Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
onderzoeksresultaten
De brief aan Henri II: de tweede bijbelse chronologie
- T.W.M. van Berkel -

English version
  

Op deze website wordt uitvoerig aandacht besteed aan de bijbelse chronologieën die deel uitmaken van de Brief aan Henri II en de scheppingsjaren die voortvloeien uit het Voorwoord, gericht aan César, de Brief aan Henri II en een aantal Almanachs.

In het artikel dat u zojuist hebt geopend, wordt de tweede bijbelse chronologie besproken. Dit artikel komt in de plaats van het gelijknamige artikel dat was geschreven op 19 juni 2003 en aangevuld op 22 februari 2004.

Andere artikelen over de bijbelse chronologieën en de scheppingsjaren:


 

Kenmerken van de tweede bijbelse chronologie
De tweede bijbelse chronologie gaat vooraf aan een serie voorspellingen die loopt van 1606 tot 1792. Daarna volgt een serie voorspellingen die loopt van 1792 tot het (ongedateerde) begin van het zevende millennium. Tenslotte is er een (ongedateerde) serie voorspellingen, waarvan het begin misschien teruggrijpt op de vervolging van de Kerk, voorspeld voor 1606, en waarvan het einde samenvalt met het (ongedateerde) einde van het bijbelse Duizendjarig Rijk, zonder dat is verwezen naar het zevende millennium.
In de tweede bijbelse chronologie is aan de hand van bijbelse personen en bijbelse gebeurtenissen de periode beschreven die loopt van de schepping van de wereld tot de geboorte van Jezus.
Volgens de Brief aan Henri II is de tweede bijbelse chronologie gebaseerd op de Bijbel en (in het geval van de periode Tempel - Jezus) op berekeningen van bijbelgeleerden. De chronologie begint met de schepping van de wereld en eindigt met de geboorte van Jezus. Vanwege de "uiteenlopendheid van sekten" is de periode na de geboorte van Jezus niet beschreven.

Aan het begin van de tweede bijbelse chronologie is bediscussieerd of in de Bijbel is gerekend in zonnejaren, maanjaren of een mengeling van deze jaren. De discussie is afgesloten met de opmerking dat is aangenomen dat in de Bijbel is gerekend in zonnejaren. Een zonnejaar telt 365,25 dagen en een maanjaar 354 dagen. Bij de diverse typen lunisolaire jaren worden verschillende methoden toegepast om het maanjaar te koppelen aan het zonnejaar. 
De tweede bijbelse chronologie wordt afgesloten met de opmerking dat haar tijdspanne ongeveer 4173 jaar en 8 maanden bedraagt (afgerond: 4174 jaar). De tijdspanne die voortvloeit uit de tijdgegevens in deze chronologie is kleiner: 4092 jaar en 2 maanden.
In de tweede bijbelse chronologie is de duur van de perioden zonder beperking gegeven, uitgezonderd de duur van de totale tijdspanne, die vergezeld gaat van de opmerking "min of meer". In tabel 1 is deze beperking aangegeven met het symbool
±.

 

Tabel 1. Tweede bijbelse chronologie
(Brief aan Henri II)

Periode

Jaren

Schepping - Noach

1506

Noach - Ark

600

Zondvloed (afgerond)

  1

Einde Zondvloed - Abraham

295

Abraham - Isaak

100

Isaak - Jakob

60

Egypte - Exodus 

130

Egypte - Exodus

430

Exodus - Tempel

480

Tempel - Jezus

490

Totaal (berekend  en afgerond)

 4092

Opgegeven totaal (afgerond)

 ± 4174

 

Zetfouten en afwijkingen
In de tweede bijbelse chronologie staat dat de duur van de perioden is ontleend aan de Bijbel, met uitzondering van de duur van de periode Tempel - Jezus, die is ontleend aan berekeningen van bijbelgeleerden. In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus, astrologie en de Bijbel, is de duur van deze perioden vergeleken met de ter zake doende gegevens in de rooms-katholieke Willibrord vertaling van de Bijbel (1978). Het rekenen aan de hand van tijdgegevens die zijn opgetekend in de Bijbel, kan ook worden teruggevonden in de Chronicorum van Eusebius.[1]

a. De periode Schepping - Noach

…comptans les ans depuis la creation du monde, jusques à la naissance de Noë, sont passez mil cinq cens et six ans…

De tijdspanne van 1506 jaar is geverifieerd aan tijdgegevens in Genesis 5 aangaande de leeftijd van de aartsvaders ten tijde van het verwekken van hun oudste zoon.
Volgens Genesis 1,31 was Adam geschapen op de zesde dag van het scheppingsproces. Deze dagen zijn in de tweede bijbelse chronologie niet meegerekend.
Volgens de tijdgegevens in Genesis 5 heeft de periode Schepping - Noach niet 1506 jaar geduurd, maar 1056 jaar. In dit deel van de chronologie staan de telwoorden mil cinq cens et six gedrukt (1506), niet de telwoorden mil cinquante et six (1056). De telwoorden cinq cens lijken het gevolg te zijn van een zetfout.[2] Brind'Amour (Nostradamus astrophile, 1993) en Wöllner (Das Mysterium des Nostradamus, 1926) hebben dit eveneens opgemerkt.[3]

Tabel 2. Periode Adam - Noach
(Van Berkel, 2005)

Genesis

Aartsvaders

Jaren

Genesis 5,3

Adam - Seth

130

Genesis 5,6

Seth - Enos

105

Genesis 5,9

Enos - Kenan

90

Genesis 5,12

Kenan - Mahalalel

70

Genesis 5,15

Mahalalel - Jered

65

Genesis 5,18

Jered - Henoch

162

Genesis 5,21

Henoch - Metusalach

65

Genesis 5,25

Metusalach - Lamech

187

Genesis 5,28

Lamech - Noach

182

Totaal

1056

b. De periode Noach - Ark en de Zondvloed

…depuis la naissance de Noë iusques à la parfaicte fabrication de l’arche, approchent de l’universelle inondation passerent six cens ans…
…et à la fin d’iceux six cens ans Noë entra dans l’arche pour estre sauvé du deluge, & fut iceluy deluge universel sus la terre, & dura un an et deux mois…

