Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
ONDERZOEKSRESULTATEN
De vertaling-Vreede-1941 (NL) en de editie-Lyon-1558
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

H. Houwens Post (W.L. Vreede) in "Inleiding tot de Profetieën"

...In 1558 verscheen een tweede uitgave, waarin achtereenvolgens afgedrukt waren: de Brief aan Caesar, de Centuriën I t/m VII, de Brief aan Koning Hendrik II en de Centuriën VIII t/m X...

...In dit boek vindt de lezer een volledige, Nederlandsche weergave, in dezelfde volgorde, van de editie van 1558, hierboven genoemd...

 

De editie-Lyon-1558
Uit bibliografische gegevens kan worden afgeleid dat de Profetieën van Nostradamus in gedeelten zijn gepubliceerd. De uitgifte van de eerste 353 kwatrijnen en de brief aan César door de Lyonese uitgever Macé Bonhomme, onder de titel Les propheties de m. Michel Nostradamus, draagt als jaar van uitgifte het jaar 1555. Twee uitgaven van Antoine du Rosne, eveneens woonachtig in Lyon, dragen het jaar 1557 als jaar van uitgifte en zijn getiteld Les propheties de m. Michel Nostradamus. Dont il en y à trois cents qui n'ont encore iamais esté imprimées. Van deze edities zijn originele exemplaren bewaard gebleven. In de editie-Bonhomme-1555 staan de brief aan César en de kwatrijnen 01-01 t/m 04-53. Eén van de uitgaven van de editie-Du Rosne-1557, gedrukt in september 1557 en bewaard in de bibliotheek van de Universiteit van Utrecht, Nederland, bevat de brief aan César, de kwatrijnen 01-01 t/m 06-99, een ongenummerd kwatrijn in de vorm van een Latijnstalige "waarschuwing tegen onwetende critici" en de kwatrijnen 07-01 t/m 07-42. De andere, gedrukt in november 1557 en bewaard in een bibliotheek in Budapest, Hongarije, bevat de brief aan César, de kwatrijnen 01-01 t/m 06-99 en de kwatrijnen 07-01 t/m 07-40, drie kwatrijnen minder.
De achtste, negende en tiende centurie worden begeleid door een brief van Nostradamus aan Henri II. Deze brief  is gedateerd op 27 juni 1558. Deze datum doet veronderstellen dat de brief en deze drie centuriën in 1558 in omloop zijn gekomen. Er is echter nooit een exemplaar van een dergelijke uitgave gevonden. In de Bibliographie Nostradamus staat een editie-Lyon-1558 vermeld, uitgegeven door Jean de Tournes. De titel luidt: Les Prophéties de M. Michel Nostradamus. Centuries VIII, IX et X. Qui n'ont encore iamais esté imprimées. Het bestaan van deze editie is echter alleen bekend door verwijzingen ernaar in andere edities zoals de editie-Amsterdam-1668, waar op de titelpagina staat: Reveües & corrigées suyvant les premieres Editions imprimées en Avignon en l'an 1556 & à Lyon en l'an 1558 & autres.
[1]  
Volgens sommige Nostradamus-onderzoekers zijn er aanwijzingen dat de achtste, negende en tiende centurie al in 1560 in omloop waren. Brind'Amour bijvoorbeeld noemt een brief van Michaelo Soriano, ambassadeur van Venetië aan het Franse hof. De brief is gedateerd op van 20 november 1560. Soriano beschrijft de ziekte van koning François II, geboren op 18 januari 1544. Hij wijst op een astrologische voorspelling waarin staat dat de koning de achttienjarige leeftijd niet zal bereiken. François II overlijdt op  16-jarige leeftijd op 5 december 1560. Soriano lijkt in zijn brief te verwijzen naar kwatrijn 10-39:

Kwatrijn 10-39 (facsimile-Chomarat-2000)
Premier fils vefue malheur eux mariage,
Sans nuls enfans deux Isles en discord,
Auant dishuict incompetant eage,
De l'autre pres plus bas sera l'accord.

Vertaling (Van Berkel, 2002)
De eerste zoon van de weduwe, ongelukkig huwelijk,
Zonder kinderen. Twee eilanden in onmin.
Vóór achttien, onbevoegde leeftijd,
Voor de andere zal het akkoord worden gesloten terwijl hij jonger is.

Dit kwatrijn sluit volgens sommigen nauw aan bij wat zich rond François II heeft afgespeeld. De eerste regel. François II was de oudste zoon uit het huwelijk van Henri II en Catharina de' Medici. Henri II overleed op 10 juli 1559; ten tijde van de ziekte van François II was Catharina de' Medici weduwe. De tweede regel. François II sloot op 24 april 1558 een huwelijk met de Schotse koningin Mary Stuart, dat kinderloos zou blijven. Schotland verkeerde in conflict met Engeland. De derde regel bevat de leeftijdsaanduiding "vóór achttien". De vierde regel zou in verband kunnen worden gebracht met een huwelijksarrangement in 1560 tussen Charles IX (toen 10 jaar oud) en prinses Anna van Oostenrijk.[2]
De meest vroege volledige uitgave van de Profetieën die bewaard is gebleven, draagt als jaar van uitgifte het jaar 1568. Hierin staan de brief aan César, de kwatrijnen 01-01 t/m 06-99, de Latijnse "waarschuwing", de kwatrijnen 07-01 t/m 07-42, de brief aan Henri II en de kwatrijnen 08-01 t/m 10-100. Dit boek is in 2000 in facsimile uitgegeven door Michel Chomarat. 
Van een editie-Lyon-1558, hetzij in de vorm van de achtste, negende en tiende centurie, vergezeld van de brief aan Henri II, hetzij in de vorm van een volledige uitgave (de tien centuriën en de brieven aan César en Henri II) is geen enkel exemplaar bewaard gebleven. Om deze reden beschouwen experts als Benazra en Chomarat deze editie als "hypothetisch".

