten aan de voorspellingen van Nostradamus over de verwoesting van Parijs en de vernietiging van Engeland, dan aan de Franse premier Paul Reynaud, die vertrouwde op een wonder in de persoon van generaal Maxime Weygand.
[3]  
Ter verklaring van de stemming die in Frankrijk heerste, citeerde Böttiger uit een artikel, gepubliceerd in een Deens tijdschrift. Hierin werd de lezers voorgehouden dat in Frankrijk oorlog nooit populair was geweest en déze oorlog, een oorlog die de Fransen niet hadden gewild, allerminst. De Fransen vroegen zich volgens Böttiger af wat ermee kon worden gewonnen. Tegen Duitsland bestond in Frankrijk geen haat, eerder vrees en respect. Böttiger beschuldigde Engeland ervan Frankrijk mee te sleuren in haar ondergang.
In het verdere verloop schreef Böttiger dat de situatie van de geallieerde troepen in Boulogne veel ernstiger was dan de situatie van het Engelse leger in Boulogne in de strijd tegen Napoleon en dat de geallieerde troepen in een staat van verwarring verkeerden. De Engelsen richtten in Frankrijk tijdens hun terugtocht grote vernielingen aan, waardoor het duizenden Belgische en Franse soldaten niet lukte Calais en Oostende te bereiken.
Böttiger sloot zijn artikel af met de mededeling dat in het buitenland berichten circuleerden over een terugtrekking van het merendeel van de Franse troepen richting de Seine-Marne-linie en vroeg zich af of het vijandelijk hoofdkwartier de slag om Vlaanderen reeds als verloren beschouwde.

De Nostradamuspassage in Die Kolonne des Nostradamus

Uit: dr. Th. Böttiger: "Die Kolonne des Nostradamus"
Völkischer Beobachter #148, p.2, 27 mei 1940

Vertaling (Van Berkel, 2006)

[...] Die Suche nach dem Schuldigen, ein gefundenes Fressen für die Londoner Boulevardpresse, macht nicht einmal vor den Beamten halt. Der "New Statesman", ein Blatt, das die Freiheit der Einzelperson bisher am schärfsten vertreten hat, fordert die Einführung eines "britischen Erlasses des Harakiri für untüchtige Beamte". [...] 

 

Der kleine, schmierige Jude Mandel, der jetzt in Frankreich das Volk bespitzelt, hat inzwischen eine neue "Kolonne" entdeckt. Es ist die "6. Kolonne", die "Kolonne des Nostradamus". Gegen sie fährt das "Oeuvre" schwerstes Geschütz auf. Ein Mitarbeiter des Blattes ist im Laufe eines einzigen Tages von, wie er schreibt, "drei Damen der besten Gesellschaft" angesprochen worden, die sich vollen Ernstes über die Voraussagen des Nostradamus unterhielten. "Man soll uns doch mit diesen vermaledeiten Voraussagen des Nostradamus in Ruhe lassen", heisst es weiter. "Wo jetzt Franzosen im Artois, in der Picardie, in den Ardennen und in Lothringen ihr Blut vergießen, sei es nicht angebracht, von der Zerstörung von Paris und andere Salbadereien des alten Verrückten zu reden. Neben der fünften Kolonne gebe es leider in Frankreich noch eine sechste Kolonne, die "Kolonne des Nostradamus". Die soll jetzt ihren Mund halten, fordert das Blatt, und der Name Nostradamus soll nicht mehr ausgesprochen werden. Nötigenfalls müßte man mit schärfsten Strafen gegen die Bewunderer und Anhängerinnen des Michel von Nostradamus vorgehen. Die Moral gewisser französischer Mitbürger sei zurzeit ziemlich gebrechlich. Daher müsse man sie gegen das irrsinnige Geschwätz einer Bande von Dummköpfen, die sich ihrer Dummheit nicht bewußt sind, schützen.
Der von 1503 bis 1566 lebende Pariser Astrologe Michel de Notredame (Nostradamus) hatte in einer berühmten Prophezeiung für das Jahr 1940 die Zerstörung von Paris und die Vernichtung Englands angekündigt. Dass "Damen der besten Gesellschaft" seinen Prophezeiungen mehr vertrauen, anstatt wie Herr Reynaud auf das "Wunder" in Gestalt von General Weygand zu vertrauen,wirft in der Tat ein bedeutliches Licht auf die "Moral gewisser Leute". Bemerkenswert ist in diesem Zusammenhang eine Schilderung der Lage in Paris durch die dänische Zeitschrift "Kritisk Ugernve". Dort heißt es:

 

Der Krieg sei in Frankreich niemals populär gewesen, und er sei es noch weniger jetzt, wo Paris wieder bedroht sei. Überall werde davon gesprochen, wer die Verantwortung für den Ausbuch des Krieges habe, den niemand gewüscht habe, und Reynauds Popularität beginne sich in das Gegenteil zu verwandeln. Die Revolution gäre trotz aller strengen Verordnungen mit Androhung der Todesstrafe. Unter den erschreckenden Eindrücken der Auflösung, der Evakuierung von Paris und der Furcht vor der Besetzung der Hauptstadt werde wieder und wieder die Frage gestellt: was wolle Frankreich eigentlich noch in diesem Krieg gewinnen? Bezeichnenderweise herrsche kein eigentlicher Haß gegen die Deutschen, sonder eher Furcht und ein Respekt vor der Wiedererhebung Deutschlands. Die Engländer dagegen werden beschuldigt, Frankreich mit in das Unglück hineingerissen zu haben, nur um Englands Ziele zu fördern. 

 

Solche Erkenntnis kommt aber zu spät. Zu spät kommt auch eine Warnung der "Times", nicht auf ein "Zweites Wunder an der Marne" zu hoffen. Man dürfte auch nicht auf allzu große augenblickliche Ergebnisse einer alliierten Gegenoffensieve erwarten. [...]

