Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
NOSTRADAMUS - LEVEN EN WERK
Het leven van Nostradamus: verhalen en legenden
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

Over Nostradamus doen tal van verhalen de ronde. Een aantal ervan hebben het karakter van legendarische volksverhalen. Nostradamus is hierin beschreven als helderziende en wonderdoener. In een aantal andere verhalen wordt verteld dat Nostradamus reeds op zeer jonge leeftijd leerde over astrologie, dat hij een begaafd leerling was en dat hij door het beroep van arts uit te oefenen in de voetsporen trad van zijn voorouders. Uit deze verhalen komt naar voren hoe in de loop der eeuwen tegen Nostradamus werd aangekeken en welke eigenschappen en status hem - al dan niet terecht - werden toegedicht.
Dr. Edgar Leroy, de schrijver van Nostradamus - ses origines, sa vie, son oeuvre, heeft deze verhalen onderzocht en een onderscheid gemaakt tussen feiten en fictie.  

In het artikel Het leven van Nostradamus - feiten staan, in beknopte tabellarische opsomming, een reeks feiten uit het leven van Nostradamus die betrouwbaar zijn.

 

De voorvaderen van Nostradamus
Jehan de Nostredame, een jongere broer van Nostradamus, heeft in Chronique de Provence geschreven dat ene Pierre de Nostredame, Nostradamus' overgrootvader van vaders zijde, een beroemd arts en astroloog was, geschoold in Grieks en Hebreeuws. Deze Pierre de Nostredame zou ook arts zijn geweest van koning René de Goede. César, de zoon van Nostradamus, heeft deze mededeling enigszins aangepast overgenomen in Histoire et chronique de Provence. In werkelijkheid gaat het hier om de grootvader van Nostradamus van vaders zijde, die geen arts of astroloog was, maar handelaar in graan en zilver (Leroy, p.7-8).
 

Kennismaking van Nostradamus met astrologie
In de Brief Discours staat dat Nostradamus' overgrootvader van moeders zijde hem al spelenderwijs een eerste voorsmaak gaf van de "hemelse wetenschappen" (Zie de Brief Discours in: Le Pelletier, boek I, p.24). Dit verhaal klopt niet. De overgrootvader van moeders zijde, Jean de Saint-Rémy, arts en schatbewaarder van Saint-Rémy de Provence, werd geboren in 1428 en overleed in 1504. Nostradamus was toen nog geen jaar oud. Hij heeft van zijn grootvader een astrolabium geërfd, een instrument waarmee posities van hemellichamen kunnen worden bepaald.
 

De schooltijd van Nostradamus
Het verhaal doet de ronde dat Nostradamus op de lagere school dusdanig veel vertelde over sterren en planeten, dat zijn klasgenoten hem de "kleine astroloog" noemden (Leoni, p.17).
 

De studie van Nostradamus aan de Universiteit van Montpellier
Op 23 oktober 1529 heeft Nostradamus zich laten inschrijven bij de medische faculteit van de universiteit van Montpellier, dezelfde universiteit waar François Rabelais zich in 1530 heeft laten inschrijven en op 22 mei 1537 de doctorstitel verwierf. Rabelais schreef in 1533 de Pantagruéline Pronostication, een parodistische almanak.
Over de studietijd van Nostradamus doet het verhaal de ronde dat zijn naam zou zijn geschrapt uit de studentenregisters, omdat hij zich laatdunkend had uitgelaten over enkele docenten. Wat hierbij ook een rol speelde, was dat hij in de voorgaande jaren apotheker was geweest. In die tijd werden voormalige apothekers en chirurgijnen niet toegelaten tot de universiteit. Niettemin kon hij zijn studie voortzetten en in 1533 de doctorsgraad behalen (Hofstede, p.20). Leroy tekent aan dat er geen bewijzen zijn gevonden voor het verhaal dat Nostradamus bij acclamatie werd aangesteld tot hoogleraar aan de Universiteit van Montpellier (Leroy, p.58).
 

Nostradamus in Agen
Over het verblijf van Nostradamus in Agen wordt verteld dat hij rond 1534 een proces kreeg aangedaan door zijn schoonouders. Het verhaal vertelt niet de reden van het proces; er wordt gezegd dat Nostradamus werd gevorderd de bruidschat terug te betalen (Leroy, p.61).

