Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie "Tweede wereldoorlog"
Was bringt das Jahr 1940? Die Antwort geben uns "Les vrayes Centuries et Propheties de Maistre Michel Nostradamus"
(H.-W. Herwarth von Bittenfeld, prof. dr. K. Bömer, L. Gutterer, typescript, Berlijn, 1939)
T.W.M. van Berkel

English version

 
Zie ook:

In de dagboeken van dr. Paul Joseph Goebbels, van 1933 tot 1945 minister van Propaganda in nazi-Duitsland, en de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen op het Propagandaministerie komen regelmatig de vermeldingen "Nostradamus-geschrift" en "Nostradamus-brochure" voor. In dit artikel worden deze vermeldingen opgevat als verwijzingen naar een brochure waarvan de Duitse grondtekst in november - december 1939 in opdracht van Goebbels is geschreven. Nadat Goebbels hem in december 1939 had goedgekeurd, werd deze tekst vertaald in acht talen. Vanaf eind maart 1940 werden deze vertalingen in de vorm van brochures in vier maanden tijd in een totale oplage van 83.000 exemplaren verspreid in een aantal landen buiten Duitsland, door Goebbels aangeduid als "neutrale landen". Uit zijn dagboeken en uit de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen blijkt dat hij in hoge mate betrokken was bij de totstandkoming en verspreiding van deze brochures en zeer verheugd was over de successen die ermee werden behaald, mede vanwege de competentiestrijd tussen zijn ministerie en het ministerie van Buitenlandse Zaken met betrekking tot het voeren van propaganda.
In dit artikel komt het ontstaan van deze "Nostradamus-brochure" ter sprake, de vertaling ervan en de verspreiding. Ook wordt aandacht besteed aan de propagandistische boodschap die erin besloten lag, de beoogde en behaalde effecten, het gebruikte bronmateriaal en de verwerking ervan. 

 

Herwarth von Bittenfeld 1935
Hans-Wolfgang 
Herwarth von Bittenfeld
1935

Leopold Gutterer
Leopold Gutterer

Prof. dr. Karl Bömer
Prof. dr.
Karl Bömer

Het ontstaan van Was bringt das Jahr 1940?
Op 23 november 1939, daags nadat hij met Hitler had gesproken over de verbluffende betekenis van de Centuriën voor de actuele situatie in Europa, voerde Goebbels een gesprek met één van zijn ambtenaren, een gepensioneerd officier, in zijn dagboekaantekeningen aangeduid met de naam "Von Herwarth". Deze naam komt ook voor in de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen in het Propagandaministerie. Kritzinger heeft in 1961 in zijn relaas aan Howe dezelfde naam genoemd.[1] De naam "Von Herwarth" is een verwijzing naar Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld Oberst a.D. (1871-1942), een gepensioneerd overste die sinds september 1939 in het Propagandaministerie werkzaam was als buitengewoon hoofd van de afdeling Auslandspresse  en was belast met bijzondere opdrachten.[2] 
Goebbels heeft over Herwarth von Bittenfeld geschreven dat hij goed op de hoogte was van zijn tegenstanders en als geen ander Engeland haatte. Over zijn gesprek met Herwarth von Bittenfeld geschreven dat hij hem zich over Nostradamus liet buigen. In dit artikel is aangenomen dat Goebbels aan Herwarth von Bittenfeld anti-Engelse Centurie-commentaren heeft laten zien met betrekking tot de toestand in Europa in het najaar van 1939. Goebbels heeft in zijn dagboek eveneens aangetekend dat de wereld vol bijgeloof is, dat zou moeten worden uitgebuit om de tegenstander onderuit te halen.
Met betrekking tot 4 december 1939 heeft Goebbels in zijn dagboek aangetekend dat Herwarth von Bittenfeld Nostradamus opnieuw had vertaald (...hat den Nostradamus neu übersetzt) en dat dit geschrift buitengewoon geschikt was voor de propaganda in het buitenland. Hij zou er meteen werk van maken.[3] In dit artikel wordt aangenomen dat Goebbels hiermee niet heeft bedoeld dat Herwarth von Bittenfeld een nieuwe vertaling had gemaakt van de Centuriën maar een tekst had geschreven, bedoeld voor een brochure. Waarschijnlijk heeft Goebbels hem op 23 november 1939 opdracht gegeven dit te doen.
Op 5 december 1939 kwam Herwarth von Bittenfelds manuscript ter sprake in de geheime dagelijkse propagandabespreking. In die bespreking kreeg prof. dr. Karl Bömer, hoofd in het Propagandaministerie van
de afdeling Auslandspresse, de opdracht het nog eens met Herwarth von Bittenfeld door te nemen. In samenwerking met Leopold Gutterer, hoofd in het Propagandaministerie van de afdeling Propaganda, moest een definitieve versie worden opgesteld, die aan Goebbels moest worden voorgelegd na diens terugkeer van een dienstreis naar de Westwall, ook wel Siegfriedlinie genoemd, de Duitse verdedigingslinie langs de grenzen met België en Frankrijk. In de notulen was verder vastgelegd dat de brochure niet wetenschappelijk van aard moest zijn, maar propagandistisch.[4]  
De eerstvolgende aantekening met betrekking tot de Nostradamus-brochure staat in de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 13 december 1939. Daarin staat dat het Nostradamus-manuscript geweldig goed was geschreven.[5] Anders gezegd: de uiteindelijke versie die Herwarth von Bittenfeld, Bömer en Gutterer na de geheime dagelijkse propagandabespreking van 5 december 1939 hadden opgesteld, is uiterlijk daags voorafgaand aan de geheime dagelijkse propagandabespreking van 13 december 1939 goedgekeurd door Goebbels. Deze goedkeuring werd kenbaar gemaakt in de propagandabespreking van 13 december 1939.

 

Was bringt das Jahr 1940? Die Antwort geben uns "Les vrayes Centuries et Propheties de Maistre Michel Nostradamus ("Berlijn", typescript)
Was bringt das Jahr 1940 (Bundesarchiv, R 9350/1083)In het Bundesarchiv is onder nummer R 9350/1083 een ongedateerd, ongeïllustreerd, anoniem typescript opgenomen, bestaande uit een titelblad en 26 pagina's tekst. Op de eerste getypte pagina staat de titel Was bringt das Jahr 1940? Die Antwort geben uns "Les vrayes Centuries et Propheties de Maistre Michel Nostradamus". Dit typescript, op deze website aangeduid met de verkorte titel Was bringt das Jahr 1940? en de versie-aanduiding "Berlijn" is een getypte versie van de tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s. in november-december 1939 hebben geschreven. De vertalingen die in de volgende paragraaf worden besproken, zijn terug te voeren op dit typescript.

Datering van Was bringt das Jahr 1940?
Nergens in Was bringt das Jahr 1940? is vermeld wanneer het samenstellen ervan is voltooid. In punt 2 van de notulen van het geheime dagelijkse propagandaoverleg op het Propagandaministerie van 13 december 1939
staat dat de Nostradamusbrochure geweldig goed is geschreven. Op grond hiervan houdt ondergetekende 12 december 1939 aan als de uiterste datum waarop Was bringt das Jahr 1940? is voltooid.

De titel
De woorden "Les vrayes Centuries et Propheties de Maistre Michel Nostradamus" in de titel van Was bringt das Jahr 1940? hebben betrekking op de hoofdtitel van de fotokopie van de editie-Amsterdam-1668 die in 1938 opdracht van P.V. Piobb is vervaardigd door uitgeverij Adyar in Parijs en waaruit volgens noot 1 op pagina 41 van Hoe zal deze oorlog eindigen?, de Nederlandstalige versie van Was bringt das Jahr 1940?, Franstalige kwatrijnteksten zijn overgenomen, iets dat in
Was bringt das Jahr 1940? overigens niet is vermeld. De hoofdtitel van de kopie-Piobb-1938 maakt deel uit van de subtitels van de Engelse, Franse, Kroatische, Nederlandse en Servische versie van Was bringt das Jahr 1940?.

Paginanummering
In Was bringt das Jahr 1940? zijn de tekstpaginanummers midden bovenaan de pagina's getypt, met uitzondering van de eerste tekstpagina, die op deze plaats geen paginanummer heeft. 
Rechts onderaan de pagina's, te beginnen met de eerste tekstpagina, staan getypte paginanummers die naar de volgende pagina verwijzen, met uitzondering van pagina 26, die de laatste tekstpagina is. 
Alle pagina's van het typescript, dus ook de voorpagina, zijn rechtsboven van handmatig geschreven paginanummers voorzien (1 t/m 27). Hun functie is niet duidelijk.

Indeling van de tekst
De tekst van Was bringt das Jahr 1940? valt in twee delen uiteen. In het eerste, ongetitelde deel, is het leven en werk van Nostradamus besproken en een aantal van zijn voorspellingen die in vervulling zijn gegaan. In het tweede deel, getiteld Gegenwart und Zukunft, is ingegaan op de actualiteit van 1939 en wordt aan de hand van een aantal van zijn voorspellingen de op handen zijnde overwinning van Duitsland aangekondigd en de ondergang van Engeland. 
In Was bringt das Jahr 1940? zijn de alinea's niet door inspringing van elkaar gescheiden, maar door witregels.
Een aantal regels in de tekst van Was bringt das Jahr 1940? zijn onderstreept. Dit wijst erop dat de samenstellers deze regels hebben willen benadrukken. 

Kwatrijnteksten
In Was bringt das Jahr 1940? staan twaalf Franstalige kwatrijnteksten. Zeven ervan, waarvan er slechts één ook in het Duits is weergegeven, zijn overgenomen uit de vijfde druk van Les Prophéties de Maistre Michel Nostradamus - Expliquées et commentées (dr. De Fontbrune, Sarlat, 1939). De overige vijf Franstalige kwatrijnteksten zijn terug te voeren op de kopie-Piobb-1938. Deze kwatrijnteksten gaan alle vergezeld van een Duitstalige versie. Verder staan in Was bringt das Jahr 1940? twaalf Duitstalige kwatrijnteksten. Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben deze kwatrijnteksten niet uit het Frans in het Duits vertaald, maar overgenomen uit onder andere Die Weissagungen des Nostradamus (C. Loog, Pfullingen in Württemberg, 1921) en Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert (dr. B. Winkler, Görlitz, 1939).
Tussen Was bringt das Jahr 1940? en de Franstalige en Nederlandstalige versie ervan zijn nogal wat verschillen als het om de kwatrijnteksten gaat. In Was bringt das Jahr 1940? staan niet de Franstalige versies van de kwatrijnen 01-01 en 01-02 die deel uitmaken van de kopie-Piobb-1938, maar Duitstalige versies, overgenomen uit Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert. In Hoe zal deze oorlog eindigen? zijn deze Duitstalige versies in het Nederlands vertaald en staan in een appendix de oorspronkelijke Franstalige teksten van de kwatrijnen 01-01 en 01-02, overgenomen uit de kopie-Piobb-1938. In Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? staan de oorspronkelijke, uit de kopie-Piobb-1938 overgenomen teksten van de kwatrijnen 01-01 en 01-02. In deze brochure zijn de Duitstalige versies van deze kwatrijnen niet in het Frans vertaald. Dit doet de vraag rijzen of Herwarth von Bittenfeld c.s. een bijlage hebben gemaakt met daarin de kwatrijnteksten uit de kopie-Piobb-1938 die bij de vertaling naar believen verwerkt konden worden.

Voetnoten
In het typescript staat één voetnoot in, te weten onderaan pagina 15: 

Dr. De Fontbrune
Les Prophéties de Maistre Michel Nostradamus
Expliquées et commentées (5e édition)
1939, Michelet, Editeur, Sarlat (Dordogne)

Deze noot staat in de vorm van een voetnoot of een eindnoot in de Franse, Italiaanse, Kroatische, Nederlandse en Servische versie van Was bringt das Jahr 1940?. In de Zweedse versie is alleen de naam van De Fontbrune genoemd en het feit dat hij in 1939 een boek over de Profetieën van Nostradamus heeft geschreven. De titel van zijn boek is in de Zweedse versie niet vermeld. In de Engelse versie is noch de naam van De Fontbrune genoemd, noch zijn boek, noch de titel ervan.

Typefouten
De tekst van Was bringt das Jahr 1940? is niet foutloos getypt. Typefouten komen niet alleen in de beschrijvende tekst voor, maar ook in de Franstalige kwatrijnteksten. Op pagina 7 van Was bringt das Jahr 1940 staat in de tweede regel van kwatrijn 09-18 het woord l'Impire in plaats van het woord l'Empire. Op pagina 18 staan in de vierde regel van kwatrijn 03-57 de woorden double en Bastarnon in plaats van de woorden doubte en Bastarnan. Het is eigenaardig dat deze woorden in Hoe zal deze oorlog eindigen? wel goed gezet zijn maar andere woorden daarentegen niet, alsof er meerdere Franstalige kwatrijnversies hebben gecirculeerd.

Acht vertalingen
De eerstvolgende aantekening na 13 december 1939 over de Nostradamus-brochure staat in het dagboek van Goebbels. Met betrekking tot 22 februari 1940 schreef hij dat Nostradamus voltooid was en dat het een schitterende brochure was geworden, bestemd voor de neutralen, geheel en al schijnheilig en braaf.[6] Misschien heeft deze opmerking betrekking op een drukproef. Hij kan ook betrekking hebben op het voltooid zijn van een aantal vertalingen van Was bringt das Jahr 1940?, die immers niet bestemd was voor Duitsland, maar voor "de neutralen". 
In een rapport over de werkzaamheden van de afdeling Buitenland van het Propagandaministerie in de periode 1 januari - 31 augustus 1940, opgesteld door dr. Ernst Brauweiler, hoofd van deze afdeling, is het begrip "Nostradamus-geschrift" vermeld in de context van een aantal vertalingen.[7] In dit artikel wordt ervan uitgegaan dat hij hiermee de vertalingen heeft bedoeld van Was bringt das Jahr 1940?. Brauweiler, verantwoordelijk voor de verspreiding van deze brochures, had in zijn rapport acht talen genoemd waarin de Nostradamus-brochures waren verschenen: het Engels, Frans, Italiaans, Kroatisch, Nederlands, Roemeens, Servisch en het Zweeds. Hieronder volgen enkele gegevens van zeven van deze brochures.

 

Omslag "Pasteur"De Nederlandse brochure ("Pasteur")
De Nederlandse brochure is getiteld Hoe zal deze oorlog eindigen? een belangwekkende en actueele beschouwing op grond der voorspellingen van Michel Nostradamus gegeven in "Les vrayes Centuries et Prophéties"; samengesteld uit de nagelaten geschriften van Jean François Pasteur. De titel heeft enige gelijkenis met de titel van de Duitse grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.
Hoe zal deze oorlog eindigen telt 46 pagina's. In het dagboek van Goebbels staat met betrekking tot 24 april 1940 (ruim twee weken voor de Duitse inval in o.a. Nederland op 10 mei 1940) dat deze brochure inmiddels in Nederland is verschenen en in Zwitserland en het nodige opzien baarde.
[8]
De druk en uitgave van Hoe zal deze oorlog eindigen? werd verzorgd door W.J. Ort, drukker en uitgever in Den Haag. De eerste honderd exemplaren waren genummerd 1 t/m 100. Het exemplaar dat in mijn bezit is, is een ongenummerd exemplaar.
Hoe zal deze oorlog eindigen? bevat drie illustraties: een portret van Nostradamus, geschilderd door zijn zoon César; een afbeelding van de gravure op de omslag van de editie-Amsterdam-1668 en een uitsnede van de titel van die editie. Op de omslag van Hoe zal deze oorlog eindigen? staat bovendien een afbeelding van het wapen van Parijs, "aangezien het", zo staat op de achterkant van de titelpagina, "Frankrijks hoofdstad was, waar Maistre Nostradamus zijn grootste triomfen heeft gevierd". 
Hoe zal deze oorlog eindigen? is ingedeeld in een voorwoord, volgens opgave geschreven door de (anonieme) vertaler, twee hoofdstukken en een aanhangsel met Franstalige teksten van de kwatrijnen die zijn besproken en Franstalige teksten van de citaten uit De Fontbrune's Les Prophéties de Maistre Michel Nostradamus - Expliquées et commentées (Sarlat, 1939 [1938], vijfde druk).

