Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
onderzoeksresultaten
De scheppingsjaartallen die voortvloeien uit de Almanachs voor 1557, 1559, 1562, 1563, 1565, 1566 en 1567
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

Op deze website wordt uitvoerig aandacht besteed aan de bijbelse chronologieën die deel uitmaken van de Brief aan Henri II en de scheppingsjaren die voortvloeien uit het Voorwoord aan César, de Brief aan Henri II en een aantal Almanachs.

In het artikel dat u zojuist hebt geopend, worden de scheppingsjaren besproken die voortvloeien uit een aantal Almanachs.

Artikelen waarin de bijbelse chronologieën worden besproken die deel uitmaken van de Brief aan Henri II:

 

Scheppingsjaren in het nostradamische oeuvre
Eén van de raadsels in het nostradamische oeuvre - waarvan een deel niet bewaard is gebleven - is dat uit dit oeuvre niet slechts één jaartal voortvloeit waarin de wereld zou zijn geschapen, maar meerdere. 

a. Brind'Amour (1993) 
Volgens wijlen prof. Brind'Amour (Nostradamus astrophile, Ottawa, 1993) vloeien uit het bewaard gebleven deel van het nostradamische oeuvre vijf scheppingsjaartallen voort: 5757 vChr, 5000 vChr, 4173 vChr, 4056 vChr en 3967 vChr. Twee ervan, 5757 vChr en 4173 vChr, vloeien voort uit de bijbelse chronologieën in de Brief aan Henri II. De overige drie jaartallen, 5000 vChr, 4056 vChr en 3967 vChr, vloeien voort uit bewaard gebleven Almanachs of Almanach-vertalingen. 
Naar aanleiding van deze vijf jaartallen heeft Brind'Amour verondersteld dat het Nostradamus, ondanks diens interesse in de opeenvolging van personen en gebeurtenissen in het Oude Testament, niet is gelukt zich een weg te banen in de uiteenlopende gegevens waarvan hij kennis heeft genomen. Ten gunste van Nostradamus heeft Brind'Amour aangetekend dat in de 16e eeuw geen eensluidende mening bestond over welk jaartal het scheppingsjaartal was.[1] 

b. Lemesurier (2005)
Sommige onderzoekers zijn van mening dat de aanwezigheid van vijf scheppingsjaartallen kenmerkend is voor de onzorgvuldige en/of ondeskundige manier waarop Nostradamus volgens hen heeft gewerkt. Kort geleden is dit nog eens aangegeven door de Engelse onderzoeker Lemesurier.[2]  

 

De voornemens van Jean Brotot
Een brief van de Lyonese uitgever Jean Brotot aan Nostradamus, waarvan de gepubliceerde versie is gedateerd op 20 september 1557, is de aanleiding geweest voor de studie die aan dit artikel ten grondslag ligt. Brotot schrijft onder andere dat hij tot meerdere eer en glorie van Nostradamus het voornemen heeft om aan een te publiceren serie voorspellingen van Nostradamus tabelmateriaal toe te voegen, maanfasegegevens, heiligendagen en "filosofische verzen" (de maandkwatrijnen). Dit voornemen kan erop wijzen dat niet alle gegevens in Almanachs afkomstig zijn van Nostradamus.[3] 
Naar aanleiding hiervan is bij mij de vraag gerezen van wie de gegevens in de Almanachs afkomstig zijn vanwaaruit scheppingsjaartallen voortvloeien, in aanmerking genomen dat van een aantal Almanachs kan worden betwijfeld of ze door Nostradamus zijn geschreven.

 

Zeven scheppingsjaartallen
In dit artikel worden niet vijf scheppingsjaartallen besproken die voortvloeien uit het nostradamische oeuvre, maar zeven, met de nadruk op de scheppingsjaartallen die voortvloeien uit de bewaard gebleven Almanachs en Almanach-vertalingen. Dit is een groter aantal jaartallen dan het aantal dat Brind'Amour heeft onderzocht en er zijn, vergeleken met zijn onderzoek, een aantal andere jaartallen in het geding. 
De verschillen met het onderzoek van Brind'Amour zijn veroorzaakt door (a) het bij de studie betrekken van kwatrijn 01-48 en een aantal passages in het Voorwoord aan César en (b) een interpretatie van tijdgegevens in de Brief aan Henri II, die verschilt van die van Brind'Amour.
In dit artikel wordt voortdurend gesproken over "scheppingsjaartallen die voortvloeien uit het nostradamische oeuvre". In het nostradamische oeuvre komen geen scheppingsjaartallen voor. De scheppingsjaartallen vloeien voort uit chronologieën, omrekeningen en echo's van andere publicaties. De soms heersende gedachte dat in het nostradamische oeuvre een -x- aantal scheppingsjaartallen staan, is pertinent onjuist.