In de tweede bijbelse chronologie staat dat tussen de geboorte van Noach en de voltooiing van de bouw van de Ark 600 jaar hebben gelegen. In Genesis 7,6 staat een tijdspanne vermeld van 600 jaar. Uit de voorgaande en navolgende verzen blijkt dat deze tijdspanne kan worden gerelateerd aan het aantal jaren tussen de geboorte van Noach en de voltooiing van de bouw van de Ark.
 In Genesis 7,1-5 is verteld dat God aan Noach het bevel gaf om met zijn familie en de dieren intrek te nemen in de Ark, omdat na zeven nachten er een periode van regen zou aanbreken die veertig dagen en veertig nachten zou duren en die al wat bestaat, van de aardbodem zou wegvagen. In Genesis 7,6 staat dat Noach 600 jaar was toen de Zondvloed over de aarde kwam en in Genesis 7,7-10 staat beschreven dat het water over de aarde kwam, nadat Noach in zeven dagen tijd gehoor had gegeven aan Gods bevel. 
In Genesis 7,11 staat dat de Zondvloed uitbrak op de 17e dag in de 2e maand in het 600e levensjaar van Noach. In Genesis 8,13-14 staat dat de Zondvloed eindigde op de 27e dag van de 2e maand van het 601e levensjaar van Noach. Volgens Genesis was de duur van de Zondvloed 1 jaar en 10 dagen. De tijdspanne in de tweede bijbelse chronologie bedraagt 1 jaar en 2 maanden, 50 dagen meer. In het onderzoek is geen oorzaak gevonden voor dit verschil.

De tijdgegevens in de Bijbel zijn niet altijd geschikt voor het opstellen van een exacte chronologie van personen en gebeurtenissen. Soms zijn tijdgegevens in het ene bijbelvers strijdig met tijdgegevens in een ander bijbelvers. Soms kan een tijdgegeven op meerdere manieren worden uitgelegd. 
Een voorbeeld van de verwarring die door strijdige tijdgegevens wordt veroorzaakt, is de leeftijd van Noach ten tijde van het uitbreken van de Zondvloed. Volgens Genesis 7,6 was Noach 600 jaar oud bij het uitbreken van de Zondvloed. Volgens Genesis 7,11 brak de Zondvloed uit in Noachs 600e levensjaar, wat betekent dat hij bij het uitbreken 599 jaar was. In Genesis 8,13 staat dat er in het 601e jaar een einde kwam aan de Zondvloed. Dit wijst op een leeftijd van 600 jaar. In Genesis 9,28-29 staat dat Noach na de Zondvloed nog 350 jaar leefde en op 950-jarige leeftijd stierf. De woorden "na de Zondvloed" hebben de betekenis "na het einde van de Zondvloed". Als deze woorden worden uitgelegd als "na het uitbreken van de Zondvloed", is er een rekenkundig verband met Genesis 7,6.
In Genesis 11,10 staat dat Sem, de zoon van Noach, op 100-jarige leeftijd Arpaksad verwekte, twee jaar na de Zondvloed. In Genesis 5,32 staat echter dat Noach 500 jaar oud was toen hij Sem verwekte, zodat Sem ten tijde van het uitbreken van de Zondvloed al 100 jaar was.
Ondergetekende houdt op grond van Genesis 5,32 en 7,6 aan dat Noach ten tijde van het uitbreken van de Zondvloed 600 jaar oud was.

c. De periode Einde Zondvloed - Abraham

et depuis la fin du deluge iusques à la nativité d’Abraham, passa le nombre des ans de deux cens nonante cinq…

Het totaal in Genesis 11 van deze periode is 292 jaar, drie jaar kleiner dan het totaal van 295 jaar in de tweede bijbelse chronologie.
De gegevens in Genesis omtrent de verwekking van Arpaksad bevatten een telfout. In Genesis 11,10 staat dat Sem 100 jaar was toen hij Arpaksad verwekte, met als toevoeging: "twee jaar na de vloed". Volgens Genesis 5,32 was Noach 500 jaar toen hij Sem verwekte. De Zondvloed brak 100 jaar later uit, wat betekent dat Sem al 100 jaar was ten tijde van het uitbreken van de Zondvloed. De woorden "twee jaar na de vloed" moeten worden gelezen als "twee jaar na het einde van de Zondvloed", die volgens Genesis 7,11 en 8,13-14 1 jaar en 10 dagen heeft geduurd.

Tabel 3. Periode Einde Zondvloed - Abraham
(Van Berkel, 2005)

Genesis

Periode

Jaren

Genesis 11,10

Einde Zondvloed - Arpaksad

2

Genesis 11,13

Arpaksad - Selach

35

Genesis 11,14

Selach - Eber

30

Genesis 11,16

Eber - Peleg

34

Genesis 11,18

Peleg - Reü

30

Genesis 11,20

Reü - Serug

32

Genesis 11,22

Serug - Nachor

30

Genesis 11,24

Nachor - Terach

29

Genesis 11,26

Terach - Abraham

70

Totaal

292

d. Abraham - Isaak - Jakob

…et depuis la nativité d’Abraham iusques à la nativité d’Isaac, passerent cent ans. Et depuis Isaac iusques à Iacob, soixante ans…

Deze gegevens komen overeen met Genesis 21,5, waarin staat dat Abraham 100 jaar was toen hij Isaak verwekte; en Genesis 25,26, waarin staat dat Isaak 60 jaar was toen hij Jakob verwekte.

e. Jakob - Egypte - Exodus

…des l’heure qu’il entra dans Egypte, iusques en l’yssue d’iceluy passerent cent trente ans. Et depuis l’entrée de Iacob en Egypte iusques à l’yssue d’iceluy passerent quatre cens trente ans…

De getallen die zijn vermeld in dit deel van de tweede bijbelse chronologie, corresponderen met de getallen die zijn vermeld in Genesis 47,9 en Exodus 12,40. Echter, in de tweede bijbelse chronologie is Genesis 47,9 verkeerd aangehaald, terwijl Exodus 12,40 correct is aangehaald. In Genesis 47,9 staat dat Jakob 130 jaar was toen hij in Egypte arriveerde. In Exodus 12,40 staat dat de Israëlieten de Exodus begonnen na 430 jaar in Egypte te hebben geleefd.  Brind'Amour en Wöllner hebben eveneens opgemerkt dat Genesis 47,9 niet correct is aangehaald.[4]

f. De periode Exodus – Tempel

…Et depuis l’yssue d’Egypte iusques à la edification du temple saicte par Salomon au quatrieme an de son regne, passerent quatre cens octante ou quatre vingt ans…