Op de titelpagina staat de opmerking Naar een authentieke uitgave uit het jaar 1688 door Jean François Pasteur (+) voorzien van een actueele verklaring mede op grond van een studie van den Franschen Nostradamus-kenner Dr. de Fontbrune. Een dergelijke opmerking komt niet voor in de Engelse, Franse en Zweedse versie. De naam Jean François Pasteur, die ook is genoemd in het voorwoord van Hoe zal deze oorlog eindigen?, is een gefingeerde naam. Wij signaleren eveneens een drukfout: 1688 in plaats van 1668.
De tekst in de twee hoofdstukken van Hoe zal deze oorlog eindigen? is voorzien van 27 voetnoten, die verwijzen naar Franse teksten in het aanhangsel, en twee tekstnoten. Dit geeft aan Hoe zal deze oorlog eindigen? een wetenschappelijk uiterlijk, dat niet goed in overeenstemming kan worden gebracht met de instructie, vastgelegd in de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 5 december 1939, dat de brochure niet wetenschappelijk moest zijn, maar propagandistisch. Misschien had die instructie betrekking op de manier waarop aan de lezers de treffendheid van de voorspellingen van Nostradamus kenbaar moest worden gemaakt en dat ingespeeld moest worden op hun gevoel. Willi A. Boelcke heeft in Wollt Ihr den totalen Krieg? - Die geheimen Goebbels-Konferenzen 1939-1943 zes kenmerken genoemd van de propaganda zoals Goebbels die voerde. Eén ervan was dat propaganda volgens Goebbels de kunst was alleen het instinctieve, het emotionele, het gevoel en de passie in het volk aan te spreken en niet het proberen intellectuelen te overtuigen met rationele argumenten; dat zou van meet af aan tot mislukken zijn gedoemd.[9] Hiermee komt de opmerking van Goebbels overeen dat met het nostradamiek materiaal het alom levende bijgeloof moest worden uitgebuit om op die manier de tegenstander onderuit te halen. Het aanhangsel maakt overigens geen deel uit van het exemplaar van Was bringt das Jahr 1940? dat zich in het Bundesarchiv bevindt.

 

Koptekst "Rossier"-1940bDe Franse brochure ("Rossier"-1940b) 
[PA AA R 66658; © Politischen Archiv Auswärtigen Amt, Berlijn]

De Franse brochure is getiteld Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? La réponse est donnée par: Les vrayes centuries et prophéties de Maître Michel Nostradamus. In het dagboek van Goebbels staat met betrekking tot 24 april 1940 dat deze brochure in omloop was gebracht in Zwitserland, tegelijk met het in omloop brengen in Nederland van de Nederlandse versie, en het nodige opzien baarde.[10] De titel heeft enige gelijkenis met de titel van de Duitse grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.
Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? bestaat uit drie grote, dubbelzijdig bedrukte vellen papier en is op naam gesteld van prof. Ant. Rossier, astroloog en grafoloog, gevestigd in Genève. De brochure maakte deel uit van de serie Edition "ANT". De koptekst PRÉDICTIONS is een verwijzing naar een maandblad over toegepaste psychologie en voorspellingen, dat door Rossier vanaf februari 1940 werd uitgegeven. 
In Que passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? staan advertenties, waarin Zwitserse, Belgische en Franse lezers de mogelijkheid wordt geboden een abonnement te nemen op de serie Edition "ANT" en jaarhoroscopen te bestellen. Dit wijst erop dat deze folder niet alleen werd verspreid in Zwitserland, maar ook in Wallonië en Frankrijk en wellicht ook in Luxemburg.
Op deze website wordt ervan uitgegaan dat de Duitsers de Franse vertaling van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. bij Rossier hadden ondergebracht. Of Rossier de Duitse tekst heeft vertaald in het Frans, is niet duidelijk. Wel is duidelijk dat Rossier deze vertaling heeft laten drukken bij A. Mayor in Genève, die ook zijn maandblad Prédictions drukte, en hem heeft uitgegeven in de vorm van een door hemzelf geschreven nieuwe interpretatie van de Centuriën, onder verwijzing naar zijn voorspellingen in Prédictions
In de volledige titel van Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? is, evenals in die van Hoe zal deze oorlog eindigen?, verwezen naar Les vrayes centuries et propheties de Maistre Michel Nostradamus
De tekst van Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? is ingedeeld in elf hoofdstukken. Een deel van de tekst van de paragraaf Un coup d'oeil vers l'avenir, waarin is besproken langs welke wegen de mensen greep willen krijgen op de toekomst, komt niet voor in de  Nederlandse en Servische versie. De titels van de eerste zes hoofdstukken komen overeen met de titels van de eerste zes hoofdstukken van Sta nam donosi 1940?, de Servische versie.
Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? bevat geen afbeeldingen, geen voorwoord en geen aanhangsel. De tekst is afgesloten met een ongetiteld nawoord waarin Zwitserse, Belgische en Franse belangstellenden de mogelijkheid werd geboden zich te abonneren op nieuwe uitgaven in de serie Edition "ANT".
Wat opvalt, is dat volgens één van de paragraaftitels Frankrijk gevrijwaard zou blijven van de oorlog. Dit komt in geen andere beschikbare vertaling voor en wijst erop dat de inhoud van Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? op sommige punten is aangepast met het oog op verspreiding in Frankrijk.

 

Omslag "Belgrado"De Servische brochure ("Belgrado")
[PA AA R 66658; © Politischen Archiv Auswärtigen Amt, Berlijn]

De Servische brochure is getiteld Sta nam donosi 1940? Odgovara nam cuveni fransuski astrolog Nostradamus u svome delu "Les vrayes Centuries et Propheties" en is uitgegeven in Belgrado door Mecunarodna knjizarnica. Deze brochure bestaat uit 16 pagina's.[11] De titel heeft enige gelijkenis met de titel van de Duitse grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.
De in het cyrillisch schrift gedrukte tekst van Sta nam donosi 1940? is ingedeeld in zeven hoofdstukken en een ongetiteld nawoord. De titels van de eerste zes hoofdstukken corresponderen met de titels van de eerste zes paragrafen van Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941?, de Franse versie. 
Sta nam donosi 1940?
is gepubliceerd op anonieme basis en bevat geen afbeeldingen, voorwoord of aanhangsel. Van een aantal kwatrijnen is naast de Servische vertaling ook de Franse kwatrijntekst gegeven. De Franse kwatrijnteksten zijn weergegeven in Latijns schrift, niet in het cyrillisch schrift.
In de volledige titel van Sta nam donosi is, evenals in die van Hoe zal deze oorlog eindigen?, verwezen naar Les vrayes centuries et propheties de Maistre Michel Nostradamus.

 

Omslag "Norab"-1940aDe Zweedse brochure ("Norab"-1940a)
De Zweedse brochure is getiteld Nostradamus spådomar om kriget. Deze  brochure, die 52 pagina's telt, is in 1940 hoogstwaarschijnlijk verschenen bij Neutrala Institutets Förlag, Stockholm, en gedrukt bij Stockholms bokindustri AB. Een exemplaar van deze brochure is in het bezit van ondergetekende. Op de titelpagina van Nostradamus spådomar om kriget staat de naam Norab. Volgens de Svensk Bok-Katalog 1936-1940 is de naam "Norab", een vrij gangbare Zweedse familienaam, een pseudoniem van de Zweedse baron Lage Fabian Wilhelm Staël von Holstein (1886-1946).[12]
Staël von Holstein heeft vanaf 1911 veel gepubliceerd over Zweedse en internationale maatschappelijke, militaire en politieke aangelegenheden en schreef nationaalsocialistische propaganda.[13]
In Nostradamus spådomar om kriget staan drie afbeeldingen: een portret van Nostradamus, geschilderd door zijn zoon César, een deel van de eerste pagina van de eerste Centurie en de onderste helft van de gravure van de editie-Amsterdam-1668. Op de omslag is een brandende wereldbol afgebeeld en sterren aan het firmament, een verwijzing naar Nostradamus in zijn hoedanigheid van astroloog.
Op p.50 is aandacht besteed aan de Altmark-affaire, de bevrijding door de bemanning van de Britse torpedobootjager Cossack in de nacht van 16 op 17 februari 1940 van Britse krijgsgevangenen uit het Duitse marineschip Altmark, dat in de haven van Jössingfjord (Noorwegen) lag. Goebbels heeft met betrekking tot 11 maart 1940 in zijn dagboek geschreven dat geprobeerd zou worden "Nostradamus" onder te brengen in Zweden.[14] Dit betekent dat de Zweedse vertaling tussen 17 februari 1940 en 11 maart 1940 is voltooid.
Nostradamus spådomar om kriget is ingedeeld in achttien hoofdstukken. De tekst van de hoofdstukken I, XVII en XVIII komt niet voor in de Engelse, Nederlandse en Franse versie. In de hoofdstukken XVII en XVIII komen twee Deense Centurie-commentaren ter sprake; in hoofdstuk XVII zijn twee kwatrijnen besproken die in de Engelse, Nederlandse en Franse versie niet voorkomen. 
Nostradamus spådomar om kriget
heeft geen aanhangsel waarin de Franstalige teksten staan van de kwatrijnen die zijn besproken of de Franstalige tekst van de citaten uit De Fontbrune's Les Prophéties... Van vier kwatrijnen is de tekst weergegeven in het Frans, van de overige kwatrijnen zijn meestal enkele regels weergegeven in het Zweeds.
Noch in de titel van Nostradamus spådomar om kriget, noch in de tekst is verwezen naar Les vrayes centuries et propheties de Maistre Michel Nostradamus.

 

Omslag "Norab"-1940bDe Engelse brochure ("Norab"-1940b)
De Engelse brochure is getiteld What will happen in the near future? For an answer, we must turn to "Les vrayes Centuries et Prophéties de Maistre Michel Nostradamus" - The prophecies of the ancient French astrologer Michel Nostradamus and the present war - by Norab. Deze brochure, die 63 pagina's telde, is in 1940 gedrukt bij Stockholms bokindustri AB. De titel heeft enige gelijkenis met de titel van de Duitse grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. 
Ondergetekende is in het bezit van de omslag van deze brochure, de inhoudsopgave, de pagina's 5 t/m 17 en de pagina's 36 t/m 63. What will happen in the near future? staat op naam van Norab, het pseudoniem van Staël von Holstein. Op de omslag en de rugzijde staat de titel Nostradamus Prophecies about the War, wat de Engelse vertaling is van de titel Nostradamus spådomar om kriget.
What will happen in the near future? is ingedeeld in 14 hoofdstukken. Hoofdstuk I is een inleidend hoofdstuk, met daarin de tekst die Goethe in Faust, akte 1, scene 1, heeft gewijd aan Nostradamus en de astrologie. Een dergelijke inleiding komt niet voor in de overige beschikbare brochures, evenmin als de tekst van hoofdstuk XIII, waarin Italië's deelname aan de oorlog is besproken. Dit ingevoegde hoofdstuk doet veronderstellen dat de tekst van What will happen in the near future is voltooid na 10 juni 1940, de datum waarop Italië de oorlog verklaarde aan Engeland en Frankrijk.
Op p.10 staat een afbeelding van de eerste pagina van de eerste Centurie. Deze afbeelding komt ook voor op p.10 in Nostradamus spådomar om kriget. Op p.36 staan vier horoscoopfiguren die bij commentaren op de kwatrijnen 01-51, 02-05, 03-01 en 04-67 horen. Op pagina 38 staat een horoscoopfiguur afgebeeld, berekend voor 14 november 1999. Deze figuren komen in geen enkele andere versie van de Duitse grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. voor, ook niet in Nostradamus spådomar om kriget, waarin speculaties in What will happen in the near future? over wat de wereld rond 1995 te wachten staat, kort zijn aangestipt.
Op een paar plaatsen in What will happen in the near future? staat nostradamiek materiaal dat niet is opgenomen in de Franse, Nederlandse en Zweedse brochure. 
In What will happen in the near future is een aantal kwatrijnteksten in het Engels en het Frans weergegeven. In tegenstelling tot de Nederlandse brochure is er geen aanhangsel met Franse kwatrijnteksten of de Franse tekst van citaten uit De Fontbrunes Les Prophéties...
In de volledige titel van What will happen in the near future? is, evenals in die van Hoe zal deze oorlog eindigen?, verwezen naar Les vrayes centuries et propheties de Maistre Michel Nostradamus.

 

Omslag "Genua"De Italiaanse brochure ("Genua")
De Italiaanse brochure is getiteld Le profezie del Maestro Michele Nostradamus anno 1558. Deze brochure, die 24 pagina's telde, is in 1940 verschenen bij Goffi, Via Gradisca 6, Genua, tel. 56.631.
Le profezie del Maestro Michel Nostradamus is ingedeeld in elf hoofdstukken. In de meeste gevallen komen de hoofdstuktitels overeen met de titels in Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? en met een deel van de titels in Sta nam donosiOp pagina 3 van Le profezie del Maestro Michele Nostradamus anno 1558 staat een afbeelding van de gravure van de editie-Amsterdam-1668. Op pagina 4 staat een afbeelding van de eerste pagina van de eerste Centurie uit die editie.
In het hoofdstuk Dalla guerra mondiala alle S.d.N. all'impresa etiopica is aandacht besteed aan de Ethiopische kwestie aan de hand van kwatrijn 02-64. De bespreking van deze kwestie maakt geen deel uit van de tekst van de andere vertalingen en kwatrijn 02-64 komt in de andere vertalingen niet voor. Dit kan betekenen dat de tekst van Le profezie del Maestro Michele Nostradamus anno 1558 enigszins is aangepast om een zo groot mogelijke uitwerking te hebben op de Italiaanse lezers. In tegenstelling tot What will happen in the near future? is in Le profezie del Maestro Michele Nostradamus anno 1558 niets geschreven over de deelname van Italië aan de oorlog.
In Le profezie del Maestro Michele Nostradamus anno 1558 staan Franstalige kwatrijnteksten. De weergave van deze kwatrijnteksten in het Italiaans is vaak voorafgegaan door de woorden libra traduzione (vrije vertaling). Er is geen aanhangsel met Franstalige kwatrijnteksten of teksten uit De Fontbrunes Les Prophéties... 
In de titel van Le profezie del Maestro Michel Nostradamus anno 1558 is de titel Les vrayes Centuries et Propheties niet opgenomen. Wel is het jaartal 1558 opgenomen in de titel. Dit jaartal verwijst naar het jaar dat onder de Brief aan Henri II is vermeld, welke brief deel uitmaakt van de kopie-Piobb-1938, waaruit bij het samenstellen van de Duitse tekst materiaal is overgenomen. Op p.17 zijn in een voetnoot de gegevens vermeld van De Fontbrunes Les Prophéties... 

 

Omslag "Zagreb"De Kroatische brochure ("Zagreb")
De Kroatische brochure is getiteld Što se dogadjalo i što će se dogoditi. Odgovor u centurijama i proročanstvima Maestra Mihaela Nostradamusa. Interpretacija Antuna Rossier-a koji je u reviji "Predictions" predkazao sudbinu Kine i Evrope u prvoj polovini 1940. Godine. De titel heeft enige gelijkenis met de titel van de Duitse grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. Een exemplaar ervan maakt deel uit van de collectie van de Nationale en Universitaire bibliotheek van Slovenië (NUK) in Ljubljana. Op pagina 1 staan twee stempels, een stempel van de universiteitsbibliotheek van Ljubljana en een datumstempel, 31.VII.1940, wat kan betekenen dat deze brochure op 31 juli 1940 deel ging uitmaken van de collectie van deze universiteitsbibliotheek. 
De brochure heeft een octo-formaat, telt 16 pagina's, is geschreven in het Kroatisch en is gedrukt in 1940 bij Zadruzna in Zagreb. De verkoopprijs was 2 Dinar.
Volgens de titel van deze brochure gaat het om een vertaling van Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941. Dit kan worden afgeleid uit het feit dat in de titel de naam van Rossier is vermeld en de naam van zijn maandblad Prédictions. Onderaan de laatste pagina staat gedrukt: Geneve, 1940, Ant. Rossier.