 

Vreede 1941
vertaling-Vreede-1941,
NV Servire, Den Haag

De vertaling-Vreede-1941
In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus, astrologie en de Bijbel is onder andere een Nederlandse vertaling van de Centuriën gebruikt, uitgegeven in 1941 door NV Servire, Den Haag. Hierin staan de brief aan César, de kwatrijnen 01-01 t/m 06-100, de Latijnse "waarschuwing", de kwatrijnen 07-01 t/m 07-44, de brief aan Henri II en de kwatrijnen 08-01 t/m 10-100. 
H. Houwens Post, de vertaler, die het pseudoniem W.L. Vreede gebruikte, schreef dat hij als brontekst een volledige editie van de Profetieën had gebruikt, die was uitgegeven in Lyon in 1558. In deze editie zouden de brief aan César staan, de eerste zeven centuriën, de brief aan Henri II en de achtste, negende en tiende centurie.
[3]
Op de stofomslag van de vertaling-Vreede-1941 was de titel gedrukt in een kader, ontleend aan het kader van de titel Les vrayes centuries et propheties de Maistre Michel Nostradamus op de omslag van de editie-Amsterdam-1668.
De vertaling-Vreede-1941 is na 1941 niet opnieuw gedrukt tot 1979. In 1979 verscheen een facsimile-uitgave bij uitgeverij Schors, Amsterdam. In 1998 verscheen van de hand van Jan Vandervoort een taalkundig gemoderniseerde uitgave van de vertaling-Vreede-1941 onder de titel Nostradamus De grootste ziener aller tijden.
De vertaling-Vreede-1941 bevat geen bibliografie van geraadpleegde werken. Uitgeverij Schors in Amsterdam nam op de achterkant van het facsimile de opmerking van Houwens Post over dat zijn vertaling een volledige Nederlandse vertaling was van de in 1558 verschenen (Franstalige) editie.
Als de mededeling van Houwens Post op waarheid berust, betekent dit dat de lang verloren gewaande editie-Lyon-1558 voortleeft in een Nederlandse vertaling. In dit artikel wordt besproken of dit inderdaad zo is.

 

De titel van de editie-Lyon-1558  
Houwens Post geeft geen titel van de editie-Lyon-1558 die hij heeft gebruikt. J. Vandervoort, die in de jaren '90 de vertaling-Vreede-1941 bewerkte, geeft als titel: Les vrayes centuries et prophéties de maister Micheld Nostradamus à Lyon 1558.[4]
Zowel de titel van het boek als de aanspreektitel van Nostradamus doen vragen rijzen. Uit de Bibliographie Nostradamus blijkt dat de titel Les vrayes centuries et prophéties voor het eerst werd gebruikt in de editie-Leiden-1650 en voor het laatst in de edities-Rouen-1710 en -Parijs-1710. Het gaat om edities waarin niet de brief aan César is opgenomen, maar wel de toegevoegde centuriën, de Présages en de Sixains.
[5] De aanspreektitel "maister" (of "mayster") komt in slechts drie gevallen voor, namelijk in Engelstalige Almanachs voor 1559 en 1562.[6] De letter -d- in het woord "Micheld" kan wijzen op een benaming "Michel de Nostredame", maar wordt bij de verlatiniseerde vorm "Nostradamus" nooit gebruikt.
De titel van de brontekst  die Vandervoort noemt en de aanspreektitel van Nostradamus wijzen er niet op dat Houwens Post als brontekst een editie-Lyon-1558 heeft gebruikt. Deze titel is afkomstig uit de 17e en 18e eeuw.

 

De inhoud van de vertaling-Vreede-1941
In de vertaling-Vreede-1941 staat meer materiaal dan dat er in 1558 in omloop was. Het extra materiaal dateert uit de 17e eeuw. Houwens Post heeft in zijn vertaling de kwatrijnen 06-100, 07-43 en 07-44 opgenomen. Deze kwatrijnen werden voor het eerst gepubliceerd in de 17e eeuw, lang na het overlijden van Nostradamus in 1566. De Latijnse "waarschuwing", die in de editie-Lyon-1568  na kwatrijn 06-99 volgt als een ongenummerd kwatrijn, is in de vertaling-Vreede-1941 een ongenummerd kwatrijn dat tussen de zesde en zevende centurie staat.

In de vertaling-Vreede-1941 staat ook een biografie over Nostradamus. Grote delen van deze biografie zijn door Houwens Post overgenomen uit de biografie die in de editie-Amsterdam-1668 staat, een biografie die op haar beurt voor een groot is deel ontleend aan de biografie, geschreven door De Chavigny in La Première Face du Ianus François (1594).

 

Nostradamus gravure Vreede 1941
Gravure Nostradamus, 
vertaling-Vreede-1941

Anagrammen en illustraties
Houwens Post geeft twee voorbeelden van anagrammen die Nostradamus heeft gebruikt.[7] Eén ervan is het woord EIOVAS (Savoye). Dit anagram komt slechts één keer voor, namelijk in kwatrijn 12-69, dat voor het eerst werd gepubliceerd in de 17e eeuw. Houwens Post twijfelt sterk aan de authenticiteit van de elfde en twaalfde centurie.[8] Om die reden is het onbegrijpelijk waarom hij een voorbeeld heeft gekozen uit de twaalfde centurie, terwijl een anagram als CHYREN (Henryc) meerdere malen voorkomt in de eerste tien centuriën, bijvoorbeeld in kwatrijn 04-34.
In de vertaling-Vreede-1941 is de voorplaat afgebeeld van de editie-Amsterdam-1668 en een pagina van de eerste centurie, waarop de tekst staat van de kwatrijnen 01-54 t/m 01-62. Deze pagina's zijn, in omgekeerde volgorde, in fotokopie opgenomen in Le Secret de Nostradamus et de ses célèbres prophéties du xvie siècle, geschreven in 1927 door de Fransman P.V. Piobb. Piobb heeft ook een fotokopie uitgegeven van de editie-Amsterdam-1668, waarnaar Houwens Post een aantal malen verwijst. De titel van deze fotokopie luidt: Texte intégral de Nostradamus réproduction agrandie en phototypie de l'édition d'Amsterdam, 1668, précédée de la Lettre à César, son fils, d'après l'édition de Lyon, 1558.
[9] Waarschijnlijk heeft Houwens Post de gefotokopieerde pagina's uit de editie-Amsterdam-1668, overgenomen uit de kopie-Piobb-1938 en is de afbeelding op de omslag van zijn vertaling een kopie van de omslag van de kopie-Piobb-1938, waarbij de Franse titel Les vrayes Centuries et Prophéties de Maistre Michel Nostradamus is vervangen door de Nedeerlandse tittel De Profetieën van Nostradamus . Dit maakt zijn uitspraak dat de door hem gebruikte brontekst een editie-Lyon-1558 is, minder geloofwaardig.
In de vertaling-Vreede-1941 is verder een gravure opgenomen van Nostradamus, gezeten aan een werktafel, met een vierregelig vers als onderschrift. Deze gravure, vervaardigd door Jean Sauvé, is niet de gravure die in de editie-Amsterdam-1668 staat. De gravure in de vertaling-Vreede-1941 vertoont gelijkenis met een gravure die deel uitmaakte van Balthasar Guynauds La Concordance des propheties de Nostradamus avec l’histoire depuis Henry II jusqu’a Louis le GrandLa Vie et l'Apologie de cet Auteur. Ensemble quelques essais d'explications sur plusieurs de ses autres Prédictions, tant sur le present que sur l'avenir (Parijs, 1693, 1709 en 1712). Ook deze gravure wijst niet op het gebruikt hebben van een editie-Lyon-1558.