Dit fragment is een vrijwel letterlijke aanhaling van 1 Koningen 6,1. Hierin staat dat in het 480e jaar na de Exodus, in het vierde regeringsjaar van Salomo, in de tweede maand, de bouw van de Tempel begon. In 1 Koningen 6,38 staat dat de bouw was voltooid in de achtste maand in het elfde regeringsjaar van Salomo. In de tweede bijbelse chronologie staat hierover niets vermeld.[5] 

g. De periode Tempel - Jezus

…Et depuis l’edification du temple iusques à Iesus Christ selon la supputation des hierographes passerent quatre cens nonante ans…

De periode Tempel - Jezus is de enige periode in de tweede bijbelse chronologie waarin wordt verwezen naar bijbelgeleerden in plaats van de Bijbel. Dit lijkt te worden veroorzaakt door een gebrek aan tijdgegevens aangaande de periode Voltooiing herbouw Tempel - geboorte Jezus. In 1 en 2 Koningen staan tijdgegevens aangaande de duur van de regeringsperioden van de koningen van Juda. In 2 Kronieken staan tijdgegevens aangaande de duur van de Babylonische ballingschap en in Ezra staan tijdgegevens aangaande de aanvang en duur van de herbouw van de Tempel na het einde van de Babylonische ballingschap.
In 1 Koningen 11,42 staat dat het koningschap van Salomo 40 jaar duurde. De periode Exodus - Tempel was berekend vanaf de Exodus tot het vierde regeringsjaar van Salomo. Daarom is in onderstaande tabel de duur van het koningschap van Salomo op 36 jaar gesteld, gerekend vanaf de aanvang van de bouw van de Tempel.
Het koningschap van Achazja duurde 1 jaar. Nadat hij was vermoord, nam Atalya, zijn echtgenote, het bewind over terwijl Joas, zijn zoon, was ondergedoken. Het koningschap van Joas duurde 40 jaar. Daarom moet de periode waarin hij was ondergedoken, ook worden meegenomen in de berekeningen.
Het koningschap van Joachaz duurde 3 maanden.
In 2 Koningen 24,8 in de Willibrord vertaling (1978) staat dat Jojakin 3 jaar lang koning was van Juda. Dit is een zetfout. Volgens latere edities van de Willibrord vertaling, die in dit opzicht overeenstemmen met  2 Koningen 24,8 in de NBG-vertaling (1951), heeft het koningschap van Jojakin 3 maanden geduurd.
Tussen de aanvang van de bouw van de Tempel in het vierde regeringsjaar van Salomo en de aanvang van de herbouw ervan, liggen volgens tijdgegevens in het Oude Testament ongeveer 501 jaar. Tussen de aanvang van de bouw van de Tempel in het vierde regeringsjaar van Salomo en de voltooiing van de herbouw ervan, liggen volgens tijdgegevens in het Oude Testament ongeveer 505 jaar. In het Oude Testament ontbreken tijdgegevens waarmee kan worden berekend hoeveel jaar zijn verstreken tussen de voltooiing van de herbouw van de Tempel en de geboorte van Jezus.
 

Tabel 4. Periode koningschap Salomo (vanaf aanvang bouw Tempel) - voltooiing herbouw Tempel
(Van Berkel, 2005)

Bijbel

Periode

Jaren

1 Koningen 11,42

Koningschap Salomo vanaf aanvang bouw Tempel

36

1 Koningen 14,21

Koningschap Rechabeam

17

1 Koningen 15,2

Koningschap Abia

3

1 Koningen 15,10

Koningschap Asa

41

1 Koningen 22,42

Koningschap Josafat

25

2 Koningen 8,17

Koningschap Jorat

8

2 Koningen 8,26

Koningschap Achazja

1

2 Koningen 11,3

Joas ondergedoken

6

2 Koningen 12,2

Koningschap Joas

40

2 Koningen 14,2

Koningschap Amasja

29

2 Koningen 15,2

Koningschap Azarja

52

2 Koningen 15,32

Koningschap Jotam

16

2 Koningen 16,2

Koningschap Achaz

16

2 Koningen 18,2

Koningschap Hizkia

29

2 Koningen 21,2

Koningschap Manasse

55

2 Koningen 21,19

Koningschap Amon

2

2 Koningen 22,1

Koningschap Josia

31

2 Koningen 23,31

Koningschap Joachaz (afgerond)

0

2 Koningen 23,36

Koningschap Jojakim

11

2 Koningen 24,8

Koningschap Jojakin (afgerond)

0

2 Koningen 24,11

Koningschap Sidkia

11

2 Kronieken 36,21

Duur Babylonische ballingschap

70

Ezra 3,8

Einde ballingschap - aanvang herbouw Tempel (afgerond)

2

Ezra 6,15

Duur herbouw Tempel (afgerond)

4

Totaal (afgerond)

505

 

Revisies van de tweede bijbelse chronologie
In de Brief aan Henri II staat dat de tweede bijbelse chronologie een totaal heeft van ongeveer 4173 jaar en 8 maanden:

…et ainsi par ceste supputation que i’ay faicte colligee par les sacrees lettres sont environ quatre mille cent septante trois ans, & huict moys peu ou moins…

De tijdspannen van de perioden van de tweede bijbelse chronologie zoals ze in de Brief aan Henri II staan, vormen een totale tijdspanne van 4092 jaar en 2 maanden, 81 jaar en 6 maanden korter dan de tijdspanne die is vermeld aan het eind van de tweede bijbelse chronologie. De verklaring voor dit verschil moet worden gezocht in de perioden Schepping - Noach en Tempel - Jezus. 
Volgens de tweede bijbelse chronologie is de duur van de periode Schepping - Noach 1506 jaar, 450 jaar langer dan de duur van 1056 jaar die voortvloeit uit Genesis. Dit verschil is veroorzaakt door een zetfout (cinq cens in plaats van cinquante). Na correctie van dit verschil blijkt dat in de tweede bijbelse chronologie het aantal jaren tussen de schepping van de wereld en de aanvang van de bouw van de Tempel 3152 jaar en 2 maanden is. Het aantal jaren dat volgens de Brief aan Henri II ligt tussen de schepping van de wereld en de geboorte van Jezus is ongeveer 4173 jaar en 8 maanden. Hieruit volgt dat de periode Aanvang bouw Tempel - geboorte Jezus volgens de tweede bijbelse chronologie ongeveer 1021 jaar en 6 maanden kan hebben geduurd (4173 jr 8 mnd - 3152 jr 2 mnd).
In de tweede bijbelse chronologie staat dat de periode Tempel - Jezus 490 jaar heeft geduurd. De vraag is nu in hoeveel perioden in de tweede bijbelse chronologie de periode van 1021 jaar en 6 maanden ingedeeld zou zijn geweest, wat de duur zou zijn geweest van die perioden en wat de herkomst is van het getal 490.

