Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
DISCUSSIEPLATFORM
Kanttekeningen bij Lemesuriers Nostradamus: the Halbronn hypotheses
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

Begin deze maand is op de websites Encyclopaedia Hermetica en Espace Nostradamus een artikel gepubliceerd van Peter Lemesurier, getiteld Nostradamus: the Halbronn hypotheses.[1] Lemesurier is een Engelse Nostradamus-onderzoeker die verschillende publicaties op zijn naam heeft staan en die leiding geeft aan de Nostradamus Research Group. Hij heeft het artikel, zo te zien, geschreven op persoonlijke titel.

In Nostradamus: the Halbronn hypotheses probeert Lemesurier korte metten te maken met de ideeën en veronderstellingen van dr. Jacques Halbronn rond Nostradamus door, vrij beknopt, zes items de revue te laten passeren:

  • Halbronns ideeën over kwatrijn 04-46. 

  • Halbronns conclusies aangaande de bespreking door Couillard van het Voorwoord aan César.

  • Halbronns conclusies aangaande verschillen tussen de Boedapest-variant en de Utrecht-variant van de editie-Du Rosne-1557.

  • Halbronns conclusies aangaande vergelijking van de inhoud van de Brief aan Henri II in de Centuriën met de eveneens aan Henri II gerichte opdracht in de Présages Merveilleux pour 1557.

  • Halbronns conclusies aangaande de authenticiteit van Les Significations de l'Eclipse du 16. septembre 1559, gelet op tegenstrijdige astrologische gegevens.

  • Halbronns conclusies aangaande de betekenis in Les Significations...  van de zin comme plus amplemét est declaré à l'interpretation de la secóde céturie de mes Propheties.

Wat in dit artikel ontbreekt, is een uiteenzetting van de kant van Lemesurier in welke opzichten zijn benadering van de Centuriën verschilt van die van Halbronn. Zou hij deze verschillen wel hebben beschreven, dan was voor de lezers ook duidelijk geweest welke positie hij inneemt. Nu is er voor de zoveelste keer een patstelling ontstaan, waarvan niemand wijzer wordt.

Lemesurier geeft diverse malen aan dat het moeilijk is om in de veelheid van publicaties van Halbronn de rode draad op te pakken. Dit is inderdaad niet gemakkelijk, maar de publicaties van Halbronn vormen geen ondoordringbaar geheel. Naast Halbronns publicaties over deelonderwerpen van zijn Nostradamisch onderzoek zijn er op Encyclopaedia Hermetica / Espace Nostradamus ook algemeen getinte publicaties van zijn hand te vinden zoals de aan mij gerichte brief van 17 juli 2003, waarin Halbronn zijn onderzoek beschrijft, en meer recent de Petite contre encyclopedie nostradamus. Verder is er zijn proefschrift Le texte prophétique en France - formation et fortune, deels online gepubliceerd op Encyclopaedia Hermetica, en Documents inexploités sur le phénomène Nostradamus. Al deze documenten bieden naar mijn idee voldoende aanknopingspunten om zijn oeuvre systematisch te beschrijven, samen te vatten en/of te bekritiseren, in plaats van, zoals Lemesurier doet, een voorlopige opsomming te presenteren en op basis van die opsomming te gaan prijsschieten. Een voorlopige opsomming doet geen recht aan het oeuvre van Halbronn. Een dergelijke opsomming doet ook geen recht aan het artikel van Lemesurier zelf. Tenslotte: de lezers van het artikel van Lemesurier zijn gebaat bij een correcte samenvatting van het oeuvre van Halbronn.