 

Bibliografische onjuistheden
Uit de vertaling-Vreede-1941 blijkt dat Houwens Post zich heeft verdiept in de onderzoeken van tenminste drie commentaarschrijvers (waaronder Piobb en De Fontbrune), in de ontstaansgeschiedenis van de Profetieën en in de samenstelling van diverse edities. Sommige van zijn uitspraken zijn voor correctie vatbaar.
Volgens Houwens Post bevatte de eerste uitgave van de Profetieën (Lyon, 1555) de brief aan César en de centuriën 1 t/m 7. De uitgaven die verschenen tussen 1555 en 1558, zouden herdrukken zijn van de door hem beschreven editie-Lyon-1555.
[10] Dit is niet juist. In de editie-Bonhomme-1555, de eerste uitgave van de Profetieën, staan de brief aan César en de kwatrijnen 01-01 t/m 04-53. In 1557 verscheen in Lyon een vermeerderde druk bij Antoine du Rosne, die - in twee varianten - de eerste zeven centuriën bevatte en de brief aan César.
Houwens Post schrijft dat de editie-Amsterdam-1668 alle teksten van Nostradamus bevat, zowel de authentieke als de niet-authentieke.
[11] Ook dat is niet juist; in deze editie ontbreekt de brief aan César. In de kopie-Piobb-1938, de door Piobb gemaakte fotokopie van de editie-Amsterdam-1668, is de brief aan César toegevoegd en qua druk gedateerd in 1558.

 

Amsterdam 1668
Voorplaat 
editie-Amsterdam-1668

 

Kwatrijnen in oud-Frans
Houwens Post geeft geen parallelle Franse brontekst van de kwatrijnen en brieven. Hij geeft oud-Franse teksten van in totaal 35 kwatrijnen, waarvan er 29 problemen gaven bij het vertalen.[12] Opvallend is dat in deze teksten geen leestekens staan, behalve een afsluitende punt aan het eind van de vierde regel van elk kwatrijn en punten die worden gebruikt bij afkortingen.
De oud-Franse teksten van de kwatrijnen 01-03, -47 en -95, 02-63, 03-89 en de kwatrijnen 04-26 en -44 in de vertaling-Vreede-1941 zijn vergeleken met de bespreking-Brind'Amour-1996, de facsimile-Chomarat-2000 en de editie-Amsterdam-1668. Het oud-Frans in de vertaling-Vreede-1941 wijkt af van de teksten in de bespreking-Brind'Amour-1996 en de facsimile-Chomarat-2000. De oud-Franse teksten van deze kwatrijnen stemmen wél overeen met de teksten in de editie-Amsterdam-1668, transcriptfouten uitgezonderd.
De oud-Franse teksten van de kwatrijnen 04-63, 05-15, -20, -45 en -56, de kwatrijnen 08-30 en -88, de kwatrijnen 09-20, -21, -24, -27, -31, -34, -48, -57, -95 en de kwatrijnen 10-07, -08, -33, -36, -41, -50, -52, -60 en -79 in de vertaling-Vreede-1941zijn vergeleken met de facsimile-Chomarat-2000 en de editie-Amsterdam-1668. Het oud-Frans in de vertaling-Vreede-1941 wijkt af van de teksten in de facsimile-Chomarat-2000. De oud-Franse teksten van deze kwatrijnen stemmen wél overeen met de teksten in de editie-Amsterdam-1668, transcriptfouten uitgezonderd.
Uit deze bevindingen komt naar voren dat de brontekst van de kwatrijnen niet de editie-Lyon-1558 is, maar de editie-Amsterdam-1668. Benazra, aan wie in de lente van 2003 de tot dan toe gedane bevindingen werden voorgelegd, concludeerde dat Houwens Post de kopie-Piobb-1938 van de editie-Amsterdam-1668 heeft gebruikt. Deze conclusie is in het onderzoek overgenomen.

 

De brief aan Henri II
De kopie-Piobb-1938 is niet de enige brontekst geweest die Houwens Post heeft gebruikt. In de brief aan Henri II die hierin is afgedrukt, staat de datum 14 maart 1547 als ingangsdatum van de eerste serie voorspellingen, terwijl in de vertaling van Houwens Post de datum 14 maart 1557 staat, de algemeen aangehouden ingangsdatum. Verder zijn er in de tekst van de tweede bijbelse chronologie vier belangrijke verschillen tussen de vertaling-Vreede-1941 en de kopie-Piobb-1938.

Tabel 1. Tweede bijbelse chronologie
Vertaling-Vreede-1941 en kopie-Piobb-
1938

Tweede bijbelse chronologie
Vertaling-Vreede-1941

Tweede bijbelse chronologie
Kopie-Piobb-
1938

Periode Noach-Ark
En aan het einde van deze 600 jaren betrad Noach de ark...
[13]

Periode Noach-Ark
Et à la fin d'iceux six ans, Noe entra dans l'arcke...
[14]

Periode Jakob-Egypte
...vanaf zijn [Jakobs] geboorte-uur tot aan zijn intrede in Egypte 130 jaren. 

Periode Jakob-Egypte
Dès l'heure qu'il [Jacob] entra dans Egypte, jusques à l'issuë passerent cent trente ans.

Periode Exodus-Tempel
...vanaf den uittocht uit Egypte tot aan den bouw van den Tempel, die door Salomo werd opgericht in het 4e. jaar van zijn regeering, gingen 480 of 490 jaren voorbij. 