                                                                                            

Noch uit de dagboeken van Goebbels, noch uit de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen blijkt dat er een vertaling van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. is gemaakt ten behoeve van verspreiding in Engeland. Uit punt 4 van de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 22 juli 1940 blijkt dat via de geheime radiozender een op Engeland gerichte Nostradamus-campagne zou worden gevoerd. Deze Nostradamus-campagne zou uit twee delen bestaan. In het eerste deel zou worden uiteengezet wat Nostradamus voor vroeger tijden juist had voorspeld. In het tweede deel zouden voorspellingen worden besproken in het kader van een vernietiging van Londen. In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 10 september 1940 werd aan lord Haw-Haw (bijnaam van William Joyce, commentator van de dienst Engeland van de Duitse omroep) opgedragen om in het kader van een aanvalsgolf op Londen te wijzen op de mogelijke vervulling van de voorspellingen van Nostradamus, als onderdeel van een grotere propagandacampagne (Boelcke-1966, p.410 en 498). De tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. kan ook worden ingedeeld in twee delen: in het eerste deel worden voorspellingen besproken die reeds zijn vervuld, in het tweede deel worden de actuele situatie en de toekomstperspectieven uiteengezet.

 

De ordening van de tekst in Was bringt das Jahr 1940? en de diverse vertalingen
In Was bringt das Jahr 1940? is de tekst verdeeld over twee hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk heeft geen titel; het tweede hoofdstuk is getiteld Gegenwart und Zukunft. In een aantal vertalingen is dit de titel van één van de hoofdstukken.
In de diverse vertalingen is de tekst op zeer uiteenlopende manieren ingedeeld in hoofdstukken. Er zijn veel overeenkomsten tussen de hoofdstuktitels van de Franse en de Italiaanse versie. De titels van de eerste zes hoofdstukken van de Servische versie komen in veel gevallen overeen met de titels van de eerste zes hoofdstukken van de Franse en Italiaanse versie. In de Kroatische versie is dezelfde hoofdstukindeling aangehouden als in de Franse versie, waarvan het een vertaling is.
In een aantal versies komen afwijkende hoofdstuktitels en/of tekstindelingen voor. Misschien werd hiermee een bepaald propagandistisch effect beoogd of wilde men aansluiten bij de "volksaard". De hoofdstuktitels van de Nederlandse versie zijn uiterst neutraal. In de titel van het eerste hoofdstuk is verwezen naar uitgekomen voorspellingen van Nostradamus; in de titel van het tweede hoofdstuk is de vraag aan de orde gesteld hoe de oorlog zou eindigen, zonder dat daarin tot uiting komt dat Duitsland zou overwinnen, iets dat ook niet tot uiting komt in de titels in de Franse versie. Volgens de titels in die versie zou Frankrijk er zonder kleerscheuren van af komen en werd de vraag gesteld wat het lot zou zijn van Duitsland. In de Engelse en Zweedse versie daarentegen, beide verzorgd door Staël von Holstein, kwam in de hoofdstuktitels wel tot uiting dat Duitsland zou overwinnen. In de Engelse versie - niet in de Zweedse - kwam ook tot uiting dat Italië zou gaan meedoen aan de oorlog. Daarentegen kwam in de Zweedse versie - niet in de Engelse - tot uiting dat Duitsland en Rusland een vriendschapsverdrag hadden gesloten (het Molotov - Von Ribbentrop pact). Terzijde de opmerking dat Frankrijk in de Engelse versie werd bestempeld als een doodsvijand van Duitsland en net als Engeland de oorlog dramatisch zou verliezen.[15] In de Italiaanse versie werd deelname van Italië aan de oorlog niet in het vooruitzicht gesteld.
De Servische versie heeft zeven hoofdstukken. De titels van de eerste zes hoofdstukken in deze versie stemmen overeen met de titels van de eerste zes hoofdstukken in de Franse versie. Het zevende hoofdstuk in de Servische versie is getiteld "Het heden en de toekomst". Het lijkt erop alsof in de titels in de Servische versie de nadruk is gelegd op het verschijnsel "voorspellingen" en dat op die manier is geprobeerd de belangstelling te wekken van de doelgroep.

Hoofdstuktitels in Was bringt das Jahr 1940? en de diverse vertalingen

"Berlijn"

"Pasteur"

"Rossier"-1940b

"Zagreb"

"Belgrado"

"Genua"

"Norab"-1940a

"Norab"-1940b

Voorwoord bij het verschijnen van een actueele verklaring der voorspellingen van den grooten Franschen Ziener Michel Nostradamus

    

I. En profet genom tiderna

I. A Passage from Goethe's Faust

 

ongetiteld hoofdstuk

Verleden, heden en toekomst op wonderbaarlijke wijze voorspeld door den Franschman Michel Nostradamus in zijn "Les vrayes Centuries et Prophéties"

Une mort prophétisée

Un maitre dans le royaume de la magie

Ses prophéties et leurs particularités

L'avenir dévoilé

De Napoléon Bonaparte au roi Humbert

Prophéties sur la Guerre Mondiale de 1914-18

 

Prorokovana smrt

Majstor u oblasti magije

Njegova prorocanstva i njihove osebnosti

Razotkrivena buducnost

Od Napoleona Bonaparta do kralja Humberta

Prorocanstva o svjetskom ratu 1914-18

Voorspelling van de dood van een koning

Koning van de magie

Zijn voorspellingen en hun eigenschappen

Onthulling van de toekomst

Van Napoleon tot Umberto

De Wereldoorlog 1914-1918

 

Une terrible evento

Un maestro del regno della magia

Le profezie di Nostradamus et le loro caratteristiche

L'Avvenire svelato

De Napoleone Bonaparte a Re Umberto

Dalla guerra mondiale alle S.d.N. all'impresa etiopica

 

II. Nostradamus debut

III. Fjärrskådaren utvecklas

IV. Hur kommo ingivelserna?

V. Fyra hundra års erfarenheter

VI. Spådomen om Ludvig XVI

VII. Profetior om Napoleon

VIII. Kung Umberto

IX. Nostradamus om världskriget

II. A Dramatic Accident

III. Some dates

IV. Nostradamus develops his Gift of Prophecy

V. The "Voices" from Heaven

VI. A Prediction made Four Hundred Years before the Event

VII. The Tragedy of Louis XVI

VIII. Astonishing Prophecies about Napoleon

IX. The Great War

Gegenwart und Zukunft

Hoe zal deze oorlog eindigen? Een antwoord op de vele belangrijke vraagstukken, die ons bezighouden, gegeven door "Les vrayes Centuries et Prophéties de maistre Michel Nostradamus"

Un coup d'oeuil vers l'avenir

Les sept changements de l'Angleterre

La France ne sera pas touchée

Autour de la grande liquidation

Et le sort de l'Allemagne?

Pogled u budocnost

Sedam promjena Engleske

Francuska ne ce biti pogodjena

Oko velike lividacije

A subina Njemacke?

Het heden en de toekomst

Ongetiteld nawoord

Sguardo sul presente e sull'avvenire

Le sette metamorfosi dell'Inghilterra

Attorno alle liquidazione della grande questione

E la sorte della Germania?

Conclusione

X. Vad skall hända i morgon?

XI. Englands fall

XII. Bekräftelser på britternas nederlag

XIII. An mer om England

XIV. Tysklands triumf

X. The Present and the Future

XI. England's fateful Hour

XII. The far-reaching Consequences of the current War

XV. Den tysk-ryska pakten

XIII. Italy's Participation in the War

XVI. Var tids profet

XIV. Germany victorieus in the gigantic Struggle

Aanhangsel - Verklaringen

ongettiteld nawoord

 

  

XVII. En dansk nyckel

XVIII. Den gula faran

Legenda

 

"Berlijn", "Pasteur", "Rossier-1940b", "Zagreb", Belgrado", "Genua", "Norab"-1940a, "Norab"-1940b

 

"Berlijn", "Pasteur", "Rossier-1940b", "Zagreb", Belgrado", "Genua", "Norab"-1940a

  "Pasteur"
  

"Rossier"-1940b

 

"Norab"-1940a

 

"Norab"-1940b

 

Het bronmateriaal
In Was bringt das Jahr 1940? en de beschikbare vertalingen ervan is in alle openheid geschreven dat gebruik is gemaakt van De Fontbrunes Les Prophéties..., een commentaar dat de Duitser Loog in 1921 op kwatrijn 03-57 had gegeven en The political prophecy in England (New York, 1911) van dr. Rupert Taylor, een Engelsman. De Nostradamus-brochures wekken de indruk dat commentaren op kwatrijnen, waarbij niet is verwezen naar reeds gepubliceerde Centurie-commentaren, afkomstig zijn van de schrijver van de brochure. De literatuurstudie die aan dit artikel ten grondslag ligt, heeft uitgewezen dat vrijwel geen enkel commentaar in de Duitse grondtekst van de Nostradamus-brochures afkomstig is van Herwarth von Bittenfeld c.s. Zij hebben uit een aantal Centurie-commentaren passages overgenomen, soms inclusief Duitstalige kwatrijnteksten, meestal letterlijk, soms paginagroot, en hebben deze passages aan elkaar geschreven met verbindende teksten.
De boeken die Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben gebruikt, zijn:

  • Loog, C.: Die Weissagungen des Nostradamus: erstmalige Auffindung des Chiffreschlüssels und Enthüllung der Prophezeiungen über Europas Zukunft und Frankreichs Glück und Niedergang, 1555-2200 (Pfullingen in Württemberg, 1921 [1920], in deze studie is gewerkt met de zesde druk)

  • Kritzinger, dr. H.-H.: Mysterium von Sonne und Seele - psychische Studien zur Klärung der okkulten Problemen (Berlijn, 1922 [1921]).   

  • Noah, B.: Nostradamus - prophetische Weltgeschichte von 1547 bis gegen 3000 (Berlijn, 1928; in deze studie is gewerkt met een heruitgave [Keulen, 2005]).

  • Piobb, P.V.: Les vrayes Centuries et Prophéties de maistre Michel Nostradamus - Texte intégral, reproduction agrandie en phototypie de l'édition d'Amsterdam, 1668: Lettre à Henri II, centuries, présages et sixains; précédée de la réimpression de la Lettre à César, son fils, d'après l'édition de Lyon, 1558, avec une préface de P.V. Piobb (Parijs, 1938).
    Volgens Hoe zal deze oorlog eindigen? heeft deze editie van de Centuriën gediend als Franse brontekst.

  • Winkler, dr. B.: Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert (Görlitz, 1939 [1938)

  • Dr. de Fontbrune: Les Prophéties de Maistre Michel Nostradamus - Expliquées et commentées (Sarlat, 1939 [1938], vijfde druk)

Loog-1921
Loog-1921
Kritzinger-1922a
Kritzinger-1922a
Noah-1928
Noah-1928
Kopie-Piobb-1938
Kopie-Piobb-1938
Winkler-1939
Winkler-1939
De Fontbrune 1939 5e druk
De Fontbrune-1939

Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben in het commentaar op kwatrijn 03-57 ook verwezen naar de Fransen Amiaux en Rochetaillée. Van hen zijn de volgende publicaties in boekvorm bekend:

  • Amiaux, M.: Nostradamus - L'homme qui au XVI siècle avait prévu Napoléon (Parijs,1939);

  • Rochetaillée, P.: Prophéties de Nostradamus - clef des Centuries - son application à l'histoire de la 3e République (Parijs, 1939).

Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben ook de titel vermeld van dr. Rupert Taylors The political prophecy in England (New York, 1911), maar het is niet waarschijnlijk dat zij dit boek hebben geraadpleegd. De passage in Hoe zal deze oorlog eindigen? waarin dit boek ter sprake is gebracht, hebben zij namelijk overgenomen uit Kritzingers Mysterien von Sonne und Seele. Kritzinger citeerde uit de pagina's 104-105 van The political prophecy in England, waarin Taylor de wetten tegen de verspreiding van profetieën beschreef die onder Henry IV, Henry VIII, Edward VI en Elisabeth I waren uitgevaardigd. Volgens Kritzinger zou de aankondiging in de Centuriën dat de ondergang van Engeland op handen was, leiden tot nieuwe wetten tegen de verspreiding van profetieën.

 

The political prophecy in England

Taylor (1911), p.104-105

Kritzinger-1922a, p.137

"Berlijn", p.23

(p.104-105) Particular instances of the direct influence of prophecies are difficult to find. Such direct influence must have been exerted from time to time, as can be judged by the laws which the various monarchs of England passed prohibiting the circulation of prophecies. The first laws that have come to notice in the course of this study were passed in the reign of Henry the Fourth.
(p.105) The use and effectiveness of political prophecies as political propaganda had become so great in the course of the fifteenth and the early sixteenth centuries that Henry the Eighth felt it necessery to prohibit them.
(p.105) This law was repealed at the accession of Edward the Sixth in a general act repealing all felonies of the previous reign. It was re-enacted three years later with the penalty of the first offense, one year's imprisonment and the forfeiture of ten pounds, and for the second offense, the forfeiture of all one's goods and imprisonment for life. This was repealed at Mary's accession in a general act similar to the one passed at Edward's accession, and was not re-enacted. Elizabeth, however, had not been on the throne long before she saw the need of a similar law and passed one. 

Was wird nun England dagegen tun? Diese Frage darf in einem kleinen Exkurse beantwortet werden. Die Geschichte der politischen Prophezeiungen in England, die Dr. Rupert Taylor geschrieben hat, zeigt es an Henry IV., Henry VIII., Edward VI. und Queen Elisabeth. Es werden Gesetze gegen die Verbreitung von Prophezeiungen erlassen werden. Als ob dadurch das Eintreffen verhindert werden könnte....

Was wird nun England gegen die unerbittlichen Prophezeiungen des Nostradamus tun? Die Geschichte der politischen Prophezeiungen, die Dr. Rupert Taylor geschrieben hat, zeigt es an Heinrich IV., Heinrich VIII., Edaurd VI. und der Königin Elisabeth. Es werden Gesetze gegen die Verbreitung van Prophezeiungen erlassen. Als ob dadurch ihr Eintreffen verhindert werden könnte ......!

