Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
FRANS ONDERZOEK - HALBRONN
Brief over Nostradamus (17 juli 2003)
- dr. J. Halbronn -

English version
 

dr. Jacques Halbronn

Dr. Jacques Halbronn is geboren in Parijs op 1 december 1947. Hij heeft een grondige kennis van astrologie en profetische geschriften. Eťn van zijn studies had de geschiedenis van profetie in Frankrijk als onderwerp. De titel van het hierover gepubliceerde proefschrift luidt Le texte prophťtique en France. Formation et fortune.
Eťn van de belangrijkste kenmerken van het onderzoeksproject van Halbronn is een strenge, kritische beoordeling  van de authenticiteit van publicaties die aan Nostradamus worden toegeschreven. In plaats van gangbare ideeŽn zonder slag of stoot over te nemen en de betekenis van kwatrijnen te doorgronden, onderzoekt Halbronn de literaire, astrologische en socioculturele bronnen van de CenturiŽn, de brief aan Cťsar en de brief aan Henri II. Zijn onderzoek leidt tot verbijsterende resultaten die het onderwerp zijn van internationale discussie.
Desgevraagd geeft Halbronn op deze site op een begrijpelijke, begeesterende manier, zonder enige terughoudendheid, inzicht in het doel en de aard van zijn onderzoek.

T.W.M. van Berkel


G
eachte heer,

U vraagt mij om mijn benadering van het fenomeen Nostradamus te beschrijven voor uw Nederlandstalige en Engelstalige lezers. Het is een goed moment om dat te doen, na de studie, waaraan u hebt meegewerkt, over de vervalsing Les Significations de l'Eclipse de 1559, die de meest vroege verwijzing naar de CenturiŽn bevat.

Op de 500e verjaardag van deze schrijver is het goed om in zijn biografie die activiteiten te schrappen die niet de zijne waren, zoals het uitgegeven hebben van een of ander deel van de CenturiŽn in een of ander jaar. Op de meeste andere gebieden hebben teksthistorici de historische waarheid hersteld en het lijkt alsof er in het geval Nostradamus enige vertraging is geweest, zoals voor esoterie in het algemeen heeft gegolden, te beginnen met astrologie. Maar het lijkt erop dat dit verandert en dat mensen zich niet beperken tot het beschermen van een zekere nostradamische of astrologische canon (gelet op het feit dat uzelf ook in astrologie bent geÔnteresseerd).

Wat belangrijk is, geachte heer, is de vaardigheid om argumentatie te volgen, te ontwikkelen en kritisch te bezien, en de reeds verworven observaties niet te negeren. Zij die staande houden dat zij hun visie niet zullen veranderen tot het moment waarop hen een beslissend, onweerlegbaar bewijs wordt overhandigd, weten zij waarover zij het hebben? Want wat is een vervalsing anders dan een vervalst bewijs? Ironisch gezien, voor sommige nostradamologen die pretenderen zich op "feiten" te baseren en niet in staat zijn argumenten te volgen, lijkt het dat eerst een brief van Michel de Nostredame moet worden gevonden waarin hij meedeelt dat hij niet de schrijver is van de CenturiŽn die hem worden toegeschreven! Op wetenschappelijk niveau is niets 100% zeker en is er niets dan waarschijnlijkheden en veronderstellingen, die gebaseerd zijn op een reeks aanwijzingen die deze of die kant uitgaan. Zij die niet in staat zijn chronologische argumenten ten gunste van een stelling te overwegen, diskwalificeren zichzelf en brengen zichzelf in diskrediet. De meeste onderzoekers schijnen niet in staat te zijn om een zin of een kwatrijn te verbinden met een historische context in de tijd van Nostradamus of de tijd erna en stemmen onderling slechts overeen omdat zij zich lafhartig vastklampen aan de jaren, vermeld op titelpagina's, hetgeen in onderzoek van nul en generlei waarde is.

Wij hebben een aantal criteria uitgewerkt in:

Dit alles voegt op een bepaalde manier een kritisch commentaar toe aan de bibliografieŽn van M. Chomarat en R. Benazra, zoals het commentaar van Kepler dat doet in antwoord op Tycho Brahť. Men kan niet langer een chronologische bibliografie van de nostradamische werken samenstellen zonder deze criteria te overwegen. Het noemen van een bepaald jaar dat op de titelpagina staat of aan het eind van een boek, is slechts ťťn van de vele gegevens. Door zich alleen daarop te baseren, is zo'n studie epistemologisch gezien achterhaald.