Periode Exodus-Tempel
Et depuis l'issuë d'Egypte jusques à l'edification du temple faicte par Salomon au quatriesme an de son regne, passerent quatre cens octante ou quatre vingt ans.

Periode Tempel-Jezus
...vanaf den bouw van den Tempel tot aan Jezus Christus verstreken volgens de berekeningen van de schriftkundigen 1020 jaren.

Periode Tempel-Jezus
Et depuis l'edification du temple jusques à Iesus Christ seló la supputation des hierographes passerent quatre cens nonante ans.

In de vertaling-Vreede-1941 is de vermelding "aan het eind van de zeshonderd jaar" correct. In de kopie-Piobb-1938 is wel het woord six (zes) gedrukt, maar niet het woord cens (honderd).
In de vertaling-Vreede-1941 corresponderen de Nederlandse bewoordingen van de periode Jakob - intrede Egypte met Genesis 47,9. In de kopie-Piobb-1938 is deze periode verkeerd onder woorden gebracht.
In de kopie-Piobb-1938 correspondeert het aantal jaren van de periode Exodus - Tempel met 1 Koningen 6,1. Het getal 480 is in deze editie op twee manieren geschreven: quatre cens octancte, ou quatre vingt ans. In de vertaling-Vreede-1941 is er geen sprake van twee maal het getal 480, maar van de getallen 480 en 490.
De periode Tempel - Jezus: het getal 1020 in de vertaling-Vreede-1941 komt niet voor in de kopie-Piobb-1938. In die editie staat het getal 490, dat in de vertaling-Vreede-1941 in de voorgaande regel staat, als tweede mogelijke duur van de periode Exodus-Tempel.

In beide edities duurt de periode Schepping - Noach 1506 jaar. Dit berust op een zetfout. In het Oude Testament is de duur 1056 jaar. De woorden mil cinquante & six (1056) zijn gedrukt als mil cinq cens & six (1506). Na correctie van deze fout en bij het rekenen met 480 jaar voor de periode Exodus - Tempel, is het totaal van de tweede bijbelse chronologie in de vertaling-Vreede-1941 4172 jaar en 2 maanden. Dit verschilt 1 jaar en 6 maanden met het totaal van 4173 jaar en 8 maanden, gegeven door Nostradamus.[15] Correctie van deze zetfout in de kopie-Piobb-1938 resulteert in een totaal van ongeveer 3684 jaar, dat 525 jaar verschilt met de 4173 jaar en 8 maanden.

Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus, astrologie en de Bijbel wijst uit dat het totaal van 4173 jaar en 8 maanden kan worden voorzien van een rekenkundig fundament door middel van de getallen, die in de vertaling-Vreede-1941 staan (hoewel er nog sprake is van een tekort van 1 jaar en 6 maanden). Dit is belangrijk, omdat het totaal van 4173 jaar en 8 maanden leidt tot het millenniummodel, dat Nostradamus heeft gebruikt om het aantal jaren bestaan van de wereld te berekenen. Nostradamus rekent met acht millennia. Het eerste millennium begint op 25 april 4174 vC; het laatste millennium eindigt op 25 april 3827.

Vanaf de ontdekking in 1986 van de zet-/transcriptiefout 1056/1506, is in het onderzoek aangenomen dat de vertaling van de tweede bijbelse chronologie door Houwens Post berustte op de editie-Lyon-1558. Het verschil in de verwoording van de periode Jakob - intrede Egypte zou berusten op een stilzwijgende correctie door Houwens Post. De tekst van de tweede bijbelse chronologie in de editie-Lyon-1568 zou het resultaat zijn van een mislukte poging tot correctie van het totaal van 4622/4632 jaar in de editie-Lyon-1558. Hiertoe zou het getal 1020 voor de periode Tempel-Jezus zijn vervangen door het getal 490. Het totaal van de tweede bijbelse chronologie zou dan 4092 jaar zijn, 80 jaar te weinig ten opzichte van het totaal dat Nostradamus gaf. Bij deze correctie zou de zetfout 1056/1506 over het hoofd zijn gezien en het feit dat in het Oude Testament de periode Tempel - Eind Babylonische ballingschap 502 jaar duurt. Als de Bijbel erop was nageslagen, zou de herziening anders zijn geweest. In Thesaurus Temporum rekent J.J. Scaliger voor de periode Tempel - Jezus 1014 jaar.
[16] In de 1566-Almanach-F rekent Nostradamus met 1087 jaar.

 

Wöllner 1926
"Das Mysterium des Nostradamus"

De Duitse brontekst van de brief aan Henri II
L'astrologie de Nostradamus - dossier is een verzameling essays en boeken en bevat onder andere het boek Das Mysterium des Nostradamus (1926), geschreven door dr. Christian Wöllner. 
Wöllner heeft eveneens aandacht besteed aan de bijbelse chronologieën in de brief aan Henri II.
[17] Ook hij stelde de zet-/transcriptiefout 1056/1506 vast. Ook hij zag dat de periode Jakob-Egypte-Exodus verkeerd onder woorden was gebracht. Ook hij zag dat een duur 490 jaar van de periode Tempel-Jezus tegen alle bijbelkundige gegevens inging. 
Wöllner meende dat bij de vermelding quatre cens octante, ou quatre vingts ans voor de periode Exodus-Tempel iets was misgegaan, omdat Nostradamus als synoniem voor het woord octante wel het woord huictante gebruikt, maar niet de woorden quatre vingts. Voor het getal 70 gebruikt Nostradamus het woord septante en niet de woorden soixante dix; voor het getal 90 gebruikt hij het woord nonante en niet de woorden quatre vingt dix
Volgens Wöllner kan het totaal van 4173 jaar en 8 maanden volledig worden berekend met de gegevens in de tweede bijbelse chronologie. Wöllner hanteert hierbij een duur van 601 jaar voor de periode Noach-Ark (brief Henri II: 600 jaar) en een duur van 480 jaar en 6 maanden voor de periode Exodus-Tempel (brief Henri II: 480 jaar). Wöllner baseert deze verschillen op interpretaties van Genesis 7,11 en 1 Koningen 6,1 en 6,38, in combinatie met zijn opvatting dat van de oorspronkelijke vermelding mil vingts (1020) het woord mil is weggevallen en dat de vermelding quatre cens nonante oorspronkelijk niet de duur aangaf van de periode Tempel-Jezus, maar een tweede inschatting was van de duur van de periode Exodus-Tempel.