In onderstaande tabel De koppelingen en hun bronnen zijn de kwatrijnen opgesomd in de volgorde waarin ze staan in de beschikbare vertalingen. Op geleide van de indeling van de tekst in Hoe zal deze oorlog eindigen? zijn deze kwatrijnen ingedeeld in twee groepen: één groep met kwatrijnen die volgens de brochures reeds zijn vervuld en een tweede groep met kwatrijnen die met de actuele situatie en de toekomst hebben te maken. Het merendeel van de kwatrijnen komt in alle versies voor; een klein aantal slechts in één versie. 
In deze tabel zijn de koppelingen vermeld die zijn gelegd tussen kwatrijnen en de loop van de geschiedenis, de actuele omstandigheden of toekomstige gebeurtenissen. Deze koppelingen zijn in alle versies identiek, met uitzondering van het commentaar op kwatrijn 08-37 in de Engelse versie. Wat betreft de kwatrijnen die in alle versies voorkomen, is er sprake van vier Duitse bronnen en één Franse bron. Dit wijst op het feit dat aan deze versies een Duitse brontekst ten grondslag ligt, te weten de tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben geschreven.
Dezen hebben de kwatrijnen niet vertaald vanuit het Frans in het Duits, maar hebben Duitse kwatrijnteksten overgenomen uit Loog-1921, Kritzinger-1922a, Noah-1928 en Winkler-1939 en deze teksten voorzien van Franstalige kwatrijnteksten, overgenomen uit de kopie-Piobb-1938. Het citeren van de corresponderende Franse kwatrijnen uit de kopie-Piobb-1938 wekt de onterechte indruk dat deze kopie als bron heeft gediend van waaruit het commentaar tot stand is gekomen. Van De Fontbrune-1939 hebben Herwarth von Bittenfeld c.s. Franstalige kwatrijnteksten overgenomen en zijn commentaren, en deze gepresenteerd in de context van hun boodschap dat Engeland ten onder zou gaan.
Kwatrijn 08-60, dat is gekoppeld aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, is een goed voorbeeld van de manier waarop Herwarth von Bittenfeld c.s. te werk zijn gegaan. In Was bringt das Jahr 1940? is de oorspronkelijke Franse tekst van kwatrijn 08-60 niet weergegeven (i
n het aanhangsel van Hoe zal deze oorlog eindigen? is deze tekst wel weergegeven). Op pagina 13 van Was bringt das Jahr 1940? hebben Herwarth von Bittenfeld c.s. de "vrije vertaling" van kwatrijn 08-60 overgenomen uit Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert (dr. B. Winkler, Görlitz, 1939 [1938]) en enigszins bewerkt. Winklers vertaling in de eerste regel van het woord Romanie in Italien keert in Was bringt das Jahr 1940? terug. Het woord Paris is in Was bringt das Jahr 1940? vervangen door het woord Franzosen. De woorden wie durch ein Wunder zijn een vondst van Herwarth von Bittenfeld c.s.

Kwatrijn 08-60

kopie-Piobb-1938 ("Pasteur", p.42) Winkler-1939, p.34 "Berlijn", p.13
Premier en Gaule, premier en Romanie,
Par mer et terre aux Anglois & Paris
Merveilleux faits par celle grand mesnie
Violant, Terax perdra de NORLARIS
Der erste in Gallien, der erste in Italien, zu Wasser und zu Lande, gegenüber den Engländern und Paris, mit wunderbaren Taten durch großartigen Führung verliert der Stürmische trotzdem das lothringer Land. Der erste in Gallien, der erste in Italien, zu Wasser und zu Lande, gegenüber den Engländern und Franzosen unbesiegt, mit wunderbaren Taten dank grossartiger Führung, verliert der Stürmische wie durch ein Wunder Lothringen.

In de meeste gevallen is de bron gevonden waaruit de koppeling en/of de Duitse kwatrijntekst is overgenomen. De bron van het commentaar op de kwatrijn 01-36 is niet gevonden; het commentaar sluit echter aan bij dat van Noah en Winkler. Kwatrijn 02-92 komt alleen voor in de Engelse versie en is gekoppeld aan de Frans-Pruisische oorlog (1870/71) en Napoleon III. Kwatrijn 02-64 komt alleen voor in de Italiaanse versie en is gekoppeld aan de kwestie-Ethiopië die in 1936 speelde.
Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben zich niet met het eerste het beste commentaar tevreden gesteld. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de kwatrijnen 09-18, 09-34 en 05-57. Dit is de volgorde van behandeling die Kritzinger heeft aangehouden in Mysterien von Sonne und Seele. Echter, alleen het commentaar op kwatrijn 09-18 is overgenomen uit het boek van Kritzinger; de commentaren op de kwatrijnen 09-34 en 05-57 zijn overgenomen uit het boek van Loog. Om die reden staat bij de kwatrijnen 09-34 en 05-57 het boek van Kritzinger tussen haken. Het commentaar op kwatrijn 05-28 bevat elementen die afkomstig zijn uit de boeken van Loog en Winkler; de commentaren op de kwatrijnen 01-47 en 06-20 bevatten elementen die afkomstig zijn uit de boeken van Noah en Winkler.

De koppelingen in Was bringt das Jahr 1940 en hun bronnen

Kwatrijnen die reeds zijn vervuld 

Kwatrijn

Koppeling

Bron

01-35

Overlijden Henri II, einde Huis Valois

Winkler-1939, p.22-23

01-36

Einde Huis Valois

Noah-2005 (1928), p.50-51 (?); Winkler-1939, p.20 (?)

01-01

Werkwijze Nostradamus

Winkler-1939, p.11-12

01-02

Werkwijze Nostradamus

Winkler-1939, p.11-12

09-18

Onthoofding Montmorency

Kritzinger-1922a, p.129

09-34

Aanval op de Tuilerieën, 10 augustus 1792

Kritzinger-1922a, p.130-131; Loog-1921, p.33

05-57

Gebr. De Montgolfier; Napoleon Bonaparte vs. Pius VI

(Kritzinger-1922a, p.131); Loog-1921, p.35

03-35

Geboorte Napoleon op Corsica

Kritzinger-1922a, p.132

01-60

Geboorte Napoleon op Corsica

Kritzinger-1922a, p.132

07-13

Napoleon: het "geschoren hoofd"; duur Napoleontisch keizerrijk

Kritzinger-1922a, p.133

04-82

Verwoesting Moskou door Napoleon

Winkler-1939, p.26-27

01-43 Oprichting van de Zuil in Vendome ?

10-24

Napoleons terugkeer uit Elba, zijn nederlaag

Winkler-1939, p.27

06-22

Overlijden Napoleon III in Londen

Loog-1921, p.40

05-28

Fatale aanslag op koning Umberto I

Loog-1921, p.42; Winkler-1939, p.30 

03-13

Eerste Wereldoorlog, duikbotenoorlog

Winkler-1939, p.31

02-68

Eerste Wereldoorlog: Engeland blijft ongedeerd

Winkler-1939, p.32

08-60

Eerste Wereldoorlog: einde

Winkler-1939, p.34

01-47

De Volkenbond

Noah-2005 (1928), p.154-155; Winkler-1939, p.40

06-20

Korte bestaansduur Volkenbond; opkomst Mussolini

Noah-2005 (1928), p.154; Winkler-1939, p.37

Kwatrijnen met het oog op actuele omstandigheden en de toekomst 

Kwatrijn

Koppeling

Bron

10-100

Vanaf 1603 overheerst Engeland voor meer dan 300 jaar

De Fontbrune-1939, p.257

03-57

1939: crises in Engeland en Polen

Loog-1921, p.68-69; verwijzingen naar Amiaux, De Fontbrune, Kritzinger, Piobb, Rochetaillée en Taylor

02-75

Luchtaanvallen op Engeland

Winkler-1939, p.41

02-100

Positie neutrale landen

?

02-83

Handelsverkeer Engeland geblokkeerd, bombardementen

Loog-1921, p.77

08-37

Val van Londen, nieuwe regering in Frankrijk

De Fontbrune-1939, p.259

02-78

Ondergang Engeland

De Fontbrune-1939, p.259

03-32

Zeeslag in de Golf van Genua

De Fontbrune-1939, p.259

03-71

Engeland zal een nederlaag lijden

De Fontbrune-1939, p.260

08-97

Zeeslag in de Golf van Genua

De Fontbrune-1939, p.262

02-85

Engeland wordt bedreigd door Frankrijk

De Fontbrune-1939, p.263

03-58

Geboorte Hitler

Winkler-1939, p.37-38

10-31

Het Heilige Rijk komt naar Duitsland

Loog-1921, p.91

01-99

Het pact tussen  Duitsland en Rusland (Molotov - Von Ribbentrop)

?

Uit bovenstaand overzicht kan wat betreft de koppelingen van kwatrijnen aan de loop van de geschiedenis worden afgeleid welke bron voor welk doel (verleden of toekomst) het meest werd benut en welke bron in zijn totaliteit het meest werd benut, met uitzondering van die kwatrijnen die alleen voorkomen in de Engelse en Zweedse versie.
Van de kwatrijnen die volgens alle brochures in het verleden zijn uitgekomen, is van 20 koppelingen de bron achterhaald. Meestal zijn deze koppelingen overgenomen uit Winklers Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert. Van de kwatrijnen die volgens alle brochures over de actualiteit en de toekomst gaan, is van 11 koppelingen de bron achterhaald; meestal De Fontbrunes Les Prophéties... Met een totaal van 12 koppelingen voor beide thema's is Winklers Nostradamus und seine Prophezeiungen... het boek dat het meest intensief is gebruikt, gevolgd door Loogs Die Weissagungen des Nostradamus. De Fontbrunes Les Prophéties... is alléén gebruikt voor de actualiteit en de toekomst; de boeken van Kritzinger en Noah zijn alleen gebruikt voor het verleden.

Brongebruik

Bron

Verleden

Actualiteit/toekomst

Totaal

De Fontbrune-1939

0

6

6

Kritzinger-1922

4

0

4

Loog-1921

4

3

7

Noah-1928

2

0

2

Winkler-1939

10

2

12

Totaal

20

11

31

 
In het hieronder volgende overzicht Vergelijking van de besproken kwatrijnen in "Berlijn"met de beschikbare vertalingen is weergegeven welke kwatrijnen in Was bringt das Jahr 1940? en de beschikbare vertalingen zijn behandeld en of de commentaren in de beschikbare vertalingen identiek zijn met die in Was bringt das Jahr 1940? of niet. Op geleide van de indeling van tekst in Was bringt das Jahr 1940? zijn deze kwatrijnen ingedeeld in twee groepen. In de eerste groep staan de kwatrijnen die volgens de brochures reeds zijn vervuld. In de tweede groep staan de kwatrijnen die volgens de brochures betrekking hebben op de actualiteit en/of de toekomst.
In de groep kwatrijnen die volgens de brochures reeds zijn vervuld, zijn de vertalingen vrijwel eensluidend in de besproken kwatrijnen en het commentaar. Uitzonderingen zijn kwatrijn 01-01, dat in Nostradamus spådomar om kriget ("Norab"-1940a) niet is weergegeven en kwatrijn 02-64 in Le profezie del Maestro Michele Nostradamus anno 1558 ("Genua"), dat aan deze vertaling is toegevoegd met het oog op de kwestie-Ethiopië die in 1936 speelde. In What will happen in the near future? ("Norab"-1940b) zijn de kwatrijnen 01-91 en 01-92 ingevoegd. De strekking van het commentaar op kwatrijn 01-43 in What will happen in the near future? is identiek aan de strekking ervan in de overige versies, maar het commentaar als zodanig staat niet in Was bringt das Jahr 1940 of de overige vertalingen.  Staël von Holstein heeft dit commentaar ingevoegd. 
In de groep kwatrijnen die volgens de brochures betrekking hebben op de actualiteit en de toekomst, zijn er veel verschillen. Met name What will happen in the near future? neemt een opvallende plaats in. Het commentaar op kwatrijn 08-37 verschilt van het commentaar in de andere vertalingen en ten opzichte van de andere vertalingen zijn er vijf kwatrijnen toegevoegd en zes weggelaten. Deels heeft dit te maken met de propagandistische boodschap, onder andere met het "voorspellen" van de deelname van Italië aan de oorlog. In Nostradamus spådomar om kriget ("Norab"-1940a) zijn er, vergeleken met de andere vertalingen, twee kwatrijnen toegevoegd met het oog op het in omloop komen van deze brochure in Zweden.
Uit dit overzicht kan worden afgeleid dat in de verschillende versies de oorlogspropaganda op verschillende manieren is uitgewerkt en in een aantal gevallen is toegespitst op de landen waarin de brochures in omloop zouden komen. De vraag is hoe deze verschillen zijn ontstaan. Het antwoord hierop kan vooralsnog niet worden gegeven. In Was bringt das Jahr 1940? staan geen kanttekeningen met aanwijzingen voor de afzonderlijke vertalingen. Het lijkt erop dat vertalers in samenvattende zin vertalingen hebben gemaakt en/of materiaal hebben toegevoegd dan wel weggelaten.  

 

Vergelijking van de besproken kwatrijnen in "Berlijn" met de beschikbare vertalingen 

Kwatrijnen die reeds zijn vervuld

Kwatrijn

"Berlijn" "Pasteur" "Rossier"
1940b
"Zagreb" "Belgrado" "Genua" "Norab"
1940a
"Norab"
1940b
01-35 o o o o o o o o
01-36 o o o o o o o o
01-01 o o o o o o o o
01-02 o o o o o o o o
09-18 o o o o o o o o
09-34 o o o o o o o o
05-57 o o o o o o o o
03-35 o o o o o o o o
01-60 o o o o o o o o
07-13 o o o o o o o o
04-82 o o o o o o o o
02-91 o o o o o o o o
01-43 o o o o o o o o
10-24 o o o o o o o o
02-92 o o o o o o o o
06-22 o o o o o o o o
05-28 o o o o o o o o
03-13 o o o o o o o o
02-68 o o o o o o o o
08-60 o o o o o o o o
01-47 o o o o o o o o
06-20 o o o o o o o o
02-64 o o o o o o o o

Kwatrijnen met het oog op de actualiteit en de toekomst

Kwatrijn

"Berlijn" "Pasteur" "Rossier"
1940b
"Zagreb" "Belgrado" "Genua" "Norab"
1940a
"Norab"
1940b
10-100 o o o o o o o o
03-57 o o o o o o o o
02-75 o o o o o o o o
02-100 o o o o o o o o
02-83 o o o o o o o o
02-94 o o o o o o o o
02-99 o o o o o o o o
04-46 o o o o o o o o
08-37 o o o o o o o o
02-78 o o o o o o o o
03-32 o o o o o o o o
03-71 o o o o o o o o
08-97 o o o o o o o o
02-85 o o o o o o o o
03-23 o o o o o o o o
02-86 o o o o o o o o
03-58 o o o o o o o o
10-31 o o o o o o o o
01-99 o o o o o o o o
05-51 o o o o o o o o
"Altmark" o o o o o o o o
o

Commentaar in deze versie is identiek aan commentaar in andere versies

o

Commentaar in deze versie wijkt af van commentaar in andere versies

o

Kwatrijn is niet in deze versie opgenomen

o

Kwatrijn komt niet voor in "Berlijn"