[...] De zoektocht naar de schuldigen, een kolfje naar de hand van de Londense boulevardpers, strekt zich uit tot de ambtenaren. De "New Statesman", een blad dat tot dusver de vrijheid van het individu zo sterk mogelijk vertegenwoordigde, eist de invoering van een "Brits harakiridecreet voor onbekwame ambtenaren". [...]

 

De kleine, smerige Jood Mandel, die thans in Frankrijk het volk bespioneert, heeft ondertussen een nieuwe "colonne" ontdekt. Het is de "zesde colonne", de "colonne van Nostradamus". Het "Oeuvre" brengt hiertegen het zwaarst mogelijke geschut in stelling. Een medewerker van het blad werd op een dag aangesproken door zoals hij schrijft "drie dames uit gegoede kringen", die met elkaar in volle ernst over de voorspellingen van Nostradamus spraken. "Men moet ons met die vervloekte voorspellingen van Nostradamus niet lastig vallen", klinkt het verderop. "Waar Fransen in Artois, de Picardie, de Ardennen en Lotharingen nu hun bloed vergieten, is het niet gepast om te spreken over de vernietiging van Parijs en ander gewauwel van die oude gek. Jammer genoeg is er in Frankrijk naast de vijfde colonne ook een zesde colonne, de "colonne van Nostradamus". Die moet nu zwijgen, eist het blad, en de naam van Nostradamus mag niet meer worden genoemd. Zo nodig moet met de scherpst mogelijke straffen worden optreden tegen de bewonderaars en aanhangsters van Michel von Nostradamus. Vandaag de dag is het moreel van een aantal Franse medeburgers bepaald gebrekkig. Daarom moet men hen beschermen tegen het dwaze geklets van een bende stommelingen die zich niet bewust zijn van hun domheid.
De van 1503 tot 1566 levende Parijse astroloog Michel de Notredame (Nostradamus) had in een beroemde profetie voor het jaar 1940 de verwoesting van Parijs aangekondigd en de vernietiging van Engeland. Dat "dames uit gegoede kringen" meer vertrouwen hebben in zijn profetieën dan, zoals de heer Reynaud, in het "wonder" in de persoon van generaal Weygand, werpt inderdaad een verhelderend licht op het "moreel van bepaalde mensen". Opmerkelijk in dit verband is een beschrijving van de toestand in Parijs door het Deense tijdschrift "Kritisk Ugernve". Daarin staat:

 

De oorlog is in Frankrijk nooit populair geweest en is het vandaag de dag nog minder, nu Parijs weer wordt bedreigd. Overal wordt gediscussieerd over wie verantwoordelijk is voor het uitbreken van de oorlog, die niemand heeft gewild, en Reynauds populariteit begint te veranderen in het tegendeel. De revolutie broeit, ondanks alle strenge verordeningen die gepaard gaan met de dreiging van de doodsstraf. Onder de schrikwekkende indrukken van de ontbinding, de evacuatie van Parijs en de angst dat de hoofdstad zal worden bezet, wordt steeds opnieuw de vraag gesteld: wat wil Frankrijk in deze oorlog nog eigenlijk winnen?
Merkwaardig genoeg heerst er geen echte haat tegen de Duitsers, maar eerder angst en respect voor Duitslands wederopstanding. De Engelsen daarentegen worden ervan beschuldigd Frankrijk mee te hebben gesleurd in het ongeluk, enkel en alleen om de doelen te ondersteunen die Engeland zich heeft gesteld.

 

Een dergelijke erkenning komt echter te laat. Ook een waarschuwing in de "Times" om niet te hopen op een "tweede wonder aan de Marne" komt te laat. Men zou ook niet al te grote directe resultaten van een geallieerd tegenoffensief moeten verwachten. [...]

 

De Colonne van Nostradamus (Zesde Colonne)
In verschillende publicaties staan aspecten beschreven van de Colonne van Nostradamus, ook wel Zesde Colonne genoemd.

a. Het dagboek van dr. P.J. Goebbels (26 mei 1940)
Met betrekking tot 26 mei 1940 heeft Goebbels in zijn dagboek geschreven dat in Frankrijk de Duitse paniekpropaganda erg succesvol was en dat Nostradamus-aanhangers er de Zesde Colonne werden genoemd. Dit bracht hem tot de conclusie dat deze vorm van propaganda erg succesvol was. Het was voor hem reden de propaganda-activiteiten verder op te voeren.[4]  

b. Die Kolonne des Nostradamus (dr. Th.Fr. Böttiger, 27 mei 1940) 
Uit Böttigers beschrijving van de agitatie van Oeuvre tegen de Colonne van Nostradamus blijkt dat een aantal Fransen, terwijl de oorlog in volle gang was, gevoelens van moedeloosheid aanwakkerden door te wijzen op voorspellingen van Nostradamus waarin voor 1940 de verwoesting van Parijs was aangekondigd en de vernietiging van Engeland. Oeuvre achtte dit een onaanvaardbare slag in het gezicht van hen die op leven en dood het vaderland verdedigden en sloot zich aan bij Mandel, die dit soort uitspraken de kop wilde indrukken. Nostradamus en de Centuriën moesten verdwijnen van het toneel en er moest worden opgetreden tegen degenen die op grond van deze voorspellingen het Franse moreel aantastten. Oeuvre duidde deze Fransen aan met de verzamelnamen "Colonne van Nostradamus" en "Zesde Colonne". 
Vanuit Duitsland gooide Böttiger olie op het vuur door de Franse regering en de Franse legerleiding in diskrediet te brengen. In zijn commentaar stelde hij dat zij de werkelijkheid minder goed aanvoelden dan de Colonne van Nostradamus. Tussen de regels door schilderde Böttiger de Franse regering en legerleiding af als lieden die hun volk en hun soldaten onnodig lieten lijden. Verder deed hij een antisemitische aanval op Mandel, misschien in een poging in Frankrijk antisemitische elementen te mobiliseren.