In onderstaand overzicht staat de tekst van de tweede bijbelse chronologie, zoals vertaald en herzien door Wöllner in 1926 en vertaald door Houwens Post rond 1941.

Tabel 2. Tweede bijbelse chronologie
Vertaling/revisie-Wöllner-1926 en vertaling-Vreede-1941

Tweede bijbelse chronologie
Wöllner, p. 13-14, in: Amadou, p.316-317

Tweede bijbelse chronologie
Vertaling-Vreede-1941, p.147

Immerhin sind von der Schöpfung des Menschen bis Noah 1056 Jahre und von Noahs Geburt bis zur Vollendung der Arche vor den Sintflut 600 Jahre (ob die Jahre Sonnen- oder Mondjahre waren oder Mischungen von besagten, so halte ich dafür, dass die Heilige Schrift Sonnenjahre meint). Und am Ende dieser 600 Jahre ging Noah in die Arche, um aus der Flut gerettet zu werden; es dauerte diese über die ganze Erde verbreitete Flut 1 Jahr und 2 Monate. Und von da ab bis zur Geburt Abrahams vergingen 295 Jahre. Von da bis Isaac 100; von Isaac bis Jacob 60 Jahre; von da bis zu seinem Einzug in Ägypten vergingen 130 Jarhre. Und seit dem Eingang in Ägypten bis zum Ausgang 430 Jahre. Und vom Ausgang aus Ägypten bis zum Tempelbau Salomos in 4. Jahr seiner Regiering 480 oder 490 Jahre. Und von Tempelbau bis Jesus Christus vergingen nach Rechnung der Hierographen 1020 Jahre. Und so sind nach dieser der Heiligen Schrift entnommenen Rechnung ungefähr 4173 Jahre und 8 Monate paullo plus vel minus vergangen.

Wanneer ik evenwel de jaren tel vanaf de schepping der wereld tot aan de geboorte van Noach, dan zijn er in dien tijd 1506 jaren verstreken; en vanaf de geboorte van Noach tot aan den volledigen afbouw van de ark (toen de algemene zondvloed naderde) gingen 600 jaren voorbij (de vraag rijst, of het zonne- of maanjaren waren, of een mengeling van beide, doch ik neem aan, dat de Heilige Schrift zonnejaren aangeeft). En aan het einde van deze 600 jaren betrad Noach de ark om van den zondvloed gered te worden. En deze algemeene zondvloed kwam over de aarde en duurde 1 jaar en 2 maanden. En vanaf het einde van den zondvloed tot aan de geboorte van Abraham verstreken 295 jaren; en vanaf de geboorte van Abraham tot aan de geboorte van Isaac gingen 100 jaren voorbij; en vanaf die van Isaac tot aan die van Jacob 60 jaren; en vanaf zijn geboorte-uur tot aan zijn intrede in Egypte 130 jaren; en vanaf Jacobs intrede in Egypte tot aan zijn uittocht verstreken 430 jaren; en vanaf den uittocht uit Egypte tot aan de bouw van den Tempel, die door Salomo werd opgericht in het 4e. jaar van zijn regeering, gingen 480 of 490 jaren voorbij; en vanaf den bouw van den Tempel tot aan Jezus Christus verstreken volgens de berekeningen van de schriftkundigen 1020 jaren.
En aldus zijn er volgens de door mij gemaakte berekening, ontleend aan de Heilige Schrift, ongeveer 4173 jaar en 8 maanden verstreken, welk getal iets kleiner of iets groter kan zijn.

Wöllner heeft voor de vertaling van de brieven aan César en Henri II gebruik gemaakt van een niet nader gedateerde editie-Benoist Rigaud. In de brief aan Henri II duurt in de Franse brontekst de periode Noach-Ark zes jaar, wat zeshonderd moet zijn. In de editie-Lyon-1568 staat de duur van deze periode wel correct vermeld. Wöllner bespreekt deze foutieve vermelding niet, maar heeft hem stilzwijgend gecorrigeerd. 
In de vertaling-Vreede-1941 duurt de periode Schepping-Noach 1506 jaar in plaats van 1056. Houwens Post heeft echter, overeenkomstig de herziening door Wöllner, de periode Noach-Ark en de periode Jakob-Egypte correct geformuleerd, aan de periode Exodus-Tempel een tweede tijdspanne toegekend (490 jaar) en de periode Tempel-Jezus gesteld op 1020 jaar. 
Uit deze gegevens kan worden geconcludeerd dat Houwens Post voor het vertalen van de brief aan Henri II de in 1926 gepubliceerde vertaling van Wöllner heeft gebruikt. Deze conclusie wordt ondersteund door het feit dat de opstelling van de haken in de zin 

(de vraag rijst, of het zonne- of maanjaren waren, of een mengeling van beide, doch ik neem aan, dat de Heilige Schrift zonnejaren aangeeft). (zie tabel 2).

identiek is aan de opstelling van de haken in de vertaling van Wöllner 

(ob die Jahre Sonnen- oder Mondjahre waren oder Mischungen von besagten, so halte ich dafür, dass die Heilige Schrift Sonnenjahre meint). (zie tabel 2). 

De opstelling die Wöllner heeft gebruikt, wijkt af van de door hem gebruikte Franse brontekst

 (Si les ans estoyêt Solaires ou Lunaires, ou des dix mixtions) ie tiens ce que les sacrees escriptures tiennent qu'ils estoyent Solaires.

en is specifiek gebonden aan de vertaling van Wöllner (zie tabellen 2 en 3 en de paragraaf Verwijzingen naar de editie-Lyon-1558)