Afbeeldingen 
In Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? en Sta nam donosi 1940? staan geen afbeeldingen. In Hoe zal deze oorlog eindigen? en Nostradamus spådomar om kriget staan onder meer afbeeldingen van een portret van Nostradamus, geschilderd door zijn zoon César. In Hoe zal deze oorlog eindigen? staat ook een afbeelding van de gravure van de omslag van de editie-Amsterdam-1668 en een uitsnede van het titelgedeelte ervan, terwijl in Nostradamus spådomar om kriget en What will happen in the near future? een uitsnede staat van de onderste helft van de gravure. In Nostradamus spådomar om kriget en What will happen in the near future? staat een uitsnede van de eerste pagina van Centurie 01. In Le profezie de Maestro Michele Nostradamus anno 1558 staan afbeeldingen van de gravure van de omslag van de editie-Amsterdam-1668 en de volledige eerste pagina van Centurie 01. Dit wijst erop dat Herwarth von Bittenfeld c.s. over een reeks afbeeldingen beschikten, die de drukkers naar believen konden bijvoegen. De afbeeldingen van de gravure van de editie-Amsterdam-1668, het portret van Nostradamus en de eerste pagina van Centurie 01 zijn overgenomen uit de kopie-Piobb-1938. De afbeelding van de uitsnede van de titel van de editie-Amsterdam-1668 is een kopie van de omslag van de kopie-Piobb-1938.
In What will happen in the near future? staan illustraties die niet in de overige versies voorkomen. Het gaat om twee landkaarten, een uurhoek van 14 november 1999, een afbeelding van de Antichrist en vier horoscoopfiguren met betrekking tot kwatrijnen. Al deze afbeeldingen zijn overgenomen uit l'Ecroulement de l'Europe d'après les propheties de "Nostradamus" (Em. Ruir, Parijs, 1939).
In Što se dogadjalo i što će se dogoditi, de Kroatische vertaling van het ongeïllustreerde Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941?, zijn vijf afbeeldingen opgenomen die niet in Hoe zal deze oorlog eindigen?, Nostradamus spådomar om kriget, What will happen in the near future en Le profezie de Maestro Michele Nostradamus anno 1558 voorkomen. Links van pagina 1 zijn twee astrologische figuren afgebeeld, waarin de wereldgeschiedenis in zes tijdvakken is ingedeeld. In deze figuren staan Franse namen als Christianisme en Ère nouvelle. Rechts van pagina 16 is een dierenriemcirkel afgebeeld met daarin de contouren van Frankrijk en een zig-zag lijn met aan de rechterzijde het astrologisch symbool van de planeet Saturnus. Daaronder is een hemelkaart afgebeeld, waarin de constellaties in het Frans zijn aangeduid en daaronder de aanduiding dat deze kaart betrekking heeft op een komeet die ergens tussen 1960 en 1969 zichtbaar zal zijn. Op de achterzijde is een draak afgebeeld die een aanval doet op een door de zon verlicht kruis dat op de wereldbol staat. Het bijschrift bij deze afbeelding: de gele invasie. Met uitzondering van de afbeelding van de dierenriemcirkel met daarin Frankrijk, zijn al deze afbeeldingen overgenomen uit het eerder genoemde l'Ecroulement de l'Europe d'après les propheties de "Nostradamus".
In zijn aantekening van 17 oktober 1940 heeft Krafft aandacht besteed aan onder andere de afbeelding in Hoe zal deze oorlog eindigen? van de gravure op de omslag van de editie-Amsterdam-1668. Hij meende dat hiervoor de afbeelding was gebruikt in Kritzingers Mysterien von Sonne und Seele. Dit kan op goede gronden worden bestreden. In Mysterien von Sonne und Seele draagt de reproductie van de gravure op de omslag van de editie-Amsterdam-1668 het nummer Tafel VII. De afmetingen in deze reproductie van de gravure zijn 87 bij 150 mm. Onderaan de pagina is vermeld dat de afmetingen van het origineel 65 bij 115 mm zijn; de reproductie in Mysterien von Sonne und Seele is dus een uitvergroting. De linkerbovenhoek van deze reproductie is erg vaag. De reproductie van de gravure op de voorplaat van de editie-Amsterdam-1668 in Hoe zal deze oorlog eindigen? is eveneens een uitvergroting: 110 bij 194 mm, een groter formaat dan het formaat van de reproductie in Mysterien von Sonne und Seele. De reproductie in Hoe zal deze oorlog eindigen? is overal even scherp, ook in de linkerbovenhoek. Het formaat, 110 bij 194 mm, komt overeen met het formaat in de kopie-Piobb-1938. Hieruit volgt dat voor Hoe zal deze oorlog eindigen? de reproductie in de kopie-Piobb-1938 is gebruikt van de voorplaat van de editie-Amsterdam-1668. Piobb heeft deze reproductie overigens ook opgenomen in zijn boek Le Secret de Nostradamus et de ses célèbres prophéties du xvie siècle (Parijs, 1927).

Portret Nostradamus ("Norab"-1940a, "Pasteur")
Portret van Nostradamus
("Norab"-1940a, p.3;
"Pasteur", p.7)
Amsterdam-1668 ("Pasteur")
Voorplaat 
editie-Amsterdam-1668
("Pasteur", p.3)
Titel Amsterdam-1668 ("Pasteur")
Uitsnede titel
editie-Amsterdam-1668
("Pasteur", p.1)
Amsterdam-1668 ("Norab"-1940a)
Uitsnede voorplaat
editie-Amsterdam-1668
("Norab"-1940a, p.24)
Centurie 01
Centurie 01
("Norab"-1940a, p.10;
"Norab"-1940b, p.10).
"Zagreb": binnenzijde omslag
Binnenzijde 
omslag voor
"Zagreb"
"Zagreb": binnenzijde omslag achter
Binnenzijde
omslag achter
"Zagreb"
"Zagreb": buitenzijde omslag achter
Buitenzijde
omslag achter
"Zagreb"

 

De samenstelling van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.
Van de acht vertalingen die van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. zijn gemaakt, zijn er zes beschikbaar: de Nederlandse, de Franse, de Servische, de Zweedse, de Engelse en de Italiaanse vertaling. Uit de titels die aan deze vertalingen zijn gegeven, de behandelde kwatrijnen, de illustraties en de inhoud van de hoofdstukken kan voor een groot deel worden afgeleid wat de samenstelling is geweest van de tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben geschreven.
Vier van de zes beschikbare vertalingen (de Nederlandse, Franse, Servische en de Engelse vertaling) hebben een titel waarin een vraag wordt gesteld over de toekomst en waarin wordt verwezen naar Les vrayes centuries et propheties. Dit kan betekenen dat de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. een dergelijke titel had.
Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben een aantal afbeeldingen gekozen, waaronder een aantal, afkomstig uit de kopie-Piobb-1938, die waarschijnlijk naar believen konden worden toegevoegd of waarvan het toevoegen afhankelijk was van de mogelijkheden van de drukker. De Franse en Servische brochure bevatten geen afbeeldingen.
De kwatrijnen 01-35, 01-01, 01-02, 09-18, 09-34, 05-57, 03-35, 01-60, 01-88, 07-13, 04-82, 10-24, 06-22, 05-28, 03-13, 02-68, 08-60, 01-47, 06-20, 10-100, 03-57, 02-75, 02-83, 08-37, 03-58 en 10-31 zijn in alle vijf vertalingen behandeld. Dit betekent dat deze kwatrijnen deel hebben uitgemaakt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. De volgorde waarin ze zijn behandeld, is in alle vertalingen hetzelfde. Ook kwatrijn 01-36 heeft deel uitgemaakt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.; dit kwatrijn komt voor in vijf van de zes vertalingen. Dit geldt ook voor de kwatrijnen 02-100, 02-78, 03-32, 03-71, 08-97 en 01-99. Naar mijn mening heeft ook kwatrijn 02-85 deel uitgemaakt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.; dit kwatrijn staat in drie van de zes vertalingen, het ontbreekt in de Zweedse en Engelse vertaling, beiden verzorgd door Staël von Holstein, en in de Italiaanse vertaling. De kwatrijnen 02-94, 02-99, 04-26, 03-23 en 02-86 staan alleen in de Engelse vertaling; de kwatrijnen 05-51 en het "Altmark"-kwatrijn staan alleen in de Zweedse vertaling. Naar mijn mening hebben deze zeven kwatrijnen geen deel uitgemaakt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. Kwatrijn 02-64 staat alleen in de Italiaanse vertaling en heeft naar mijn mening evenmin deel uitgemaakt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.
Het "aanhangsel" in Hoe zal deze oorlog eindigen? heeft naar mijn mening eveneens deel uitgemaakt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. Het is ondenkbaar dat dit aanhangsel is samengesteld door een vertaler.
Veel passages in Hoe zal deze oorlog eindigen? kunnen zonder omwegen worden teruggevoerd op Duits bronmateriaal (Kritzinger-1922a, Loog-1921, Noah-1928 en Winkler-1939). Met andere woorden: Hoe zal deze oorlog eindigen? is een vrijwel letterlijke vertaling uit het Duits, met uitzondering van het "voorwoord" van de vertaler. Dit kan betekenen dat Hoe zal deze oorlog eindigen? het beste de inhoud weerspiegelt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.

 

Het drukken en in omloop brengen van de vertalingen
Met betrekking tot 11 maart 1940 had Goebbels in zijn dagboek geschreven dat Brauweiler Nostradamus nog niet had ondergebracht bij de neutralen en dat dit nu in Zweden zou worden geprobeerd.[16] Met "onderbrengen" is waarschijnlijk het zoeken bedoeld naar drukkers en uitgevers in de landen waarin de vertaling in omloop moest komen. In zijn rapport over de werkzaamheden van de afdeling Buitenland van het Propagandaministerie in de periode 1 januari - 31 augustus 1940 had Brauweiler geschreven dat er de voorkeur aan was gegeven om propagandapublicaties, bestemd voor het buitenland, in het buitenland te laten drukken, uitgeven en verspreiden.[17] Naar mijn mening betekent de opmerking van Goebbels dat Brauweiler nog niets had gedaan om de inmiddels voltooide vertalingen van de Nostradamus-brochure gedrukt te krijgen. 
Met betrekking tot 25 maart 1940 heeft Goebbels in zijn dagboek geschreven dat de Nostradamus-brochure in enkele neutrale landen was ondergebracht en ook in Frankrijk.[18] Dit zou kunnen betekenen dat in die landen drukkers en uitgevers bereid waren gebleken de brochures te drukken en in omloop te brengen.
In punt 5 van de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 27 maart 1940 is vastgelegd dat de Nostradamus-brochure in haar huidige vorm kon verschijnen. Naar mijn mening betekent deze opmerking dat vanaf nu de opdracht mocht worden gegeven de vertalingen te drukken en in omloop te brengen. Met betrekking tot 29 maart 1940 schreef Goebbels in zijn dagboek dat hij met Hitler over de Nostradamus-brochure had gesproken. Hitler vond het erg interessant en zei dat hij Engeland op welke manier dan ook zou verpletteren. Deze opmerking kan aansluiten op het anti-Engelse karakter van de Nostradamus-brochure.[19]
In de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 24 april 1940 staat in punt 4 dat de Nostradamus-brochure reeds in twee landen is verschenen en dat voor verdere verspreiding zal worden gezorgd, onder andere in Denemarken.[20] Uit het dagboek van Goebbels blijkt dat de twee landen die in de propagandabespreking zijn genoemd, Nederland en Zwitserland zijn.[21] 
In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 24 mei 1940 gaf Goebbels met het oog op de psychologische oorlogvoering in Frankrijk de opdracht dat vanaf dat moment de Nostradamus-brochure moest worden gebruikt.[22] 
Met betrekking tot 11 juli 1940 schreef Goebbels in zijn dagboek dat de Nostradamus-brochure in het ganse buitenland het grootst mogelijke effect had gesorteerd.
[23] Deze opmerking kan betekenen dat de vertalingen in alle landen waar verspreiding was gepland, waren verschenen. In combinatie met de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 27 maart 1940 is de veronderstelling in dit artikel dat de vertalingen in omloop zijn gebracht tussen 27 maart 1940 en 11 juli 1940, anders gezegd, in drie en een halve maand tijd.
De aantekening in het dagboek van Goebbels met betrekking tot 11 juli 1940 is de laatste aantekening met betrekking tot deze brochures en is in dit artikel opgevat als een afrondend commentaar.

 

Oplagecijfers en onbekende verkoopcijfers
In zijn rapport over de werkzaamheden van de afdeling Buitenland van het Propagandaministerie in de periode 1 januari - 31 augustus 1940 heeft Brauweiler de oplagecijfers vermeld van brochures die in dit artikel worden beschouwd als vertalingen die zijn gemaakt van de tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben geschreven. Het totaal aantal vertaalde Nostradamus-brochures dat tot 31 augustus 1940 was gedrukt, was 83.000. Van deze brochures had de Kroatische de grootste oplage: 25.000 exemplaren. De Franse brochure had een oplage van 20.000 exemplaren. De Italiaanse en de Servische brochure hadden elk een oplage van 10.000 exemplaren. De Roemeense en de Zweedse hadden elk een oplage van 5.000 exemplaren. De Engelse brochure, die bestemd was voor de Verenigde Staten, had een oplage van 3.000 exemplaren. De Nederlandse brochure had een oplage van 5.000 exemplaren, die in april 1940 in omloop werd gebracht. Na de capitulatie van Nederland op 15 mei 1940 gaf de afdeling Buitenland van het Propagandaministerie opdracht nog eens 3.000 exemplaren te vervaardigen en te verspreiden. Brauweiler heeft in zijn rapport deze tweede oplage niet vermeld.
De dagboeken van Goebbels en de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen wekken de indruk dat de Nostradamus-campagne het meest intens was in Frankrijk. Brauweilers oplagecijfers wijzen uit dat in Zuidoost-Europa (Joegoslavië, Roemenië) het grootste aantal brochures werd verspreid: 40.000. In Noord-Europa (Zweden) werden 5.000 brochures verspreid. In West- en Midden-Europa (Nederland en Zwitserland, met mogelijke verspreiding in België, Frankrijk en Luxemburg) werden in totaal 25.000 brochures verspreid. Voor de Italiaans-sprekende bevolkingsgroepen werden 10.000 brochures gedrukt en voor de Verenigde Staten 3.000.
Of er gegevens zijn over aantallen brochures die na 31 augustus 1940 zijn gedrukt, is mij niet bekend. 
Goebbels heeft in zijn dagboek een aantal malen zijn tevredenheid geuit over het opzienbarend effect van de Nostradamus-brochures. Met betrekking tot 11 juli 1940 schreef hij in zijn dagboek dat overal waar de Nostradamus-brochures in omloop waren gebracht, zij het grootst mogelijke effect hadden gesorteerd. Misschien bedoelde hij hiermee dat ze onrust hadden veroorzaakt, demoraliserend hadden uitgewerkt of geruchtenstromen op gang hadden gebracht, één van de beoogde effecten van zijn fluistercampagnes.[24] In verband hiermee rijst de vraag hoeveel exemplaren van deze vertaalde brochures uiteindelijk in omloop zijn gekomen, wanneer er een piek was in de verkoop / verspreiding, wie deze exemplaren hebben gekocht en gelezen en wat zij ermee hebben gedaan. Helaas beschik ik niet over documenten om deze vraag te kunnen beantwoorden.

 

De propagandaboodschap
Propaganda tegen Engeland is een belangrijk onderdeel geweest van de nationaalsocialistische propaganda-activiteiten.[25] De propaganda op basis van de Centuriën en/of Centurie-commentaren in 1939-1942 was eveneens anti-Engels. Het moest in andere landen duidelijk worden dat Engeland volgens Nostradamus geen tegenwicht kon bieden aan Duitsland. De propagandaboodschap van Herwarth von Bittenfeld c.s. was dat aan de heersende rol van Engeland in de wereld een einde zou komen en dat Engeland ten onder zou gaan en haar steun in de wereld zou verliezen. Duitsland zou de nieuwe wereldmacht worden. Gezien de haat die Herwarth von Bittenfeld tegen Engeland koesterde, was hij de aangewezen persoon om een dergelijke boodschap onder woorden te brengen.
Herwarth von Bittenfeld c.s. verpakten hun anti-Engelse boodschap in een serie nostradamieke elementen. Aan de hand van meer dan tien kwatrijnen werden vervulde voorspellingen beschreven over vorsten als Henri II, Louis XVI, Napoleon Bonaparte, Napoleon III en Umberto I. Ook over gebeurtenissen en ontwikkelingen in de Eerste Wereldoorlog, het falen van de Volkenbond, de geboorte en opkomst van Hitler en de opkomst van Mussolini schreven zij dat Nostradamus dit had voorspeld. De achterliggende boodschap was dat het door Nostradamus geschetste toekomstbeeld van de wereld bewaarheid zou worden omdat in het verleden was gebleken dat zijn voorspellingen op het gebied van het wereldgebeuren steeds waren uitgekomen.
In het aankondigen van de ondergang van Engeland citeerden Herwarth von Bittenfeld c.s. uitvoerig uit De Fontbrunes Les Prophéties... In Hoe zal deze oorlog eindigen? was het gebruik van dit boek vermeld op de titelpagina. In het aanhangsel stond de Franstalige tekst van de citaten. De opvattingen van De Fontbrune werden versterkt door het commentaar op kwatrijn 03-57, dat ten tonele werd gevoerd als een van de knapste prestaties van Nostradamus. Volgens dit kwatrijn zouden zich in Engeland in 290 jaar tijd zeven grote omwentelingen voordoen. De eerste had plaatsgevonden in 1649, toen Charles I werd onthoofd op last van Cromwell. De zevende en laatste omwenteling zou zich moeten voordoen in 1939. In 1939 brak de oorlog uit, zo schreven Herwarth von Bittenfeld c.s.; 1939 was het noodlottige jaar voor Engeland! Herwarth von Bittenfeld c.s. maakten hun lezers erop attent dat deze uitleg geen actuele vondst was, maar dat in de loop der decennia zeven onderzoekers van de Centuriën uit drie verschillende landen (Duitsland, Frankrijk en Engeland) onafhankelijk van elkaar in de loop der jaren tot de conclusie waren gekomen dat volgens Nostradamus 1939 een voor Engeland noodlottig jaar zou zijn. Ten overvloede citeerden zij nog eens uit De Fontbrunes Les Propheties... en citeerden zij met naam en toenaam Loogs uitspraak in 1921 dat in 1939 volgens Nostradamus ook in Polen een crisis zou uitbreken.
Aan de hand van andere kwatrijnen beschreven Herwarth von Bittenfeld c.s. op welke manier Engeland zou verdwijnen van het wereldtoneel en dat volgens Nostradamus het "Heilige Rijk" naar Duitsland zou komen; Duitsland zou de nieuwe, allesbeheersende grootmacht worden.