a. Wöllner (1926)
Wöllner heeft het woord "Schepping" niet opgevat als een verwijzing naar de schepping van de wereld, maar als een verwijzing naar de schepping van Adam. Op grond van tijdgegevens in Genesis 7,11 stelt hij de periode Noach - Begin Zondvloed op 601 jaar. 
Volgens Wöllner is een tijdspanne van 490 jaar van de periode Tempel - Jezus strijdig met de bijbelwetenschap. Hij heeft in dit verband opgemerkt dat de telwoorden ou quatre vingt ans in de periode Exodus - Tempel merkwaardig zijn gekozen, niet alleen omdat ze volgen na de telwoorden quatre cens octante (480) en dus in zekere zin overbodig zijn, maar ook omdat in de Brieven en de Centuriën steeds de telwoorden septante, octancte en nonante zijn gebruikt en niet de telwoorden soixante-dix, quatre-vingts of quatre-vingt-dix
Wöllner heeft verondersteld dat het telwoord woord vingts (van quatre-vingts) in de tekst van de periode Exodus - Tempel afkomstig is uit de tekst van de periode Tempel - Jezus. In die tekst is volgens hem het woord mil weggevallen; het oorspronkelijke telwoord zou mil vingts zijn geweest, 1020. De telwoorden quatre cens nonante ans in de tekst van de periode Tempel - Jezus zijn volgens hem afkomstig uit de tekst die betrekking heeft op de periode Exodus - Tempel.
Volgens Wöllner hebben in de tekst die ten grondslag zou liggen aan de tekst van de tweede bijbelse chronologie die uiteindelijk in omloop is gekomen, onder andere de volgende gegevens gestaan:

  • Adam - Noach: mil cinquante et six ans

  • Exodus - Tempel: quatre cens octante ou nonante ans

  • Tempel - Jezus: mil vingt ans 

In de tekst zoals die in omloop is gekomen, staat:

  • Schepping - Noach: mil cinq cens et six ans

  • Exodus - Tempel: quatre cens octante ou quatre-vingts ans

  • Tempel - Jezus: quatre cens nonante ans 

Wöllner heeft in zijn revisie van de tweede bijbelse chronologie gesteld dat de periode Tempel - Jezus oorspronkelijk uit één periode heeft bestaan, waaraan hij een duur heeft toegekend van 1020 jaar. Aan de periode Exodus - Tempel heeft hij twee tijdspannen toegekend: 480 en 490 jaar.[6] 