Een andere aanwijzing dat Houwens Post bij de vertaling van de brief aan Henri II gebruik heeft gemaakt van de gegevens van Wöllner en niet van de kopie-Piobb-1938, is het feit dat zijn vertaling niet de datum 14 maart 1547 bevat, maar de datum 14 maart 1557.[18]  
Nog een andere bijkomstigheid die wijst op het stilzwijgend verwerken van gegevens van Wöllner, is de opsomming die Houwens Post presenteert over de edities van de Profetieën. Deze lijst komt nagenoeg overeen met de opsomming die Wöllner presenteert. Wöllner noemt de volgende edities: Lyon-1555, Avignon-1556, Lyon-1556, Leiden-1558, -1566 en -1568, Amsterdam-1668, Parijs-1669, Keulen-1689 en Lyon-1698. Houwens Post noemt als edities: Lyon-1555, Avignon-1556, Lyon-1558, Leiden-1558, -1566, -1568 en 1611, Amsterdam-1668, Parijs-1669, Keulen-1689 en Lyon-1698.[19]

 

Verwijzingen naar de editie-Lyon-1558
Het in dit artikel  beschreven onderzoek heeft uitgewezen dat Houwens Post geen gebruik heeft gemaakt van een editie-Lyon-1558, maar van de kopie-Piobb-1938, met stilzwijgende aanvullingen uit Das Mysterium des Nostradamus van Wöllner. Zijn verwijzingen naar een editie-Lyon-1558 zijn onjuist.
In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus, astrologie en de Bijbel werd tot voor kort aangenomen dat de verschillen in de tweede bijbelse chronologie tussen de vertaling-Vreede-1941 en de kopie-Piobb-1938 zouden wijzen op het bestaan van een editie-Lyon-1558.
Het recente onderzoek heeft echter uitgewezen dat Houwens Post Wöllner's Duitse vertaling van de brief aan Henri II, waarin een herziene tweede bijbelse chronologie staat, heeft vertaald in het Nederlands.
De tweede bijbelse chronologie, zoals herzien door Wöllner, wijst niet op het bestaan van een editie-Lyon-1558. De herziene tweede bijbelse chronologie is het resultaat van Wöllner's eigen onderzoek van de van de brief aan Henri II. Zijn brontekst was een - niet nader gedateerde - "editie-Benoist Rigaud".
Benoist Rigaud was de uitgever van de editie-Lyon-1568. De brontekst van de tweede bijbelse chronologie die Wöllner heeft gebruikt, wijkt op een aantal punten af van de tekst van deze editie, weergegeven in de facsimile-Chomarat-2000, zoals blijkt uit tabel 3.

Tabel 3. Tweede bijbelse chronologie
Wöllner, editie "Benoist Rigaud" en facsimile-Chomarat-2000

Tweede bijbelse chronologie
 editie "Benoist Rigaud"
Wöllner, p.11-12, in: Amadou, p.315-316

Tweede bijbelse chronologie
facsimile-Chomarat-2000
in: Chomarat, p.166-167

(74) Toutefois comptans, les ans depuis la creation du monde, iusques à la naissance de Noë, sont 
(75) passez mil cinq cens & six ans, - & depuis la naissance de Noë iusques à la parfaicte fabriacation de l'arche, approchant de l'vniuerselle inondation, passerent six ans. (Si les ans estoyêt Solaires ou Lunaires, ou des dix mixtions) ie tiens ce que les sacrees escriptures tiennent qu'ils estoyent Solaires. Et à la fin d'iceux six cens ans Noë entra dans l'arche pour estre sauué du deluge: 
(76) - & fut iceluy deluge vniuersel sur la terre, 
(77) & dura vn an & deux mois. - Et depuis la fin du deluge iusques à la natiuité d'Abraham passa le nombre des ans de deux cens nonâte cinq. 
(78) - Et depuis la natiuité d'Abraham iusques à la 
(79) natiuité d'Isaac passerent cens ans. - Et depuis 
(80) Isaac iusques à Jacob, soixante ans. - dès l'heure qu'il entra en Egypte iusques à l'yssue d'iceluy 
(81) passerent cent trête ans. - Et depuis l'entrée de Jacob, en Egypte iusques à l'yssue d'iceluy passe-
(82) rent quatre cens trente ans. - Et depuis l'yssue d'Egypte iusques à l'edification du Temple faicte par Salomon au quatriesme an de son regne, passerent quatre cens octâte ou quatre vingts ans. 
(83) - Et depuis l'edification de temple iusques à par ceste supputation que i'ay faicte, colligee par Jesus Christ selon la suppuation des hierographes, 
(84) passerent quatre cens nonante ans. - Et ainsi par ceste supputation que i'ay faicte, colligee par les sacrées lettres, sont enuiron quatre mille cent septante trois ans & huict mois, peu ou moins.

Toutesfois comptans les ans depuis la creation du monde, iusques à la naissance de Noë, sont passez mille cinq cens & six ans, & depuis la naissance de Noë iusques à la parfaicte fabrication de l'arche, approchêt de l'vniuerselle inondation passerent six cens ans si les dons estoyent solaires ou lunaires, ou de dix mixtions. Ie tiens ce que les sacrees escriptures tiennent qu'estoyent Solaires. Et à la fin d'iceux six cens ans Noë entra dans l'arche pour estre sauué du deluge, & fut iceluy deluge vniuersel sus la terre, & dura vn an & deux mois. Et depuis la fin du deluge iusques à la natiuité d'Abraham, passa le nombre des ans de deux cens nonante cinq. Et depuis la natiuité d'Abraham iusques à la natiuité d'Isaac, passerent cens ans. Et depuis Isaac iusques à Iacob, soixante ans, dés l'heure qu'il entra dans Egypte, iusques en l'yssue d'iceluy passerent cent trente ans. Et depuis l'entree de Iacob en Egypte iusques à l'yssue d'iceluy passerent quatre cens trente ans. Et depuis l'yssue d'Egypte iusques à la edification de temple faicte par Salomon au quatriesme an de son regne, passerent quatre cens octante ou quatre vingts ans. Et depuis l'edification du temple iusques à Jesus Christ selô la supputation des hierographes, passerent quatre cens nonante ans.
Et ainsi par cette supputation que i'ay faicte collige par les sacrees lettres sont enuiron quatre mille cent septante trois ans , & huict moys peu ou moins.