c. Die Prophezeiungen des Nostradamus (dr. E. Noelle, 16 juni 1940)
De benaming Colonne van Nostradamus is volgens het artikel Die Prophezeiungen des Nostradamus (E. Noelle, Deutsche Allgemeine Zeitung, 16 juni 1940) afkomstig van Georges Mandel, de Franse minister van Binnenlandse Zaken. Volgens Noelle had het duistere karakter van de Centuriën met betrekking tot de toekomst van Frankrijk tot een zodanig defaitistische houding geleid onder de Fransen, dat Mandel over een Colonne van Nostradamus sprak, die tot Frankrijks meest grimmige vijanden moest worden gerekend.[5]

d. Voorspellingen die uitgekomen zijn... (A. de Tombre / dr. phil. A.M. Centgraf, Arnhem, 1941)
In Voorspellingen die uitgekomen zijn... (A. de Tombre, Arnhem, 1941, een vertaling van een tekst van de Duitser dr. phil. Alexander Max Centgraf) is beschreven welke houding de Colonne van Nostradamus innam ten opzichte van de strijd die Frankrijk voerde tegen Duitsland. In 1940 hadden een aantal Fransen op grond van de Centuriën hun waarschuwende stem verheven. Mandel sloeg de waarschuwingen van deze Colonne van Nostradamus in de wind en liet hen vervolgen.[6]

e. Frankrijk, mei 1940: twee bedreigingen van binnenuit
De benaming Zesde Colonne hangt samen met het effect dat in Frankrijk is toegeschreven aan de Duitse Vijfde Colonne in de Tweede Wereldoorlog. Toen in september 1939
de oorlog uitbrak, werden in Frankrijk alle Rijksduitsers (mannen, vrouwen én kinderen) geïnterneerd, omdat zij werden beschouwd als potentiële Vijfde Colonnisten. Ook de ruim dertigduizend mannelijke, vaak Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk werden geïnterneerd, evenals socialisten en communisten, afkomstig uit landen buiten Frankrijk. In mei 1940 circuleerden in Frankrijk geruchten dat Duitse Vijfde Colonnisten de Maasbruggen hadden veroverd, op grote schaal valse bevelen verspreidden, zich hadden vermomd als priesters en nonnen, de vijand lichtsignalen gaven en vergiftigde bonbons uitdeelden. De angst voor de Duitse Vijfde Colonne ging het handelen beheersen van groepen burgers en soldaten, met als gevolg dat bijvoorbeeld onschuldige priesters en nonnen, waarvan werd aangenomen dat zij samenspanden met de Duitsers, werden gemolesteerd, of dat Engelse en Franse piloten die uit hun vliegtuig waren gesprongen, voor Duitse soldaten werden aangezien die een Engels of Frans uniform droegen. In mei en juni 1940 werden in Frankrijk nog tienduizenden mensen extra geïnterneerd op verdenking van steun aan de vijand. Mandel, op 18 mei 1940 benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken, deed er alles aan om de geest van verslagenheid die zich over Frankrijk meester maakte, de kop in te drukken. Onder degenen die in Frankrijk in mei-juni 1940 werden geïnterneerd, waren ook mensen die zich in defaitistische zin hadden uitgelaten.[7]
Aan de Duitse Vijfde Colonne werd in Frankrijk toegeschreven dat zij door militaire hulp aan de vijand de staatsveiligheid van binnenuit bedreigde. Mandel constateerde dat er naast deze Vijfde Colonne een groep Fransen was die door defaitistische uitspraken die op één of andere manier te maken hadden met de Centuriën, het Franse moreel in verdere mate aantastten. Deze Fransen, de Colonne van Nostradamus, vormden de "zesde" groep waartegen moest worden opgetreden: de Zesde Colonne, de tweede bedreiging van binnenuit.

 

De lotgevallen van de Centuriën in Frankrijk in mei-juni 1940
Over de Colonne van Nostradamus (Zesde Colonne) is niet veel gedocumenteerd. Hetgeen er is gedocumenteerd, roept een aantal vragen op over wat er zich in Frankrijk in mei-juni 1940 rond de Centuriën heeft afgespeeld.
Uit de informatie van Böttiger, De Tombre / Centgraf, Goebbels en Noelle komt naar voren dat een aantal Fransen op basis van de Centuriën hun stem hebben verheven tegen de Franse regering, waarop de Franse regering besloot hen te vervolgen cq. te interneren. Böttiger schrijft, Oeuvre aanhalend, over dames uit gegoede kringen die de Centuriën bespraken in het licht van de gebeurtenissen in mei 1940. Noelle schrijft over heftige discussies die in Frankrijk in mei 1940 werden gevoerd over de Centuriën met betrekking tot Frankrijks toekomst. De vraag is op welke schaal deze discussies werden gevoerd, welke Fransen hun stem hebben verheven tegen de regering (astrologen, gewone burgers, kenners van de Centuriën, politici enz.) en op welke manier (ingezonden stukken, politieke debatten, radio-uitzendingen enz.). 
Een andere vraag is op welke grond Fransen in mei 1940 hun stem verhieven tegen de Franse regering. Was dit, zoals Goebbels veronderstelde, het gevolg van de door hem gevoerde Nostradamus-campagne, of hebben degenen die tegen de regering in het geweer kwamen, zich gebaseerd op eigen interpretaties van de Centuriën of op reeds verschenen commentaren? In 1938-'39 deden een aantal Franse onderzoekers van de Centuriën concrete uitspraken over hoe de op handen zijnde oorlog zou uitbreken en verlopen. Volgens De Fontbrune zou Frankrijk door Duitsland vanuit Zwitserland worden aangevallen, maar zouden de Duitsers via de Jura worden teruggedreven. Parijs zou worden verwoest, Engeland zou zich aan de kant van Frankrijks tegenstanders scharen en uiteindelijk leger en vloot verliezen.
[8] Ook volgens Em. Ruir, die in dit verband in Le grand carnage d'après les prophéties de "Nostradamus" de 1938 à 1947 niet alleen de Centuriën en de Présages noemde, maar ook voorspellingen zoals die van de Herderin van La Salette, zouden de Duitsers Frankrijk aanvallen via Zwitserland. Engeland zou zich in eerste instantie afzijdig houden en zich later, onder druk van binnenlandse communisten, met Frankrijk verenigen en Duitsland verslaan.[9] Het is niet bekend of de uitspraken van De Fontbrune en/of Ruir over de Duitse aanval op Frankrijk en de verwoesting van Parijs bij een aantal Fransen zodanig defaitistische gevoelens opwekten, dat zij tegen hun regering in het geweer kwamen.
Ten aanzien van de maatregelen van Mandel en/of de regering-Reynaud rijst de vraag of deze maatregelen beperkt bleven tot internering of dat ook werd overgegaan tot bijvoorbeeld contrapropaganda, censuur of inbeslagname van commentaren op de Centuriën die een defaitistisch of nationaalsocialistisch karakter droegen. Voor zover uit de gepubliceerde Franse Nostradamusliteratuur valt af te leiden, heeft de regering-Reynaud in Frankrijk in mei-juni 1940 geen algeheel verbod uitgevaardigd op de verspreiding van Nostradamusliteratuur. 
Verder rijst de vraag of en zo ja hoe Franse kenners van de Centuriën zich hebben gekeerd tegen defaitistische uitlatingen enz. die werden gedaan op basis van de Centuriën en/of Centurie-commentaren. De Centuriën bevatten namelijk geen voorspellingen waarin staat dat in 1940 Parijs zal worden verwoest en Engeland zal worden vernietigd en het jaartal 1940 is nergens in de Centuriën genoemd. Deze vraag geldt vooral voor dr. De Fontbrune, wiens uitspraken met betrekking tot de op handen zijnde ondergang van Engeland letterlijk werden geciteerd in de nationaalsocialistische brochure Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941?, onder vermelding van zijn naam, de titel van zijn boek Les Prophéties de Maistre Michel Nostradamus - Expliquées et commentées, de uitgever ervan (Sarlat), en het feit dat de citaten afkomstig waren uit de vijfde druk, daterend uit 1939. In april 1940 werd deze brochure, die de Franse versie was van een Duitse nationaalsocialistische tekst, geschreven in november-december 1939 door Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld, Leopold Gutterer en prof. dr. Karl Bömer, leidinggevende functionarissen in het Propagandaministerie, in Frankrijk, Wallonië en Zwitserland in omloop gebracht.