Wij merken dat in feite weinig mensen in de omstandigheid verkeren niet verdwaald te raken in het nostradamische labyrint en het ware kunnen onderscheiden van het niet-ware, maar dat geldt voor alle onderzoeksgebieden. Dit doet denken aan wat wordt gezegd over de Kabala, een gebied dat vrij gevaarlijk is om te betreden en zeer moeilijk is om te verlaten. Zonder een strikte methodologie verdwaalt de onderzoeker en praat hij uiteindelijk volslagen nonsens, tenzij hij zich wanhopig vastklemt aan de gegevens die hem door vervalsers worden voorgehouden. Hierdoor wordt zo'n onderzoeker een medeplichtige van hen die de naam van Nostradamus in hun eigen politieke belang wilden gebruiken door het schrijven van teksten onder zijn naam, die verondersteld worden te zijn uitgegeven tijdens zijn leven. In elk geval, het bestuderen van Italiaanse, Duitse en Engelse vertalingen van Almanachs en Pronostications is van belangrijke waarde. De vervalsers hadden zeker niet verwacht dat hun geniepige trucjes weerstand konden bieden aan eeuwenlang wetenschappelijk onderzoek, omdat zij zich niet konden voorstellen dat sommige van de authentieke documenten zouden verdwijnen en dat in tenminste een aantal gevallen valse documenten overbleven.

Het nostradamische gebied is op zijn zachtst gezegd vol van eindeloze reeksen hindernissen en valkuilen. Eťn van de moeilijkheden is dat men denkt in een profetisch veld te verkeren, waardoor men a-priori wordt verhinderd kritische kanttekeningen te plaatsen, gebaseerd op eigentijds bewijs. Een andere moeilijkheid wordt veroorzaakt door het feit dat sommige stukken van de puzzel ontbreken, wat tot gevolg heeft dat men niet anders kan dan reconstrueren. Weer een andere moeilijkheid houdt verband met de productie van valse documenten, die soms zijn uitgegeven ter vervanging van documenten die schijnen te ontbreken.

In sommige gevallen is er een kruising tussen het originele document en het valse. Het meest in het oog springende geval is dat van de Brief aan Henri II, waarvan de originele versie bekend is, die is geplaatst aan het begin van de Prťsages Merveilleux pour 1557 en in facsimile afgedrukt in Documents Inexploitťs sur le phťnomŤne Nostradamus (Feyzin, uitg. Ramkat, 2002). Het is onbegrijpelijk dat Nostradamus in zo'n kort tijdsbestek een nieuwe brief aan de Franse koning heeft geschreven waarbij hij aan dezelfde context refereert, zodat hij zichzelf plagieert.

Een andere kruising, waarop wij al hebben gezinspeeld, is Les Significations de l'Eclipse de 1559, verondersteld te zijn geschreven rond dezelfde datum als de "nieuwe" brief aan Henri II, die aan het begin van een aantal centuriŽn staat. Recentelijk is komen vast te staan dat deze Significations tegenstrijdige bronnen bevatten, waardoor het duidelijk onmogelijk is dat Michel de Nostredame de schrijver is.

Het was voor ons essentieel om de referentie van de pseudo-brief aan Henri II wat betreft het bestaan van 1000 kwatrijnen letterlijk te nemen, en de waarde van deze brief wordt niet aangetast doordat het een valse tekst is. Integendeel, de tekst is precies zů gemodelleerd om te voldoen aan de bedoelingen van de vervalser. Er wordt een "milliade" in genoemd, een duizendtal, en wij denken dat de CenturiŽn oorspronkelijk inderdaad compleet waren, dat wil zeggen elk bestaande uit 100 kwatrijnen. Door dit te stellen, schrijven we ze niet to aan Michel de Nostredame maar aan de vervalsers, maar het maakt het gemakkelijker om hun werk te begrijpen. Op dezelfde manier is het niet zo dat het getuigenis van Crespin geen waarde heeft omdat hij een vervalser was en een bedrieger en het is niet toevallig dat zijn ontleningen in 1572 aan de CenturiŽn  - Michel de Nostredame overleed in 1566 - volgens de nummering van de nostradamische canon geen enkele van de kwatrijnen uit de centuriŽn V, VI en VII bevatten.

Dit betekent dat er verscheidene generaties vervalsers zijn en dat na een generatie, die complete centuriŽn publiceerde, een andere generatie kwam, die kwatrijnen wegliet en edities uitgaven waarin incomplete centuriŽn stonden, met name centurie VII die in de bekende edities nooit ook maar 50 kwatrijnen bevat. Vanaf die tijd zijn edities, daterend van 1557, in meer dan ťťn opzicht verdacht, inclusief de editie die in het bezit is van de Universiteitsbibliotheek van Utrecht, dicht bij uw woonplaats.