 

a. Het Voorwoord aan César en kwatrijn 01-48: 5200 vChr
In het Voorwoord aan César staan passages die echo's zijn van astrologische tijdstructuren die zijn beschreven door bijvoorbeeld de Franse kanunnik Richard Roussat in Livre de l'estat et mutation de temps (Lyon, 1550 [1549]). Dit boek is een bewerking van Le periode c'est a dire la fin du monde, geschreven door de Franse rector Pierre Turrel (Dijon, 1531).
In het Voorwoord aan César is verwezen naar achtereenvolgens Mars, de Maan, de Zon en Saturnus en is vermeld dat het heerserschap van Saturnus terugkeert.[4] Dit zijn echo's van passages die zich bevinden in deel 2 van Livre de l'estat..., waarin de series van zeven Grote Jaren van 354 jaar en 4 maanden zijn besproken. Ieder Groot Jaar van 354 jaar en 4 maanden wordt geregeerd door een planeet. De volgorde van planeten in een serie van zeven Grote Jaren is: Saturnus, Venus, Jupiter, Mercurius, Mars, de Maan en de Zon.[5]  
Roussat en Turrel houden als beginjaar van de eerste serie van zeven Grote Jaren het jaartal 5200 vChr aan, het jaar waarin volgens Bede Adam is geschapen.[6] In de derde serie van zeven Grote Jaren loopt het Grote Jaar waarover de Maan regeert van juni 1533 tot oktober 1887, volgens de berekeningen van Roussat. Dan volgt in deze serie het zevende en laatste Grote Jaar, waarover de Zon regeert. Dit Jaar loopt van oktober 1887 tot februari 2242.
Op dit alles is gezinspeeld in kwatrijn 01-48.

 

Kwatrijn 01-48

Brontekst: Brind'Amour 1996 (editie-Bonhomme-1555)
Vingt ans du regne de la lune passés,
Sept mil ans outre tiendra sa monarchie:
Quand le soleil prendra ses jour lassés
Lors s'accomplir, miner ma prophetie.

Vertaling (Van Berkel, 2005)
Twintig jaar van de regering van de maan zijn voorbij
Haar koningschap houdt aan tot voorbij het jaar zevenduizend:
Als de zon zijn vermoeide dagen bereikt
Zal mijn profetie zich vervullen en beëindigen.

 

De eerste regel van dit kwatrijn kan worden uitgelegd als een verwijzing naar twintig jaar van het Grote Jaar waarover de Maan regeert, een Jaar dat volgens Roussat is begonnen in juni 1533. Dientengevolge kan de tweede regel worden uitgelegd als een verwijzing naar het jaar 7000 AM (AM: Anno Mundi, gerekend vanaf de schepping van de wereld). Gerekend vanaf 5200 vChr, het jaar waarin Adam is geschapen, verwijst de tweede regel naar het jaar 1800 AD. Het heerserschap van de Maan loopt van juni 1533 tot oktober 1887, dus voorbij 1800 AD. 
Na het Grote Jaar waarover de Maan regeert, volgt het Grote Jaar waarover de Zon regeert. Dit Jaar loopt van oktober 1887 tot februari 2242. De derde regel kan worden uitgelegd als een zinspeling op het einde van het heerserschap van de Zon in 2242 AD.
In het Voorwoord aan César komen ook het zevende en achtste millennium ter sprake.[7] In de passage waarin dat gebeurt, staan echo's van wat Roussat heeft geschreven over het zevende en achtste millennium.[8] Ook uit deze echo's vloeit het jaartal 5200 vChr voort, het jaar waarin volgens Roussat en Turrel Adam is geschapen.
De balans: in het Voorwoord aan César en kwatrijn 01-48 staan in totaal drie verwijzingen naar het scheppingsjaartal 5200 vChr.

b. De Brief aan Henri II: 4757/4758 vChr en 25 april 4174 vChr
Uit de tijdspannen in de eerste bijbelse chronologie in de Brief aan Henri II vloeit voort dat Adam is geschapen in 4757 vChr of 4758 vChr. Uit het onderzoek van de eerste bijbelse chronologie is niet naar voren gekomen hoe de speling van één jaar doorwerkt. Om die reden worden deze twee jaartallen in het hiernavolgende steeds weergegeven als koppel: 4757/4758 vChr.[9]  
Uit de tijdspannen in de tweede bijbelse chronologie in de Brief aan Henri II vloeit voort dat de wereld is geschapen omstreeks 25 april 4174 vChr.
[10] 
De balans:
uit de twee bijbelse chronologieën in de Brief aan Henri II vloeien drie scheppingsjaartallen voort.

c. De Almanach pour l'an M.D.LXVI (1566-Almanach-F): 4056 vChr en 3967 vChr
Uit de Almanach pour l'an M.D.LXVI (de 1566-Almanach-F) vloeien twee scheppingsjaartallen voort. Het scheppingsjaartal dat als eerste voortvloeit uit de tekst van de 1566-Almanach-F, vloeit voort uit een bijbelse chronologie, opgesteld volgens "berekeningen van de Hebreeërs". Uit de tijdspannen in deze chronologie vloeit voort dat de wereld is geschapen in 4056 vChr.[11]
Het scheppingsjaartal dat als tweede voortvloeit uit de tekst van de 1566-Almanach-F, vloeit voort uit de omrekening van het jaar 1566, het jaar waarop de voorspellingen in de 1566-Almanach-F betrekking hebben, in het jaartal 5533, gerekend vanaf de schepping van de wereld, op geleide van "de perfecte berekening van tijdwetenschappers". Hieruit vloeit voort dat de wereld is geschapen in 3967 vChr. Brind'Amour tekent aan dat dit jaar steunt op de veronderstelling dat Jezus is gestorven in het jaar 33 AD, zodat de tijdspanne van de periode Schepping wereld - dood van Jezus exact 4000 jaar is.[12]

d. De Almanachs voor 1557, 1559, 1562 en 1563: 3967 vChr
Het jaartal 3967 vChr, dat als tweede jaartal voortvloeit uit tijdgegevens in de 1566-Almanach-F, vloeit eveneens voort uit tijdgegevens in de 1557-Almanach-F, de 1559-Almanacke-GB, de 1562-Almanach-F en de 1563-Almanach-F. Uit deze vier Almanachs vloeien, in tegenstelling tot de 1566-Almanach-F, geen andere scheppingsjaartallen voort.[13] 
Uit deze opsommingen blijkt dat uit de serie Almanachs minstens vijf maal het scheppingsjaartal 3967 vChr voortvloeit, te weten uit vier bewaard gebleven Almanachs en één Almanach-vertaling. Uit de 1566-Almanach-F vloeit nog een tweede jaartal voort: 4056 vChr.