Een aantal woorden verschillen, zoals in regel 74 het woord Toutefois versus Toutesfois in de editie-Lyon-1568. De blauw weergegeven tekst in Wöllner's brontekst in regel 83 is het resultaat van een drukfout in de Duitse uitgave. Deze tekst duikt opnieuw op in regel 84, waar hij hoort.
De belangrijkste verschillen staan in regel 75 in de brontekst van Wöllner. In deze regel is de duur van de periode Noach-Ark 6 jaar. In de facsimile-Chomarat-2000 is deze duur 600 jaar. De erna volgende bespreking van het dilemma aangaande het gebruik van zonnejaren of maanjaren staat in de brontekst van Wöllner deels tussen haken en de woorden Solaires en Lunaires beginnen met een hoofdletter. In de facsimile-Chomarat-2000 staat de bespreking van dit dilemma niet tussen haken en beginnen de woorden solaires en lunaires met een kleine letter. In de vertaling-Vreede-1941 staat het dilemma zonnejaren versus maanjaren eveneens tussen haken.
De opstelling van de haken in de vertaling van Wöllner wijkt af van de opstelling in de door hem gebruikte brontekst. Zou hij de brontekst hebben gevolgd, dan zou het zinsdeel
so halte Ich dafür, dass die Heilige Schrift Sonnenjahren meint (de vertaling van ie tiens ce que les sacrees escriptures tiennent qu'ils estoyent Solaires), niet tussen haken hebben gestaan (zie tabellen 2 en 3). Dit zinsdeel staat echter wél tussen haken. Het geval wil dat de opstelling van de haken in de vertaling-Vreede-1941 identiek is aan die in de vertaling van Wöllner (zie tabel 2).
In dezelfde regel staat in de brontekst van Wöllner het woord ans, terwijl in de editie-Lyon-1568 het woord dons staat.

De tekst van de brief aan Henri II in de facsimile-Chomarat-2000 is niet de brontekst die Wöllner heeft gebruikt. Benazra, die over deze kwestie is geraadpleegd, wijst erop dat op p.119 van een editie-Pierre Rigaud-1566 en in een aantal ongedateerde edities, uitgegeven door deze Pierre Rigaud, het dilemma aangaande het gebruik van zonnejaren of maanjaren op dezelfde manier tussen haken staat als in de brontekst van Wöllner. De woorden Solaires en Lunaires beginnen eveneens met een hoofdletter. Echter, in de regel Et à la fin d'iceux six cens ans Noë entra... staat in de editie-Pierre Rigaud-1566 niet het woord cens.[20]
Bij het bespreken van kwatrijn 10-74 verwees Wöllner ook naar Pierre Rigaud.
[21]Hij noemde verder Anatole Le Pelletier, van wiens Les Oracles de Michel de Nostredame (1867) hij de nummering overnam van de zinnen in de brieven aan César en Henri II.[22]Les Oracles de Michel de Nostredame bevat een apocriefe editie, toegeschreven wat betreft uitgave aan Pierre Rigaud en foutief gedateerd in 1558-1566, aangevuld met varianten uit een eveneens apocriefe editie, toegeschreven wat betreft uitgave aan Benoist Rigaud en foutief gedateerd in 1568. In werkelijkheid zijn deze edities gedrukt door François-Joseph Demergue in Avignon in het begin van de 18e eeuw.[23]  
Op grond van de beschikbare teksten is de conclusie dat Wöllner de bronteksten van de brieven aan César en Henri II heeft vertaald uit Le Pelletier's Les Oracles de Michel de Nostredame [24]  

 

Conclusies
De bevindingen in het onderzoek van de vertaling-Vreede-1941 wijzen uit dat Houwens Post niet in het bezit is geweest van een editie-Lyon-1558 waarin de brief aan César staat, de kwatrijnen 01-01 t/m 06-100, de Latijnse "waarschuwing", de kwatrijnen 07-01 t/m 07-44, de brief aan Henri II en de kwatrijnen 08-01 t/m 10-100. Een editie-Lyon-1558 zoals beschreven door Houwens Post zou meer materiaal bevatten dan er in 1558 in omloop was.
Het aantal elementen in de vertaling-Vreede-1941 dat afkomstig is uit de editie-Amsterdam-1668 is dermate groot, dat in redelijkheid kan worden verondersteld dat deze editie, in de vorm van de kopie-Piobb-1938, één van de bronteksten is geweest die Houwens Post heeft gebruikt. Houwens Post heeft deze fotokopie gebruikt als brontekst voor het vertalen van de kwatrijnen. Hij heeft er ook fragmenten uit de Nostradamus-biografie aan ontleend en waarschijnlijk ook illustratiemateriaal.
Wat betreft de vertaling van de brief aan Henri II is de veronderstelling dat Houwens Post stilzwijgend gebruik heeft gemaakt van de vertaling van deze brief Wöllner's Das Mysterium des Nostradamus, en dus de herziene tweede bijbelse chronologie van Wöllner in zijn vertaling heeft opgenomen. Over Houwens Posts brontekst van de brief aan César kan, wegens het ontbreken in L'astrologie de Nostradamus - dossier van de tekst die oorspronkelijk in Das Mysterium des Nostradamus stond, nog niets worden gezegd. 
Wöllner heeft evenmin gebruik gemaakt van een editie-Lyon-1558. Wat betreft de brontekst van de brieven aan César en Henri II verwijst hij naar een "editie-Benoist Rigaud" zonder verdere datering. Het onderzoek heeft uitgewezen dat het gaat om de editie Pierre Rigaud 1566 (met aanvullingen uit de editie Benoist Rigaud 1568), zoals opgenomen in Le Pelletier's Les Oracles de Michel de Nostredame (1867), welke edities in werkelijkheid zijn gedrukt in het begin van de 18e eeuw.

Houwens Post en Wöllner lijken op dezelfde manier te verwijzen naar hun bronteksten. De verwijzing van Houwens Post naar het gebruikt zijn van een editie-Lyon-1558 lijkt te zijn gebaseerd op de verwijzing naar die editie in de titel van de kopie-Piobb-1938. Wöllner's verwijzing naar het gebruikt zijn van een editie-Benoist Rigaud is gebaseerd op de verwijzing naar die editie door Le Pelletier. Dat deze manier van verwijzen tot verwarring kan leiden en soms ook niet volledig is, blijkt wel uit deze twee vertalingen. In de vertaling-Vreede-1941 zijn de brieven aan César en Henri II niet vertaald uit een brontekst die dateert uit 1558, maar uit een Duitse vertaling van een brontekst die dateert uit de 18e eeuw, waar de Duitse schrijver die dateert in 1566/1568.