b. Van Berkel (2005 [1986-88])
Toen in de jaren '80 het onderzoek begon dat in 2002 zou uitmonden in de publicatie van Nostradamus, astrologie en de Bijbel, beschikte ik over twee uitgaven van de Profetieën: de vertaling-Vreede-1941 (de eerste Nederlandse vertaling van de Profetieën, gemaakt door prof. dr. mr. H. Houwens Post onder het pseudoniem mr. dr. W.L. Vreede) en Leoni's Nostradamus and his Prophecies (1982 [1961]).
Houwens Post had volgens eigen zeggen zijn vertaling gebaseerd op een editie van de Profetieën die in 1558 in Lyon was uitgegeven. In de inleidende tekst op de vertaling-Vreede-1941 stipte de uitgever dit eveneens aan. In de vertaling-Vreede-1941 staat overigens geen lijst van geraadpleegde literatuur.
In 1982 heb ik de vertaling-Vreede-1941, die geen volledige, parallelle Franse brontekst bevat, vergeleken met de Franse tekst in het boek van Leoni. Wat opviel, was dat in de vertaling-Vreede-1941 de periode Jakob - Egypte - Exodus correct was geformuleerd, in tegenstelling tot de Franse tekst in het boek van Leoni. Verder viel op dat in de vertaling-Vreede-1941 twee tijdspannen waren vermeld voor de periode Exodus - Tempel (480 en 490 jaar), terwijl in de Franse tekst in het boek van Leoni slechts één tijdspanne was vermeld (480 jaar) in dubbele bewoordingen, en dat voor de periode Tempel - Jezus een tijdspanne was vermeld van 1020 jaar (Leoni: 490 jaar). Daarentegen stemden de vertaling-Vreede-1941 en de Franse tekst in het boek van Leoni met elkaar overeen wat betreft de duur van de periode Schepping - Noach (1506 jaar). Deze observaties brachten mij tot de veronderstelling dat Houwens Post een editie van de Profetieën had gebruikt, die afweek van de editie-Bonhomme-1555 zoals herdrukt door Bareste, de editie-Pierre Rigaud zoals gedrukt door Le Pelletier, en de editie-1605, de drie edities die Leoni had gebruikt bij het samenstellen van een Franse paralleltekst. Deze afwijkingen werden kennelijk veroorzaakt door het feit dat Houwens Post volgens eigen zeggen zijn vertaling had gebaseerd op de editie-Lyon-1558, een editie waarvan tot nu toe nooit een exemplaar boven water is gekomen.
Toen ik in 1986-88 verificatieberekeningen uitvoerde aan de hand van tijdgegevens in het Oude Testament, kwam de zetfout cinquante - cinq cens aan de oppervlakte en kon op basis van de vertaling-Vreede-1941 de tweede bijbelse chronologie worden herzien, zonder dat er problemen rezen aangaande de duur van de periode Tempel - Jezus. Immers, in de vertaling-Vreede-1941 stond dat deze duur 1020 jaar was en ik ging ervan uit dat dit tijdgegeven afkomstig was uit de editie-Lyon-1558.
Op grond van de gegevens en literatuur die ik in die tijd ter beschikking had, was mijn veronderstelling dat in de uiteindelijk in omloop gekomen Brief aan Henri II een gebrekkige poging was ondernomen het totaal van de tijdgegevens in de tweede bijbelse chronologie in overeenstemming te brengen met het opgegeven totaal van 4173 jaar en 8 maanden. Omdat het getal 1020 (periode Tempel - Jezus) niet aan het Oude Testament kon worden geverifieerd, zou dat getal zijn vervangen door het getal 490 dat oorspronkelijk een tweede mogelijke duur aangaf van de periode Exodus - Tempel. De zetfout cinquante - cinq cens zou tijdens die poging onopgemerkt zijn gebleven.
Eind november 2003 kocht ik een exemplaar van Amadou's L'astrologie de Nostradamus - dossier (1992 [1987]), waarin onder andere Wöllner's Das Mysterium des Nostradamus is opgenomen. Begin 2004 wees mijn onderzoek van de vertaling-Vreede-1941, waarbij ik veel hulp kreeg van Robert Benazra, uit dat niet een editie-Lyon-1558 de brontekst was, maar de kopie-Piobb-1938, die bestond uit een kopie van de editie-Amsterdam-1668 en een kopie van een versie van het Voorwoord, gericht aan César, waarvan de druk was gedateerd in 1558. Tot mijn verrassing ontdekte ik verder dat niet de kopie-Piobb-
1938 de brontekst was van een aantal passages in het Voorwoord, gericht aan César, en de Brief aan Henri II, maar de door Wöllner in 1926 gemaakte Duitse vertaling. Tot deze passages bleek ook de tweede bijbelse chronologie te horen, zij het dat wat betreft de periode Schepping - Noach een duur van 1506 jaar was vermeld. De onvermijdelijke conclusie was dat de vertaling-Vreede-1941 niet berust op een editie-Lyon-1558.[7] Mijn rekenkundige bevindingen aangaande de tweede bijbelse chronologie werden door deze conclusie niet aangetast. Wel was het zo dat ik mijn ideeën over de herkomst van het getal 490 moest laten varen. 
Het enige dat ik kan zeggen over de duur van de periode Tempel - Jezus, is dat een duur van (afgerond) 1022 jaar wijst op een berekening, waarvan de uitkomst van gelijke orde van grootte is met die van andere berekeningen van de duur van deze periode. Eusebius bijvoorbeeld heeft wat betreft de duur van de periode Aanvang bouw Tempel - Begin van Jezus' openbare optreden gerekend met 1060 jaar.
[8] In een chronologie in Nostradamus' Almanach pour l'an M.D.LXVI (1566), getiteld Les eages du monde selon la computation des Hébrieux staat dat de periode Tempel - Babylonische ballingschap 474 jaar heeft geduurd en de periode Babylonische ballingschap - Jezus 613 jaar; deze perioden bij elkaar optellend ontstaat een duur van 1087 jaar voor de periode Tempel - Jezus. Joseph Juste Scaliger (de zoon van Jules-César Scaliger, met wie Nostradamus rond 1533 bevriend was) heeft berekend dat de duur van de periode Tempel - Jezus 1014 jaar is geweest.[9] Hedendaagse uitgevers van de Bijbel in Nederland schatten de duur van de periode Tempel - Jezus op ongeveer 966 jaar.[10]
Ik heb vooralsnog geen aanwijzing dat in de tweede bijbelse chronologie de periode tussen de aanvang van de bouw van de Tempel in het vierde regeringsjaar van Salomo en de geboorte van Jezus in meerdere perioden ingedeeld is geweest. Ik heb ook geen flauw idee over de herkomst van het getal 490 in de uiteindelijk in omloop gekomen tekst.

Volgens de tweede bijbelse chronologie is de tijdspanne tussen de schepping van de wereld en de geboorte van Jezus ongeveer 4173 jaar en 8 maanden. De geboorte van Jezus wordt gevierd op 25 december (Kerstmis). Als we 25 december opvatten als geboortedag en hierop 4173 jaar en 8 maanden in mindering brengen, ontstaat de datum 25 april 4174 vChr. Ik ga ervan uit dat volgens de tweede bijbelse chronologie de wereld op of rond 25 april 4174 vChr is geschapen.