e. De Almanachs voor 1565 en 1567: 5000 vChr
Het jaartal 3967 vChr vloeit niet voort uit de tijdgegevens die staan in de 1565-Almanach-F en de 1567-Almanach-It, de Italiaanse vertaling van de 1567-Almanach-F. Uit die tijdgegevens vloeit het jaartal 5000 vChr voort. Mario Gregorio, een lid van de internationale "Nostradamus Research Group" en de auteur/webmaster van www.propheties.it, heeft opgemerkt dat, uitgaande van 5000 vChr, het zevende millennium eindigt in 2000 AD.[14]
Uit de serie Almanachs vloeit minstens twee maal het scheppingsjaartal 5000 vChr voort, te weten uit één bewaard gebleven Almanach en één Almanach-vertaling. Als aan deze tijdgegevens een structuur van zeven millennia ten grondslag ligt, eindigt het zevende millennium in 2000 AD.

f. De Pronostications
Behalve Almanachs zijn er van de hand van Nostradamus ook Pronostications verschenen, waarin eveneens jaarvoorspellingen staan.
De bewaard gebleven Almanachs bevatten paragrafen, waarin allerlei gegevens staan over het jaar waarvoor de voorspellingen zijn opgesteld, zoals de omrekening van het voorspellingsjaartal in een jaartal, gerekend vanaf de schepping; een relatering van het jaartal aan de geboorte van Jezus; het gulden getal; de zonnecyclus en de Epacta. In deze Almanachs staan ook de data van een aantal vaste feestdagen zoals Aswoensdag, Pasen, Hemelvaartsdag, Pinksteren en de eerste zondag van de Advent. 
Aan het einde van twee Pronostications, de 1557-Prono-F en de 1558-Prono-F, bevindt zich een paragraaf, die de titel Almanach draagt (in de 1562-Prono-F, uitgegeven door Barbe Regnault in Parijs, staat deze paragraaf op p.2).[15] In die paragrafen staan de jaargegevens en de data van een aantal feestdagen, gegevens die ook voorkomen in de Almanachs
In de drie genoemde Pronostications is de omrekening van het voorspellingsjaartal in een jaartal, gerekend vanaf de schepping, niet vermeld. Ook is het voorspellingsjaartal niet gerelateerd aan de geboorte van Jezus. Deze gegevens staan wel in de bewaard gebleven Almanachs en Almanach-vertalingen.
Het aantal bewaard gebleven Pronostications is te klein om op dit moment te concluderen dat deze twee gegevens alleen in Almanachs zijn opgenomen.

 

Afzonderlijke categorieën publicaties
Op grond van bovenstaande gegevens kunnen de publicaties waaruit scheppingsjaartallen voortvloeien, in drie afzonderlijke categorieën worden ingedeeld.

Categorie 1: de Almanachs
Deze categorie valt uiteen in twee delen: één waaruit het scheppingsjaartal 3967 vChr voortvloeit (1a), en één waaruit het scheppingsjaartal 5000 vChr voortvloeit (1b). 
Binnen de Almanachs die deel uitmaken van categorie 1a neemt de 1566-Almanach-F een aparte plaats in, omdat uit die Almanach niet alleen het jaartal 3967 vChr voortvloeit, maar ook het jaartal 4056 vChr (1a-2).

Categorie 2: het Voorwoord aan César en kwatrijn 01-48
Uit deze categorie vloeit het scheppingsjaartal 5200 vChr voort.

Categorie 3: de Brief aan Henri II
Deze categorie valt uiteen in twee delen: één waaruit het scheppingsjaartal 4757/4758 vChr voortvloeit (3a), en één waaruit de scheppingsdatum 25 april 4174 vChr voortvloeit (3b).

 

Tabel 1. Categorieën in het nostradamisch oeuvre wat betreft soort publicatie en voortvloeiend scheppingsjaartal
(Van Berkel, 2005)

Categorie

Publicatie 

Voortvloeiend
scheppingsjaartal

1a-1

1557-Almanach-F
1559-Almanacke-GB
1562-Almanach-F
1563-Almanach-F

3967 vChr

1a-2

1566-Almanach-F

3967 vChr en 4056 vChr

1b

1565-Almanach-F
1567-Almanach-It

5000 vChr

2

Voorwoord aan César / kwatrijn 01-48

5200 vChr

3a

Brief Henri II: eerste bijbelse chronologie

4757/4758 vChr

3b

Brief Henri II: tweede bijbelse chronologie

25 april 4174 vChr

 