 

Propaganda-aspecten

a. Anti-engelse propaganda
In de jaren 1940-'41 was het vijandig bejegenen en isoleren van Engeland één van de vaste thema's van de nationaalsocialistische propaganda.[10] Dit thema komt ook voor in Die Kolonne des Nostradamus. Böttiger wekte de indruk dat Engeland gaandeweg de oorlog steeds verder in het nauw gedreven werd en deed het voorkomen alsof Churchill wanhoopsmaatregelen nam om de binnenlandse situatie onder controle te houden. En passant deelde hij een antisemitische sneer uit aan Mandel, de Franse minister van Binnenlandse Zaken. 
Böttiger probeerde tweespalt te drijven tussen Engeland en Frankrijk door, wellicht onder het mom van objectiviteit, een niet-Duitse analyse te citeren, gepubliceerd in het Deense tijdschrift Kritisk Ugervne. In die analyse stond dat Frankrijk de oorlog met Duitsland niet had gewild en Duitsland niet haatte, maar respecteerde, en dat er Fransen waren die Engeland ervan beschuldigden Frankrijk mee te sleuren in haar ondergang. Dat Denemarken inmiddels door Duitsland was bezet en dat de Deense pers onder Duitse controle stond, is iets dat hij onbesproken liet.
Böttiger benadrukte het onvermijdelijke van de ondergang van Engeland door te verwijzen naar een voorspelling van Nostradamus, waarin voor 1940 de verwoesting van Parijs was aangekondigd en de ondergang van Engeland. Terwijl hij ten behoeve van zijn politieke commentaren uitvoerig citeerde uit de bladen Oeuvre en Kritisk Ugervne, beperkte hij zich in het geval van Nostradamus tot het verwijzen naar een voorspelling in plaats van dat hij de voorspelling in kwestie citeerte. De vraag is of Böttiger zich in het geval van het gebruik dat hij van Nostradamus maakte, niet op een leugen wilde laten betrappen. Immers, nergens in de Centuriën is voorspeld dat in 1940 Parijs zal worden verwoest en Engeland ten onder zal gaan, en nergens in de Centuriën staat het jaartal 1940. Het is echter niet ondenkbaar dat Böttiger eenvoudigweg het gerucht heeft willen verspreiden dat Nostradamus voor 1940 de verwoesting van Parijs heeft voorspeld en de ondergang van Engeland, op die manier inspelend op de reputatie van profeet die Nostradamus heeft. In de Nostradamuscampagne moest volgens Goebbels het alom levende bijgeloof worden uitgebuit om de tegenstander onderuit te halen.[11] Volgens Martin H. Sommerfeldt, persvoorlichter van het Oberkommando der Wehrmacht en als zodanig deelnemer aan de geheime dagelijkse propagandabesprekingen in Goebbels' Propagandaministerie, was de Nostradamuscampagne die Goebbels voerde een voorbeeld van één van diens fluistercampagnes, waarbij wat betreft de Duitsers werd ingespeeld op het geloof in wonderen.[12]
Uit de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen blijkt dat Goebbels de diverse propagandacampagnes doseerde: dan weer antisemitisch, dan weer anti-communistisch enz. De voorbereidingen voor de Nostradamuscampagne die in Frankrijk zou worden gevoerd, begon in november 1939.[13] Uit de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen in mei 1940 blijkt dat in de loop van mei 1940 de tegen Frankrijk gerichte propagandacampagnes, waaronder de Nostradamuscampagne, stap voor stap werden opgevoerd. Op 24 mei 1940 gaf Goebbels in de geheime dagelijkse propagandabespreking de opdracht gebruik te maken van "de Nostradamusbrochure".[14] Op 26 mei 1940 droeg Goebbels de geheime radiozender op om in Frankrijk de reeds goed werkende Nostradamus-profetieën nog verder te verspreiden. Welk belang Goebbels hechtte aan deze campagne, blijkt uit de opdracht die hij in de geheime dagelijkse propagandabespreking van 27 mei 1940 aan Hans Fritzsche gaf, het hoofd van de afdeling Duitse pers in het Propagandaministerie. Fritzsche moest de Duitse pers instrueren niets meer te publiceren over de profetieën van Nostradamus en aanverwante zaken, teneinde de campagnes in het buitenland niet te verstoren.[15] Kennelijk kwam de opdracht te laat om de publicatie in de Völkischer Beobachter van het artikel van Böttiger tegen te houden. 