 

Een neutraal product van eigen bodem, "geheel en al schijnheilig en braaf"
De Nostradamus-brochures waren geschreven in de taal van de landen waarin ze in omloop zouden komen. Zij werden niet gedrukt in Duitsland of vanuit Duitsland verspreid, maar werden gedrukt en uitgegeven in die landen waarin ze in omloop zouden moeten komen. Misschien was het de bedoeling bij de lezers de indruk te wekken dat de Nostradamus-brochure een brochure was van eigen bodem, geschreven door een van hun landgenoten, een serieuze Centurie-onderzoeker die boven de strijdende partijen stond en een boodschap wilde overbrengen die eeuwen geleden was opgetekend. Nergens in de tekst hebben Herwarth von Bittenfeld c.s. de nationaalsocialistische doctrine uitgedragen. Zij hebben het conflict dat in september 1939 was uitgebroken door de Duitse inval in Polen, aan de lezers in de neutrale landen gepresenteerd als een eindspel tussen twee strijdende partijen (Duitsland en Engeland), met de neutrale landen als toeschouwer. Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben niet gezinspeeld op een Duitse inval in landen als België, Frankrijk en Nederland; zij hebben kwatrijn 05-94, waarin op een annexatie van Vlaanderen en Noord-Frankrijk door Duitsland is gezinspeeld, in het geheel niet besproken. De aantekening van Goebbels met betrekking tot 22 februari 1940 dat de Nostradamus-brochure "geheel en al schijnheilig en braaf" was, heeft naar mijn mening op deze dingen betrekking. 
Nostradamus spådomar om kriget
, de Zweedse Nostradamus-brochure, stond op naam van de in Zweden vrij gangbare naam Norab en bevatte verwijzingen naar Scandinavische profeten en zieners. Hoe zal deze oorlog eindigen? was gepubliceerd op anonieme basis. Hierin was aan de Duitse grondtekst een voorwoord toegevoegd, geschreven door de (anonieme) vertaler. Uit dit voorwoord bleek dat aan Hoe zal deze oorlog eindigen? een Centurie-commentaar ten grondslag lag, afkomstig van ene Jean François Pasteur, een recent overleden Franse vriend van de vertaler. Deze Franse herkomst paste uitstekend bij het feit dat in Hoe zal deze oorlog eindigen? materiaal was verwerkt uit een recent boek van de Fransman De Fontbrune. De vertaler moest dus wel een Nederlander zijn. Deze camouflage liet echter te wensen over. W.J. Ort, de drukker en uitgever van Hoe zal deze oorlog eindigen?, had louter en alleen publicaties in zijn fonds met daarin de Duitse visie op de oorlog, zoals De waarheid marcheert (Werner Picht, 1939), Tsjecho-Slowakije - slachtoffer der westersche mogendheden (Emanuel Moravec, 1940) en Kan Engeland den oorlog winnen? De zee-oorlog en de neutralen (Lage Fabian Wilhelm Stäel von Holstein, 1940). Na de bezetting in mei 1940 zou Ort nog meer nationaalsocialistische propaganda uitbrengen, waaronder De ondergang van een imperium, geschreven door de Fransman Robert Briffault.[26] 
Herwarth von Bittenfeld c.s. lijken te hebben geprobeerd de Duitse herkomst van de boodschap dat Engeland ten gunste van Duitsland het veld zou moeten ruimen, verder te camoufleren met de vele citaten uit het boek van de Fransman De Fontbrune, waardoor associaties met Duitse propaganda niet zo gemakkelijk konden worden gelegd, en met de namen van zeven onderzoekers uit drie landen (Duitsland: Kritzinger en Loog; Engeland: Taylor, Frankrijk: Amiaux, De Fontbrune, Piobb en Rochetaillée) die onafhankelijk van elkaar op grond van kwatrijn 03-57 hadden berekend dat 1939 het noodlotsjaar zou zijn voor Engeland. Met andere woorden: de oorlog zou Engeland rampspoed brengen. Een citaat uit het boek van De Fontbrune zette dit nog eens kracht bij: Maar de oorlog zal voor Engeland noodlottig zijn. Het zal zoowel vloot als wereldrijk verliezen.[27] 

Ook sommige verhalende passages zijn overgenomen uit Duitse Centurie-commentaren. Het relaas over het toernooi in Parijs in juni 1559 bijvoorbeeld, waarbij de Franse koning Henri II oogletsel opliep dat de dood ten gevolge zou hebben, vertoont overeenkomsten met de beschrijving ervan in Winklers Nostradamus und seine Prophezeiungen... [28] De beschrijving van de kamer die Nostradamus in Salon in zijn huis had ingericht, is er vrijwel letterlijk uit overgenomen.[29]
Het commentaar op kwatrijn 09-18 is zonder scrupules overgenomen uit Kritzingers Mysterien von Sonne und Seele, zoals uit onderstaande weergave blijkt. Kritzingers commentaar op kwatrijn 09-18 vertoont inhoudelijk veel overeenkomsten met het commentaar van Loog in Die Weissagungen des Nostradamus; zijn tekst luidt echter anders. Ook uit de tekst van kwatrijn 09-18 blijkt dat Herwarth von Bittenfeld c.s. geen kwatrijnen uit het Frans in het Duits hebben vertaald, maar reeds bestaande Duitse vertalingen hebben overgenomen en daaraan het corresponderende Franstalige kwatrijn van de kopie-Piobb-1938 hebben gekoppeld. In het geval van kwatrijn 09-18 hebben zij de zin Die Uebersetzung bringe ich nach dr. Kemmerich, dessen Buch "Prophezeiungen" bereits bekannt ist, vervangen door "In freier Übersetzung heisst das:", daarmee de indruk wekkend dat de vertaling van hen afkomstig was. Op p.130 had Kritzinger nog een "metrische" vertaling van kwatrijn 09-18 gegeven.

Commentaar op kwatrijn 09-18

Loog-1921, p.18-19

 

Kritzinger-1922a, p.129

"Berlijn", p.7-8

"Derjenige, der Dauphin war, wird die Lilie nach Nanzig tragen und bis nach Flandern wegen eines Kurfürsten des Reiches. Ein heuse Gefängnis für den großen Montmorency, der außerhalb des dafür bestimmten Ortes einer berühmten Strafe (clere peyne) überliefert wird."

Die Geschichte erzählt uns, daß Ludwig XIII. der erste französische König gewesen ist, der nach 1566 (der Veröffentlichung des Vierzeilers IX, 18) den titel eines Dauphin von Frankreich hat. Seine Truppen drangen am 24. September 1633 in Nanzig ein, er selbst hielt seinen Einzug am folgenden Tage. Der Vorwand für den Feldzug gegen die spanischen Niederlande war, den Kurfürsten von Trier, den die Spanier abgesetzt hatten, wieder einzusetzen. Ludwig XIII drang in dem Feldzug 1635 bis nach Löwen in Flandren vor. Kurz vorher (1632) war der Herzog von Montmorency, dessen Aufstand gegen den König unglücklich ausgelaufen war, in das Gefángnis des neuerbauten Rathauses zu Toulouse gesteckt worden. Die Familie Montmorency hatte Ludwix XIII. vergeblich um Gnade für ihren Angehörigen gebeten, aber nur zwei äußerlichte Vergünstigungen erreicht. Die eine bestand darin, daß der Verurteilte nicht den ehrlosen Händen eines gewerbsmäßigen Nachrichters ausgeliefert werden sollte. Die andere war, daß die Hinrichting bei verschlossenen Türen, im Gefängnishof, stattfinden sollte und nicht auf dem Marktplatz von toulouse, wie es das Todesurteil vorgesehen hatte. So wurde denn auch der Herzog Montmorency außerhalb des für die Hinrichting vorgesehenen Platzes enthauptet, nicht von einem Henker, sondern von einem Soldaten, der merkwürdigerweise Clerepeyne hieß. Der Name wird von zwei Zeitgenossen des Ereignis bezeugt. Nostradamus hatte also den Namen gekannt, wenn er ihn auch nach seiner Weise zu einem Wortspiel benutzt hatte.

 

 

 


Zunächst die Hinrichting des grossen Montmorency am 30. Oktober 1632 (IX.18). Die Uebersetzung bringe ich nach Dr. Kemmerich, dessen Buch "Prophezeiungen" bereits bekannt ist: "Die Lilie wird der Dauphin nach Nancy tragen und wird bis nach Flandern einen Kurfürsten des Reiches unterstützen. Neues Gefängnis dem grossen Montmorency. Ausserhalb des dazu bestimmten Ortes wird er ausgeliefert werden à clere peyne."

Die ersten beiden Zeilen dienen der Zeitbestimmung.

Der erste Dauphin (sagen wir französcher Kronprinz), der überhaupt (seit 1566) in Frage kommt, ist Louis XIII. Er drang 1633 in Nancy ein. 1635 stiess er bis nach Flandern vor, um die Sache des gefangenen Kurfürsten von Trier zu unterstützen. Um diese Zeit - 1632 - wird der grosse Montmorency als Rebell in dem neu erbauten Stadthaus von Toulouse eingesperrt. Die Angehörigen des Rebellen konnten wenigstens erreichen, dass dieser nicht auf dem dazu bestimmten öffentlichen Platz in Toulouse hingerichtet wurde, sondern im Hof des Gefängnisses. Der Name des hinrichtenden Soldaten ist von zwei angesehenen Zeitgenossen bestätigt: er hiess Clerepeyne! Wir haben hier also zwei Eigennamen, die noch dazu selten sind, richtig vorhergesagt gefunden.

Es war eben davon die Rede, dass Nostradamus sogar Eigennamen in seinen Weissagungen genannt hat. Im Wortlaut des Originaltextes lautet der 18. Vierzeiler der IX. Zenturie (IX. 18):

Le lys Dauffois portera dans Nancy
Jusques en Flandres Electeur de l'Impire,
Neufve obturée au grand Montmorency,
Hors lieux prouvez delivre à Clerpeyne.

In freier Übersetzung heisst das:

"Die Lilie wird der Kronprinz nach Nacy tragen und wird bis nach Flandern einen Kurfürsten des Reiches unterstützen. Neues Gefängnis dem grossen Montmorency. Ausserhalb des dazu bestimmten Ortes wird er ausgeliefert werden à clere peyne."


Was hat sich ereignet?

Er erste Dauphin, Louiis XIII., drang 1633 in Nancy ein. 1635 stiess er bis nach Flandern vor, um die Sache des gefangenen Kurfürsten von Trier zu unterstützen. Um diese Zeit 1632 - wurde der grosse Montmorency in dem neu erbauten Stadthaus von Toulouse eingesperrt. Die Angehörigen des Rebellen konnten wenigstens erreichten, dass der Rebell nicht auf dem dazu bestimmten öffentlichen Platz in Toulouse hingerichtet wurde, sondern im Hof des Gefängnisses. Der Name des hinrichtenden Soldaten ist von zwei angesehenen Zeitgenossen bestätigt. Er hiess Clerepeyne!

Wir haben also zwei Eigennamen, die noch dazu selten sind, - und beide hat Nostradamus richtig vorhergesagt.

 

Onjuiste weergaven
Uit de literatuurstudie waarop dit artikel is gebaseerd, is naar voren gekomen dat Herwarth von Bittenfeld c.s. in schilderachtige bewoordingen de vaardigheden van Nostradamus als profeet en ziener hebben beschreven, met de nadruk op het miraculeuze van de voorspellingen in de kwatrijnen. Aan de commentaren die zij met het oog op "het verleden" hebben overgenomen uit de boeken van Kritzinger, Loog, Noah en Winkler hebben zij in essentie niets veranderd. Met betrekking tot de commentaren die zij het met oog op "de actualiteit" hebben overgenomen uit de boeken van De Fontbrune en Loog hebben, is gebleken dat zij een aantal zaken verkeerd hebben voorgesteld en het commentaar van De Fontbrune uit de context hebben gelicht. Zij hebben de opmerking dat kwatrijn 03-57 wijst op een noodlottig jaar voor Engeland, kracht willen bijzetten door te verwijzen naar zeven Centurie-onderzoekers (Amiaux, De Fontbrune, Piobb, Rochetaillée, Loog, Kritzinger en Taylor) uit drie landen (Duitsland, Engeland en Frankrijk), die dit onafhankelijk van elkaar hadden vastgesteld. Deze verwijzing is pertinent onjuist. De Fontbrune heeft in Les Prophéties... niets geschreven over het jaar 1939. Hij heeft aan kwatrijn 03-57 een looptijd toegekend die begon in 1657 en zou eindigen in 1947.[30] Aan kwatrijn 10-100 had hij een looptijd toegekend van meer dan 300 jaar die in 1603 zou beginnen, zonder dat hij daarbij het jaar 1939 noemde.[31] Amiaux, Piobb en Rochetaillée hebben er evenmin iets over geschreven. Over Kritzinger kan worden gezegd dat hij in Mysterien von Sonne und Seele in het geval van kwatrijn 03-57 Loog heeft geciteerd, iets dat hij aan het eind van zin commentaren op de kwatrijnen heeft vermeld en in 1961 nog eens aan Ellic Howe heeft verteld, de schrijver van Uranias Children - the strange world of the astrologers (Londen, 1967).[32] Aan de veronderstelling dat Herwarth von Bittenfeld c.s. het boek van Taylor waarschijnlijk niet hebben gelezen, kan worden toegevoegd dat Taylor geen Centurie-onderzoeker is, dat hij in The political prophecy in England wel over Nostradamus heeft geschreven maar geen kwatrijnen van commentaar heeft voorzien en dat hij geen voorspellingen heeft besproken waarin is gezinspeeld op het jaar 1939.
Over de citaten uit het boek van De Fontbrune kan worden gezegd dat Herwarth von Bittenfeld c.s. letterlijk hebben geciteerd, maar de citaten uit hun context hebben gehaald. Dit blijkt uit een opmerking van De Fontbrune, voorafgaand aan zijn opmerking dat de oorlog voor Engeland noodlottig zou zijn en dat het haar vloot en wereldrijk zou verliezen. Op grond van kwatrijn 03-57 veronderstelde hij namelijk dat Engeland zich in het volgende conflict, dat volgens hem zou uitbreken in 1947, zou scharen in de rijen van Frankrijks tegenstanders. In dat conflict zou Duitsland Frankrijk binnenvallen via Zwitserland, één jaar na Italië.[33] Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben de opmerking van De Fontbrune dat Engeland zich zou scharen in de rijen van Frankrijks tegenstanders, niet geciteerd en hebben daarmee aan de uitspraken van De Fontbrune een andere wending gegeven.
Het uit de context halen van een citaat blijkt ook uit de presentatie door Herwarth von Bittenfeld c.s. van kwatrijn 03-57 als één van de meest knappe prestaties van Nostradamus. Zij hebben het doen voorkomen alsof Loog had gesteld dat 1939 het noodlottige jaar voor Engeland zou zijn en dat gelijktijdig een crisis zou uitbreken in Polen. Inderdaad verwachtte Loog dat Engeland vanaf 1939 in verval zou raken, maar hij had geen idee wat voor crisis in Engeland zou uitbreken en had uit de Centuriën geen grootschalig Europees conflict afgeleid dat in 1939 zou uitbreken in de vorm van een Duitse invasie in Polen. Frankrijk zou nog jaren in vrede leven en Duitsland zou veranderen in een koninkrijk of keizerrijk.[34] 