Er is een exclusief verband tussen enerzijds een scheppingsjaartal en anderzijds een categorie. De scheppingsjaartallen die voortvloeien uit de categorie Almanachs, vloeien niet voort uit de andere categorieën. Het scheppingsjaartal dat voortvloeit uit het Voorwoord aan César in combinatie met kwatrijn 01-48 vloeit eveneens niet voort uit de andere categorieën. De scheppingsjaartallen die voortvloeien uit de Brief aan Henri II vloeien evenmin voort uit de andere categorieën. Anders gezegd: bij het opstellen van het Voorwoord aan César is geen gebruik gemaakt van scheppingsjaartallen, die voortvloeien uit de Almanachs of de Brief aan Henri II; bij het opstellen van de Almanachs is geen gebruik gemaakt van scheppingsjaartallen die voortvloeien uit het Voorwoord aan César of de Brief aan Henri II en bij het opstellen van de Brief aan Henri II is geen gebruik gemaakt van scheppingsjaartallen die voortvloeien uit de Almanachs of het Voorwoord aan César.
Sommige scheppingsjaartallen lijken verbanden te hebben met tijdrekenmodellen in een groep en voorspellingsstructuren die daaruit voortvloeien. In het geval van het Voorwoord aan César kan er sprake zijn van een tijdrekenmodel dat tot ver in de toekomst reikt en waarin is uitgegaan van het jaartal 5200 vChr als scheppingsjaartal. In het geval van de Brief aan Henri II kan er sprake zijn van twee tijdrekenmodellen die tot ver in de toekomst reiken. Bij het tijdrekenmodel waarvan de eerste bijbelse chronologie deel uitmaakt, is het scheppingsjaartal het jaartal 4757/4758 vChr; bij het tijdrekenmodel waarvan de tweede bijbelse chronologie deel uitmaakt, is de scheppingsdatum 25 april 4174 vChr.
In het geval van de Almanachs maakt de bepaling van het aantal jaren sinds de schepping van de wereld deel uit van een legenda, niet van een tijdrekenmodel dat tot ver in de toekomst reikt. De voorspellingen in de Almanachs zijn gefundeerd op de astrologische aspecten van de planeten zoals ze zich voordoen in de jaren waarvoor de Almanachs zijn opgesteld, uitgezonderd enkele voorspellingen waaraan nawerkingen zijn toegeschreven die voorbij het jaar reiken waarvoor de Almanachs zijn opgesteld.

 

Twee groepen Almanachs
De categorie Almanachs valt uiteen in twee groepen. De eerste groep (1a) bestaat uit Almanachs waaruit het scheppingsjaartal 3967 vChr voortvloeit (de 1557-Almanach-F, de 1562-Almanach-F, de 1563-Almanach-F en de 1566-Almanach-F) en één Almanach-vertaling (de 1559-Almanacke-GB). De tweede groep (1b) bestaat uit één Almanach waaruit het scheppingsjaartal 5000 vChr voortvloeit (de 1565-Almanach-F) en één Almanach-vertaling (de 1567-Almanach-It). Deze Almanachs zijn respectievelijk de twee-na-laatste en laatste Almanach in de serie van elf Almanachs in de periode 1557 - 1567.[16]  
Naar aanleiding van de voornemens die Brotot in zijn brief heeft beschreven, is nagegaan wie de uitgevers zijn geweest van de bewaard gebleven Almanachs
De Almanachs waaruit het scheppingsjaartal 3967 vChr voortvloeit, zijn door verschillende uitgevers uitgegeven. In de Nostradamus-bibliografieën van Benazra en Chomarat/Laroche staan geen aanwijzingen over wie de 1559-Almanach-F heeft uitgegeven.
Het exemplaar van de 1565-Almanach-F dat Brind'Amour heeft onderzocht, is uitgegeven in Lyon door Benoist Odo.Het exemplaar van de 1567-Almanach-It dat Brind'Amour heeft onderzocht, is de Italiaanse vertaling van de 1567-Almanach-F, gedrukt in Mondovi door L. Torrentino. In 1904 reproduceerde Henri Douchet een exemplaar van de 1567-Almanach-F, dat in het bezit was van de Franse abt Rigaux. De
1567-Almanach-F is eveneens uitgegeven door Benoist Odo.[17]  

 

Tabel 2. Conversiejaartallen, voortvloeiende scheppingsjaartallen en uitgevers van Almanachs
(naar: Brind'Amour 1993a, p.176-177 en p.477-487)


Publicatie


Conversiejaartal

Voortvloeiend scheppingsjaartal


Uitgever

1557-Almanach-F

1557 5524

3967 vChr

Jacques Kerver, Parijs

1559-Almanacke-GB
1559-Almanach-F

1559 5526

3967 vChr

Lucas Haryson, Londen
?

1562-Almanach-F

1562 5529

3967 vChr

Guillaume le Noir & Iehan Bonfons, Parijs

1563-Almanach-F

1563 5530

3967 vChr

Pierre Roux, Avignon

1565-Almanach-F

1565 6565

5000 vChr

Benoist Odo, Lyon

1566-Almanach-F

1566 5533

3967 vChr

Anthoine Volant & Pierre Brotot, Lyon

1567-Almanach-It
1567-Almanach-F

1567 6567

5000 vChr

L. Torrentino, Mondovi (Italië)
Benoist Odo, Lyon

 

Uit de Almanachs  voor 1557, 1562, 1563 en 1566 en uit de 1559-Almanacke-GB vloeit het scheppingsjaartal 3967 vChr voort, niet het scheppingsjaartal 5000 vChr. Deze Almanachs zijn door verschillende uitgevers uitgegeven. Nergens uit de bibliografieën van Benazra en Chomarat/Laroche blijkt dat deze uitgevers betrokken zijn geweest bij de uitgave van de 1565-Almanach-F en de 1567-Almanach-F.
Uit de Almanachs voor 1565 en 1567 vloeit het scheppingsjaartal 5000 vChr voort, niet het scheppingsjaartal 3967 vChr. Deze Almanachs zijn uitgegeven door Benoist Odo. Nergens uit de bibliografieën van Benazra en Chomarat/Laroche blijkt dat Odo betrokken is geweest bij de uitgave van de Almanachs voor 1557, 1559, 1562, 1563 en 1566. Odo hoort niet tot de gebruikelijke uitgevers van het nostradamische oeuvre. Waarschijnlijk is hij overleden tussen 1566 en 1573, want in mei 1573 verscheen een publicatie, getiteld Ordonnance du Roy: pour le reglement general de ses monnoyes. De uitgave van deze publicatie werd verzorgd door de weduwe van Odo, in dat jaar gevestigd in Lyon in de Rue Merciere.[18]  In 1610 was op de hoek van de Rue Merciere en de Rue Ferrandiere Pierre Rigaud gevestigd, die rond 1600 een tweedelige uitgave heeft verzorgd van de Centuriën.[19]