b. De capitulatie van Parijs
In de nationaalsocialistische propagandabrochure Hoe zal deze oorlog eindigen?, de Nederlandse versie van een tekst die in november - december 1939 is samengesteld in opdracht van Goebbels, is wat betreft de toekomst van Frankrijk gebruik gemaakt van een aantal passages uit De Fontbrune's Les prophéties de maistre Michel Nostradamus expliquées et commentées (5e druk, Sarlat, 1939 [1938]). In Hoe zal deze oorlog eindigen? is niet gespeculeerd over de capitulatie van Parijs; het is een anti-Engels geschrift waarin over Frankrijk is geschreven dat het zich heeft overgeleverd aan een bijna onbegrijpelijke afhankelijkheid van de Engelse politiek.[16] In Der Seher von Salon, deel 38 uit de nationaalsocialistische propagandaserie Informations-Schriften, dat op zijn vroegst dateert uit de zomer van 1940, komt in de terugblik op de oorlogsverwikkelingen de capitulatie van Parijs niet ter sprake. Dr. Hans-Hermann Kritzinger, de schrijver van deze brochure, stelt wel dat de omstandigheden duidelijk uitwijzen dat Engeland de doodsvijand is van Frankrijk en niet Frankrijks vriend. Verder haalt hij een passage aan uit De Fontbrune's Les prophéties de maistre Michel Nostradamus expliquées et commentées, waarin De Fontbrune de verwachting uitspreekt dat Engeland zich zal aansluiten bij Frankrijks tegenstanders.[17] 
In een aantal andere nationaalsocialistische Nostradamusgeschriften is de capitulatie van Parijs op uiteenlopende manieren beschreven.

1. Die Kolonne des Nostradamus (dr. Th.Fr. Böttiger, 27 mei 1940)
Het artikel van Böttiger dateert van 27 mei 1940. De Duitse veldtocht tegen Frankrijk was in volle gang. Parijs was nog niet veroverd. Böttiger stelde de verwoesting van Parijs in het vooruitzicht, onder verwijzing naar een beroemde voorspelling van de Parijse (sic) astroloog Nostradamus, zonder deze voorspelling te citeren.

2. Die Prophezeiungen des Nostradamus (dr. E. Noelle, 16 juni 1940)
Op 16 juni 1940, twee dagen na de verovering van Parijs, werd in de Deutsche Allgemeine Zeitung het artikel Die Prophezeiungen des Nostradamus gepubliceerd, waarin Elisabeth Noelle een fragment citeerde uit een artikel, gepubliceerd in de Deutsche Allgemeine Zeitung van 12 november 1925. In dit fragment, ontleend aan een uit de jaren '20 daterend Zweeds onderzoek van de Centuriën, werd aangekondigd dat in 1940 een oorlog zou uitbreken tussen Duitsland en Frankrijk en dat de Duitsers dan Parijs zouden veroveren. Ten tijde van het schrijven van dit artikel (mei-juni 1940) was de Duitse veldtocht tegen Frankrijk nog in volle gang en was Parijs nog niet veroverd. Noelle vermeldde niet dat volgens het artikel uit 1925 de andere Europese landen zich niet met het conflict tussen Duitsland en Frankrijk zouden bemoeien.[18] 

3. Einführung zu den Prophéties de Maistre Michel Nostradamus (K.E. Krafft, 1940)
Karl Ernst Kraffts Einführung zu den Prophéties de Maistre Michel Nostradamus was een bijlage bij een fotokopie die hij had laten vervaardigen van een editie B.Rigaud-1568 van de Centuriën. Deze fotokopie, die op deze website de kopie-Krafft-1940 wordt genoemd, verscheen in een oplage van 299 exemplaren en was niet bestemd voor vrije verkoop. 
De Einführung... is gedrukt op 12 oktober 1940. Krafft had de tekst ervan medio augustus 1940 afgesloten.[19] Volgens Howe was de Einführung... door de Duitse censuur sterk uitgedund.[20] Er staan vrijwel geen politieke uitspraken in. Kraffts Einführung... en de kopie-Krafft-1940 zijn geproduceerd onder auspiciën van het Reichssicherheitshauptamt.
Over de verovering van Parijs in 1940 is in de Einführung... niets concreets geschreven. Wel heeft Krafft de woorden Rome incité in de derde regel van kwatrijn 05-30 vertaald in nachdem Rom (zur Beteiligung) veranlaßt worden war. Hij motiveert deze vertaling door te verwijzen naar de "ablativus absolutus".[21] Krafft heeft het woord assaut in deze regel vertaald in die überraschende Besetzung. Als motief voerde hij aan dat een aantal woorden in de kwatrijnen niet alleen moeten worden vertaald in het Latijn, maar daarna ook moeten worden bezien in hun oorspronkelijke betekenis.[22] In de Brochure-18-DE en in Kraffts Comment Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe? is dit kwatrijn gekoppeld aan de verovering van Parijs in 1940 en komt de vertaling ter sprake zoals Krafft die in eerste instantie in de Einführung... heeft gegeven. 