 
Helderziendheid en wonderen


I
n 1539 zou Nostradamus in Argenton (Lot-en-Garonne) een man tot leven hebben gewekt. Deze man, Pitard genaamd, heeft als dank een beeld van Nostradamus laten plaatsen op een kerktoren.

Het volgende verhaal is opgetekend in de 17e eeuw door onder andere Etienne Jaubert en Pierre-Joseph de Haitze. In Fains, een dorpje in Lotharingen, Oost-Frankrijk, behandelde Nostradamus de grootmoeder van De Florinville, de plaatselijke kasteelheer bij wie hij te gast was. Tijdens een wandeling zag De Florinville een wit en een zwart biggetje en hij vroeg Nostradamus naar hun lot. Nostradamus antwoordde dat een wolf het witte biggetje zou opeten en zij het zwarte. De Florinville gaf later opdracht het witte biggetje te slachten en te roosteren voor het diner. In een onbewaakt ogenblik werd het braadstuk verschalkt door een welp, die op het kasteel werd gehouden. De kok slachtte daarop het zwarte biggetje. De Florinville, die van dit voorval niets wist, vertelde 's avonds aan Nostradamus dat het geserveerde vlees dat van het witte biggetje was en dat het dier niet door de wolf was aangeraakt. Nostradamus echter hield vol dat het geserveerde vlees dat van het zwarte biggetje was. Uiteindelijk werd de kok erbij gehaald, die het ware verhaal opbiechtte.
Later zou Nostradamus verscheidene personen hebben verteld dat in de heuvels rond het kasteel een schat verborgen lag, die men tevergeefs zou zoeken, maar die toevalligerwijs zou worden gevonden bij het op zoek zijn naar iets anders (Leroy, p.63-64).

Het volgende verhaal heeft betrekking op een periode toen Nostradamus zich in Italië bevond. Op een dag kwam hem een Franciscaner monnik tegemoet, Felice Peretti genaamd, afkomstig uit Ancona. Deze Peretti was vroeger varkenshoeder geweest. In het voorbijgaan maakte Nostradamus een knieval voor hem. Toen hem werd gevraagd waarom hij dat deed, antwoordde Nostradamus: ik moet mij onderwerpen en een knieval maken voor Zijne Heiligheid.
Felice Peretti werd in 1585 tot Paus gekozen en droeg toen de naam Sixtus V (Leoni, p.20).

In de 19e eeuw doken twee series voorspellingen op, genaamd: de "Profetieën van Philippus Olivarius, gedrukt in 1542" en de "Profetie van Orval, geschreven door Philippe Olivarius in 1544". Deze voorspellingen zouden betrekking hebben op Napoleon Bonaparte. In werkelijkheid gaat het om voorspellingen, die zijn ontstaan in respectievelijk 1820 en 1839. De Nostradamus-onderzoekers Bareste en Torné-Chavigny hebben ze ten onrechte toegeschreven aan Nostradamus. Het verhaal zou zijn dat Nostradamus ze zou hebben opgeschreven tijdens zijn verblijf in het Cisterciënserklooster in Orval (Leoni, p.21).

Het volgende verhaal heeft betrekking op Nostradamus' strijd tegen de pest en is opgetekend door Eugène Bareste. Rond 1547 raakte Nostradamus in conflict met een collega, die zich niet bekommerde om zijn voorschriften. Een afvaardiging smeekte hem de stad niet in woede te verlaten. Nostradamus gaf te kennen dat men moest kiezen tussen hem en zijn rivaal. De afvaardiging gaf te kennen te kiezen voor "dokter Nostradamus, de bevrijder van Aix" (Leoni, p.23).

Het volgende verhaal heeft betrekking op de tijd dat Nostradamus in Salon-de-Provence woonde. Op een avond kwam er een buurmeisje voorbijlopen, dat in het bos hout ging sprokkelen. Nostradamus begroette haar met "goedenavond, juffrouw". Toen zij enige tijd later terugkwam mompelde hij "goedenavond, mevrouw" (Leoni, p.29). 
Volgens Hofstede stamt dit verhaal uit de oudheid en was de Griekse wijsgeer Democritus de hoofdrolspeler (Hofstede, p.24).

In een ander verhaal dat betrekking heeft op de tijd dat Nostradamus in Salon-de-Provence woonde, wordt verteld dat hij, terwijl hij op een ochtend uit het raam keek, riep dat die dag gunstig zou zijn voor het zaaien van bonen. Een landbouwer die op dat moment voorbijliep, hoorde wat Nostradamus riep en haastte zich bonen te zaaien. De oogst was overvloedig en hij offerde dan ook een deel ervan als blijk van dank (Leroy, p.77).