Sortering van de scheppingsjaartallen op uitgever laat een merkwaardig verschijnsel zien. Uit de uitgaven van Kerver, Le Noir / Bonfons en Roux vloeit het scheppingsjaartal 3967 vChr voort. Uit de 1565-Almanach-F, uitgegeven door Odo, vloeit het scheppingsjaartal 5000 vChr voort. Uit de 1566-Almanach-F, uitgegeven door Volant / P.Brotot, vloeit weer het scheppingsjaartal 3967 vChr voort. Uit de 1567-Almanach-F, uitgegeven door Odo, vloeit weer het scheppingsjaartal 5000 vChr voort. Anders gezegd: 

  • Uit de twee-na-laatste Almanach, uitgegeven door Odo, vloeit een ander scheppingsjaartal voort dan uit voorgaande Almanachs.

  • Het scheppingsjaartal dat voortvloeit uit de één-na-laatste Almanach is hetzelfde als het scheppingsjaartal dat voortvloeit uit Almanachs die voorafgaan aan de twee-na-laatste Almanach.

  • Het scheppingsjaartal dat voortvloeit uit de laatste Almanach, die is uitgegeven door Odo, komt overeen met het scheppingsjaartal dat voortvloeit uit de twee-na-laatste Almanach, die eveneens door hem is uitgegeven.

De vraag is nu welke scheppingsjaartallen voortvloeien uit de Almanachs die niet bewaard zijn gebleven (de Almanachs voor 1558, 1560, 1561 en 1564). Mijn verwachting is dat uit deze Almanachs het scheppingsjaartal 3967 vChr voortvloeit. Het scheppingsjaartal dat voortvloeit uit de Almanachs die zijn uitgegeven door Odo, is naar mijn mening niet een voorbeeld van onzorgvuldigheid en/of ondeskundigheid van Nostradamus. Dit jaar is het resultaat van de inbreng (in welke vorm dan ook) van Odo. Daarentegen is de kans groot dat de tijdgegevens vanwaaruit in de Almanachs voor 1557, 1559, 1562, 1563 en 1566 het scheppingsjaartal 3967 vChr voortvloeit, wél door Nostradamus zijn aangeleverd; dit jaartal vloeit namelijk voort uit opvolgende uitgaven die zijn verzorgd door vier verschillende uitgevers.

 

Overeenkomsten met Halbronn's analyses van de 1565-Almanach-F en de 1567-Almanach-F (1999, 2002 en 2003)
Uit de Almanachs die zijn uitgegeven door Odo vloeit een ander scheppingsjaartal voort dan uit de overige Almanachs, waaronder de 1566-Almanach-F, die qua voorspellingsjaar tussen de 1565-Almanach-F en de 1567-Almanach-F ligt. Hierdoor ontstaat een scheiding tussen de Almanachs die zijn uitgegeven door Odo en de overige Almanachs.
In zijn proefschrift Le texte prophétique en France. Formation et fortune (Nanterre, 1999) heeft dr. J. Halbronn uitvoerig aandacht besteed aan de Almanachs en Pronostications. Halbronn heeft een aantal verschillen geconstateerd tussen enerzijds de Almanachs voor 1565, 1566 en 1567 en anderzijds andere Almanachs
Halbronn signaleert dat Nostradamus in de kwatrijnen in de Almanachs die zijn opgesteld voor de jaren in de periode 1557 - 1564 een sleutel gebruikt, waarbij er sprake is van twee kampen: de "roden", waarmee de katholieken lijken te zijn bedoeld, en de "geschorenen" of "zwarten", waarmee de protestanten lijken te zijn aangeduid. Nostradamus voorziet de nederlaag van de "geschorenen". In de kwatrijnen in de Almanachs voor 1565, 1566 en 1567 komt deze tweedeling volgens Halbronn niet meer voor. Deze kwatrijnen bevatten veel agrarische vooruitzichten aangaande neerslag, wind, temperatuur en groei.
Over de 1565-Almanach-F merkt Halbronn op dat de maandkwatrijnen niet bij de maandkalenders staan, wat wel het geval is bij de voorgaande Almanachs, maar bij de in proza geschreven maandvoorspellingen. Volgens Halbronn heeft de schrijver van de 1565-Almanach-F waarschijnlijk gedacht dat deze ordening te prefereren viel en heeft hij deze kwatrijnen aangeduid met de titel Présage. In de 1566-Almanach-F staan de maandkwatrijnen weer op de gebruikelijke plaats: bij de maandkalenders. 
Zowel in zijn proefschrift als in een artikel over de werkwijze van Nostradamus-onderzoekers, gepubliceerd in 2002, heeft Halbronn opgemerkt dat de afbeelding op de voorkant van de 1565-Almanach-F atypisch is vergeleken met die van andere Almanachs: een afbeelding van iemand die wandelt op het platteland onder een sterrenhemel in plaats van een astroloog die aan zijn bureau zit.
Verder merkt Halbronn op in zijn proefschrift dat de plaatsing van twee kwatrijnen bij januari 1565 de indruk wekt dat voor deze maand twee kwatrijnen gelden, terwijl in het eerste van de twee het jaar als geheel is beschreven, iets dat later is gecorrigeerd in de Ianus Gallicus. Voorts geeft Halbronn een aantal verschillen tussen de tekst van de maandkwatrijnen in de 1565-Almanach-F en in de Ianus Gallicus.
Bij de 1567-Almanach-F, die na het overlijden van Nostradamus is uitgegeven, constateert Halbronn wederom verschillen met voorgaande Almanachs. Deze Almanach maakt op hem een gekunstelde indruk, alsof men bij het samenstellen van de kwatrijnen gebruik heeft gemaakt van trefwoorden uit een hoofdstuk in een astrologisch handboek waarin de betekenissen zijn beschreven van de twaalf huizen in de geboortehoroscoop. Volgens Halbronn zijn deze kwatrijnen waarschijnlijk niet door Nostradamus geschreven. Hij annoteert bij ieder kwatrijn de trefwoorden die in verband staan met de huizen, bijvoorbeeld (januari 1567): gevangenis (XII), dood (VIII); (maart 1567): openlijke vijanden (VII), huwelijk (VII), dood (VIII).
[20]
Tot op de dag van vandaag neemt Halbronn de positie in dat de 1565-Almanach-F en de 1567-Almanach-F een aantal atypische kenmerken vertonen, op grond waarvan hij de authenticiteit van deze twee Almanachs aanvecht.
[21]
Naar mijn mening worden Halbronn's bevindingen aangaande het atypische karakter van de Almanachs voor 1565 en 1567 bevestigd door het feit dat het scheppingsjaartal dat uit deze Almanachs voortvloeit, afwijkt van het scheppingsjaartal dat voortvloeit uit de andere bewaard gebleven Almanachs of Almanach-vertalingen. Dit versterkt de twijfel over de authenticiteit van deze twee Almanachs en brengt het aantal scheppingsjaren dat voortvloeit uit het nostradamische oeuvre van zeven terug naar zes.