4. Die Prophezeiungen des Nostradamus (Brochure-18-DE, 1940)
De brochure Die Prophezeiungen des Nostradamus, op deze website ook wel aangeduid met Brochure-18-DE, is deel 18 uit de serie Informations-Schriften, welke serie is geproduceerd onder auspiciën van het Auswärtige Amt. De Brochure-18-DE dateert van ná de verovering van Parijs in 1940 en bevat onder andere een terugblik op de aanval van Duitsland op het Westen en het verloop ervan. De kwatrijnen die zijn besproken, hebben geen kwatrijnnummer. In dit literatuuronderzoek zijn de nummers van deze kwatrijnen nagetrokken aan de hand van edities als die van Le Pelletier (1867) en de facsimile-Chomarat-2000.
In de Brochure-18-DE zijn twee kwatrijnen beschreven die zijn gekoppeld aan de verovering van Parijs: de kwatrijnen 04-37 en 05-30. Het commentaar op kwatrijn 05-30 luidde dat enkele dagen nadat Italië bij de oorlog betrokken raakte, Parijs zonder slag of stoot werd ingenomen, zoals Nostradamus had voorspeld. 
De Duitse teksten van de kwatrijnen 04-37 en 05-30 blijken te zijn aangepast aan het commentaar om ze er zoveel mogelijk mee te laten overeenstemmen. Ten opzichte van de originele Franse tekst is aan de eerste regel van de Duitse tekst van kwatrijn 04-37 het woord Unüberwindliche toegevoegd en zijn de eerste en tweede regel samengevoegd, waarbij het begrip gallischen Berge is geïntroduceerd en de woorden de l'Insubrie niet zijn vertaald. De vierde regel van kwatrijn 04-37 is in de Brochure-18-DE niet vertaald en niet voorzien van commentaar. 
Kwatrijn 05-30 in de Brochure-18-DE is bewerkt in het licht van de Duitse inval in Frankrijk. De eerste twee regels zouden volgens de bewerking Duitse troepenbewegingen in Frankrijk aangeven (terwijl de originele tekst wijst op kampementen in de omgeving van een grote stad). Volgens de Duitse bewerking zouden de woorden Rome incité in de derde regel wijzen op het begin van de deelname van Italië aan de Tweede Wereldoorlog (het woord incitér is vertaald in veranlassen (opwekken tot) en de woorden l'assaut Paris op een bezetting als gevolg van een verrassingsaanval. Deze uitleg komt ook voor in Kraffts Einführung zu den Prophéties de Maistre Michel Nostradamus en in zijn Comment Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe?. De vierde regel van kwatrijn 05-30 blijft in de Brochure-18-DE buiten beschouwing en is in de Duitse bewerking van dit kwatrijn niet opgenomen.
Van de Brochure-18-DE zijn vertalingen gemaakt in het Frans (Les prophéties de Nostradamus [Brochure-18-FR], 1940) en het Nederlands (De profetieën van Nostradamus [Brochure-18-NL], 1941). Deze vertalingen sluiten vrijwel volledig aan bij het Duitse origineel, ook wat betreft de kwatrijnteksten. In de Brochure-18-FR zijn niet de originele Franse kwatrijnteksten opgenomen, maar Franse vertalingen van de Duitse kwatrijnteksten in de Brochure-18-DE. De Duitse kwatrijnteksten waren bewerkt om ze zoveel mogelijk te laten overeenstemmen met het commentaar. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt, verschillen de hieruit vertaalde Franse kwatrijnteksten verschillen dan ook aanmerkelijk van de originele Franse kwatrijnteksten. Dit doet de vraag rijzen of er een discussie is gevoerd over het al of niet invoegen van de originele Franse kwatrijnteksten in de Brochure-18-FR, of dat de Duitse tekst eenvoudigweg in het Frans werd vertaald, zonder erbij stil te staan dat de Franse vertaling van de Duitse bewerkingen van de kwatrijnen aanmerkelijk zou verschillen van de originele Franse kwatrijnteksten. Verder rijst de vraag of bonafide Franse kenners van de Centuriën kennis hebben genomen van deze brochure en hebben gewezen op deze verschillen, die duidelijk het propagandistisch karakter van deze brochure laten zien. Deze vraag geldt ook voor de bonafide Nederlandse en Vlaamse kenners van de Centuriën. Tussen de (bonafide) vertaling-Vreede-1941 en de kwatrijnteksten in de Brochure-18-NL bestaan namelijk soortgelijke verschillen als tussen de facsimile-Chomarat-2000 en de Brochure-18-FR.

De kwatrijnen 04-37 en 05-30: de originele Franse tekst versus de Brochure-18-FR

Facsimile-Chomarat-2000

Brochure-18-DE

Brochure-18-FR

Kwatrijn 04-37
Gaulois par saults, monts viendra penetrer:
Occupera le grand lieu de l'Insubre:
Au plus profond son ost sera entrer:
Gennes, Monech pousseront classe rubre.

Kwatrijn 04-37
Der Unüberwindliche wird in Sprüngen in die gallischen Berge
Eindringen und den großen Ort besetzen:
Ins Allertiefsten des Landes läßt er sein Heer vordringen.

Kwatrijn 04-37
A grands sauts l'invincible traversera les monts gaulois
Il pénétrera et occupera la grande ville;
Ses armées avanceront dans l'intérieur des terres.

Kwatrijn 05-30
Tout à l'entour de la grande cité,
Seront soldats logez par champs & villes:
Donner l'assaut Paris, Rome incité,
Sur le pont lors fera faicte grand pille.

Kwatrijn 05-30
Überall im ganzen großen Land werden
In Stadt und Land die Soldaten ihre Quartiere beziehen.
Nachdem Rom zur Beteiligung veranlaßt wurde,
Wird Befehl gegeben, Paris überraschend zu besetzen.

Kwatrijn 05-30
Partout dans le grand pays,
Les soldats logeront dans les villes et dans les campagnes.
Lorsque Rome accourra à l'appel pour coopérer,
On donnera l'ordre d'occuper Paris par surprise.

 

De kwatrijnen 04-37 en 05-30: de vertaling-Vreede-1941 versus de Brochure-18-NL

Facsimile-Chomarat-2000

Vertaling-Vreede-1941

Brochure-18-NL

Kwatrijn 04-37
Gaulois par saults, monts viendra penetrer:
Occupera le grand lieu de l'Insubre:
Au plus profond son ost sera entrer:
Gennes, Monech pousseront classe rubre.

