Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
discussieplatform
Homogeniteit versus
heterogeniteit van de CenturiŽn
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

In nummer 11 (dec. 2005 - jan. 2006) van het online-magazine Grande Conjonction, uitgegeven door dr. Jacques Halbronn, staan in de rubriek Estudes Nostradamiennes drie Engelstalige artikelen, die met elkaar verband houden. 
In Roy de Blois en Avignon regner heeft Halbronn de manier besproken waarop volgens hem de CenturiŽn in de 1570-er jaren vorm gingen aannemen, zich baserend op twee publicaties van de Fransman Antoine Crespin, daterend uit 1571 en 1572, en de lotgevallen analyserend van de Joden in Frankrijk in die tijd, in het bijzonder in Avignon. Het artikel Rťplique de Peter Lemesurier is een over-en-weer debat tussen Halbronn en de Britse onderzoeker Peter Lemesurier over de strekking van Halbronns betoog. In dit debat werd onder andere bediscussieerd of de CenturiŽn homogeen zijn (geschreven door ťťn schrijver) of heterogeen. In de bijdrage Homogeneousness vs heterogeneousness of the Centuries, nu ook beschikbaar in het Nederlands, heb ik beschreven waarom naar mijn mening serieus rekening moet worden gehouden met een heterogeen karakter van de CenturiŽn.

 

 

Met betrekking tot de ontstaansgeschiedenis van de CenturiŽn, het Voorwoord, gericht aan Cťsar en de Brief aan Henri II was de belangrijkste veronderstelling in mijn boek Nostradamus, astrologie en de Bijbel, uitgegeven in 2002, dat wat betreft de kwatrijnen alle vermelde astrologische gegevens konden worden teruggevoerd op de periode oktober 1524 - december 1553 en dat vervullingdata konden worden berekend door middel van een progressiesysteem, gebaseerd op de retrograde beweging van de Caput Draconis. Dit zou betekenen dat de visioenen omtrent gebeurtenissen plaatsvonden in die periode.
Aangaande de overkoepelende structuur was de veronderstelling dat er sprake is van een millenniummodel, dat loopt van 4174 vChr tot 3827 AD.

 

In juni 2005 publiceerde ik een artikel over de scheppingsjaren, voortvloeiend uit een aantal Almanachs.[1] Aan het slot van dit artikel was een onderscheid gemaakt tussen enerzijds het scheppingsjaar 3967 vChr, dat kan worden afgeleid uit een groot aantal Almanachs, en de scheppingsjaren die kunnen worden afgeleid uit het Voorwoord en de Brief.
De vraag is of er een homogene structuur is, waarin de kwatrijnen die deel uitmaken van de CenturiŽn zijn ingebed.
De manier waarop de kwatrijnen zijn ingebed, is nogal merkwaardig. In het Voorwoord staan verwijzingen naar de cyclus van Grote Jaren van 354 jaar en 4 maanden. Alleen in een aantal kwatrijnen in de eerste t/m de vierde centurie staan verwijzingen naar deze cyclus.
In zowel het Voorwoord als de Brief staan verwijzingen naar millennia, maar er is sprake van verschillende soorten millennia, dat wil zeggen van millennia met verschillende achtergronden.
Sommigen stellen dat het jaar 3797, genoemd in het Voorwoord, het resultaat is van de optelling van 2242 jaar bij 1 maart 1555, waarmee zij willen aangeven dat het jaar 2242 het feitelijke jaar is waarin de wereld ten einde loopt, zoals gesuggereerd door Roussat door middel van de cyclus van Grote jaren. Het eigenaardige is dat de eerste bijbelse chronologie in de Brief aan Henri II een deel lijkt te zijn van een structuur van 7000 jaar, lopend van 4757 vChr tot 2242 AD.[2]  De cyclus van Grote Jaren echter, zoals geformuleerd door Roussat en Turrel, begon echter in 5199 vChr. De tweede bijbelse chronologie lijkt een deel te zijn van een structuur van 8000 jaar, die loopt van 4174 vChr tot 3827 AD.
In mijn ogen is het erg opmerkelijk dat geen enkel element van de cyclus van Grote Jaren aanwezig is in de kwatrijnen die deel uitmaken van de 8e t/m de 10e centurie, en het ook opmerkelijk is dat alleen de tiende centurie welgeteld ťťn kwatrijn bevat (kwatrijn 10-74), waarin elementen staan die gekoppeld kunnen worden aan het bijbels scenario van het begin van het bijbelse Duizendjarig Rijk.[3]
Met betrekking tot de afgeleide scheppingsjaren in alle Nostradamieke documenten, benadruk ik dat in geen van deze documenten concrete scheppingsjaartallen zijn gegeven. Al deze jaartallen zijn afgeleid door de lezers, ze zijn niet verstrekt door de schrijver.

 

In mijn ogen hebben we te maken met een structuur, aanwezig in een serie Almanachs die in een tijdsbestek van meer dan tien jaar is ontstaan en die elf delen telt, een structuur die wijst op het jaartal 3967 vChr.
De scheppingsjaartallen die voortvloeien uit het Voorwoord en de Brief komen niet overeen met het jaartal 3967 vChr. Voor mij is de belangrijkste vraag: waarom niet? 
De bronnen, gebruikt/geciteerd etc. in het Voorwoord, komen niet voor in de Brief en de bronnen, gebruikt/geciteerd etc. in de Brief, komen niet voor in het Voorwoord. Voor mij betekent dit dat we serieus de mogelijkheid moeten overwegen van een heterogeen karakter van de CenturiŽn, het Voorwoord en de Brief zoals we die vandaag de dag kennen en het zal voor mij geen verrassing zijn als er in feite een aantal schrijvers in het spel is.

 

De Meern, 29 januari 2006
T.W.M. van Berkel

 

Noten

  1. Van Berkel: De scheppingsjaren die voortvloeien uit de Almanachs voor 1557, 1559, 1562, 1563, 1565, 1566 en 1567. [tekst]

  2. Van Berkel: De Brief aan Henri II: de samenstelling van de bijbelse chronologieŽn. [tekst]

  3. Van Berkel: Kwatrijn 10-74: de overgang naar het achtste millennium. [tekst]

 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top