 

Het jaartal 4056 vChr en de bijbelse chronologie in de 1566-Almanach-F
Volgens de omrekeninggegevens in de 1566-Almanach-F zijn er tussen de schepping van de wereld en de geboorte van Jezus 3967 jaar verstreken. Dit vloeit ook voort uit de Almanachs voor 1557, 1562 en 1563 en uit de 1559-Almanacke-GB, anders gezegd: uit ongeveer de helft van de bewaard gebleven Almanachs
In één bewaard gebleven Almanach, de 1566-Almanach-F, staat een bijbelse chronologie; niet in de andere bewaard gebleven Almanachs en ook niet in de bewaard gebleven Pronostications.
Uit het voorgaande is gebleken dat het scheppingsjaartal 3967 vChr volgens een vaste systematiek voortvloeit uit de Almanachs: de systematiek van de omrekening. Dit geldt óók voor de 1566-Almanach-F. Om die reden ben ik van mening dat aan het begin van de 1566-Almanach-F als extraatje een bijbelse chronologie is toegevoegd, zonder chronologische consequenties. De opmerking Les eages du monde selon les computations des Hebrieux (vert: de tijdvakken van de wereld volgens de berekeningen van de Hebreeërs) die voorafgaat aan deze chronologie, kan het verschil aangeven tussen de berekeningen van de Hebreeërs (waaruit het scheppingsjaartal 4056 vChr voortvloeit) en de berekeningen die ten grondslag liggen aan de omrekening 1566 / 5533, opgesteld door "de tijdwetenschappers". 
Een ander "extraatje" in de 1566-Almanach-F is de vermelding van de datum van het joodse Paasfeest in het rooster van vaste feestdagen, waarin ook de datum staat van het christelijke Paasfeest. In de roosters van vaste feestdagen in de 1557-Prono-F, de 1558-Prono-F, de 1559-Almanacke-GB, de 1561-Almanach-F en de 1562-Prono-F staat alleen de datum van het christelijke Paasfeest.
[22] 

 

Tabel 3. Bijbelse perioden in de 1566-Almanach-F
(1566-Almanach-F)

Periode

Jaren

Schepping wereld - Zondvloed

1590

Zondvloed - Abraham

326

Geboorte Abraham - Exodus

539

Exodus - Tempel

514

Tempel - Babylonische ballingschap

474

Babylonische ballingschap - Jezus Christus

613

Na verloop van dit alles tot aan het huidige jaar

1566

 

Tabel 4. Het jaar 1566, gerekend vanaf de schepping van de wereld en vanaf de geboorte van Jezus
(1566-Almanach-F)

Omschrijving

Jaartal

Het jaar na de schepping van de wereld volgens de perfecte berekeningen van de tijdwetenschappers

5533

Het jaar vanaf de geboorte van onze heer Jezus Christus

1566

 