Graag maak ik van de gelegenheid gebruik een paar kanttekeningen te plaatsen bij Lemesuriers bespreking van Halbronns opinie aangaande de authenticiteit van Les Significations..., temeer omdat ik zelf een aantal artikelen heb gepubliceerd over dit onderwerp en een aantal van de door mij aangedragen argumenten bij Lemesurier zie terugkeren.
Lemesurier bedient zich in zijn kritiek van een hypothese. Over de zin comme plus amplemét est declaré à l'interpretation de la secóde céturie de mes Propheties schrijft hij dat in Les Significations... geen aanwijzingen staan dat het om een gepubliceerde interpretatie van de tweede Centurie zou gaan. Het laten uitgeven van dit soort interpretaties zou volgens Lemesurier tegen de belangen van Nostradamus zijn ingegaan: de strekking van de Centuriën zou door de interpretaties aanzienlijk worden beperkt en de waarschijnlijke feilbaarheid ervan zou meer en meer naar voren komen. Lemesurier veronderstelt dat het gaat om een aan Jacques Marie Sala, bisschop van Viviers en vice-legaat, persoonlijk gerichte interpretatie van de Centuriën, die Nostradamus op verzoek van Sala zou hebben geschreven. Lemesurier beroept zich in dit verband min of meer op andere voorwoorden van Nostradamus die opmerkingen uit de privé-sfeer bevatten.
Voorzover ik weet is dit de eerste keer in de discussie over de authenticiteit van Les Significations... dat de mogelijkheid wordt geopperd dat Nostradamus  uitleg heeft geschreven over "de Centuriën" en deze in privéverband heeft verspreid. In de bespreking van Les Significations... in het Recueil des Presages Prosaïques... staat bij #467 in de linkermarge de kanttekening Ceste interpretation ne fut jamais veuë; de schrijver van het RPP heeft een dergelijke interpretatie nooit onder ogen gehad.[2]  
Mogelijkheden opperen is één ding, het aanvoeren van bewijzen in de vorm van in dit geval de aan Sala gegeven uitleg, is een ander ding. Laten we dus afwachten of deze uitleg boven water komt en op dat moment de inhoud ervan beoordelen, alvorens het veronderstelde bestaan ervan ten tonele te voeren met het kaliber van een feit. De veronderstelling dat Nostradamus in zijn privé-sfeer tekst en uitleg heeft gegeven over "de Centuriën" vindt naar mijn mening geen weerklank in wat van zijn correspondentie is overgebleven en staat haaks op de opmerking in het Voorwoord aan César dat oude, lang verborgen gebleven boeken (die kennelijk van belang zijn geweest bij het samenstellen van de Centuriën) zijn vernietigd.

Ten aanzien van de twee verschillende horoscopen van de Maansverduistering van september 1559 die zijn besproken in Les Significations..., merkt Lemesurier op dat dit niet wijst op het niet-authentieke karakter van Les Significations..., maar op het authentieke karakter, iets dat in een eerdere fase van deze discussie ook is aangevoerd door dr. Elmar R. Gruber. Lemesurier verwijst in dit verband naar het feit dat er in het oeuvre van Nostradamus vijf verschillende scheppingsjaren zijn vermeld, waarvan twee in één en hetzelfde document: de Brief aan Henri II.
Het argument dat het werk van Nostradamus zich kenmerkt door tegenstrijdigheden en onzorgvuldig gebruik van bronmateriaal, snijdt niet in alle gevallen hout. In een artikel over astrologische ongerijmdheden in Almanachs, Pronostications en correspondentie en in een bijdrage aan het MAU-congres van november 2004 heb ik de brief besproken die Jean Brotot op 20 september 1557 heeft geschreven aan Nostradamus, een brief waarvan Halbronn zich afvraagt of deze dateert uit 1554, gelet op de namen van degenen aan wie de voorwoorden zijn gericht van de manuscripten die Nostradamus aan Brotot heeft voorgelegd.[3] Deze brief doet de vraag rijzen welk materiaal in de boeken die aan Nostradamus worden toegeschreven, is aangeleverd door Nostradamus, en welk materiaal door anderen. Naar mijn mening moet deze vraag ook worden gesteld als het gaat om de scheppingsjaren die in de Almanachs / Pronostications zijn vermeld. Is Nostradamus inderdaad degene geweest die gegevens heeft aangeleverd zoals scheppingsjaren, bijbelse chronologieën, het gulden getal, de marktdagen in Lyon etc., of zijn deze gegevens (of een aantal ervan) aangeleverd door derden, bijvoorbeeld de uitgevers?

Uitnodiging
Op deze site is sinds februari de rubriek "Discussieplatform" geopend. In deze rubriek zijn onder andere de publicaties opgenomen die ik heb gewijd aan Les Significations... Lemesurier is bij deze uitgenodigd om in deze rubriek zijn visie te presenteren op de authenticiteit van Les Significations...

 

De Meern, 10 maart 2005
T.W.M. van Berkel

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Lemesurier: Nostradamus: the Halbronn hypotheses. [tekst]

  2. Chevignard, p.382. [tekst]

  3. - Van Berkel: Astrologische ongerijmdheden in Almanachs, Pronostications en correspondentie;
    - Van Berkel: Bijdrage aan een Nostradamus-workshop, MAU, november 2004;
    - Halbronn: Observations sur la Correspondence Nostradamus.  [tekst]

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top