Kwatrijn 04-37
De Gallier zal met sprongen in de bergen doordringen
En de groote plaats van de Insuber bezetten.
In het diepste zal hij zijn leger doen binnengaan.
Genua en Monaco zullen de rode vloot verjagen.

Kwatrijn 04-37
De onoverwinnelijke zal bij sprongen de Gallische bergen
Binnendringen en de groote plaats bezetten:
In het allerdiepste van het land laat hij zijn leger doordringen.

Kwatrijn 05-30
Tout à l'entour de la grande cité,
Seront soldats logez par champs & villes:
Donner l'assaut Paris, Rome incité,
Sur le pont lors fera faicte grand pille.

Kwatrijn 05-30
Geheel rondom de groote stad
Zullen soldaten in velden en stad gehuisvest zijn.
Zij zullen Parijs aanvallen, Rome in brand steken.
Op de brug zal dan een groote plundering ontstaan.

Kwatrijn 05-30
Overal in het geheele groote land zullen
In stand en land de soldaten hun kwartieren betrekken.
Nadat Rome tot deelnemen genoopt werd,
Wordt het bevel gegeven Parijs bij verrassing te bezetten.

5. Comment Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe? (K.E. Krafft, 1941)
In  Comment Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe? (Brussel, april 1941) schreef Krafft vanuit nationaalsocialistisch propagandistisch perspectief een visie toe aan Nostradamus op het verleden, het heden en de toekomst van Europa. Behalve in het Frans verscheen dit boek ook in het Deens, Portugees, Roemeens en Spaans.
Het Institut für Grenzgebiete der Psychologie und Psychohygiene in Freiburg in Breisgau beschikt over de Duitstalige grondtekst van Krafft, getiteld Nostradamus sieht die Zukunft Europas. Krafft heeft de tekst geschreven onder auspiciën van dr. Werner Willmanns, verbonden aan de Informationsstelle IV van het Auswärtige Amt.
In Comment Nostradamus a-t-il entrevu... zijn in het hoofdstuk La Guerre éclair en France twee kwatrijnen besproken: de kwatrijnen 04-37 en 05-30. Kraffts commentaar op kwatrijn 04-37 verschilt van het commentaar in Brochure-18-DE in die zin dat Krafft de woorden de l'Insubre in de tweede regel niet buiten beschouwing laat, maar koppelt aan Italië. Het kwatrijn als geheel koppelt hij niet aan de capitulatie van Parijs, maar aan 10 juni 1940, de datum waarop Italië Frankrijk binnenviel, volgens Krafft in de richting van Monaco (de vierde regel: Monech).[23]
Krafft koppelde kwatrijn 05-30 aan de capitulatie van Parijs, waarbij hij als motieven gaf dat hij het woord assaut had vertaald op grond van de oorspronkelijke Latijnse betekenis, een argument dat hij ook heeft gebruikt in de Einführung..., en dat hij de woorden Rome incité had opgevat als "nadat Rome tot agitatie is aangezet", waarmee hij dit kwatrijn koppelde aan de deelname van Italië aan de oorlog op 10 juni 1940. Hij koppelde de vierde regel van dit kwatrijn aan een eindeloze, stagnerende stroom vluchtelingen.[24] 
Krafft heeft in Comment Nostradamus a-t-il entrevu... de originele Franse tekst gegeven van de kwatrijnen uit zijn kopie-Krafft-1940 / B.Rigaud-1568. Hij heeft de kwatrijnteksten niet aangepast aan het commentaar, iets dat wel is gebeurd in de Brochure-18-DE en haar vertalingen.

6. Voorspellingen die uitgekomen zijn... (A. de Tombre / dr. phil. A.M. Centgraf, 1941)
Voorspellingen die uitgekomen zijn... is een vertaling van een nationaalsocialistisch propagandistisch commentaar op de Centuriën, geschreven door dr. phil. Alexander Max Centgraf, zo is gebleken uit onderzoek van de Duitser Ulrich Maichle.[25] Het is vooralsnog niet duidelijk of Centgraf dit commentaar op eigen initiatief heeft geschreven of in opdracht van één van de nationaalsocialistische propaganda-instanties.
In hoofdstuk III van Voorspellingen die uitgekomen zijn..., getiteld Nostradamus heeft het woord: Uitgekomen voorspellingen als borg voor de toekomst, wordt in de paragrafen 2B en 2C aandacht besteed aan de Duitse inval in Frankrijk en de capitulatie van Parijs. De kern van de koppelingen van de kwatrijnen die in deze paragrafen zijn besproken aan gevechtshandelingen en ontwikkelingen luidt als volgt:

Pag.

Kwatrijn

Commentaar

57-58

05-94

Duitse invasie in West-Europa

58

05-45

Duitse doorbraak van de Maginot-linie

59

10-51

Duitse bezetting van Franse gebieden aan de Beneden-Rijn en de provincies Picardië, Normandië en Maine

60

03-06

Vluchtelingenstromen in de richting van Parijs

60-61

03-07

Duitse bombardementen op Franse legereenheden en luchtgevechten

61

06-43

Evacuatie van Parijs; Engeland dringt erop aan dat Frankrijk haar laatste reserve-eenheden in de strijd werpt

61

10-98

Geen verlichting in Parijs, verwarring door de nadering van Duitse troepen

62

03-50

Capitulatie van Parijs

63

01-08

Parijs veroverd door Hitler, die is aangeduid met het woord Hadrie in de vierde regel (Hadrie = H.A. (omgekeerde initialen Adolf Hitler) en Adrie = zinspeling op de As-mogendheden Duitsland en Italië en de Adriatische Zee).