 

Het beoogde en bereikte effect van de Nostradamus-brochures
De vraag die bij de verspreiding van de Nostradamus-brochures kan worden gesteld, is welke effecten Goebbels ervan verwachtte in de psychologische oorlogvoering. Uit zijn dagboeken blijkt dat hij er geen doorslaand effect van verwachtte, maar een ondersteunend effect. Met betrekking tot 15 januari 1940 schreef hij namelijk dat het bewerkte Nostradamus-materiaal in samenwerking met de Geheime Dienst in Frankrijk en het neutrale buitenland zou gaan. Het zou iets helpen, zo besloot hij zijn notitie.[35] 
In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 27 maart 1940 werd het groene licht gegeven voor de verspreiding van de Nostradamus-brochures. Op 9 april 1940 bezetten de Duitsers Denemarken en Noorwegen. Op 10 mei 1940 vielen zij België, Frankrijk, Nederland en Luxemburg binnen. Hoe zal deze oorlog eindigen? werd omstreeks 12 april 1940 in Nederland in omloop gebracht, ongeveer vier weken voorafgaand aan de Duitse inval. Tegelijkertijd werd de Franse versie (Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941?), die mede bestemd was voor Frankrijk en België, in omloop gebracht in Zwitserland. Misschien werd hiermee beoogd om voorafgaand aan de Westfeldzug onrust te zaaien en bevolking en leger te demoraliseren. In zijn dagboek had Goebbels over deze twee brochures geschreven dat zij veel opzien baarden. Wat precies het effect is geweest, is mij niet bekend. Volgens de dagboekaantekening met betrekking tot 24 april 1940 zou ook worden gezorgd voor de verspreiding van de Nostradamus-brochure in Denemarken. Brauweiler heeft in zijn rapport geen Deense vertaling van de Nostradamus-brochure genoemd.
In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 24 mei 1940, toen de gevechten in Frankrijk in volle gang waren, gaf Goebbels opdracht de Nostradamus-brochure te gebruiken in de propaganda-oorlog. In Frankrijk was duidelijk een demoraliserend effect merkbaar van de nationaalsocialistische propaganda, gebaseerd op de Centuriën en/of Centurie-commentaren; Paul Reynaud, de Franse minister-president, ging over tot vervolging van hen die vanwege "de voorspellingen van Nostradamus" zijn politiek ten aanzien van de oorlog bekritiseerden.[36] 
Het lijkt erop dat met deze Nostradamus-brochures werd beoogd om voorafgaand aan invasies opschudding te wekken en demoralisatie op gang te brengen. De vraag is dan welk effect deze brochures moesten sorteren bij de Italiaanssprekende bevolkingsgroepen en de Kroaten, Roemenen en Serviërs. De Westfeldzug immers was gericht tegen België, Frankrijk, Luxemburg en Nederland, niet tegen Italië, Joegoslavië en Roemenië. Misschien moet de verspreiding van de Nostradamus-brochures onder Italiaanssprekenden, Kroaten, Roemenen en Serviërs in verband worden gebracht met de spanningen die heersten rond de Duitsers die in Italië, Zuid-Slavië en Roemenië woonden en die het na de Eerste Wereldoorlog zwaar te verduren hadden. Een andere vraag is of de nationaalsocialisten na hun invasies nog gebruik maakten van deze brochures en of ze na 31 augustus 1940 (de datum van Brauweilers rapport) nog werden gedrukt en verspreid. 

In zijn dagboek had Goebbels met betrekking tot 11 juli 1940 geschreven dat overal waar de Nostradamus-brochures waren verschenen, zij het grootst mogelijke effect hadden gesorteerd. Daarna volgde de opmerking dat bijna niemand wist dat zijn Propagandaministerie achter deze brochures zat, ook het ministerie van Buitenlandse Zaken niet. Deze opmerking houdt verband met een langdurige competentiestrijd tussen het Propagandaministerie en het ministerie van Buitenlandse Zaken over het voeren van propaganda. Op 8 september 1939 had Hitler een bevel uitgevaardigd om de propaganda in goede banen te leiden. In de praktijk betekende dit dat het Propagandaministerie niet meer het initiatief had bij het voeren van propaganda in het buitenland. Haar positie werd ondergeschikt aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. Verder moest het Propagandaministerie zich voegen naar de afdeling Wehrmachtspropaganda van het Oberkommando der Wehrmacht.[37] De aantekening in het dagboek van Goebbels met betrekking tot 11 juli 1940 wijst op een revanche zijnerzijds in de competentiestrijd met het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar men in het ongewisse verkeerde over de herkomst van de Nostradamus-brochures. Dat in 1940 de herkomst van de Nostradamus-brochures onbekend was, blijkt uit opmerkingen van dr. Werner Wilmanns, hoofd van afdeling Inf IV van het ministerie van Buitenlandse Zaken, in een notitie die hij vermoedelijk eind juni 1940 heeft geschreven. Over de Nostradamus-brochures die kort ervoor in Zwitserland en Joegoslavië in omloop waren gebracht, schreef Wilmanns dat er reden was aan te nemen dat ze in opdracht van het Propagandaministerie waren vervaardigd, dat daarmee de grenzen overschreed van haar bevoegdheden aangaande propaganda in het buitenland. In oktober 1940 weigerde de afdeling Kulturaustausch van het Reichtskommisariat für die besetzte niederländische Gebiete een Nederlandse vertaling van Kraffts brochure Nostradamus sieht die Zukunft Europas te laten maken en te verspreiden. Als argument gaf de afdeling Kulturaustausch dat in Nederland Hoe zal deze oorlog eindigen? in omloop was, een soortgelijke brochure als die van Krafft. In zijn aantekening van 17 oktober 1940 over Hoe zal deze oorlog eindigen? en de Franse en Servische vertaling veronderstelde Krafft dat deze brochures hoogstwaarschijnlijk afkomstig waren uit het Propagandaministerie. Hij baseerde dit niet alleen op de volgens hem bestaande overeenkomsten tussen de afbeelding in Hoe zal deze oorlog eindigen? van de gravure op de omslag van de editie-Amsterdam-1668 en de afbeelding ervan in Kritzingers Mysterien von Sonne und Seele, maar ook op teksten, overgenomen uit Mysterien von Sonne und Seele. Het literatuuronderzoek dat aan dit artikel ten grondslag ligt, bevestigt Kraffts constatering dat in deze brochures teksten staan uit Mysterien von Sonne und Seele. Uit de tabel De koppelingen en hun bronnen blijkt dat teksten zijn overgenomen uit de pagina's 129 t/m 133 van Mysterien von Sonne und Seele. Uit p.137 is de tekst overgenomen van Kritzingers beschrijving van Engelse vorsten die publicatie van de Centuriën hadden verboden. Krafft heeft niets geschreven over de teksten in deze brochures die waren overgenomen uit publicaties van de Duitse Centurie-onderzoekers Loog, Noah en Winkler. Pas in december 1940 kwam vanuit Den Haag de mededeling dat Hoe zal deze oorlog eindigen? vervaardigd was in opdracht van het Propagandaministerie.
In Nederland werd in juli en augustus 1940, in samenhang met de tweede oplage van Hoe zal deze oorlog eindigen? een perscampagne georganiseerd, waarin in tal van kranten in de vorm van boekbesprekingen en gefingeerde ingezonden brieven de propagandistische, anti-Engelse boodschap van Hoe zal deze oorlog eindigen? werd uitgedragen. Hoe zal deze oorlog eindigen? lokte een reactie uit van mr. dr. H. Houwens Post, die in december 1940, na het voltooien van zijn studie rechten, werkzaam was als leraar Frans op het Gemeentelijk Gymnasium in Breda. Houwens Post vervaardigde onder het pseudoniem mr. dr. W.L. Vreede het boek De Profetieën van Nostradamus, een a-politieke vertaling van de Centuriën met in de inleiding verkapte kritiek op de inhoud van Hoe zal deze oorlog eindigen?. De opmerking op pagina 11 dat bij menigeen de fotokopie van de editie-Amsterdam-1668 in huis was gekomen en vanwege het bevatten van zowel de authentieke teksten van de Centuriën als de niet-authentieke, tot verkeerde gevolgtrekkingen kon leiden, is, naar op deze website wordt verondersteld, een indirecte verwijzing naar Hoe zal deze oorlog eindigen?, waarin is vermeld dat de Franstalige Centurie-teksten zijn ontleend aan de fotokopie van de editie-Amsterdam-1668, vervaardigd in 1938 door de Fransman P.V. Piobb. 

 

Het ontstaan van nationaalsocialistische propaganda op basis van de Centuriën en/of Centurie-commentaren
Bij het samenstellen van de Nostradamus-brochure hebben Herwarth von Bittenfeld c.s. gebruik gemaakt van publicaties van De Fontbrune, Kritzinger, Loog, Noah, Piobb en Winkler en hebben zij de namen genoemd van Amiaux, Rochetaillée en Taylor. In deze rij ontbreekt de naam van Karl Ernst Krafft; in Hoe zal deze oorlog eindigen? staan geen koppelingen, vertalingen van kwatrijnen of passages die op zijn publicaties kunnen worden teruggevoerd. 
Volgens Kritzinger werd Krafft in de loop van december 1939 benaderd voor het produceren van nationaalsocialistische propaganda op basis van de Centuriën; na aankomst in Berlijn in de eerste week van januari 1940 maakte Krafft hiermee een begin.[38] De literatuurstudie waarop dit artikel is gebaseerd, heeft tot de veronderstelling geleid dat de Nostradamus-brochure van Herwarth von Bittenfeld c.s. is geschreven in de periode van 23 november tot 13 december 1939. Deze periode sluit iedere betrokkenheid van Krafft uit.
Na de oorlog hebben Von Borresholm en Niehoff beschreven hoe Krafft, na een door Goebbels in de herfst van 1939 bewerkstelligde vrijlating, hem kwatrijn 05-94 uitlegde in de vorm van een koppeling aan Hitler. Dit zou voor Goebbels aanleiding zijn geweest pamfletten te produceren met kwatrijnteksten.[39] Haaks hierop staat het relaas van de Duitse Centurie-onderzoeker dr. N. Centurio (het pseudoniem van dr. phil. Alexander Max Centgraf). Volgens Centurio had Krafft op grond van kwatrijn 05-94 Goebbels gewaarschuwd voor een aanval van Stalin; Goebbels meende echter dat in dit kwatrijn Hitler werd aangeduid, een opvatting die Krafft zou hebben overgenomen.[40] 
In het relaas dat Kritzinger in 1961 aan Howe heeft verteld over hoe Krafft betrokken raakte bij de productie van propaganda, gebaseerd op de Centuriën, neemt kwatrijn 03-57 een centrale plaats in: het was Loogs uitleg van dit kwatrijn waardoor Goebbels op het idee zou zijn gekomen materiaal dat verband hield met Nostradamus te gebruiken voor psychologische oorlogvoering.[41] In de Nostradamus-brochure neemt kwatrijn 03-57 eveneens een centrale plaats in. Kwatrijn 05-94 komt er in het geheel niet in ter sprake. Dit kan erop wijzen dat het relaas dat Kritzinger aan Howe heeft verteld, waar is in die zin dat Loogs uitleg van kwatrijn 03-57 voor Goebbels aanleiding was de Centuriën en/of Centurie-commentaren te gebruiken voor psychologische oorlogvoering. De verhalen volgens welke kwatrijn 05-94 voor Goebbels de aanleiding zou hebben gevormd Centuriën en/of Centurie-commentaren te gebruiken voor psychologische oorlogvoering, kunnen niet worden teruggevoerd op het relaas van Kritzinger en zijn naar mijn mening niet op feiten gebaseerd.
Als de veronderstelling in dit artikel klopt dat Herwarth von Bittenfeld een van de schrijvers was van de Duitse grondtekst van de Nostradamus-brochure, is het in zekere zin logisch dat hij degene was die in november 1939 van Goebbels de opdracht kreeg contact op te nemen met Kritzinger en hem mee te delen dat Goebbels hem wilde spreken. Dan wordt het ook begrijpelijk dat Goebbels op zoek was naar een "Nostradamus-expert" die zich over de Centuriën zou buigen in het kader van de psychologische oorlogvoering. Herwarth von Bittenfeld, Bömer en Gutterer waren immers ambtenaren, werkzaam op het Propagandaministerie; zij waren geen experts op het gebied van de Centuriën. De brochure die zij hadden samengesteld, was het resultaat van knip- en plakwerk. Voor propaganda op langere termijn was deze methode niet geschikt.

 

De lotgevallen van de vertalingen van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.

Die Prophezeiungen des Nostradamus (Informations-Schriften #18, Berlijn, 1940)
In Die Prophezeiungen des Nostradamus, deel 18 in de serie Informations-Schriften, en de vertalingen van dit deel, staat de opmerking dat ongeveer een dozijn kwatrijnen betrekking hebben op Napoleon Bonaparte. Deze opmerking komt alleen voor in de vertalingen van de tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben geschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de samenstellers van Die Prophezeiungen des Nostradamus één van de vertalingen van deze tekst hebben geraadpleegd.[42] 

Voorspellingen die uitgekomen zijn... (Arnhem, 1941)
In Voorspellingen die uitgekomen zijn... (De Tombre, Arnhem, 1941), de Nederlandse vertaling van een nationaalsocialistische tekst van de Duitser dr. phil. Alexander Max Centgraf, staat in de inleiding op pagina 8 de opmerking dat reeds in 1940 de overleden Nostradamus-onderzoeker Jean François Pasteur in een kleine brochure, getiteld Hoe zal de oorlog eindigen? zich met de voorspellingen van Nostradamus over de huidige situatie heeft beziggehouden. Bij afwezigheid van de door Centgraf geschreven grondtekst kan niet worden nagegaan of deze opmerking ook voorkwam in die grondtekst, of dat hij aan de Nederlandse versie is toegevoegd door de vertaler.

The fate of the nations (New York, 1982)
In dit boek, de tweede druk, geschreven door Arthur Prieditis (de eerste Amerikaanse druk dateert uit 1975; de eerste Engelse druk uit 1974), staat op de pagina's 112 t/m 114 een inleiding op kwatrijn 10-100 en een commentaar op dit kwatrijn, dat kan worden teruggevoerd op de Franse, Italiaanse of Nederlandse vertaling/bewerking van de Duitse grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. Ook een deel van het commentaar in dit boek op kwatrijn 03-57 kan hierop worden teruggevoerd.[43]

Nostradamus and the final age (http://www.newprophecy.net/thirdkey.htm, 1998)
In Nostradamus and the final age is vermeld dat de Nazi-astroloog Norab kwatrijn 01-51 (Chef d'Aries, Juppiter et Saturne...) heeft gekoppeld aan het jaar 1994. Norab is het pseudoniem dat Staël von Holstein heeft gebruikt bij het vertalen van de Duitse grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. in het Engels en het Zweeds. Noch in de Engelse, noch in de Zweedse versie is kwatrijn 01-51 besproken. In Den gula faran, hoofdstuk XVIII van Nostradamus spådomar om kriget, de Zweedse versie, is het jaartal 1995 vermeld. Dit hoofdstuk is een bewerking door Staël von Holstein van een gedeelte van de paragraaf Vad bär framtiden i sitt sköte? in Nostradamus Profetior (Stockholm, 1940, pagina 56-61), waarin in het bewerkte fragment het jaartal 1999 was vermeld. 
Op de website Nostradamus and the final age staat geen bibliografie. De opmerking over Norabs koppeling van kwatrijn 01-51 aan 1994 kan zijn ontleend aan Nostradamus and his prophecies (Edgar Leoni, New York, 1961, p.579), waarin staat dat de nazi Norab in 1941 van mening was dat de astrologische configuratie waarnaar in kwatrijn 01-51 was verwezen, zich voor zou doen op 12 september 1994.