c. Brind'Amour (1993)
Volgens Brind'Amour is het getal 490 afkomstig uit een weggevallen zin in de tweede bijbelse chronologie, waarin de duur zou zijn beschreven van de periode tussen wat hij de aanvang van de bouw van de tweede Tempel in Jeruzalem noemt in het tweede jaar van de regering van Darius (ondergetekende noemt dit: de aanvang van de herbouw van de Tempel), en de geboorte van Jezus. Wat betreft tijdgegevens omtrent de aanvang van de bouw van de tweede Tempel verwijst hij naar 1 Esdras 1. Voor de rekenkundige achtergrond van het getal 490 verwijst hij naar de gewoonte van bijbelgeleerden om voor de periode Tweede Tempel - Jezus 490 jaar te rekenen op grond van een vermenigvuldiging van het getal 70 (de 70 jaarweken, genoemd in Daniël 9,24) met 7.
Volgens Brind'Amour is in de tweede bijbelse chronologie de periode Tempel - Jezus oorspronkelijk onderverdeeld geweest in twee perioden: een periode Eerste Tempel - Tweede Tempel (531 jaar) en een periode Tweede Tempel - geboorte Jezus (490 jaar). Uitgaande van een totaal van 4173 jaar concludeert hij dat de periode tussen de aanvang van de bouw van de eerste Tempel onder Salomo en de aanvang van de bouw van de tweede Tempel onder Darius 531 jaar heeft geduurd (1021 - 490). Brind'Amour schrijft niets over bronnen die aan de duur van 531 jaar ten grondslag zouden kunnen liggen.
[11]
Brind'Amours verwijzingen naar 1 Esdras 1 kunnen worden gepreciseerd. In de Septuagint staan de tijdgegevens over de aanvang van de bouw van de tweede Tempel onder Darius niet in 1 Esdras 1, maar in 1 Esdras 2,30. Verder staat in 1 Esdras 5,56 dat de bouw van de tweede Tempel begon in de tweede maand in het tweede jaar na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap. In 1 Esdras 7,4 staat dat de bouw was voltooid in de maand Adar in het zesde regeringsjaar van Darius. 
Het gedeelte in Daniël waarvan Daniël 9,24 deel uitmaakt, heeft betrekking op het eerste regeringsjaar van Darius, niet op het tweede. Anders gezegd: Daniël 9,24 heeft niets te maken met (de aanvang van) de bouw van de tweede Tempel. Als bijbelgeleerden in de 70 jaarweken aanleiding hebben gezien hieruit de duur te berekenen van de periode tussen de aanvang van de bouw van de tweede Tempel en de geboorte van Jezus, is dit in zekere zin een vorm van overheveling van gegevens, iets dat uit de beschrijving van Brind'Amour niet naar voren is gekomen.
Brind'Amours verklaring voor de aanwezigheid van het getal 490 doet de vraag rijzen of hij heeft volstaan met het afleiden van de duur van de periode Eerste Tempel - Tweede Tempel uit de rekensom 1021 - 490, zonder aandacht te geven aan de tijdgegevens die zijn vermeld in 1 en 2 Koningen, 2 Kronieken en 1 Esdras (of parallelle verzen in Ezra 3 en Ezra 6). Uit deze tijdgegevens blijkt dat de periode Eerste Tempel - Tweede Tempel (afgerond) 501 jaar heeft geduurd, 30 jaar korter dan Brind'Amour heeft verondersteld. Bij het aanhouden van een duur van 531 jaar is een verschil met gegevens in het Oude Testament van 30 jaar buitensporig groot, gegeven het feit dat op twee perioden na alle perioden in de tweede bijbelse chronologie bijna exact overeenstemmen met bijbelse tijdgegevens en dat de twee afwijkende perioden slechts in geringe mate afwijken: 50 dagen verschil wat betreft de duur van de Zondvloed en 3 jaar verschil wat betreft de duur van de periode Einde Zondvloed - Abraham.
Brind'Amour bespreekt evenmin het verschil tussen de 474-jarige duur van de periode Tempel - Babylonische ballingschap, opgegeven in de Almanach pour l'an M.D..LXVI, en de duur van 494 jaar die voortvloeit uit de tijdgegevens in 1 en 2 Koningen en 2 Kronieken.
[12]

Tabel 5. Revisies tweede bijbelse chronologie


Periode


Brief Henri II

Wöllner
(1926)

Van Berkel 
(2005 [1986-88])

Brind'Amour
(1993)

Schepping -  Noach

1506

1056

1056

1056

Noach -  Ark

600

601

600

600

Zondvloed

1

1

1

1

Einde Zondvloed - Abraham

295

295

295

295

Abraham -  Isaak

100

100

100

100

Isaak - Jakob

60

60

60

60

Jakob - Egypte

130

130

130

130

Egypte - Exodus

430

430

430

430

Exodus - Tempel

480

 481 / 491

480

480

Tempel - Jezus 

490

1020

  1022

531 + 490

 

De tweede bijbelse chronologie en de overkoepelende tijdstructuur
In het artikel over de eerste bijbelse chronologie is verondersteld dat deze chronologie deel uitmaakt van een tijdstructuur, waarin is aangehouden dat de wereld is geschapen in 4757/4758 vChr. Deze tijdstructuur strekt zich uit tot 2242 AD, het jaar waarin het aantal tegenstanders van Jezus Christus en zijn kerk sterk zal toenemen.[13]
Volgens de tweede bijbelse chronologie is de wereld geschapen op of rond 25 april 4174 vChr. In de voorspellingen die volgen op de tweede bijbelse chronologie, is gezinspeeld op het einde van het Duizendjarig Rijk, maar dit einde is niet gedateerd. Het zevende millennium is genoemd in een serie voorspellingen die lopen vanaf 1792, maar het begin van het zevende millennium is niet gedateerd.
Uitgaande van de datum 25 april 4174 vChr (de aangenomen datum waarop de wereld volgens de tweede bijbelse chronologie is geschapen) begint het zevende millennium op of rond 25 april 1827 AD. Deze begindatum volgt op het jaartal 1792 dat is vermeld in de Brief aan Henri II. Aangenomen dat er berekeningen zijn geweest wat betreft de datering van het begin en het einde van het Duizendjarig Rijk, is de vraag wanneer het Duizendjarig Rijk begint en welke plaats dit Rijk inneemt in de tijdstructuur waarvan de tweede bijbelse chronologie deel uitmaakt.
In de Bijbel staan verschillende verwachtingen omtrent de Eindtijd. Paulus bijvoorbeeld schrijft dat wanneer het bevel wordt gegeven en de stem van de aartsengel en de bazuin van God klinken, God zelf vanuit de hemel neerdaalt. Dan zullen eerst alle doden verrijzen die in Christus zijn. Daarna zullen de gelovigen tegelijk met hen in een oogwenk op de wolken in de lucht worden weggevoerd, de Heer tegemoet, om zo voor altijd met Hem samen te zijn (1 Tess. 4,13-18). Paulus schrijft ook dat deze Dag des Heren komt als een dief in de nacht (1 Tess. 5,1-2).
In Openbaring 19,11 - 21,1 staat een andere toedracht beschreven. Het beest en de valse profeet worden levend verbrand in een poel van vuur; hun aanhangers worden gedood door het zwaard (Openb. 19,19-21). Op Gods bevel wordt de draak (de Duivel) voor duizend jaren geketend en in de afgrond geworpen, om daarna weer te worden losgelaten voor korte tijd (Openb. 20,1-3). De martelaren die om hun getuigenis van Jezus zijn gestorven, verrijzen en heersen met hem duizend jaren lang (de "eerste opstanding"); de overige doden zullen niet verrijzen voor de duizend jaar voorbij zijn (Openb. 20,4-6).
Na verstrijken van de duizend jaar wordt Satan vrijgelaten. Hij verzamelt de volken die wonen aan de vier hoeken der aarde (Gog en Magog) om te strijden met de hemelse legers. Zijn strijders worden verteerd door hemels vuur. De Duivel wordt in de vuurpoel geworpen waarin ook het beest en de valse profeet zijn geworpen, en zal daarin voor altijd blijven (Openb. 20,7-10).
Hierna volgt het Laatste Oordeel. De doden verrijzen en worden geoordeeld naar hun daden. Dood en onderwereld en ieder wiens naam niet is genoemd in het boek des levens, wordt geworpen in de vuurpoel (Openb. 20,11-15).
Na het visioen over het Laatste Oordeel ziet de schrijver van Openbaring een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, de eerste hemel en aarde zijn verdwenen en de zee bestaat niet meer en de schrijver ziet ook het nieuwe Jeruzalem (Openb. 21,1-2).
Echo's van Openbaring 20,1-7 zijn te bespeuren in de Brief aan Henri II, waarin is beschreven:

  • dat God het bevel geeft Satan te ketenen en in de afgrond te werpen (Openb. 20,1-3);

  • dat tussen God en de mensen een algemene vrede begint die ongeveer duizend jaar zal duren (parafrasering van Openb. 20,4-6);

  • dat de Kerk tot haar grootste macht zal terugkeren (parafrasering van Openb. 20,6);

  • dat daarna Satan terugkeert (Openb. 20,3 en 20,7).[14]

Echo's van Openbaring 19,21 - 20,1-6 zijn te bespeuren in kwatrijn 10-74.

Kwatrijn 10-74

Brontekst: facsimile-Chomarat-2000
An reuolu du grand nombre septiesme,
Apparoistra au temps Ieux d'Hacatombe,
Non esloigné du grand eage milliesme.
Que les entres sortiront de leur tombe.

Vertaling (Van Berkel, 2005)
Bij de omwending van het grote zevende nummer,
In die tijd zal het spel der slachting verschijnen
Niet ver verwijderd van de grote duizendjarige tijd
Wanneer zij die binnengegaan zijn, uit hun graven zullen treden.

  • De eerste regel: het einde van het zevende millennium.

  • De tweede regel: de dood van de aanhangers van het beest en de valse profeet (Openb.19,21). Het woord "Hecatombe" verwijst naar het oud-Griekse offer van honderd runderen en in algemene zin naar een groot dierenoffer.[15] Anders gezegd: een grote slachting, in dit geval van de aanhangers van het beest en de valse profeet.

  • De derde regel: het Duizendjarig Rijk (Openb. 20,2-6).

  • De vierde regel: de "eerste opstanding" (Openb.20,4-6).

De meningen over de betekenis van dit kwatrijn lopen nogal uiteen, zoals blijkt uit de hiernavolgende beschrijvingen, geordend op jaar van publicatie.
Wöllner (1926) was van mening dat de vervulling van dit kwatrijn gesitueerd moet worden rond het voltooid raken van het grote getal zeven. Hij verwijst naar de Era van het Honderdvoudige Offer, die niet ver verwijderd zal zijn van de grote duizendjarige tijd, waar de begravenen zullen opstaan uit hun graven. Op grond van zijn tijdstructuren stelt hij dat de woorden grand eage milliesme het jaar 3797 aanduiden.[16] Hij legt geen verbanden met Openbaring.
Leoni (1961) heeft dit kwatrijn geplaatst aan het einde van de looptijd van de kwatrijnen. Volgens hem strekt de helderziendheid die aan Nostradamus wordt toegeschreven, zich uit tot de verrijzenis die plaatsvindt bij het Laatste Oordeel. Hij legt geen concrete verbanden met Openbaring.[17]
Brind'Amour (1993) heeft geschreven dat de verrijzenis van de doden zal plaatsvinden aan het einde van het zevende millennium, bij het aanbreken van het achtste. Bij de woorden Ieux Hacatombe in de tweede regel heeft hij verwezen naar het plaatsvinden van de Olympische Spelen in de maand Hecatombaion en kwam hij tot de conclusie dat de beschreven gebeurtenissen midden in de zomer zullen plaatsvinden. Hij heeft geen verband gelegd met Openbaring. Het is niet duidelijk of hij met de "verrijzenis van de doden" de Eerste Opstanding heeft bedoeld of het Laatste Oordeel.[18]
Ondergetekende is van mening dat dit kwatrijn niet anders kan worden uitgelegd dan in bijbelse zin: een parafrasering van de dood van de aanhangers van het beest en de valse profeet met aansluitend de Eerste Opstanding en het Duizendjarig Rijk.

In de Brief aan Henri II zijn het zevende millennium en het Duizendjarig Rijk de enige millennia die ten tonele worden gevoerd. Nergens wordt gesproken over het achtste millennium. Wel zijn er, in het verlengde van de tweede bijbelse chronologie (niet in het verlengde van de eerste bijbelse chronologie), zinspelingen op het Duizendjarig Rijk. Hetzelfde verschijnsel treffen we aan in kwatrijn 10-74. In dit kwatrijn staat niets geschreven over een achtste millennium, wel over het zevende millennium en het Duizendjarig Rijk. 
De veronderstellingen die ondergetekende hieraan verbindt, zijn dat de tweede bijbelse chronologie en het Duizendjarig Rijk deel uitmaken van één en dezelfde tijdstructuur, die 8000 jaar omvat. Het Duizendjarig Rijk volgt aansluitend op het zevende millennium (vgl. kwatrijn 10-74). In deze tijdstructuur is 25 april 4174 vChr de datum die is aangehouden als scheppingsdatum. Deze tijdstructuur is wezenlijk anders dan de tijdstructuur waarvan de eerste bijbelse chronologie deel uitmaakt en waarvan ik veronderstel dat die loopt van 4757/4758 vChr tot 2242 AD, een tijdsbestek van 7000 jaar. Die structuur begint met de schepping van Adam en eindigt met de voorspelling dat in 2242 het aantal tegenstanders van Jezus Christus en zijn kerk sterk zal toenemen.
De vraag is wanneer volgens de tijdstructuur waarvan de tweede bijbelse chronologie deel uitmaakt, de wereld zal vergaan. Uit Openbaring 21,1-2 blijkt dat hemel en aarde vergaan na het voltrekken van het Laatste Oordeel, niet bij het begin van het Duizendjarig Rijk. Dit gegeven projecterend op het geheel van veronderstellingen die in het voorgaande zijn beschreven, houd ik aan dat volgens déze structuur de wereld geacht wordt te vergaan op een zeker moment na 25 april 3827 AD, de datum waarop volgens deze structuur het Duizendjarig Rijk ten einde loopt. In Openbaring is niet vermeld hoe lang de tijd duurt tussen de vrijlating van Satan en het Laatste Oordeel. Nergens in de Brief aan Henri II is gezinspeeld op het Laatste Oordeel en de oorlog die daaraan voorafgaat; in de Brief is alleen gezinspeeld op de terugkeer van Satan.