Het volgende verhaal heeft betrekking op het bezoek dat Nostradamus in 1555 aan het Franse Hof bracht en is opgetekend door De Chavigny in Vie et testament de Nostradamus. Een page van een familie, genaamd De Beauveau, was een prachthond kwijtgeraakt die aan zijn zorgen was toevertrouwd. Op een mooie avond ging hij naar het huis waar Nostradamus zich bevond, dichtbij Saint-Germain-l'Auxerrois. Vanwege het late uur riep hij dat hij namens de koning kwam. Voordat hij ook maar iets kon zeggen over de reden van zijn komst, riep Nostradamus hem toe: Wat is er aan de hand, page van de koning? Wat een lawaai om een verdwaalde hond! Ga de weg op naar Orléans, daar zult u hem vinden! (Leroy, p.83).
 

Het overlijden van koning Henri II in 1559
Koning Henri II, geboren in 1519, overleed op 10 juli 1559 als gevolg van een verwonding bij het oog, opgelopen tijdens een toernooi, gehouden op 30 juni 1559 ter gelegenheid van het op huwelijk van zijn dochter Elisabeth met de Spaanse koning Felipe II. Volgens de Fransman H. Torné-Chavigny riep Montmorency, de hofmaarschalk van Henri II, bij het overlijden uit: Ach, de vervloekte waarzegger die zo kwaad en zo goed heeft voorspeld! (Leroy, p.86).
Het verhaal gaat dat Henri II door de Italiaanse astroloog Luca Gaurico was gewaarschuwd iedere vorm van persoonlijk duel te vermijden, zeker rond het 41e levensjaar, vanwege het gevaar een hoofdverwonding op te lopen die tot blindheid zou kunnen leiden of de dood. Dit verhaal stak de kop op ná het overlijden van Henri II (Leroy, p.86).
Of Nostradamus het overlijden van Henri II heeft voorspeld, is nog maar de vraag. In de 1559-Progno-GB, de Engelse vertaling van de 1559-Almanach-F, is voor Frankrijk en haar koning een glorieuze periode voorspeld voor de zomer van 1559. Nostradamus zelf zou in de opdracht van de 1562-Prono-F aan Jean de Vauzelles diens vermoeden hebben bevestigd dat in kwatrijn 03-55 het overlijden van Henri II zou zijn voorspeld. De opvatting dat het overlijden van Henri II is voorspeld in kwatrijn 01-35 stamt niet van Nostradamus of De Chavigny, maar van César Nostradamus (Brind'Amour 1993a, p.267-268).
De Chavigny, aan wie het manuscript Recueil des Présages Prosaïques wordt toegeschreven, heeft met tal van - vergezochte - voorbeelden proberen aan te tonen dat Nostradamus zowel het overlijden van Henri II (1559) heeft voorspeld als het overlijden van François II (1560); deze overlijdensgevallen luidden namelijk de Franse godsdienstoorlogen in. De schrijver van deze website heeft redenen om te veronderstellen dat De Chavigny op één of andere wijze de hand heeft gehad in het samenstellen van Les Significations de l'Eclipse qui sera le 16. septembre 1559 met als doel de lezers voor te houden dat Nostradamus in 1558, in het aangezicht van zijn critici, het overlijden van Henri II en François II heeft voorspeld (Van Berkel: Les Significations de l'Eclipse 1559 en Les Significations de l'Eclipse 1559 en de 1559-Progno-GB).

De dood van Nostradamus
Nostradamus is overleden op 2 juli 1566. Volgens De Chavigny overleed Nostradamus kort voor zonsopgang. Volgens De Chavigny, die zich in dit verband beroept op zijn eigen herinneringen, heeft Nostradamus datum en uur van zijn dood voorspeld, in de vorm van de aantekening Hic propè mors est (vert.: Hier is mijn dood nabij) in de Ephémérides van Jean Stadius, op een avond, eind juni 1566. De Chavigny vertelt ook dat Nostradamus hem op 1 juli 1566 zei, na het einde van hun werkzaamheden: "bij de opkomst van de zon zult gij mij niet meer in leven zien". (Bron: Brief Discours, in: Le Pelletier, boek I, p.26).

 

De Meern, 25 november 2005
T.W.M. van Berkel

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top