Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
analyse kwatrijnen
Kwatrijn 10-74: de overgang naar het achtste millennium
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

Commentaar van Van Berkel

Brontekst: facsimile-Chomarat-2000
An reuolu du grand nombre septiesme,
Apparoistra au temps Ieux d'Hacatombe,
Non esloigné du grand eage milliesme.
Que les entres sortiront de leur tombe.

Vertaling (Van Berkel, 2002)
Bij de omwending van het grote zevende nummer,
In die tijd zal het spel der slachting verschijnen
Niet ver verwijderd van de grote duizendjarige tijd
Wanneer zij die binnengegaan zijn, uit hun graven zullen treden.

Van Berkel rekent dit kwatrijn tot de millenniumkwatrijnen.
De eerste regel. De "omwending van het grote zevende nummer" is de overgang van het zevende millennium in het achtste. Deze overgang vindt plaats in 2827, welk jaar het vervullingjaar is van dit kwatrijn.
De tweede regel. Het "spel der slachting" is de oorlog die is beschreven in Openbaring 19,21, waarbij de aanhangers worden gedood van het beest en de valse profeet. Nostradamus verwijst in de brief aan César ook naar deze oorlog, namelijk wanneer hij schrijft dat Saturnus een omwenteling bewerkstelligt die "de dood brengt".
De derde regel. De "grote duizendjarige tijd" is het bijbelse duizendjarige rijk; het achtste millennium. Dit millennium wordt in de brief aan Henri II het "gouden tijdvak" genoemd dat gebracht wordt door Saturnus.
De vierde regel. Degenen "die zijn binnengegaan en uit hun graven treden" zijn de martelaren die volgens Openbaring 20,4 zijn gestorven omwille van hun getuigenis van Jezus. Zij verrijzen en heersen met Jezus gedurende duizend jaar als koningen. Nostradamus refereert hieraan in zijn brief aan César met de opmerking dat Saturnus "het leven vernieuwt". Ook in zijn brief aan Henri II refereert Nostradamus aan deze bijbelse episode, namelijk wanneer hij schrijft dat de Kerk tot haar hoogste macht terugkeert.

 

Commentaar van Wöllner

Brontekst: Le Pelletier, 1867
An reuolu du grand nombre septiesme,
Apparoistra au temps ieux d'Hecatombe:
Non esloigné du grand aage milliesme,
Que les entrez sortiront de leur tombe.

Vertaling (Wöllner, 1926)
Ist das Jahr vollendet der grossen Siebenzahl,
so erscheint den augen die Zeit des Hundertopfers,
die nicht entfernt ist vnd dem grossen tausendjährigen Zeitalter,
wo die Begrabenen aus ihrem Grabe auferstehen.

Volgens Wöllner duurt een millennium 1002,0833 jaar, wat de helft is van een periode van 2004,16 jaar, welke periode 10 x de duur heeft van een "elementaire driehoek", een periode van ongeveer 200 jaar waarin Jupiter en Saturnus conjuncties maken in één van de vier astrologische elementen (vuur, aarde, lucht en water). Het eerste millennium begint in 4220 vChr. Het achtste millennium begint in 2725 AD en eindigt in 3797 AD, het jaar waarin de looptijd van de kwatrijnen eindigt.[1]
Wöllner schrijft over kwatrijn 10-74 dat de woorden An reuolu du grand nombre septiesme een verwijzing zijn naar (-4220 + 8000) 3797 AD. Hij bespreekt geen verbanden tussen dit kwatrijn en Openbaring 19 en 20.
[2] 

 

Commentaar van Brind'Amour

Au revolu du grand nombre septiesme,
Apparoistra au temps jeux d'Hecatombe,
Non esloigné du grand aage milliesme,
Que les entrez sortiront de leur tombe.

In zijn commentaar schrijft Brind'Amour dat de verrijzenis van de doden zal plaatsvinden aan het einde van het zevende millennium, bij het aanbreken van het achtste. De woorden jeux d'Hecatombe hebben volgens hem betrekking op de Olympische Spelen die plaatsvinden in de maand Hecatombion, de eerste maand in de Atheense kalender, een kalendersysteem waarin het jaar begint op de eerste Nieuwe Maan na de zomerzonnewende. Brind'Amour legt geen verband tussen kwatrijn 10-74 en de passage in de Brief aan Henri II waarin geschreven is over het begin van het Duizendjarig Rijk, een passage die hij overigens wél verbindt aan Openbaring 20, 1-6 waarin het begin van het Duizendjarig Rijk is beschreven.[3]

 

De Meern, 15 februari 2004
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 10 september 2009

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Wöllner, p.25. Brind'Amour rekent voor een "elementaire driehoek" 240 jaar (zie kwatrijn 01-16).  [tekst]

  2. Wöllner, p.68.  [tekst]

  3. Brind'Amour-1993a, p.195 en 197. [tekst]

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top