Over de heruitgave van de vertaling-Vreede-1941, uitgegeven door Schors, Amsterdam, in de jaren '80-'90, kan worden gezegd dat de opmerking op de achterpagina waarin wordt vermeld dat deze heruitgave een volledige Nederlandse vertaling is van de editie, uitgegeven in 1558, niet juist is.

Over de bewerking door  van de vertaling-Vreede-1941 door J. Vandervoort, eveneens uitgegeven door Schors, Amsterdam, kan worden gezegd dat de opmerking van Vandervoort dat hij met eigen ogen de door Houwens Post gebruikte Franse brontekst heeft gezien, getiteld Les vrayes centuries et prophéties de maister Micheld Nostradamus à Lyon 1558, eveneens niet juist is. De titel die hij geeft, wijst op de titel van de kopie-Piobb-1938.

 

Tabel 4. Bronteksten vertaling-Vreede-1941

Kwatrijnen

Kopie-Piobb-1938 (= kopie van Amsterdam-1668).

Brief aan César

Kopie-Piobb-1938 (te weten: aanvulling, gedateerd in 1558), of vertaling-Wöllner-1926 (Duitse vertaling / herziening van de brief aan César). Franse brontekst in: Le Pelletier, 1867. 
Brontekst Le Pelletier-1867: Avignon, begin 18e eeuw ("Pierre Rigaud-1566" / "Benoist Rigaud-1568").

Brief aan Henri II

Vertaling-Wöllner-1926 (Duitse vertaling / herziening van de brief aan Henri II). Franse brontekst in: Le Pelletier, 1867. 
Brontekst Le Pelletier-1867: Avignon, begin 18e eeuw ("Pierre Rigaud-1566" / "Benoist Rigaud-1568").

 

Andere artikelen op deze website over de vertaling-Vreede-1941

  • De vertaling-Vreede-1941 en de Tweede Wereldoorlog
    In dit artikel wordt ingegaan op de motieven van Houwens Post om in de oorlogsjaren de Centuriën te vertalen in het Nederlands en worden aanwijzingen besproken die erop duiden dat de vertaling-Vreede-1941 een reactie was op de nationaalsocialistische brochure Hoe zal deze oorlog eindigen? die in april 1940 in Nederland in omloop werd gebracht.

  • Nostradamus de grootste ziener aller tijden (J. Vandervoort, Amsterdam, 1998)
    In dit artikel wordt de bewerking van de vertaling-Vreede-1941 door J. Vandervoort besproken. Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan de werkwijze die Vandervoort heeft gevolgd, niet in de laatste plaats omdat hij in Nostradamus de grootste ziener aller tijden stilzwijgend materiaal heeft verwerkt, afkomstig uit de nationaalsocialistische brochure Hoe zal deze oorlog eindigen?.

 

Dankbetuiging
De auteur dankt Robert Benazra voor zijn voortdurende hulp en doorslaggevende adviezen.

 

De Meern, 14 maart 2004
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op
9 juli 2011

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Chomarat/Laroche, p.26. [tekst]

  2. Brind'Amour in: Chevignard, p.37. Overigens staat in kwatrijn 10-39 geen enkele aanwijzing dat Nostradamus als vervullingdatum 5 december 1560 heeft berekend en staat nergens het overlijden van iemand beschreven. Schotland en Engeland zijn geografisch gezien niet twee afzonderlijke eilanden. [tekst]

  3. Prof. dr. mr. H. Houwens Post, hoogleraar Portugees, werd geboren in 1904 in Surakarta, Indonesië, en overleed in 1986 in Utrecht, Nederland. Zie: Van Berkel: informatie over prof. dr. mr. Hendrik Houwens Post alias mr. dr. W.L. Vreede. [tekst]

  4. Vandervoort, p.238. [tekst]

  5. De Présages zijn politieke maandvoorspellingen van Nostradamus voor de periode 1550-1567. De Sixains zijn zesregelige verzen die ten onrechte zijn toegeschreven aan Nostradamus. [tekst]

  6. Chomarat/Laroche, p. 26, 30 en 38. [tekst]

  7. Vreede, p.19. [tekst]

  8. Vreede, p.12. [tekst]

  9. Vreede, p.11 en 14. De boeken van Piobb verschenen in 1927 en 1938 bij uitgeverij Adyar in Parijs. [tekst

  10. Vreede, p.10. [tekst

  11. Vreede, p.11. [tekst]

  12. In de inleiding die Houwens Post heeft geschreven staat de Franse tekst van 6 kwatrijnen (die zich overigens zonder problemen lieten vertalen). In een bijlage staat de Franse tekst van de 29 kwatrijnen, die bij het vertalen problemen gaven. [tekst]

  13. Deze en de volgende citaten: Vreede, p.147. [tekst]

  14. Deze en de volgende citaten: Nostradamus, 1668. [tekst]

  15. Zie Brief aan Henri II: de tweede bijbelse chronologie.  [tekst]

  16. Scaliger, sectie Isagogicorum chronologiae canonum libri tres, tweede boek, sectie epochae temporis historici. [tekst]

  17. Wöllner, p.10-16, in: Amadou, p.315-318. Wöllner, van beroep astronoom, bestudeerde de Profetieën in de periode 1913-1925. Zijn vertaling van de brieven aan César en Henri II was de eerste Duitse vertaling van deze brieven (Wöllner, voorwoord, in: Amadou, p.309). [tekst]

  18. Wöllner, p.26, in: Amadou, p.323. [tekst]

  19. Vreede, p.7, Wöllner, p.1, in: Amadou, p.310. Mogelijk heeft Houwens Post de door Wöllner vermelde "editie-Lyon-1556" vervangen door de vermelding "editie-Lyon-1558".  [tekst]

  20. Benazra, privé-correspondentie. In de tekst van de brief aan Henri II in de editie-Amsterdam-1668 worden ook haken gebruikt, op dezelfde plaats als in de Franse brontekst die Wöllner heeft gebruikt.  [tekst]

  21. Wöllner, p.68, in: Amadou, p.344.  [tekst]

  22. Wöllner, p.2, in: Amadou, p.311. [tekst]

  23. Benazra, p.295-300 en p.416.  [tekst]

  24. Wöllner had veel respect voor de manier waarop Le Pelletier de Centuriën had gepubliceerd, maar vond diens interpretaties onhoudbaar (Wöllner, p.133, in: Amadou, p.351).  [tekst]

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top