In feite veroorzaken deze edities, gepresenteerd als zijnde uitgegeven door Antoine du Rosne in Lyon in 1557, een aantal problemen. Aan de ene kant worden teksten toegedicht aan Michel de Nostredame die de zijne niet zijn, aan de andere kant verwoest men de arbeid van de "eerste" vervalsers, die complete posthume centuriŽn hebben gepubliceerd die in het begin 7 in getal waren, zoals Crespin aangeeft. Daarom zijn de edities die zijn gedateerd in 1557, waarin centurie VI 99 kwatrijnen bevat en centurie VII 40 of 42 kwatrijnen, in veel opzichten discutabel. In het geval van de Macť Bonhomme editie, daterend uit 1555, met 53 kwatrijnen in centurie IV, zien we hetzelfde: een incomplete centurie en daarom een discutabele toedichting aan het eerste posthume werk.

Men moet begrijpen dat het onechte werd gemaakt met het echte: het is waar dat Michel de Nostredame kwatrijnen heeft geschreven, maar dat waren de kwatrijnen in zijn almanakken, in feite lijken een aantal kwatrijnen in de CenturiŽn te zijn gefabriceerd vanuit de Almanachs, wat de beste manier is om de stijl van Nostradamus te handhaven. Het is waar dat hij een brief heeft geschreven aan zijn zoon Cťsar, maar dat was geen brief aan het begin van de CenturiŽn, maar aan het begin van de Prophťties Perpťtuelles. Het voordeel van deze stellingen is dat het mogelijk wordt zich te baseren op de getuigenissen van mensen als Antoine Couillard of Laurent Videl, die andere dingen aan de orde stellen dan de dingen die wij worden geacht te geloven.

In deze hele geschiedenis is nog het meest droevige dat de bibliografische ontdekkingen van de afgelopen twintig jaar, waardoor het mogelijk werd edities te ontrafelen en te publiceren die dateerden uit 1555 en 1557, het nostradamisch onderzoek eerder hebben geblokkeerd dan bevorderd. In plaats van meer duidelijkheid te verschaffen, nam door deze ontdekkingen de verwarring toe; de meeste onderzoekers verzetten zich tegen het idee dat deze edities verlate vervalsingen waren van de tweede generatie vervalsers (na 1585) en de eerste generatie (na 1566).

Men moet begrijpen dat deze onderzoeken de profetische kwaliteit van de centuriŽn niet noodzakelijkerwijs aantasten, gerekend vanaf op zijn vroegst het midden van de 17e eeuw, waardoor de eerste 100 jaar na het overlijden van Michel de Nostredame worden uitgesloten. Niets weerhoudt het idee dat de vervalsers, soms profeten tegen wil en dank, profetische kwaliteiten hadden en het is geenszins zo dat het aantonen van de profetische kwaliteit van de CenturiŽn het definitieve bewijs zou leveren voor de opvatting dat Michel de Nostredame de schrijver ervan is, zoals volgens de stelling: hij was een profeet,dus als kwatrijnen profetisch zijn, zijn ze dus van zijn hand!

Natuurlijk kunnen teksten niet als profetisch worden gezien als ze zijn geschreven na afloop van de gebeurtenissen die erin zijn vermeld en vervolgens zijn ondergebracht in de nostradamische canon, en dit proces was geen onbelangrijke reden voor het succes van deze canon. Eťn van de sleutelmomenten van de nostradamische exegese was zeker de executie van de koning van Engeland, Charles I Stuart, zeker zo betekenisvol als het Varennes-kwatrijn, dat te maken heeft met de vlucht van Louis XVI aan het begin van de Franse Revolutie in 1789. Laat ons de nostradamische exegese beginnen in de jaren rond 1650 en aanvaarden dat vroegere gebeurtenissen zich afspelen in een tijd van wording. Dus, de Europese loopbaan van de CenturiŽn begint met de edities van Leiden (1650), Amsterdam (1667 en 1668) en Londen (1672). Dit is waarom de Janus Gallicus (1594) is uitgesloten van het exegesegebied, omdat aan het eind van de 16e eeuw de opbouw van de nostradamische canon nog steeds gaande was. De publicatie, daterend uit 1656, getiteld Eclaircissement des vťritables quatrains zou ook niet moeten worden meegerekend, omdat deze slechts die gebeurtenissen beschrijft rond de laatste koningen van de Valoisdynastie, die werd vervangen door de Bourbondynastie. Zeker, deze boeken behoren tot de geschiedenis van de nostradamische exegese, maar op het niveau van validatie van het nostradamische werk zijn ze niet van belang, vanwege een aantal bewerkingen dat dit werk had te verduren tot in de 17e eeuw.

Dus wij zouden graag zien, geachte heer, dat de gemoederen langzamerhand tot bedaren komen en dat er geen wanhopige pogingen meer worden ondernomen om te bewijzen dat de nostradamische canon van Michel de Nostredame is, gebaseerd op bijvoorbeeld een schijnbare eenvormigheid qua inspiratie. Wij zouden dit argument overwegen als men zou kunnen bewijzen dat ťťn en dezelfde onverdachte bron in alle tien centuriŽn is gebruikt en geciteerd, maar niet op basis van een paar taalkundige argumenten: men moet niet vergeten dat imitatie te maken heeft met het reproduceren van een bepaalde stijl!