Varia
Volgens Halbronn is de kans groot dat elk van de bijbelse chronologieën in de Brief aan Henri II is ontleend aan een almanak in de pure betekenis van het woord.[23] Het is volgens hem geen zeldzaamheid dat een almanak een chronologie bevat. Naast de 1566-Almanach-F noemt hij in dit verband de Almanach pour l’an MDLXXXVII (1587), geschreven door Himbert de Billy en uitgegeven door Benoist Rigaud. In de paragraaf Observation sur la présente année 1587 staat: Et depuis la création du monde suivant la vraye & parfaite supputation des Chronographes l’an 5549 (vert.: en sinds de schepping van de wereld volgens de ware en perfecte berekening van de tijdwetenschappers het jaar 5549). Ondergetekende merkt op dat het scheppingsjaartal dat hieruit voortvloeit, 3961 vChr is en dat dit jaartal overeenkomt met het scheppingsjaartal volgens de hedendaagse Joodse kalender.
In de Almanach ende Pronosticatie vanden Iare M.D.LXVI (1566-AlmPro-NL), een Nederlandstalige almanak die hoogstwaarschijnlijk is vertaald uit het Frans, maar ten onrechte als auteursnaam de naam van Nostradamus draagt, staat vermeld: Het Jaer naer tsceppé des Werlts 6765 (het jaar na de schepping van de wereld 6765). Anders gezegd: tussen de schepping van de wereld en het jaar 1566 liggen 6765 jaar. Het scheppingsjaartal dat hieruit voortvloeit, is 5200 vChr, welk jaartal ook is aangehouden door Roussat en Turrel. De manier waarop in de 1566-AlmPro-NL de duur is berekend van de periode tussen de schepping van de wereld en het jaar 1566, komt overeen met de manier waarop dat is gebeurd in bijvoorbeeld de 1566-Almanach-F. Echter, in de 1566-AlmPro-NL staat geen verwijzing naar "ware en perfecte berekeningen van de tijdwetenschappers".[24]

 

Samenvatting
Dit artikel begon met de beschrijving van een onderzoek van Brind'Amour naar de achtergronden van vijf scheppingsjaartallen die voortvloeien uit het nostradamische oeuvre en een opmerking van onder andere Lemesurier dat het aanwezig zijn van vijf scheppingsjaartallen een voorbeeld is van de onzorgvuldige en/of ondeskundige werkwijze van Nostradamus.
Op grond van voornemens aangaande het samenstellen van een publicatie over voorspellingen, die de Lyonese uitgever Brotot aan Nostradamus heeft kenbaar gemaakt, is ten behoeve van dit artikel onderzocht of er verbanden zijn tussen enerzijds voortvloeiende scheppingsjaartallen en anderzijds uitgevers.
Uit het nostradamische oeuvre vloeien in totaal zeven scheppingsjaartallen voort. In dit artikel zijn in het bijzonder drie scheppingsjaartallen besproken die voortvloeien uit de bewaard gebleven Almanachs en Almanach-vertalingen. Zij vloeien niet voort uit het Voorwoord aan César of de Brief aan Henri II (terzijde: de scheppingsjaartallen die voortvloeien uit het Voorwoord en de Brief, vloeien niet voort uit de Almanachs). 
Ondergetekende veronderstelt dat het verwijzen naar de schepping van de wereld te maken heeft met de voor een bepaalde categorie publicaties (Almanachs, Voorwoord aan César, Brief aan Henri II) gehanteerde tijdrekenmodellen en voorspellingsstructuren. In het geval van de Almanachs is er geen sprake van een tijdrekenmodel of een voorspellingsstructuur, maar van een legenda.
Naar aanleiding van het aantal bewaard gebleven Almanachs en Almanach-vertalingen is mijn verwachting dat uit de Almanachs normaal gesproken het scheppingsjaartal 3967 vChr voortvloeit. Gelet op het aantal uitgevers is de kans groot dat Nostradamus de opgave heeft verstrekt vanwaaruit dit scheppingsjaartal voortvloeit. Uit de 1566-Almanach-F vloeien twee scheppingsjaartallen voort: 3967 vChr en 4056 vChr. Het jaartal 4056 vChr vloeit voort uit de bijbelse chronologie die in deze Almanach is opgenomen. Naar mijn mening is deze bijbelse chronologie toegevoegd als "extraatje", zonder chronologische consequenties.
Ten aanzien van het scheppingsjaartal 5000 vChr, dat voortvloeit uit de Almanachs voor 1565 en 1567, is mijn veronderstelling dat dit jaartal voortvloeit uit de inbreng (in welke vorm dan ook) van Benoist Odo, de uitgever van deze twee Almanachs. In de reeks van Almanachs is het scheppingsjaartal 5000 vChr een atypisch jaar. Dit versterkt Halbronns observaties  aangaande het atypische karakter van deze twee Almanachs en diens betwijfeling van hun authenticiteit.

Verder onderzoek
In dit artikel is de vraag aan de orde gekomen die zoveel Nostradamus-onderzoekers hebben gesteld ten aanzien van de scheppingsjaartallen die uit het nostradamische oeuvre voortvloeien: waarom niet één jaartal, maar meerdere? 
Als de veronderstelling juist is dat uit de Almanachs normaal gesproken het scheppingsjaartal 3967 vChr voortvloeit, kan de vraag worden herzien: 

 

Om welke reden wijken de scheppingsjaartallen die voortvloeien uit het Voorwoord aan César / kwatrijn 01-48 en de Brief aan Henri II af van het scheppingsjaartal dat voortvloeit uit de Almanachs? 

In mijn verdere bestudering van scheppingsjaartallen, tijdrekenmodellen en voorspellingsstructuren zal ik proberen een antwoord te vinden op deze vraag.

 

De Meern, 1 juni 2005
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 29 mei 2006

 

Dankbetuiging
De schrijver dankt dr. J. Halbronn (Bibliotheca astrologica, Parijs) voor het beschikbaar stellen van kopieën van de 1559-Almanacke-GB, de 1566-Almanach-F en Turrel's Le periode cest a dire la fin du monde.