De Franstalige kwatrijnteksten in Voorspellingen die uitgekomen zijn..., zijn niet vervalst. In een aantal gevallen bevat de vertaling pertinente onjuistheden, bijvoorbeeld in het geval van kwatrijn 08-13, waarvan de woorden La teste raze in de tweede regel zijn vertaald in het leidende ras in plaats van in het geschoren hoofd.[26] Een enkele keer zijn aan de Nederlandse kwatrijnvertalingen tussen haken synoniemen toegevoegd, met als doel het commentaar meer aannemelijk te maken, bijvoorbeeld in het geval van kwatrijn 10-98, dat is gekoppeld aan de verwarring die in Parijs ontstond toen Duitse troepen de stad naderden:

De Tombre, p.61-62

Wanneer ook deze tegenaanval niet baat en de bewoners van Parijs, de tijding vernemen, dat de duitsche troepen de fransche hoofdstad naderen, worden in Parijs alle lichten gedoofd. De stad wordt verduisterd. De vroolijke jonkvrouw Parijs gaat in den rouw. Een groote verwarring ontstaat. Deze voor de lichtstad zoo smartelijke situatie vinden we in strofe X, XCVIII:

 

"La splendeur, claire à pucelle joyeuse,
Ne luira plus, long temps sera sans sel;
Avec marchans, ruffens, loups odieuse,
Tous pesle mesle monstre universel"

 

"De heldere glans van een vroolijke jonkvrouw
Zal niet meer schitteren en ze zal langen tijd zonder zout (geestigheid) zijn,
Handelaar, koppelaar, walgelijke wolven,
Alles door elkaar - een gedrocht der wereld.
[27]

 

De Meern, 30 mei 2006
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 2 oktober 2006

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Zie ook de artikelen Informatie over dr. Th.Fr, Böttiger en Informatie over de Völkischer Beobachter (de partijkrant van de NSDAP, 1920-1945). [tekst]

  2. Oorspronkelijk was Oeuvre, opgericht in 1902, een weekblad. In 1915 werd het een dagblad met een duidelijk socialistisch karakter. In 1939 was de oplage 115.000 exemplaren. Na de Franse nederlaag in juni 1940 week de redactie uit naar Clermont-Ferrand. In juli 1940 werd de naam Oeuvre opnieuw gebruikt, maar dan voor een krant die heulde met de Duitsers (bron: www.1939-45.org). [tekst]  

  3. Maxime Weygand (Brussel, 1867 - Parijs, 1965) volgde op 19 mei 1940 Maurice Gustav Gamelin op als opperbevelhebber van het Franse leger (Encarta® Encyclopedie basiseditie Winkler Prins 2002). [tekst]

  4. Richter, p.136. [tekst

  5. Van Berkel: Die Prophezeiungen des Nostradamus (dr. E. Noelle, Deutsche Allgemeine Zeitung, Berlijn, 16 juni 1940 [1998 en 2003]). [tekst]

  6. De Tombre, p.56. [tekst]
  7. De Jong, p.126-129 en p.324-325. [tekst]  
  8. De Fontbrune, p.177-189. Dr. de Fontbrune is het pseudoniem van dr. Max Pigeard de Gurbert (De Fontbrune-1975, p.I). Zijn boek Les prophéties de maistre Michel Nostradamus expliquées et commentées (5e druk, Sarlat, 1939 [1938]) werd op 13 november 1940 door het Vichy-bewind verboden; alle in omloop zijnde exemplaren werden in beslag genomen (De Fontbrune-1975, p.6). [tekst

  9. Ruir-1938, p.80-93. Em. Ruir is het pseudoniem van Rémi Rouvier (Halbronn-1995, p.99). In 1940 verbood de Duitse bezetter Le grand Carnage...; het zetsel werd vernietigd (Benazra, p.482). [tekst]
  10. Zeman, p.165. [tekst]
  11. Fröhlich, p.208-209. [tekst]
  12. Sommerfeldt, p.56-57. Zie ook: Van Berkel: Das Oberkommando der Wehrmach gibt bekannt (M.H. Sommerfeldt, Frankfurt am Main, 1952). [tekst]

  13. Boelcke-1966, p.230. [tekst]
  14. Boelcke-1966, p.363. Waarschijnlijk wordt hiermee gedoeld op de Franse versie van de brochure die in het Nederlands is verschenen onder de titel Hoe zal deze oorlog eindigen? [tekst]
  15. Boelcke-1966, p.365. [tekst]
  16. "Pasteur", p.36; "Norab"-1940a, p.44. [tekst]

  17. Kritzinger-1941, p.11. Zie ook: Van Berkel: Der Seher von Salon (Informations-Schriften #38, dr. H.-H. Kritzinger, Berlijn, 1941). [tekst]
  18. Noelle, DAZ, 16 juni 1940. Zie ook: Van Berkel: Die Prophezeiungen des Nostradamus (dr. E. Noelle, Deutsche Allgemeine Zeitung, Berlijn, 16 juni 1940 [1998 en 2003]). [tekst]
  19. Krafft-1940b, p.XXVI. [tekst]
  20. Howe, p.247. [tekst]
  21. Krafft-1940b, p.XVIII. [tekst]
  22. Krafft-1940b, p.XIX. [tekst]

  23. Krafft-1941, p.97-98. [tekst]

  24. Krafft-1941, p.99-100. [tekst]

  25. Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942. [tekst]

  26. De Tombre, p.75. In Voorspellingen die uitgekomen zijn... is dit kwatrijn voorzien van een foutief kwatrijnnummer: VII, XIII. [tekst]

  27. In Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte (Berlijn, 1953), geschreven door Centgraf onder het pseudoniem Dr. N. Centurio, staat in de Duitse vertaling van de tweede regel van kwatrijn 10-98 een soortgelijke toevoeging (der Esprit) als in de Nederlandse vertaling van dit kwatrijn in Voorspellingen die uitgekomen zijn... In Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte is kwatrijn 10-98 niet gekoppeld aan 1940, waarin Duitse troepen Parijs naderden, maar aan 1789, het jaar van de Franse revolutie (Centurio-1953, p.232). [tekst]

Met dank aan A. Fiebig (Staatsbibliothek zu Berlin) voor de afbeelding van de koptekst van de Völkischer Beobachter".

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top