Laat ons eindigen met de kwestie rond godsdienstoorlogen en Nederland is in staat om het belang voor Frankrijk van deze oorlogen te begrijpen. Het is erg waarschijnlijk dat de twee kampen naar manieren zochten om de CenturiŽn ten eigen bate aan te wenden, dat wil zeggen dat de inspiratie van de CenturiŽn erg heterogeen is, zoals het gebruik van "gog en magog" in de brief aan Henri II die aan het begin staat van de centuriŽn waarin expliciet de overwinning staat van de Protestanten (Mendosus, anagram van VendŰme) op de Katholieken (Norlaris, anagram van Lorraine, het huis van Guise) niet kan worden begrepen zonder verwijzing naar de representanten van het protestantse profetisme, zoals wij in onze discussies hebben gezien, geachte heer. Het is niet alleen door toeval dat onder de katholieke Ligue, in Parijs, de stad die zich verzette tegen de protestantse koning Henri IV, de gepubliceerde edities van de CenturiŽn niet de CenturiŽn VIII-X bevatten. Er zijn genoeg exemplaren van deze edities beschikbaar om te weten dat dit niet het gevolg is van een conservatiefout. 
Het is in uitgerekend deze periode, die we de tweede centurische era hebben genoemd, dat de CenturiŽn werden gecensureerd en verminkt.

Tenslotte, laat ons toevoegen dat het onderzoek naar de bronnen van de CenturiŽn en andere teksten geen verwarring moet zaaien. Vaak zijn deze bronnen gebruikt door vervalsers, in het bijzonder in het geval van de Guide des Chemins de France door Charles Estienne. Het interessante is dat het gebruik van deze gids niet uniform is in alle tien centuriŽn. Inderdaad, het moet worden begrepen dat vervalsers er erg gebeten op zijn om dit soort documenten te gebruiken, min of meer intelligent aangewend, zoals in het geval van de Eclipsium van Leovitius. Wij echter kunnen ons nauwelijks een Michel de Nostredame voorstellen, slaafs reisgidsen gebruikend om zijn kwatrijnen te completeren of blunders te begaan zonder te merken dat de bronnen die hij gebruikt, niet vergelijkbaar zijn en tegenstrijdig. Integendeel, het is een typisch kenmerk van vervalsers om te zoeken naar snelle manieren om hun werk te volbrengen. Het identificeren van een bron is geenszins het bewijs dat een tekst afkomstig is van Michel de Nostredame: vervalsers kunnen ook lezen en kopiŽren.

Echter, men kan niet uitsluiten dat in de massa, enkele kwatrijnen in de CenturiŽn niet van Michel de Nostredame zijn, zeker de historische kwatrijnen, de kwatrijnen die verbonden zijn met historische gebeurtenissen. Inderdaad, het lijkt erop dat, terwijl onze schrijver de Prophťties Perpťtuelles publiceerde, voorafgegaan door een brief aan zijn zoon Cťsar, welke uitgave is verdwenen en waarover Couillard ons enkele delen presenteert, hij [Nostradamus] het doel had om zijn orakeluitspraken, verbonden aan precieze jaren, onder woorden te brengen door kwatrijnen met overeenkomstige gebeurtenissen. Het is mogelijk dat een aantal van deze kwatrijnen na zijn dood zijn bewaard en de publicatie van de CenturiŽn rechtvaardigden. Maar om welke kwatrijnen van de CenturiŽn gaat het? Men zou zich inderdaad kunnen afvragen waarom Nostradamus tijd zou hebben besteed aan het in versvorm beschrijven van gebeurtenissen als dat niet het doel had een bepaald astrologisch en historisch systeem te concretiseren.

Men moet niet denken dat een centurie noodzakelijkerwijs uit ťťn geheel bestaat. Wat zeker is, is dat deze kwatrijnen zijn verbonden met jaren, omdat zonder zo'n verband een dergelijk werk geen betekenis zou hebben. Het stelt ons in de gelegenheid te zeggen dat voor Michel de Nostredame alle profetische teksten noodzakelijkerwijs met data verbonden moesten zijn, zoals hij ze presenteerde in zijn Almanachs. Het lijkt dat het feit dat publicatie van kwatrijnen zonder data in strijd is met de manier waarop Michel de Nostredame zijn profetisch-astrologische werk deed en u weet heel goed, geachte heer, dat een astroloog die geen enkele datum geeft in iedere fase van zijn plan, geen echte astroloog is.

Hoogachtend,

Dr. Jacques Halbronn

Parijs, 17 juli 2003.

 

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top