Nostradamus De grootste ziener aller tijden (Amsterdam, 1998)
In het hoofdstuk Wonderbaarlijke interpretaties en 'uitgekomen' voorspellingen in Nostradamus De grootste ziener aller tijden (Jan Vandervoort, Amsterdam, 1998, de taalkundig herziene uitgave van de vertaling-Vreede-1941 van de Centuriën) is veel materiaal verwerkt uit het hoofdstuk VERLEDEN, HEDEN en TOEKOMST Op wonderbaarlijke wijze voorspeld door den Franschman MICHEL NOSTRADAMUS in zijn "Les vrayes Centuries et Prophéties" in Hoe zal deze oorlog eindigen?.
[44] 

 

Voordracht 1941Herwarth von Bittenfeld over oorlogspropaganda
In 1941 verscheen bij drukkerij/uitgeverij Hans Triltsch in Berlijn een boekje van Herwarth von Bittenfeld, getiteld Die deutsche Kriegspropaganda 1914-18 und heute im Spiegel eigenen Erlebens. In dit ongeïllustreerde boekje van 48 pagina's staat de tekst (21 pagina's) van de gelijknamige voordracht van Herwarth von Bittenfeld op 23 mei 1941 aan de Westfaalse Wilhelm Universiteit in Münster ter gelegenheid van zijn eredoctoraat filosofie en de tekst van twee nota's uit de tijd dat hij werkzaam was als militair attaché in Washington (totaal: 27 pagina's). Destijds was dit boekje bestemd voor intern gebruik. 
In Die deutsche Kriegspropaganda 1914-18 und heute... maakte Herwarth von Bittenfeld geen toespelingen op de Nostradamusbrochure waarvan op deze website wordt verondersteld dat hij die heeft geschreven. Niettemin is dit boekje interessant, omdat het inzicht biedt in de rol die Herwarth von Bittenfeld in de Eerste en Tweede Wereldoorlog heeft gespeeld in de propaganda en zijn ideeën hieromtrent en in zijn houding ten opzichte van Engeland.
In zijn voordracht over de Duitse oorlogspropaganda heeft Herwarth von Bittenfeld zichzelf geschetst als een legerofficier die tijdens de Eerste Wereldoorlog pionierswerk verzette op het gebied van pers en propaganda, een gebied dat het leger wezensvreemd was. Hij constateerde dat men tijdens de Eerste Wereldoorlog niets wist van de buitenlandse pers, wat hij als een belangrijk gemis ervoer. In die tijd had de Duitse oorlogspropaganda neutrale landen - in het bijzonder de Verenigde Staten - moeten weerhouden van het meedoen aan de oorlog. Herwarth von Bittenfeld beschouwde het als een kardinale fout dat hierop niet alle krachten werden gericht. Naar zijn mening was Duitsland in die tijd het doelwit van effectieve offensieve propaganda, waarin de Duitsers als bloeddorstige krijgers werden afgeschilderd.
Op pagina 17 heeft Herwarth von Bittenfeld verteld over een brochure die hij in het voorjaar van 1915 had geschreven in opdracht van Graaf Schulenburg, chef-staf van de Heeresgruppe Kronprinz. Op basis van het gedicht Jeanne d'Arc 1915 van Rudolph Herzog moest een geïllustreerde brochure worden vervaardigd, die in kerken moest worden verspreid. Herwarth von Bittenfeld droeg zorg voor de vertaling in het Frans, de illustraties werden vervaardigd door een kunstenaar uit München. Herwarth von Bittenfeld twijfelde aan de propagandistische slagkracht van deze brochure omdat aan het papier en de opmaak kon worden gezien dat deze brochure uit Duitsland afkomstig was. Hij had soortgelijke bezwaren tegen de door Duitsers geredigeerde kranten Gazette des Ardennes  en Gazette de Lorraine. Anno 1941 werden dit soort kranten in het buitenland geproduceerd.
Aan het eind van zijn voordracht ging Herwarth von Bittenfeld in op de zijns inziens sinds honderd jaar bestaande samenhang tussen het jodendom, vrijmetselarij, de Britse Geheime Dienst, de wereldpers en propaganda. Volgens Herwarth von Bittenfeld was het Britse Imperium ontstaan dankzij de Britse Geheime Dienst, waarvan de agenten door intrige, moord, omkoping en spionage oorlogen ontketenden en ze gunstig voor Engeland lieten verlopen. Elk van deze oorlogen was een uiting van het vermeende Engelse recht op het handhaven van haar eigenbelang, tot schade van niet-Engelse volken. Deze oorlogen konden alleen worden gevoerd dankzij de onbetwiste Engelse heerschappij op zee en dankzij het uitblijven van bedreigingen vanuit het vasteland van Europa. In dit opzicht is Duitsland de enige macht in de wereld waarvoor Engeland beducht is; sinds 1648 is de relatie tussen beide landen meer en meer problematisch geworden. Om Duitsland van zich af te houden, verzekerde Engeland zich door haar Joden, vrijmetselaars en geheime agenten van de wereldpers als middel tot een wereldwijde samenzwering tegen Duitsland. 
Het Propagandaministerie dat in Duitsland in 1933 werd opgericht, was een instantie die Herwarth von Bittenfeld in 1913 reeds voor ogen had. Het deed hem veel genoegen erbij te horen. Hij benadrukte dat het Ministerie van Propaganda niet zozeer een gebouw was dat was gemaakt van steen, hout en staal, maar van uiterst geniale gedachten en dat niet van de ene op de andere dag tot stand was gekomen. Anno 1940-41 zijn pers en radio de propagandamiddelen. De radio verbindt het volk met het front. Ieder vijandelijk volk wordt dagelijks in haar eigen taal toegesproken. Ook al wordt niet iedereen bereikt, het aantal mensen dat wordt bereikt is genoeg om leugens van de vijand de kop in te drukken of op zijn minst aan te vechten. Als voorbeeld noemde Herwarth von Bittenfeld de propaganda rond de Athenia, een Brits passagiersschip met 400 opvarenden dat in september 1939 tot zinken werd gebracht door een Duitse onderzeeër. In de Duitse contra-propaganda werd Churchill ervan beschuldigd zelf opdracht te hebben gegeven de Athenia tot zinken te brengen. Middels buitenlandse correspondenten worden leugens aan de kaak gesteld zoals de leugen dat de Duitsers in Chestochova de "Zwarte Madonna" zouden hebben vernield. 
Tegenover de Britse bluf, huichelarijen, leugens, onbeschaamdheden en verheimelijkingen als kenmerken van haar mentaliteit, politiek en propaganda, stelt Duitsland eigenschappen als juistheid, rechtvaardigheid, ridderlijkheid en waarheid.
In tegenstelling tot de Eerste Wereldoorlog, zo memoreerde Herwarth von Bittenfeld, voltrok de Duitse oorlogspropaganda zich anno 1940-41 niet in het kielzog van de slag leverende Duitse troepen, maar ging het voor de troepen uit als wegbereider; het leger zou dan de genadeslag toedienen.[45]  
Uit de documenten die deel uitmaken van de nalatenschap van Herwarth von Bittenfeld die bewaard wordt bij het Bundesarchiv in Berlijn blijkt niet of hij affiniteit had met de Centuriën. Interessant in relatie tot de Duitse grondtekst van Hoe zal deze oorlog eindigen? is zijn opmerking in Gedanken über Propaganda (Berlijn, 1929, aangevuld in 1932) dat onder andere Delfische orakelspreuken - de voorspellingen in de Centuriën ogen als orakelspreuken - een oervorm zijn van geruchtenstromen. Misschien was hij vanwege zijn ideeën de mening toegedaan dat de Centuriën geschikt waren om geruchtenstromen over een Duitse overwinning en een Britse nederlaag op gang te brengen.

 

Dankbetuiging
Mijn dank gaat uit naar Robert Benazra voor zijn informatie over de inhoud van Amiaux' Nostradamus - L'homme qui au XVI siècle avait prévu Napoléon en Rochetaillées Prophéties de Nostradamus - clef des Centuries - son application à l'histoire de la 3e République en het formaat van de gravure van de omslag van de editie-Amsterdam-1668 in de kopie-Piobb-1938.

 

De Meern, 27 april 2012
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 19 augustus 2013

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Fröhlich, p.208-209 (24 november 1939 mbt. 23 november 1939; Goebbels werkte zijn dagboeken altijd een dag later bij); Howe, p.220.
    Uit het dagboek van Goebbels blijkt dat hij op 21 november 1939 een of meerdere Centurie-commentaren had gelezen, waarin voor Engeland slechte tijden in het vooruitzicht werden gesteld. Op 22 november 1939 vertelde hij Hitler hoe actueel de voorspellingen van Nostradamus waren. Volgens Goebbels vond Hitler het interessant, maar wilde hij er niets over lezen (Fröhlich, p.206-207). Op grond van deze dagboekgegevens wordt er op deze website van uitgegaan dat Goebbels in november 1939 het plan had opgevat de Centuriën en/of Centurie-commentaren te gebruiken voor psychologische oorlogvoering en dit op 22 november 1939 voorlegde aan Hitler, die toestemming gaf zonder er verder over te willen lezen. [tekst]

  2. Boelcke-1966, p.773; Van Berkel: Informatie over dr. h.c. Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld. De foto van Herwarth von Bittenfeld is afkomstig uit het archief van de NSDAP, dat momenteel wordt bewaard in het Bundesarchiv. [tekst

  3. Fröhlich, p.220. [tekst]

  4. Boelcke-1966, p.236-237. [tekst

  5. Boelcke-1966, p.242. [tekst]

  6. Fröhlich, p.320. [tekst]

  7. Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942; Boelcke-1966, p.304; Boelcke-1989 (1967), p.28. [tekst]

  8. Fröhlich / Richter, p.72. Op 29 april 1940 ontving Krafft uit Nederland vier exemplaren van Hoe zal deze oorlog eindigen? die hij op 12 april 1940 had besteld (Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942). [tekst]  

  9. Boelcke-1989 (1967), p.15-16. [tekst

  10. Fröhlich / Richter, p.72. [tekst]

  11. De Zwitserse astroloog Karl Ernst Krafft, die vanaf januari 1940 betrokken was bij de productie van nationaalsocialistische propaganda, gebaseerd op de Centuriën en/of Centurie-commentaren, heeft in een notitie, gedateerd op 17 oktober 1940, aandacht besteed aan de Franse en Servische versie (Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942). [tekst]

  12. Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942. [tekst]

  13. Van Berkel: Informatie over baron L.F.W. Staël von Holstein alias Norab. De informatie dat Staël von Holstein de eigenaar was van Neutrala Institutets Förlag, is afkomstig van P. Björn (www.trismegistus.se). [tekst]

  14. Fröhlich, p.344. [tekst

  15. Norab-1940b, p.56-57. [tekst]

  16. Fröhlich, p.344. [tekst]

  17. Voor het rapport van Brauweiler: Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942. Vgl. enkele opmerkingen over de productie en verspreiding in Nederland van propaganda van de Wehrmacht in: Groeneveld, p.79. [tekst]

  18. Fröhlich, p.368. [tekst

  19. Boelcke-1966, p.304; Fröhlich, p.371. [tekst

  20. Boelcke-1966, p.329. [tekst

  21. Fröhlich / Richter, p.72. [tekst

  22. Boelcke-1966, p.363. [tekst] 

  23. Fröhlich / Richter, p.72 en 218. [tekst] 

  24. Vgl. Sommerfeldt, p.56-57. [tekst]

  25. Zeman, p.165. [tekst]

  26. Groeneveld, p.79. [tekst]

  27. "Pasteur", p.29; "Norab"-1940a, p.35 (hierin ontbreken de namen van Amiaux en De Fontbrune); "Rossier"-1940b, p.5. [tekst

  28. "Pasteur", p.9-10; "Rossier"-1940b, p.1; Winkler-1939, p.22-23. [tekst]

  29. "Pasteur", p.13; "Rossier"-1940b, p.2; Winkler-1939, p.11-12. Zie ook: Van Berkel: Nostradamus spådomar om kriget (baron L.F.W. Staël von Holstein alias Norab, Stockholm, 1940). [tekst]

  30. De Fontbrune, p.258. [tekst]

  31. De Fontbrune, p.257. [tekst]

  32. Kritzinger-1922a, p.136-137 (de afsluitende alinea op p.137 begint met de woorden: C. Loog, dem wir hier im Wesentlichen gefolgt sind...); Howe, p.220. [tekst]

  33. De Fontbrune, p.258 en 287. [tekst]

  34. Van Berkel: 
    - Kwatrijn 03-57 en Die Weissagungen des Nostradamus (C. Loog, Pfullingen in Württemberg, 1921 [1920]);
    - Prophete rechts - Prophete links - War Nostradamus wirklich Scharlatan und Betrüger? (Nostradamus Scharlatan?) (C. Loog, Der Reichswart, Berlijn, #50, 1940). [tekst]

  35. Fröhlich, p.272. [tekst]

  36. Van Berkel: Die Kolonne des Nostradamus (dr. Th.Fr. Böttiger, Völkischer Beobachter, Berlijn, 27 mei 1940). [tekst]

  37. Zeman, p.160-161. [tekst]

  38. Howe, p.231-233. [tekst]

  39. Van Berkel: Dr. Goebbels nach Aufzeichnung aus seiner Umgebung (B. von Borresholm; K. Niehoff, Berlijn, 1949). [tekst]

  40. Centurio-1953, p.128. [tekst]

  41. Howe, p.220-223. [tekst]

  42. Van Berkel: Die Prophezeiungen des Nostradamus (Informations-Schriften #18, Berlijn, 1940). [tekst]

  43. Van Berkel: The fate of the nations (A. Prieditis, New York, 1982). [tekst]

  44. Van Berkel: Nostradamus De grootste ziener aller tijden (J. Vandervoort, Amsterdam, 1998). [tekst]

  45. In Duitsland ontstond het idee om de Centuriën te gebruiken voor de oorlogspropaganda ná de inval in Polen (Van Berkel: De lotgevallen in 1939 van Mysterien von Sonne und Seele). Met betrekking tot de vertalingen van Was bringt das Jahr 1940? kan worden gezegd dat de verspreiding in Europa voorafgaand aan de Duitse invasies in België, Frankrijk, Luxemburg en Nederland plaatsvond. 

 

© Politischen Archiv Auswärtigen Amt, Berlijn
Ten behoeve van dit artikel zijn fotokopieën bestudeerd van de brochures Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? (Genève, 1940, aangeduid met "Rossier"-1940b) en haar Servische pendant (Sta nam donosi 1940?, Belgrado, 1940, aangeduid met "Belgrado"). 
De originele documenten bevinden zich in het Politischen Archiv Auswärtigen Amt (ref: PA AA R 66658). 
Voor iedere kopie, druk, vermenigvuldiging of anderssoortige verwerking van delen van de inhoud van deze brochures die zijn gepubliceerd op www.nostradamusresearch.org, is schriftelijke toestemming vereist van het Politischen Archiv Auswärtigen Amt, D-11013 Berlijn.

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top