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Brind'Amour 1993a, p.174-177. [tekst]

  2. Lemesurier: In the course of his various writings, for example, he advances no less than five different and incompatible dates for the creation of the world - two of them in the self-same document (the Letter to Henri II) (Nostradamus: the Halbronn hypotheses, maart 2005). [tekst]

  3. De brief van Brotot: Dupèbe, p.31-32 (Latijnse tekst en franse samenvatting) en Amadou, p.64 (franse vertaling).
    Van Berkel heeft deze brief besproken in onder andere:
    Astrologische ongerijmdheden in Almanachs, Pronostications en correspondentie;
    Bijdrage aan een Nostradamus-workshop, symposium L'astrologie et le monde, Parijs;
    Kanttekeningen bij Lemesuriers Nostradamus: the Halbronn hypotheses.
    Naar aanleiding van de personen aan wie de manuscripten zijn opgedragen die Brotot heeft ontvangen, heeft Halbronn de vraag gesteld of deze brief niet is geschreven in 1554 en betrekking heeft op voorspellingen voor 1555 (Halbronn: Observations sur la Correspondence Nostradamus). [tekst]

  4. Facsimile-Chomarat-2000, p.34: Car encores que la planette de Mars paracheue son siecle [...] que sommes conduict par la Lune [...] le Soleil viédra,& puis Saturne. [tekst]

  5. Roussat, p.95. Roussat en Turrel hebben wat betreft het aanbreken van het eerste Grote Jaar in de vierde serie van zeven Grote Jaren, welk jaar wordt geregeerd door Saturnus, het voorbehoud gemaakt dat de wereld ondertussen tot een einde kan zijn gekomen (Roussat, p.95; Turrel, Fo. XVIII).  [tekst]

  6. Roussat, p.68; Turrel, Fo. XI. [tekst]

  7. Facsimile-Chomarat-2000, p.35: qu'encores que nous soyons au septiesme nombre de mille qui paracheue le tout, nous approchát du huictiesme [...] [tekst]

  8. Roussat, p.139-140. [tekst]

  9. Van Berkel: De Brief aan Henri II: de eerste bijbelse chronologie. [tekst]

  10. Van Berkel: De Brief aan Henri II: de tweede bijbelse chronologie. [tekst

  11. In de hedendaagse Joodse kalender wordt als scheppingsjaartal een jaartal aangehouden, dat omgerekend gelijk is aan het jaar 3961 vChr. [tekst]

  12. Brind'Amour 1993a, p.176. [tekst]

  13. Brind'Amour 1993a, p.176-177 en 477-487.
    In L'astrologie de Nostradamus - dossier is een reconstructie opgenomen van de 1561-Almanach-F, uitgegeven in Parijs door Guillaume le Noir. De fragmenten die voor deze reconstructie zijn gebruikt, zijn afkomstig uit drie exemplaren van deze Almanach. Veel pagina's zijn ernstig beschadigd. Door de beschadiging van pagina 2, waarop de vaste feestdagen staan en de conversiegegevens van het jaar 1561, valt niet te achterhalen in welk jaartal, gerekend vanaf de schepping van de wereld, het jaar 1561 is omgerekend. Wel is te zien dat is vastgesteld dat vanaf de geboorte van Jezus 1561 jaar zijn verstreken (Amadou, p.432-454; zie p.434 voor het fragment van p.2 van de 1561-Almanach-F). [tekst]

  14. Brind'Amour 1993a, p.176; Gregorio in "Nostradamus Research Group message board", 28 mei 2006. [tekst]

  15. Zie:
    Chevignard, p.417 (1557-Prono-F) en p.441 (1558-Prono-F);
    www.zannoth.de (1562-Prono-F, p.2). [tekst]

  16. Halbronn: Petite contre encyclopédie Nostradamus. [tekst]

  17. Brind'Amour 1993a, p.486. [tekst]

  18. Zie de online-catalogus van de Bibliothèque Municipale Lyon. [tekst]

  19. Benazra, p.147. [tekst]

  20. Halbronn:
    - Le problème des trois derniers almanachs, in: These de Jacques Halbronn, de online-versie van zijn proefschrift;
    - Réflexions sur les méthodes de travail des nostradamologues (2002).
    - Chevignard, p.113-190, voor een uitvoerige beschrijving van de teksten van de maandkwatrijnen in de Almanachs en de teksten van deze kwatrijnen die zich bevinden in de aan De Chavigny toegeschreven commentaren. [tekst]

  21. Halbronn: Un Nostradamus schizophrène, 23 december 2003. [tekst]

  22. Amadou, p.434 (1561-Almanach-F);
    Chevignard, p.417 (1557-Prono-F) en p.441 (1558-Prono-F);
    www.zannoth.de (1562-Prono-F, p.2);
    1559-Almanacke-GB, p.1;
    1566-Almanach-F, paragraaf Les festes mobiles, regel 3: Pasques, 14.Auril.; regel 9: Pasques des Hebreux,ieudi, 17.Auril
    In de vermelding in de 1566-Almanach-F van de datum van het joodse Paasfeest is een zetfout geslopen. In 1566 viel het joodse Paasfeest volgens de Juliaanse kalender op donderdag 4 april (joodse kalender: 15 Nisan 5326). Het christelijke Paasfeest viel in 1566 op (zondag) 14 april, zoals vermeld in de 1566-Almanach-F.
    In de 1562-Almanach-F is vermeld dat het joodse Paasfeest op zaterdag 21 maart valt (zie: www.propheties.it/nostradamus/biblio/almanacco1562.htm). Deze datum komt overeen met de joodse datum 15 Nisan 5322. [tekst]

  23. Halbronn: La Préface à César: des Vaticinations Perpétuelles aux Quatrains astronomiques. [tekst]

  24. Van Berkel: De Almanach ende Pronosticatie vanden Iare M.D.LXVI (1566). [tekst]

 

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top