 

De mogelijkheid van verborgen structuren
In 1927 merkte P.V. Piobb op dat in de eerste bijbelse chronologie het getal 621 meerdere malen voorkomt, namelijk in de periode Adam - Noach (1242 = 2 x 621) en de periode Jezus - stichting Islam (621). Uitgaande van de veronderstelling dat de eerste bijbelse chronologie deel uitmaakt van een tijdstructuur van 7000 jaar die in 4757/4758 vChr begint, lijkt het alsof het getal 621 nogmaals wordt benadrukt, omdat tussen het jaar waarin de Islam is gesticht (621 AD) en het begin van het zevende millennium (1242 AD) 621 jaar liggen.[19] 
In de door mij herziene versie van tweede bijbelse chronologie duurt de periode Schepping - Noach 1056 jaar. De periode Noach - Jakob bedraagt eveneens 1056 jaar (600 + 1 + 295 + 100 + 60). Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de periode Einde Zondvloed - Abraham op 295 jaar is gesteld in plaats van op 292, zoals voortvloeit uit Genesis 11,10-26. De periode Jakob - Tempel bedraagt 1040 jaar (130 + 430 + 480). De periode Tempel - Jezus bedraagt ongeveer 1022 jaar. Schuilt er in de tweede bijbelse chronologie een verborgen structuur van ongeveer 1050 jaar? Ik kan deze vraag vooralsnog niet beantwoorden.

 

De Meern, 19 april 2005
T.W.M. van Berkel

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Scaliger, sectie Chronicorum canonum omnimodiae historiae libri duo. Deze sectie is een reconstructie van overblijfselen van het werk van Eusebius. Eusebius presenteert verschillende berekeningen wat betreft het verleden, zoals de Griekse, de Romeinse, de Egyptische en de Hebreeuwse. De Griekse berekening heeft te maken met de Septuagint. De Hebreeuwse berekening is gebaseerd op de Bijbel, evenals de tweede bijbelse chronologie in de Brief aan Henri II. [tekst]

  2. In alle edities is de duur van de perioden gedrukt in letters. Bij toeval laat deze drukfout zich ook zien in de getallen 1056 en 1506: de cijfers 0 en 5 zijn van plaats verwisseld. [tekst]

  3. Brind'Amour 1993a, p.174; Wöllner, p.13. Brind'Amour bespreekt de zetfout getalsmatig (1506 - 1056), Wöllner bespreekt ook de woorden cinq cens en cinquante. [tekst

  4. Brind'Amour 1993a, p.175; Wöllner, p.13. [tekst]

  5. Wöllner heeft twee totalen toegekend aan de periode Exodus - Tempel: een totaal van 480 jaar en 6 maanden en een totaal van 490 jaar en 6 maanden. Hij heeft niet beargumenteerd waarom hij aan deze totalen 6 maanden heeft toegevoegd. Het totaal van 490 jaar en 6 maanden hangt samen met zijn revisie van de periode Tempel - Jezus en zijn opvattingen over het moment waarop de Tempel werd ingewijd (Wöllner, p.13-14). [tekst]

  6. Wöllner, p.11-16, in: Amadou, p.315-318. Hij constateert dat Nostradamus niet degene is geweest die het woord quatre-vingts heeft gebruikt. Hij staat helaas niet stil bij de vraag wie dan verantwoordelijk is geweest voor het invoegen van dat woord. 
    Volledigheidshalve de toevoeging dat Wöllner, op grond van een astrologische tijdstructuur van 36-jarige perioden, ervan uitgaat dat de wereld is geschapen in 4220 vChr. Hij heeft echo's van deze perioden bespeurd in een passage in het Voorwoord, gericht aan César, over Mars, de Maan, de Zon en Saturnus (Wöllner, p.2-3). [tekst]

  7. Van Berkel: De vertaling-Vreede-1941 en de editie-Lyon-1558. [tekst]

  8. Brind'Amour heeft dit gegeven ter sprake gebracht met het oog op zijn onderzoek naar mogelijke bronnen van de tijdspanne in de eerste bijbelse chronologie van de periode David  - Jezus. In dat verband past hij op de tijdspanne van 1060 jaar een aantal verrekeningen toe, onder andere het in mindering brengen van de leeftijd die Jezus had bij het begin van Diens openbare optreden. Jezus zou toen 28 jaar zijn geweest (Brind'Amour 1993a, p.174). 
    In Lukas 3,23 staat dat Jezus rond die tijd ongeveer 30 jaar oud was. Dit gegeven in aanmerking nemend, zou de tijdspanne van de periode Aanvang bouw Tempel - geboorte Jezus 1030 jaar zijn. [tekst]

  9. Scaliger, sectie Isagogicorum chronologiae canonum libri tres, tweede boek, sectie epochae temporis historici, p.124-127. Volgens Scaliger begon de bouw van de Tempel in het jaar 3696 en vond de geboorte van Jezus plaats in het jaar 4710. Dit wijst op een periode van 1014 jaar. [tekst]

  10. Willibrord vertaling, p.1761 en verder. [tekst]

  11. Brind'Amour 1993a, p.175-176. [tekst]

  12. Het is niet duidelijk of in de chronologie in de Almanach pour l'an M.D.LXVI is gerekend met het moment waarop de Babylonische ballingschap begon of het moment waarop deze ten einde liep. [tekst]

  13. Van Berkel: De eerste bijbelse chronologie. [tekst]

  14. Facsimile-Chomarat-2000, p.172: Dieu le createur dira entendant l'affliction de son peuple, Satan sera mis & lyé dans l'abisme du barathre dans la profonde sosse,&adoncques commencera entre Dieu & les homme vne paix vniuerselle & demeurera lyé enuiron l'espace de mille ans,&tournera en sa plus grande force, la puissance ecclesiastique, & puis torne deslié. [tekst]

  15. Microsoft Encarta® basisencyclopedie Winkler Prins 2002. [tekst]

  16. Wöllner, p.68, in: Amadou, p.344. [tekst]

  17. Leoni, p.751. [tekst]

  18. Brind'Amour 1993a, p.195. [tekst]

  19. Piobb, p.15 en De eerste bijbelse chronologie. [tekst]

  

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top